Plus Reportage

De vrouwen van Salomé netwerken in een blauwe wolk sigarenrook

De ladies van Salomé paffen al 30 jaar de fumoir in hotel De L’Europe blauw. Het Amsterdamse sigaren-gezelschap zoekt nieuwe, vooral jonge, leden. ‘Het moet hier geen oudetaarten­tent worden.’

Beeld Neeltje de Vries

De kamer staat al blauw als er plots met een zilveren handbel wordt gezwaaid. Klingeling. “Dames!” Klingeling. “Jonge leden zijn meer dan welkom, dus als die sigaar bevalt... spread the word, ladies.” Meisjesgezichten knikken, oudere ladies blazen goedkeurend een rookpluim uit, afkomstig van de forse sigaren die ze tussen hun vingers met roodgelakte nagels klemmen.

Het is voor het eerst moeder-dochterdag bij Salomé, het eerste vrouwelijke sigarengenootschap van Amsterdam én de wereld. Want: “Het moet hier geen oudetaartentent worden”, zegt voorzitter Mienke Schaberg (62). “Die actieve houding is nodig, want ik kom in het dagelijks leven geen vrouwen van twintig meer tegen die sigaren roken.”

Mienke Schaberg. Beeld Neeltje de Vries

Mienke Schaberg (62) is partner van een (non-)executive search bureau voor managers, veelal met een salaris van zes cijfers. Ze woont aan een Amsterdamse gracht en is voorzitter van Salomé sinds 1989. Ze raakte verknocht aan de sigaar door een oud-collega, die tegenover haar bureau rookte toen dat nog de normaalste zaak van de wereld was op kantoor. Haar favoriete sigaar: de panatella, zacht en met een mooie reuk. Die rookt ze zo’n vier keer per week, maar nooit overdag en nooit tot het laatste puntje. Een bijkomend voordeel: “Je hoeft niet de hele avond met één sigaar te doen, na een kwartiertje is hij op.”

En roken doen ze, die Salomé-vrouwen. Let wel: alleen sigaren, want roken is onthaasten. Geen kinderachtige sigaren, niks dun en vanillezoet, maar zacht, stevig en scherp. Van een dikke, kleine tot een flinke cubaan: voor elk moment van de dag één. Bovenal Hollandse sigaren, daar voelen ze zich het meest senang bij. Ze zijn zo devoot dat ze zelf sigaren ontwikkelen, geheel naar eigen smaak.

Dopen in cognac

“Het is hier genieten van de ondeugd van de sigaar,” zegt Astrid van Heumen (50), twee jaar lid, maar al langer aanverwant. “Vroeger was het sigaar roken een onderonsje met mijn vader, op mijn negende nam ik mijn eerste trekje. Vooral in mijn studententijd rookte ik met hem, glaasje cognac erbij, en dan het puntje van de sigaar in de cognac dopen. De sigaar is ook de gemene deler van de club, samen die mores begrijpen, erbij horen, dat is mooi.”

Astrid van Heumen. Beeld Neeltje de Vries

Gelegenheidsroker Astrid van Heumen (50) is historica en heeft een eigen headhuntingbedrijf. Toen ze zo’n twee jaar geleden voor Salomé werd gevraagd, was ze vereerd: “Voor mij was Salomé al jaren een mysterieus begrip: spannende, succesvolle dames, omkleed met exclusiviteit. Sigaarroken is voor mij nostalgie, maar het heeft ook iets brutaals, iets eigenwijs: het schuurt tegen het ouderwetse herenetablissement aan.”

Onder toeziend oog van Freddy Heineken, al rokend vereeuwigd op schilderdoek, komen de leden van het genootschap eens per maand samen in de ‘fumoir’ naast Freddy’s Bar in hotel De L’Europe. “Freddy (Heineken) vond het enig dat we hier samenkomen”, zegt Schaberg. Temidden van groenleren banken, marmeren kasten en glimmende statafels bezaaid met halflege wijnglazen, aan­stekers, lucifers en asbakken, borrelen de dames tijdens aperitieftijd: van zes tot acht uur. Maar voor de vaste kern begint het dan pas.

Het gezelschap werd op 18 april 1989 opgericht tijdens een diner op initiatief van Gregor Frenkel Frank, acteur, tekstschrijver en invloedrijke reclameman. Tijdens het maken van de advertenties voor sigarenmerk Oud Kampen stuitte Frenkel Frank uitsluitend op belegen mannelijke sigarengenootschappen. Voorzitter Schaberg, een bekende uit het mediawereldje – ze rookte haar sigaar toen nog achter haar bureau bij Elsevier – werd gevraagd om een clubje vrouwelijke sigarenliefhebbers te verzamelen. Een fotosessie later was Frenkel Frank een reclamecampagne ­rijker, en Salomé een feit.

Met 29 jaar is Hedwig Delescen, advocaat en al drie jaar lid, met afstand de jongste van de club: “Wat een powervrouwen zijn dit, zo wil ik ook worden,” zegt ze over de anderen. “De leden geven me veel energie, al kan ik niet altijd meepraten. Soms gaat het over de kinderen, van mijn leeftijd, en de kleinkinderen.”

‘Rook hem zoals je ademt’

Salomé bestaat uit 26 vaste leden, een beschermheer (Thijs van Leer) en een aantal ereleden: veelal mannen, zoals voormalig burgemeester van Amsterdam Ed van Thijn en vastgoedhandelaar Cor van Zadelhoff (de ‘knuffeldieren’ van het genootschap). Tijdens zogeheten Salomé-soirees kiezen de leden de Salomé-sigaar of de Salomé-sigarenhandel van het jaar. Ook is er het kerstdiner en zijn er de uitstapjes, van varen op het IJsselmeer tot een champagneproeverij bij het Franse Moët & Chandon.

Een lidmaatschap kost 350 euro per persoon per jaar, daar worden de twaalf borrels (geen sterk, wél wijn, bitterballen en sigaren) en het kerstdiner van bekostigd.

Mary van der Sluis (57), bestuurslid van Salomé en alom geprezen sigarenexpert, gaat over de sigaren van het genootschap. Ze zorgt voor de aanvoer en geeft veel uitleg aan de anderen over hoe je een sigaar het beste kan roken: “Mijn opa zei altijd: ‘Rook hem zoals je ademt.’ Dus vooral rustig, niet te veel trekken zoals bij een sigaret. En: niet inhaleren! De rook even in je mond houden voor het prikkelende of zachte effect op je tong en dan het rookwolkje langs je gezicht uitblazen voor de geur: puur genieten.”

Mary van der Sluis. Beeld Neeltje de Vries

Sigarenkenner Mary van der Sluis (57) is goudsmid en 25 jaar lid. Ooit maakte ze zilveren sigarenkokers: handig voor in je tas. Ze herinnert zich de keren dat ze een sigaar voor haar vader opstak nog goed. Vroeger rookte ze een stuk of tien sigaren per dag, tegenwoordig rookt ze vooral in de weekenden, thuis op haar Veluwse boerderij. Voordeel van een oud huis: de rook wappert zo weg. Favoriet is een Ivory van De Olifant, die knipt ze met ‘de guillotine’ af voor ze begint, een groter rookgat laat de lucht makkelijker doortrekken. Haar beginnerstip: “Begin vooral niet met een te kleine sigaar.”

Van der Sluis is telg van een tabaks­familie, sigarenfabriek De Olifant is al vele generaties in de familie. “De sigaar bestaat uit een dekblad, een omblad en het binnengoed. Hoe dikker de sigaar, hoe lekkerder, want meer binnengoed betekent meer smaakmelange en een zachte en uitgebalanceerde smaak.”

Hoe dunner, hoe scherper en zwaarder om te roken volgens Van der Sluis, dat heeft te maken met de luchttoevoer: “Je trekt meer lucht door de sigaar waardoor hij harder brandt en het teer sneller naar achteren wordt getrokken, dit geeft een wat bittere smaak.”

Het dekblad (buitenste blad) is het duurste deel van de sigaar, het bepaalt namelijk de smaakbeleving. Zo heb je donkerkleurig Brasil dekblad, met een wat peperig smaakeffect, en dekblad uit Sumatra met een zachtere, ietwat zoete smaak, lichter van kleur. “De askegel mag best groot worden,” legt Van der Sluis uit. “Een sigaar moet niet te heet worden. Lekker langzaam paffen dus,” lacht ze. “Hand­gerolde sigaren zijn het lekkerst, maar soms zit daar een propje in: kwestie van doorprikken. Het afgebrande puntje van een lucifer is daar handig voor.”

Vrijgevochten vrouwen

De naam van het genootschap is ontleend aan de Russische schrijver Lou Andreas-Salomé (1861-1937), een voor haar tijd opvallend geëmancipeerde vrouw met een rijk liefdesleven. Andreas-Salomé was de minnares van Friedrich Nietzsche, die haar de ‘scherpzinnigheid van een arend’ en ‘de moed van een leeuw’ toedichtte en haar ‘zeer vrouwelijk’ noemde. Annelies van der Straeten (66), bestuurslid: “Ze staat model voor vrijgevochten vrouwen.”

Annelies van der Straeten. Beeld Neeltje de Vries

Annelies van der Straeten (66) is kunstconsultant, bestuurslid van Salomé, nagenoeg de eerste lichting en ‘het geweten’ van de club. Ze rookt al veertig jaar dagelijks overtuigd en laat het moment van de dag bepalen wat ze rookt. Bij de eerste koffie een tuitknakje: “Niet te zwaar, een mooi begin van de dag.” Bij de lunch een corona: “Dikker maar minder lang.” Sigaarroken is de kunst van het opbouwen. “Dat betekent ‘s avonds met een glas rode wijn een echte corona, van groter formaat. Na een mooi diner is het losgaan met een cubaan: daar doe je uren over, dat is genieten.”

Daar hoort een unieke sigaar bij. Eén naar Salomé-receptuur. In 1994 bracht het gezelschap de Salomé-sigarenlijn uit, in drie modellen: de corona, de panatella en de cigarillo, in samenwerking met de Ebas-groep, een sigarenfabrikant die niet meer bestaat. In 2007 werd de Salomé-tuitknak gelanceerd, een handgemaakte sigaar in genummerde oplage. De tuitknak werd gemaakt in samenwerking met sigarenfabrikant De Olifant in Kampen. Die samenwerking hield wel stand: de Salomé Subliem volgde in 2014 en is een blijvertje: een corona, lekker op elk moment van de dag.

Van Der Sluis: “De ontwikkeling van de Subliem duurde zo’n anderhalf jaar. Het binnengoed bestaat uit een samengestelde melange van Brasil, Java, Sumatra en Havana-tabak. Omwonden met Java omblad en Sumatra dekblad, mediumzwaar en 14,5 millimeter in doorsnee.” De kleur van het handgemaakte cederhouten kistje, met vier Subliem sigaren, is Chanelrood en verwijst naar de favoriete nagellak van het genootschap. Een kistje kost twintig euro, dus vijf euro de sigaar, maar: de Salomé Subliem is alleen voor leden.

Gangbare sigaren kosten tussen de 0,50 en 2,50 euro per stuk. Een Cubaans exemplaar kost soms wel 35 euro. “Overrated,” vindt Van der Sluis. “Je hebt al heerlijke Dominicaanse sigaren voor 7,50 euro.”

Schakelarmbanden en parels

Tussen de rookpluimen schitteren gouden schakelarmbanden, opvallend veel parels en horloges van Cartier of Zwitserse signatuur. “Komaf is niet belangrijk,” stelt Van der Sluis. “Maar je moet wel een levens­genieter zijn en stevig in je schoenen staan. Het gaat hier om lekker eten, lekker drinken en lekker roken.” Glazen klinken terwijl de geestverwanten het leven beschouwen: van wereldproblematiek tot ervaringen in de privésfeer.

Een van de meegekomen dochters is student Charlotte van Alfen (19). In zwarte kaftan paft ze wat onwennig. “Het smaakt bitter, maar is niet zo scherp en overheersend als een sigaret.” Ze denkt niet aan lid worden, maar vindt het lidmaatschap van haar moeder, een modeontwerper, rebels.

Wie wel lid wil worden, krijgt te maken met de spelregels van het genootschap. Bijvoorbeeld: een nieuw lid is of was ondernemend, streeft geen zakelijk belang na en is bij voorkeur van jeugdige leeftijd. De leden, variërend van kunstenaars en galeriehoudsters tot headhunters en advocaten, delen nog een gedragscode: wat binnen de kring van het genootschap wordt gedeeld, wordt nooit naar buiten gebracht.

Onschuldig of dodelijk?

De sigaar als verboden vrucht, de fumoir als uitstervend fenomeen: sigaarliefhebbers hebben het moeilijk door de antirookwetgeving. Zo wordt het horecaverbod verder aangescherpt: rookkamers moeten verdwijnen voor 2020. Ook al roken de Salomé-dames vooral in besloten kring, in de tuin en vrijwel nooit bij anderen, de sluiting van de fumoir gaat ze te ver. Salomé-voorzitter Mienke Schaberg: “We proberen er samen met De L’Europe een besloten club of stichting van te maken, in de hoop op een voortbestaan.”

Thomas Klaphake, directeur van sigarenfabrikant De Olifant, pleit voor een uitzonderingspositie voor de sigaar: “Het is een niet verslavend natuurproduct en staat ver af van de grote tabaksindustrie.”

Richard Dekhuijzen, hoogleraar longziekten aan de Radboud Universiteit, denkt daar anders over: “Er is evenveel kans op mond-, keel-, en hersenkanker bij sigarenrokers als sigarettenrokers. De kans op longkanker is lager, door minder directe inhalatie, maar er is nog altijd de opname door het mondslijmvlies, en de uitgeblazen rookpluimen worden ook ingeademd. Dat sigarenrokers minder vaak roken, wordt gecompenseerd door de ­grotere hoeveelheid tabak en direct tabakcontact via het dekblad. Natuurproduct? Leuk geprobeerd.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden