PlusInterview

De zoektocht naar onderduikbaby Harry uit Amsterdam: ‘Hij heeft niet alleen zijn biologische, maar ook zijn Friese ouders verloren’

Journalist Thomas Sijtsma (36) ging op zoek naar het Joodse jongetje uit Amsterdam dat in de oorlog onderdook bij zijn overgrootouders. Hij vond hem: Harry Davids, nu 79 jaar. Nu verschijnt Verloren oorlogskind, dat hij over die familiegeschiedenis schreef. Samen met Davids vertelt hij erover.

Kim van der Meulen
Harry Davids (links) zat in de Tweede Wereldoorlog in Friesland ondergedoken bij de overgrootouders van journalist Thomas Sijtsma (rechts). ‘Mijn levensverhaal was als een legpuzzel waarvan ik niet alle stukjes had.’ Beeld Marc Driessen
Harry Davids (links) zat in de Tweede Wereldoorlog in Friesland ondergedoken bij de overgrootouders van journalist Thomas Sijtsma (rechts). ‘Mijn levensverhaal was als een legpuzzel waarvan ik niet alle stukjes had.’Beeld Marc Driessen

De overgrootmoeder van Thomas Sijtsma zei het elke verjaardag weer: er mist iemand. Ze bedoelde Harry Davids, het jongetje dat zij en haar man tijdens de Tweede Wereldoorlog in hun gezin in het Friese Engwierum hadden opgenomen. Er werd weinig over gesproken in de familie: dat zou oude wonden openrijten. Jeltje Bakker-Woudsma en Berend Bakker hadden Harry na een verloren voogdijzaak moeten afstaan in 1947 en waren dat nooit te boven gekomen. Het jongetje ging naar zijn oom en tante in Zuid-Afrika, de weinige familie die hij na de oorlog overhad. Samen met zijn oom Harry, vernoemd naar de onderduiker, dook Sijtsma in de familiegeschiedenis.

Wat was de aanleiding voor jullie zoektocht?

Sijtsma: “In een van de laatste gesprekken die ik met mijn oma had, aan haar sterfbed in 2018, vroeg ik naar haar ‘oorlogsbroertje’ Harry. Dat durfde ik eerder nooit, maar zij was de laatste die hem nog in de oorlog had meegemaakt. Ze wist dat hij één keer was teruggekomen naar Engwierum en haar moeder had ontmoet, in 1968. Maar of hij nog leefde en waar hij woonde, wist ze niet. Mijn oom, met wie ik altijd een sterke band heb gehad, wilde dat uitzoeken. Hij betrok mij daarbij, omdat ik journalist ben en geschiedenis heb gestudeerd. En we zagen er een mooi avontuur in.”

Was Harry snel gevonden?

Sijtsma: “Ja, via een nicht kwam mijn oom in 2018 in contact met Harry Davids. Hij bleek niet meer in Zuid-Afrika, maar al jarenlang in Los Angeles te wonen.”

Davids: “Ik vond het geweldig dat Harry me mailde. Sommige van zijn familieleden dachten dat ik geen behoefte had aan contact, dat ik niet herinnerd wilde worden aan de oorlog. Dat is niet zo; ik vertel het verhaal van de familie Bakker zelfs in musea en op scholen in Los Angeles en heb nog brieven naar Thomas’ overgrootmoeder gestuurd. Maar tijdens een verhuizing ben ik het adres kwijtgeraakt.”

Sijtsma: “Ik wilde Harry met mijn oom opzoeken, maar toen we eindelijk een datum hadden, werd mijn oom ziek. Een hersentumor. Hij zei dat ik evengoed naar Amerika moest gaan en hem daarna alles moest vertellen over ‘LA Harry’. Terwijl ik in Los Angeles was, overleed mijn oom. Ik heb hem nog foto’s en filmpjes van LA Harry geappt, maar hij was al zo verzwakt dat ik niet weet of hij dat heeft meegekregen.”

Davids: “Een verdrietig verhaal. Ik had hem graag ontmoet.”

Wat wist u van uw oorlogsjaren?

Davids: “Ik wist dat ik ben geboren in Amsterdam, dat mijn ouders me aan het verzet hebben meegegeven toen ik drie maanden was en dat de Amsterdamse Studenten Groep me naar Sneek heeft gebracht. Daarna ben ik in Engwierum beland, negen maanden oud. Ik heb nooit begrepen waarom, want de meeste Joodse kinderen bleven in Sneek. Waarom het lang duurde voordat ik een permanent onderduikadres kreeg, wist ik ook niet. Mijn levensverhaal was als een legpuzzel waarvan ik niet alle stukjes had. En veel stukjes lagen op de verkeerde plek. Mijn eerste herinnering is dat ik als vierjarige in het vliegtuig naar Zuid-Afrika zit, op weg naar mijn oom en tante.”

Uw ouders wisten u in veiligheid te brengen, maar zij stierven in Sobibor. Wanneer kwam u daar achter?

Davids: “Op mijn zesde vertelden mijn oom en tante me in een paar zinnen wat er was gebeurd: je echte ouders zijn gestorven in de oorlog. Meer niet – hoe ga je een kind vertellen dat zijn ouders zijn vermoord? Het was voor mij al een grote shock om te horen dat mijn ouders niet mijn biologische ouders waren. Pas toen ik een jaar of elf was, ontdekte ik dat er twee soorten oorlog waren geweest. Een militaire, bij iedereen bekend, en een genocidale, waar bijna niemand van afwist. Na lange tijd begonnen mensen zich pas ze realiseren wat er met Joodse mensen was gebeurd, alleen omdat ze Joods waren.”

Bent u door dit boek meer over uw biologische ouders, Alfred Davids en Lily Berg, te weten gekomen?

Davids: “Ja. Het enige wat ik had, waren een paar kleine en onduidelijke foto’s van mijn vader, gekregen via de nicht van een nicht. Foto’s van mijn moeder heb ik niet. Thomas heeft gesproken met een verre achternicht van me in Amsterdam.”

Sijtsma: “Zij is waarschijnlijk de enige nog levende persoon die Harry’s ouders heeft gekend. Om hun persoonlijkheden en gedrag te beschrijven, heb ik me volledig op haar verhalen gebaseerd. Er is een kaart van de gemeente Amsterdam waarop ik kon terugvinden waar ze hadden gewoond. En ik wist dat Alfred bij Maison de Bonneterie aan het Rokin had gewerkt en Lily bij modehuis Hirsch & Co aan het Leidseplein. Verder is er niks gedocumenteerd; ze zijn op jonge leeftijd vermoord.”

Harry Davids (rechts) in het gezin van de overgrootouders van Thomas Sijtsma: Berend Bakker en Jeltje Bakker-Woudsma en hun vier kinderen. Tweede van links Sijtsma’s oma Riek. Beeld Privéarchief
Harry Davids (rechts) in het gezin van de overgrootouders van Thomas Sijtsma: Berend Bakker en Jeltje Bakker-Woudsma en hun vier kinderen. Tweede van links Sijtsma’s oma Riek.Beeld Privéarchief

In het boek beschrijft u hoe u gemeentearchieven, boeken en deportatielijsten in duikt. Wat was de meest bijzondere vondst?

Sijtsma: “Vorig jaar dook via historisch en letterkundig centrum Tresoar ineens een filmpje op van onderduikers in Nederland. Die zijn er bijna niet: wie zijn onderduikers filmde, tekende zijn doodsvonnis. Nog bijzonderder is dat mijn overgrootouders erop te zien zijn, én Harry. Hij springt een paar seconden door het beeld. Bizar dat er bewegend beeld is van hem in de oorlog.”

Davids: “Door Thomas’ onderzoek zijn veel stukjes van de puzzel op hun plek gevallen. Zo blijkt iemand me te hebben verraden, waardoor ik uit Sneek weg moest. En ik dacht altijd dat de Amsterdamse Studenten Groep me had weggehaald uit de crèche tegenover de Hollandse Schouwburg, omdat veel kinderen vanuit daar werden weggesmokkeld naar Friesland. Dat bleek anders te liggen.”

Sijtsma: “Nadat zijn ouders Harry had meegegeven aan het verzet, is hij bij een gezin in de Javastraat terechtgekomen. Daar is hij verraden, ontdekte ik toevallig. Iet van Dijk, een bekende verzetsstrijder, heeft hem uit dat huis weggehaald. Ze is met Harry naar het huidige Tropenmuseum gegaan, waar ze een nacht op de vloer hebben gelegen. De volgende dag zijn ze naar Friesland vertrokken. Gek genoeg kende ik dat verhaal: het wordt beschreven in twee boeken over de oorlog die ik al had. In beide boeken staat geen naam van de baby.”

Harry heeft veel onderduikadressen gehad, en moest steeds weer afscheid nemen van nieuwe ouders.

Sijtsma: “Het is bijna niet voor te stellen hoe vaak hij van gezin is gewisseld. Iedereen had het beste met hem voor, er waren veel mensen die om hem gaven. Dat maakt de afloop zo dramatisch: hij heeft niet alleen zijn biologische, maar ook zijn Friese ouders verloren. Mijn overgrootmoeder schijnt huilend op haar knieën te zijn gevallen na de voogdijzaak. Terwijl ze eigenlijk geen onderduikers wilde, want mijn overgrootvader verspreidde wapens, radio’s en verzetskranten. Een ondergedoken baby – die ook nog ziek was – zou iedereen in gevaar brengen. Maar toen niemand in Engwierum en omliggende dorpen Harry in huis wilde nemen, besloten zij het tijdelijk te doen. Mijn overgrootmoeder raakte meteen aan hem gehecht.”

Davids: “Omdat ik er geen herinneringen aan heb, is het voor mij meer een historische dan een emotionele geschiedenis. Alsof het over iemand anders gaat. Of het me heeft gevormd? Ik heb wel wat moeite mensen te vertrouwen die ik niet ken, misschien doordat ik op jonge leeftijd van gezin naar gezin ben gebracht.”

Zijn er puzzelstukjes die nog ontbreken?

Sijtsma: “Harry’s ouders hebben zijn geboorte aangekondigd in Het Joodsche Weekblad en hebben hem laten besnijden. We kunnen alleen maar raden waarom: als hij werd gesnapt, was niemand weggekomen met het verhaal dat hij een evacué uit Rotterdam of de Achterhoek was.”

Davids: “Ik zou ook willen weten waarom ze een kind kregen in de oorlog. Tijdens de grootste razzia in Amsterdam zat mijn moeder in het derde trimester van haar zwangerschap. Dat maakte het lastig een onderduikplek te vinden. Nog voordat ik was geboren, konden ze al geen kant op.”

Vindt u het belangrijk dat iedereen uw verhaal nu kan lezen?

Davids: “Heel belangrijk. Niet zozeer voor mezelf, maar omdat het boek een belangrijke boodschap bevat. Mijn familie bestond uit 76 mensen, van wie maar 5 de oorlog overleefden. Honderdduizenden families hebben zo’n verhaal, en dat had voorkomen kunnen worden. Er waren niet genoeg mensen die ertegen opstonden. Dat ik de oorlog heb overleefd, heb ik te danken aan de familie Bakker en andere verzetsmensen. Ik won de loterij, en de prijs was mijn leven. Maar zo had het niet moeten zijn.”

Thomas Sijtsma: Verloren oorlogskind, Prometheus, €22,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden