PlusAchtergrond

De zoveelste vernieuwing van Ivo van Hove en Jan Versweyveld: film wordt toneel wordt tentoonstelling

Een van de grote toneelvernieuwingen van regisseur Ivo van Hove (62) en scenograaf Jan Versweyveld (63) is het ‘vertheateren’ van film. In All About Theatre About Film in Eye maken ze een volgende vertaalslag: film wordt toneel wordt tentoonstelling.

Kamer gewijd aan Kreten en Gefluister (1972) van Ingmar Bergman, met op de voorgrond body-actionpainting geïnspireerd door Yves Klein. Door TGA in 2009 op toneel gebracht. Beeld Nosh Neneh
Kamer gewijd aan Kreten en Gefluister (1972) van Ingmar Bergman, met op de voorgrond body-actionpainting geïnspireerd door Yves Klein. Door TGA in 2009 op toneel gebracht.Beeld Nosh Neneh

“Museumtheater.” Het komt er aarzelend uit, maar als Ivo Van Hove All About Theatre About Film moet typeren, is het zo. “Wij laten in een tentoonstelling zien hoe wij met film omgaan in het theater. Film laat zich al heel lang ­inspireren door toneel. In de gouden tijden van Hollywood waren toneelverfilmingen – van Eugene O’Neill of Tennessee Williams – vanzelfsprekend. Wij zijn in de jaren ­negentig het omgekeerde gaan doen.”

Wij, dat zijn regisseur Ivo van Hove en scenograaf Jan Versweyveld. De twee ontmoetten elkaar als student en zijn sindsdien partners, privé en professioneel. In 1981 – ze waren amper 23 – begonnen ze met eigen theaterproducties. Eerst in Vlaanderen, negen jaar later bij het Zuidelijk Toneel in Eindhoven en in 2001 bij Toneelgroep Amsterdam, nu ITA, waarmee ze internationaal furore maakten.

Hoewel het meestal Van Hove is die in de spotlight staat, opereren zij, zoals hij dat zegt, ‘als een twee-eenheid’. Al is er wel een onderlinge taakverdeling, ook bij deze tentoonstelling. “Ik ben misschien een beetje bevooroordeeld, maar ik kan wel zeggen dat Jan een van ’s werelds grootste meesters is als het aankomt op ­belichting. Ik kies de beeldfragmenten en leun dicht tegen de geluidsploeg aan. De architectuur is weer Jans specialiteit. En die viel niet mee in Eye. Het is een schitterend ­gebouw, maar het is lastig bouwen in een ruimte zonder ook maar één rechte wand.”

Voor All About Theatre About Film vormden Van Hove en Versweyveld die onmogelijke museumzalen om tot een opeenvolging van kamers. “Wij wilden geen chronologische opstelling maken die onze voorstellingen documenteert, geen academisch verhaal, maar een associatief ­geheel. Het is een tentoonstelling als een toneelstuk, met een begin, midden en einde, een spanningsboog.”

Ivo van Hove. Beeld Jan Versweyveld
Ivo van Hove.Beeld Jan Versweyveld

Na een proloog die de bezoeker de theatrale wereld binnenloodst, is de eerste kamer gewijd aan India Song (1975) van Marguerite Duras, in 1999 door het Zuidelijk Toneel op de planken gebracht. “De beelden van die voorstelling zijn vaag, streperig, afkomstig van oude Betamaxvideobanden,” zegt Van Hove over de voorstelling, waarin alle dialogen vooraf waren opgenomen en de acteurs playbackten. “Het woord bepaalt hier het beeld, het woord wordt beeld, zoals eigenlijk in alle films van Duras.”

“Daarna volgt de kamer gewijd aan Michelangelo Antonioni, bij wie het beeld allesbepalend is. Het beeld wordt hier woord. En aansluitend volgt Teorema (1968) van Pier Paolo Pasolini. Hier doet het narratief zijn intrede, hoewel het nog heel cerebraal, conceptueel is. Je hebt zo een opeenvolging van gevoelsklimaten; van rustig tot extreem heftig, van visueel overdonderend tot ingehouden.”

Bergman en Cassavetes: yin en yang

Behalve over enkele van de belangrijkste filmoeuvres uit de 20ste eeuw gaat deze tentoonstelling over emoties. Het is een afdaling in de menselijke geest. In het hart daarvan staat het werk van de Zweedse realist Ingmar Bergman, de pionier van de Amerikaanse onafhankelijke cinema John Cassavetes en de aristocratische Italiaan Luchino Visconti. Drie zeer verschillende filmmakers, van wie Van Hove en Versweyveld meerdere werken hebben ‘vertheaterd’.

“Bij Cassavetes gaat het over de chaos van het leven en de drang tot verandering,” duidt Van Hove. “Zijn personages hollen alsmaar door, willen losbreken en zijn niet bang voor conflicten. Bij Bergman proberen ze eindeloos de verschillen te overbruggen. Neem Scènes uit een huwelijk: ze maken ruzie en gaan uit elkaar, maar komen in de laatste scène toch weer samen. Het is ­beheerst, er zijn zelden uitspattingen. Dat is het protestantse van Bergman, veel is verboden, terwijl in de wereld van Cassavetes alles mag. Maar Bergman en Cassavetes liggen heel dicht bij elkaar, als yin en yang.”

Kamer gewijd aan Obsession (1943) van Luchino Visconti. Door TGA gebracht in 2017. Beeld Nosh Neneh
Kamer gewijd aan Obsession (1943) van Luchino Visconti. Door TGA gebracht in 2017.Beeld Nosh Neneh

“Visconti komt bewust daarna. Ik voel me verwant met hem en ontdek meer en meer hoe hij elke film anders heeft aangepakt. Hij liet de stijl – neorealisme, episch drama, kostuumfilm – bepalen door het thema en dat doen Jan en ik in het theater ook. Na het humanisme van Bergman en het dierlijke in de mens bij Cassavetes zijn het bij Visconti de grote maatschappelijke thema’s en grote gevoelens.”

Filmfanaat

Van Hove is een zelfverklaard filmfanaat en de liefde voor cinema zat er al vroeg in. “Ik ging wel drie keer per week naar de film. Het was een van de weinige vormen van vermaak die ik me financieel kon permitteren. Het was in Vlaanderen de tijd van de filmhuizen, waar je in één week tijd complete oeuvres kon zien. De grote Europese filmauteurs uit de jaren zestig en zeventig, maar ook het werk van de jonge Coppola en Scorsese – ik heb het allemaal opgegeten. En Jan met mij, want hem nam ik mee.”

Over zijn filmselectie voor theater is Van Hove stellig: “Ik kies alleen films die verhalen vertellen die ik niet terugvind in toneelteksten. Bijvoorbeeld Rocco en zijn broers (1960) van Visconti. Die gaat over een moeder met vijf zoons die emigreren van het Zuid-Italiaanse platteland naar Milaan. Een van de broers trekt meteen de stad in, krijgt een vriendinnetje en gaat in de Fiatfabriek werken. Een andere blijft hangen in nostalgie en heimwee. De rest zit tussen die twee extremen. Het is de perfecte tekst over migratie en integratie.”

In voorbereiding op een bewerking bekijkt Van Hove de film in kwestie niet opnieuw. “Dat heeft geen zin. Met thea­trale middelen wordt het verhaal toch iets ­totaal ­anders. Ik gebruik het scenario en als dat er niet is – Visconti gebruikte bijvoorbeeld vier scenaristen en week vaak af van de geschreven tekst – dan laten we er een ­maken. De gigantische uitdaging om daar dan theater van te maken scherpt onze creativiteit.”

Jan Versweyveld. Beeld Henri Verhoef
Jan Versweyveld.Beeld Henri Verhoef

“We hebben geen afscheid genomen van films, maar ­momenteel keren we vaker terug naar boeken. Eigenlijk om dezelfde reden: het is een andere manier van verhalen vertellen en de tekst is niet bedoeld voor het toneel. Dat dwingt je om extra inventief te zijn.”

Jan Versweyveld was een van de eerste scenografen die ­radicaal de vierde wand doorbrak in de grote zaal. Regisseurs lieten al langer acteurs rechtstreeks het publiek aanspreken, maar Versweyveld haalde het publiek het podium op, zette acteurs tussen kijkers en vormde de schouwburg om tot totaallocatie.

Die scenografie zit ook in de tentoonstelling, waarin elke kamer een uitgesproken eigen sfeer heeft. Bij Scènes uit een huwelijk is het rommelig, alsof je een huiskamer binnenkijkt. Duras’ kamer is ondergedompeld in vervreemdend natriumoranje licht. En bij Cassavetes worden de ­bezoekers bijna opgezogen door een groot scherm met een montage van filmfragmenten en theaterregistraties die een en al chaos ademt.

“Jan en ik, wij zijn rusteloze zoekers,” stelt Van Hove. “Een voorstelling is pas af bij de première. Dat geldt ook voor deze tentoonstelling. We hebben het geluk dat het team van Eye ook voelt wat wij willen. Elke zoveelste wijziging wordt meteen doorgevoerd.”

Zoals het glimmend oppoetsen van de koperen plaat die in de laatste kamer op de grond ligt. Die ruimte is gewijd aan Network (1976) van Sidney Lumet, misschien wel de meest actuele van alle films die aan bod komen. “Network gaat over de plaats van de media in onze tijd en het wijd verbreide gevoel van ontevredenheid,” zegt Van Hove. “Iedereen kent of herkent de woorden die nieuwslezer ­Howard Beale uitschreeuwt nadat hij is ontslagen: ‘I’m mad as hell and I’m not going to take it anymore!’ Ze kunnen zo op het heden worden geplakt.”

De kamer met Network had het einde van de tentoonstelling kunnen zijn, maar is het niet. “Wij maken nooit één einde, altijd minstens twee, alsof we maar niet kunnen stoppen. Hier hebben we bij wijze van epiloog een stukje uit Kreten en gefluister op zeven schermen herhaald, waarin de hoofdpersoon de betekenis van kunst uitlegt. Kunst vertelt iets wat soms niet mag of kan, wat persoonlijke of maatschappelijke urgentie heeft. Het gaat over de diepste angsten en verlangens, heel existentieel.”

All About Theatre About Film: 3 oktober t/m 9 januari in Eye.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden