PlusReportage

De woningmarkt zit op slot – ook voor statushouders die een huis is toegezegd

Het tijdelijke azc op de Willinklaan in Nieuw-West. Beeld Nina Schollaardt
Het tijdelijke azc op de Willinklaan in Nieuw-West.Beeld Nina Schollaardt

Dit jaar hebben ruim twee keer zoveel statushouders recht op een sociale huurwoning als vorig jaar. Alleen, de woningen zijn op – en er is geen oplossing. ‘Het asielproces is gekkenwerk.’

Mannen, vrouwen en kinderen van over de hele wereld staan in een lange rij. Sommigen praten wat, anderen wrijven de slaap uit hun ogen. De vluchtelingen staan voor een rolluik dat zo opengaat. Meldingsplicht. Het is tien uur ’s ochtends in het asielzoekerscentrum (azc) in Nieuw-West.

In een voormalig onderwijsgebouw leven ruim 500 vluchtelingen. Iedereen wacht hier. Op een verblijfsstatus, op gezinshereniging of op een woning. Wekelijks ­registreert het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) of ze nog zijn op de plek waar ze horen te zijn; de vreemdelingenpolitie kijkt met een schuin oog mee of alles volgens de regels verloopt. Als de bewoners twee meldplichten ­missen, vervalt het recht van hun asielaanvraag.

Ook statushouders moeten zich melden, ondanks dat hun asielaanvraag al is goedgekeurd. Het is nu eenmaal vastgelegd in de huisregels, dus staat de 45-jarige Bonar ook weer netjes in de rij. Acht jaar geleden verliet hij Indonesië. “Ik ben homoseksueel en door mijn familie verstoten. Het leven als gay is moeilijk in Indonesië.”

De eerste jaren in Nederland leefde Bonar onder de ­radar, drie jaar geleden startte hij zijn asielaanvraag. “Het asielproces is gekkenwerk. Het geeft zo veel stress,” verzucht hij. “Maar sinds drie maanden heb ik mijn status en wacht ik op een woning.” Zijn achternaam wil hij om veiligheidsredenen liever niet in de krant. Het zou hem ­misschien nog kunnen achtervolgen, denkt hij.

Agaze Yihehe (34) vindt het wel oké dat zijn hele naam wordt opgeschreven. De Eritreeër oogt wat vermoeid. De avond ervoor heeft hij een lange dienst bij DHL gedraaid; pakjes sorteren. Hij draait vaak nachtdiensten, maar is blij te kunnen werken na jarenlang in onzekerheid te ­hebben geleefd. In 2018 kwam hij aan in Nederland, hij hopte van azc naar azc en is sinds tien maanden in Amsterdam. Een klein half jaar geleden kreeg hij te horen dat hij definitief hier mag blijven.

Vanaf dat moment dacht hij dat zijn leven in Nederland echt kon beginnen, zegt hij in goed Engels. Weg uit de azc’s, waar het vaak onrustig is. Niet omdat mensen agressief zijn of dat er tussen de bewoners onderling veel onenigheid is, maar omdat iedereen in spanning zit en dat stress oplevert. ­“Ik kom laat thuis, ben moe, wil slapen. Maar soms staat de muziek aan. Of iemand belt op zijn ­telefoon. Je hoort ’s nachts kinderen huilen. Het is hier ­gehorig.”

Het complex doet denken aan een compound. Naast het oude schoolgebouw zijn semipermanente appartementen op elkaar gestapeld en systematisch ingedeeld. Vier appartementen vormen één blok, waar acht personen ­wonen. Kamers worden gedeeld door twee personen en vaak worden dezelfde nationaliteiten bij elkaar gezet. ­Velen koken samen, anderen praten helemaal niet met ­elkaar. Tussen alle woningen in staat de gedeelde ruimte met wasmachines en drogers.

11.000 statushouders

Yihehe en Bonar hebben recht op een sociale huurwoning, maar het is natuurlijk crisis op de woningmarkt. Ze zijn niet de enigen die wachten. In het Amsterdamse azc wachten alleen al 190 statushouders tot ze een woning krijgen toegewezen. Landelijk zijn er 11.000 statushouders die wachten; 6000 daarvan zelfs langer dan de veertien ­weken die is afgesproken na de vergunningverlening.

Geen huis betekent ook niet kunnen beginnen met ­inburgeren. In Amsterdam krijgen de statushouders na toewijzing van een woning veel persoonlijke begeleiding. Er worden intensieve taallessen georganiseerd en meteen bij het begin van de inburgering wordt gezocht naar een locatie waar statushouders kunnen werken of studeren. Talloze onderzoeken laten zien: hoe langer statushouders niet meedoen in de maatschappij, hoe moeilijk het wordt om te integreren.

Maar de woningmarkt zit op slot. Statushouders krijgen in de regel voorrang op een sociale huurwoning, maar de afgelopen tien jaar is landelijk het aanbod aan dit soort woningen met 100.000 afgenomen. Veel van deze huizen zijn naar de vrije sector overgeheveld of verkocht. Woningcorporaties verklaren dat ze dit moesten doen wegens de ‘verhuurdersheffing’: een belasting over de waarde van de huurwoningen die ze sinds 2013 aan de staat moeten betalen. De huizen gaan in de verkoop om aan deze ­landelijke taak te kunnen voldoen.

Bovendien is het vechten voor een plekje op de markt voor sociale huur. Mensen hebben wegens scheidingen, ziekte of omdat ze bijvoorbeeld uit een ggz-instelling ­komen óók recht op voorrang. Elke gemeente mag zelf ­bepalen of statushouders voorrang krijgen bij huurwoningen. Castricum oordeelde in 2018 dat het ‘oneerlijk’ is dat statushouders deze urgentie krijgen.

Agaze Yihehe, gevlucht uit Eritrea. Beeld Nina Schollaardt
Agaze Yihehe, gevlucht uit Eritrea.Beeld Nina Schollaardt

In Amsterdam geldt wél de voorrangsregeling – net zoals dit nog voor de meeste gemeenten in Nederland het geval is. Gemiddeld gaat 5 tot 10 procent van de sociale huurwoningen naar statushouders. Verantwoordelijk wethouder Rutger Groot Wassink (Sociale Zaken) is geenszins van plan deze regeling af te schaffen. “Je helpt mensen daar niet mee. Een eigen woning geeft rust en zorgt ervoor dat je aan de slag kunt met volgende uitdagingen, zoals in dit geval integratie.”

Amsterdam heeft voor dit jaar nog 3770 Amsterdammers op de urgentielijst staat, maar woningcorporaties kunnen dit jaar maar 1970 woningen afleveren. Hierdoor krijgen 1800 (nieuwe) Amsterdammers ondanks hun urgentie geen huis toegewezen. Bovendien komen er nog veel meer statushouders aan die recht hebben op een sociale huurwoning. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is bezig met het inlopen van achterstanden, waardoor er dit jaar ruim twee keer zoveel statushouders als vorig jaar recht hebben op een woning: 24.500 in plaats van 12.000. Het nieuwe azc in de Houthavens, dat in 2023 moet opengaan en het tijdelijke azc in Nieuw-West vervangt, zal opnieuw ‘slechts’ 500 opvangplekken hebben.

Groot Wassink, ook actief aan de landelijke regietafel Asiel en Migratie, ziet dat alle Nederlandse gemeenten ‘met angst en beven zitten te kijken wat er nu gaat gebeuren’. Het beleid in Castricum, waar statushouders nu ­geplaatst worden in wooncontainers van 27 vierkante ­meter, ziet hij in elk geval niet als de oplossing. “Dat is het verschuiven van het probleem. Maar met het gegeven dat wij ook andere groepen moeten en willen huisvesten, ­zoals economisch daklozen, zie je dat het een enorme puzzel is. In overleg met corporaties moeten we kijken wat we kunnen doen voor iedereen, maar we hebben vooral het kabinet nodig om deze woningnood aan te pakken.”

Rustig begin

Terug naar het azc in Nieuw-West, een van de 51 asielzoekerscentra in Nederland. De vreemdelingenpolitie is rond 14.00 uur verdwenen. Yihehe wil gaan slapen na zijn avonddienst en zegt dat hij hoopt dat het snel wordt opgelost. Zijn vrouw en kinderen laat hij deze kant opkomen voor gezinshereniging, maar hij wil ze niet in een azc ­ontvangen. Zij hebben ook baat bij een rustig begin, legt hij uit. “Ik wacht op een huis, ik wacht op mijn familie. Ik werk, ik moet opnieuw settelen in een land. Een eigen plek zou mij veel rust geven. Ik hoop echt dat het snel lukt.”

De Indonesische Bonar is er rustiger onder, mede omdat hij vrienden heeft in de lhbti-community – hij is bijvoorbeeld aangesloten bij Gay Badminton Amsterdam. “En omdat ik goed ben, wil iedereen met mij spelen.” Daar praat hij met zijn nieuwe vrienden ook over de woningmarkt. “Echte Nederlanders moeten ook erg lang wachten. Vrienden van me zeggen ook dat ik lucky ben dat ik urgentie krijg. Het is geen groot probleem voor mij. Ik kan het wachten aan, maar ik hoop wel dat het voor iedereen snel wordt opgelost. Om iedereen te helpen.”

Bonar, gevlucht uit Indonesië. Beeld Nina Schollaardt
Bonar, gevlucht uit Indonesië.Beeld Nina Schollaardt

Inburgeren begint straks al in het azc

Van 2015 tot en met vorig jaar heeft Amsterdam 7323 statushouders gehuisvest. Velen hiervan kregen een sociale huurwoning toegewezen, maar de gemeente heeft de afgelopen jaren ook woonprojecten opgezet waar jonge vluchtelingen en Nederlanders samenwonen: Startblok Riekerhaven, Elzenhagen Noord, Stek Oost, Stek Noord en Oldskool in West. Vaak is dit een tijdelijke oplossing, omdat de huurcontracten vijf jaar geldig zijn. Veel statushouders hebben daarna alsnog een sociale huurwoning nodig.

Azc Willinklaan zal nog enkele jaren openblijven. In de Houthavens wordt een nieuw centrum gebouwd dat in 2023 moet opengaan. Hier zal plek zijn voor 500 asielzoekers. Wanneer het COA een verzoek voor meer opvangplekken indient, kijkt de gemeente of daaraan kan worden meegewerkt, zegt wethouder Rutger Groot Wassink. Recentelijk is dit ook gebeurd bij de tijdelijke noodopvang van Afghaanse vluchtelingen op het Marineterrein.

De gemeente hoopt de komende jaren de inburgering wel al vanuit het azc te starten. Hierover wordt gesproken met het rijk en het COA. Op dit moment worden asielzoekers ook al betrokken bij het inburgeren. Ze hebben in het azc een eettentje waar ze koffie en thee schenken, zijn er actief als kapper en hebben een tijdlang mondkapjes gemaakt van oude kleding om te verkopen. Ook kunnen ze als vrijwilliger actief zijn in de weggeefwinkel en helpen ze bij workshops en sportdagen voor kinderen in het azc.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden