Proefwerk

De Vliegende Schotel (4)

Beam me up, Veggie! De Vliegende Schotel is hopeloos gedateerd, en niemand lijkt er met plezier te werken -  vooral de kok niet.

Restaurant de Vliegende Schotel. Beeld Rink Hof

Het is een geweldige tijd om te stoppen met vlees eten, of ten minste om te minderen. Prachtige groenten, kruiden en granen zijn op bijna elke straathoek te koop. In een artikel over de groentehype schreef ik laatst iets onaardigs over vegetarische restaurants. Dat het aan hen niet heeft gelegen dat groenten zo hip zijn, omdat de meeste het muffe jarenzeventigreformhol maar nauwelijks zijn ontgroeid.

Een medewerker van De Vliegende Schotel, de oudste vegetarische zaak van de stad, mailde: 'Leuk dat al die koks ineens met groente bezig zijn, maar waarom moet Het Parool dan juist díe plekken afzeiken die het al dertig jaar doen?'

Hij heeft gelijk, dacht ik. Wanneer was ik voor het laatst in een vegetarisch restaurant geweest? Daar zou de tijd toch ook niet hebben stilgestaan?

Kraakpand
Heilige Franciscus, dat viel tegen. De Vliegende Schotel ziet er precies uit zoals in mijn hoofd: edelstenen, kleurtjes op de muren, reclames voor energetische ­healings en cursussen Afrikaans dansen en een boos kijkende kok met lange dreadlocks onder een lubberpet. De kraakpandachtige inrichting zou je charmant kunnen noemen als het er niet zo vies was geweest: dode spinnen en rag bungelen uit de lampen, op de wc durf ik niet te gaan zitten en de rommelige zijkamer stinkt naar kattenpis. Het is er bovendien koud. De serveerster is een jonge vrouw die geen Nederlands spreekt. Wat hebben jullie voor witte wijn? 'Dry,' snauwt ze. Ja, en wat voor wijn is het? Met een diepe zucht draait ze zich om, loopt naar de koelkast, kwakt de fles edelzwicker met een klap op tafel. Ze beent weg zonder een woord te zeggen. Die wijn stond trouwens al een paar dagen open.

Voorgerechten liggen rond de € 5, hoofdgerechten rond de € 13. Goedkoop, zeker gezien het feit dat er grotendeels biologische ingrediënten worden gebruikt. Maar alles is zo crimineel slecht klaargemaakt dat het weinig troost biedt. Gerechten zijn niet op smaak, niet goed gegaard en compleet lukraak gekruid. De waterige zoeteaardappelsoep smaakt naar pure tabasco; de kikkererwtensoep, blauwgrijs van kleur, naar kurkige oude knoflook. Die laatste zit ook vol stroeve brokjes. We krijgen geen brood. Van zowel zoete aardappelen als kikkererwten kun je met hetzelfde gemak en voor dezelfde lage prijs (allebei € 3,50) lékkere soepen maken, als je de groenten maar gaarkookt, de bouillon kruidt en het geheel zorgvuldig opdraait met bijvoorbeeld een beetje olijfolie. Plukje verse kruiden erop: klaar! Maar dat is allemaal niet gebeurd.

Godallejezus veel komijn
In zowel de grote bonken rubberige gefrituurde seitan (tarwegluten, € 5) als in bijna alle bijgerechten zit zo godallejezus veel komijn dat we de nacht erna boeren alsof we allebei een Kapsalon op hebben. De hoofdgerechten hebben het probleem dat veel vegetarische hoofdgerechten hebben, namelijk dat het eigenlijk geen gerechten zijn - eerder een muffig ratjetoe. Een koolslaatje zit erbij, een bietensla, bulgur en vooruit: heel goede bruine rijst.

Het gerecht met de onbegrijpelijke naam 'Groenteschotel uit het regenwoud van Borneo' (hebben ze daar dan sperziebonen? € 13,50) is grauw en gemaakt met ranzige santen. Het is weer héél scherp, zonder achterliggende smaak om die pit te ondersteunen. Met de tempé erin is niets gebeurd: niet gemarineerd of aangebakken, gewoon rauw erdoorheen gekwakt. Het geitenkaas­buideltje van bladerdeeg (€ 13,50) is aan de onderkant doorweekt en ongaar, er zit goedkoop smakende ­geitenkaas in en wat spinazie. De beloofde basilicum is nergens te bekennen - je zal maar worden betrapt op het gebruik van verse kruiden.

De desserts, appel-perentaartaart en brownie (beide € 4) zijn om te huilen. De taart heeft zo te proeven dagen in de koelkast gestaan en is uiteengevallen tot een zielig hoopje kruimels, de 'warme brownie' is verbrand van buiten en koelkastkoud van binnen. De kok lijkt zelfs de meest basale kooktechnieken niet te beheersen, en ook nog eens volstrekt geen zin te hebben om er iets van te maken. Geen interessante wintergroenten, geen balans, geen elegantie. Studentenprutjes zijn het.

De Vliegende Schotel is een fossiel uit de tijd dat de gangbare mening was dat vegetariërs dankbaar moesten zijn voor wat ze kregen, dat vleesloos eten buiten de discussie over goede smaak viel omdat dat nu eenmaal de prijs was van je goede geweten. Dit is precies de reden dat vegetarisch eten lang een slecht imago had. Gelukkig is die tijd voorbij.

Best Nirvana Unplugged in New York wordt gedraaid. Dat had ik zeker al tien jaar niet meer gehoord. En de bruine rijst is lekker.

Minder Geen van de gerechten is goed klaargemaakt, maar het allerverdrietigst worden we van het feit dat alles zo inspiratieloos is: een schrijnend gebrek aan nieuwsgierigheid en plezier. En olie. En zout.

Opvallend Dat dit nog bestaat. Vegetariërs verdienen beter!

De Vliegende Schotel
Nieuwe Leliestraat 162
1015 HE Amsterdam
ma-zo 16-23 uur
020-6252041

Hiske Versprille. Beeld Steven Dahlberg
 
De taart heeft zo te proeven dagen in de koelkast gestaan en is uiteengevallen tot een zielig hoopje kruimels
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden