Erik Voermans. Beeld Linda Stulic
Erik Voermans.Beeld Linda Stulic

De warme, kleurrijke stukken van Canteloube raken je recht in het hart

PlusEerste hulp bij klassieke muziek

Erik Voermans

Wat die Hongaar kan, kan ik ook, dacht de Franse componist Joseph Canteloube toen hij de volksliedjes hoorde die Béla Bartók uit zijn land had opgetekend. Mooie volksliedjes hadden ze ook in de streek waar Canteloube vandaan kwam, de Auvergne. Er was alleen nog niemand geweest die ze voor een deftig symfonieorkest had gearrangeerd, zodat ze behalve op het platteland door boeren en buitenlui ook in chique concertzalen konden worden gezongen, door zangers en zangeressen met kleren aan waarin je niet zo snel een kudde schapen zult hoeden.

Canteloube schreef zijn Chants d’Auvergne tussen 1923 en 1930. Vijf bundels met traditionele liedjes in een dialect, de langue d’oc, dat ze alleen konden verstaan in een regio in midden-Frankrijk die tegenwoordig Auvergne-Rhône-Alpes heet.

De eerste bundel werd gepubliceerd in 1924 en was meteen een succes, al was het muzikaal gezien een beetje anachronistisch van aard, aangezien Arnold Schönberg in die periode net was begonnen aan de strenge atonale stukken die sterk bepalend zouden zijn voor de loop van de muziekgeschiedenis. Een héél andere klankwereld dan die van Canteloube. Tegenover Schönbergs sterk gekruide gerechten plaatste Canteloube marsepeinen hertjes.

Hij zorgde zelf voor een vies smaakje aan zijn marsepein door in de oorlog te sympathiseren met het Vichybewind van generaal Pétain, waardoor zijn muziek een tijdje in de ban werd gedaan. In modernistische kringen werd er sowieso alleen maar meesmuilend over gepraat.

Wie nu luistert naar die Chants d’Auvergne, zonder zich iets aan te trekken van Canteloubes historische miskleun, kan alleen maar zuchtjes van genot slaken, want hij heeft echt iets moois gemaakt. Het verlaten meisje – La delaïssádo in het dialect – en Baïlèro – de bekendste van allemaal – treffen je met hun peilloze melancholie, eenvoudige melodieën en warme, kleurrijke orkestraties rechtstreeks in het hart.

Sopraan Louise Alder zingt Canteloube’s Chants d’Auvergne, begeleid door het Concertgebouworkest o.l.v. Constantinos Carydis, op 16 , 17 en 18 februari in het Concertgebouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden