Hortus Botanicus probeert de Victoria lelie elke zomer te laten bloeien.

Plus Achtergrond

De Victoria lelie in de Hortus: bloem der bloemen, open u...?!

Hortus Botanicus probeert de Victoria lelie elke zomer te laten bloeien. Beeld Teska Overbeeke

De koningin van het plantenrijk, de Victoria lelie, is beeldschoon, onweerstaanbaar en een eigenwijze trut tegelijk. De Hortus probeert haar elke zomer te laten bloeien. Geen sinecure, ook dit jaar niet.

“Het zou zomaar eens kunnen van niet,” zegt Jos van der Hoek (56), al een kwart eeuw tuinman in de Amsterdamse Hortus Botanicus. “Te veel pech gehad, niets aan te doen.” Het moet gezegd: de groene schijven van de Victoria lelie liggen er halverwege de zomer treurig bij. Gescheurd, gerafeld, nog steeds wat bescheiden van formaat: moet hier de bloem der bloemen uit komen?

Van der Hoek haalt zijn schouders op. “Sommige dingen heb je nu eenmaal niet in de hand.” Onbewogen klinkt hij, maar het kán hem bijna niet niks doen. Want de Victoria lelie, dat is zíjn project – elk jaar opnieuw.

Veel groener dan de vingers van Van der Hoek vind je ze nergens. Naast zijn werk bij de Hortus bestiert hij een volkstuintje. Komt hij daarvan thuis, dan tuiniert ie verder in zijn voor- of achtertuin.

Maar het is moeilijk te peilen of hij in mineur is over de droeve staat van de lelie. Hij is een doener, geen prater, en het gezicht onder zijn royale baard laat zich niet lezen.

De stemming was een paar weken ­daarvoor in elk geval nog opperbest. Een ­vrolijke processie ging vanuit de Overtuin (waar de Hortus kweekt, groeit en bewaart, niet toegankelijk voor publiek), de straat over, een bruggetje over, de tuin in en dan halt bij de vijver. Onder toeziend oog van een paar Hortusnotabelen ging Van der Hoek het water in voor de laatste meters met bescheiden doch onmiskenbaar ontsproten lelietjes. Midden in de vijver werden ze neergevlijd en er ging meteen een kooitje omheen: voor eigen bestwil.

Tuinman Jos van der Hoek: ‘In de Amazone regent het ook.’ Beeld Teska Overbeeke

Maar toen het noodlot. De Victoria van dit jaar lag nog maar net in haar buitenbad of de wind stak op. Zomerstorm, en flink ook. En nu kan ze best wat hebben, maar tegen dit geweld – kooitje of niet – was de Victoria nauwelijks bestand. Toen de wind was gaan liggen, werd de schade duidelijk: de bladschijven lagen er aan flarden geblazen bij. Een paar waren er nog intact. En dan was de wind nog maar de eerste plaag.

Nummer twee: kinderen met steentjes. Bij een feestje in de tuin gooiden ze – even ontsnapt aan het ouderlijk gezag – vrolijk de kiezels van het pad op die arme Victoria. Gebutst en vol gaten bleef ze achter. 

Medische plantentuin

Arme Victoria. In de Hortus heeft ze een ereplek en haar geschiedenis is een lange hier. In een van de oudste botanische tuinen ter wereld, opgericht in 1638 door het Amsterdamse stadsbestuur als medische plantentuin, was haar komst ooit de redding. Halverwege de 19de eeuw deed ze in één klap de teruglopende bezoekersaantallen van de tuin omkeren, zo staat geschreven in Een sieraad voor de stad (1994), een lijvig naslagwerk over de Hortus. Na de ontdekking van de lelie – in 1801 in het binnenland van Bolivia – probeerden tal van Europese tuinen er eentje tot bloei te brengen. Dat lukte pas een halve eeuw later. Toen kon Amsterdam niet achterblijven.

Mee in de Victoria-wedloop dus. In de lente van 1859 haalde men in Gent een paar kiemplanten van de zo gekoesterde lelie op in zinken trommels.

Het lukte maar net: de Victoria lelie produceerde één knop. Maar één was genoeg: hij bloeide – de Nederlandse ­primeur. Het jaar daarna kweekte men mis vanwege een frisse zomer, maar in 1861 werd ze een spektakelstuk. Acht knoppen kwamen tot bloei in een periode van eind juli tot eind augustus. En Amsterdam kwam kijken, massaal. Voor een kwartje mocht men ’s avonds naar binnen bij de kas, verlicht door olielampen die op de bladeren stonden.

Daarna volgt een lange geschiedenis met de nodige hiaten. Soms eens een paar jaar niet, dan weer een paar jaar wel. In de oude, nu afgebroken kassen. In de plastic noodkas. En in de nieuwe tropische kas. Totdat het groen daar zo welig tierde dat het te donker werd voor de lelie. Want de lelie blieft licht. Elk jaar werd het minder, totdat ze begin deze eeuw een krachtig wilsbesluit namen: naar buiten ermee.

Uniek, want geen enkele andere botanische tuin in Nederland doet het op die manier. Geen wonder, want binnen mag het al een bewerkelijke aangelegenheid zijn, buiten is hare majesteit helemaal een zorgenkindje. Al is het maar omdat de vijver warm moet zijn, minstens 27 graden. Maar toch, ergens hóórt ze buiten, vindt Jos. “In de tropen liggen ze toch ook in de open lucht? En daar regent het ook hoor, soms nog veel harder dan hier.”

Bezoekers aan de rand van de tropisch warme (minstens 27 graden) vijver van de Victoria lelie. Beeld Teska Overbeeke

Restwarmte

Dus daar ligt ze nu. Heerlijk verwarmd door een ingenieuze constructie waarbij de restwarmte van de nabijgelegen Hermitage via een buis naar de Hortus komt om daar de kassen en de vijver op temperatuur te brengen. Duurzaam dus, en in de nabije toekomst moet de Hortus nog veel duurzamer worden. Zo zijn ook de plannen voor de vernieuwde drieklimatenkas met de groenste bedoelingen.

Maar de Victoria blijft liggen waar ze ligt, in haar verwarmde vijver, het botanische summum te wezen. Dat is ze van oudsher, maar ook nu staat ze symbool voor wat de Hortus wil zijn. De werking van de plant (zie kader) maakt de kwetsbaarheid van onze natuur inzichtelijk, zegt Carlien Blok (48), directeur van de Hortus.

“Gif gaat bijvoorbeeld ten koste van de kevers, zonder die kevers geen bestuiving en zonder bestuiving geen Victoria lelie. In de natuur heeft alles met elkaar te maken en dat kunnen alleen wij, mensen, verstoren en zelfs verwoesten. Ons doel is dat bezoekers van de Hortus zich realiseren hoe belangrijk planten zijn voor het leven op aarde en daar hopelijk naar gaan handelen. Maar behalve dat: de Victoria is natuurlijk gewoon prachtig. Onze eigen Nachtwacht? Dat is overdreven. Maar een publiekstrekker: zeker.”

Geen kwaad woord over de plant der ­planten dus, maar intussen houdt ze zich teleurstellend koest. Aangedaan door de valse start is er voorlopig nog geen knop te zien. Op een zonnige ochtend staat Van der Hoek haar te besproeien, duim op de tuit van de tuinslag om een tropisch buitje te simuleren. “Want in de Amazone regent het ook,” zegt hij nog maar eens, maar hij kijkt bedenkelijk. Vaste gasten vragen het hier en daar: “Komt er nog wat van?” Het antwoord, nog steeds: voorlopig niet.

Maar dan gaat het opeens écht zomeren. Als het kwik in Amsterdam over de dertig graden kukelt, krimpt de Hortus ineen. Waar hitterecords sneuvelen, doen planten dat ook. De veldbloemen naast de woestijnkas bijvoorbeeld. Zo kleurrijk als ze waren, zo droog ogen ze nu. Amper valt er tegenop te sproeien, al doet de tuinbrigade wat ze kan. Maar zucht ál het groen onder de zinderende hitte?

Nee: daar waar de rest van de tuin lijdt, voltrekt zich het wonder. De Victoria lelie leeft op. Hoe warmer hoe beter, hoe meer zon, hoe gelukkiger ze is. En dat jubelende ballet van fotosynthese doet groeien, snel opeens nu. Zo snel dat niemand ziet aankomen wat op een avond in de eerste week van augustus gebeurt: ze bloeit, gaat dicht, bloeit en verwelkt. En is Van der Hoek tot overmaat van ramp op vakantie.

Tegenvallende glorie

De bloei kwam zó plotseling dat de ruchtbaarheid uitbleef. En alsof ze de respons op het moment van glorie zelf ook wat vond tegenvallen, houdt de lelie zich de dagen daarna koest. Knoppen genoeg, dus ze móét nog een paar prachtbloemen over hebben. Maar wanneer, dat weet alleen zijzelf. En dus plaagt ze, een vilein spel van verwachting. Hard to get, al de hele zomer.

Nog bijna twee weken bouwt ze de spanning op als Martin Smit (36, collectiebeheerder bij de Hortus) opeens actie ziet bij een knop. En inderdaad, die avond doet ze het weer. De volgende dag zit Smit in de kleine bibliotheek van de Hortus. Hij zegt: “Wat de leeuw voor een dierentuin is, dat is de Victoria lelie voor een botanische tuin. Iedereen wil die zien, alle aandacht eist ze op. En het maakt niet uit hoeveel andere tuinen haar hebben: de fascinatie blijft onverminderd.”

Zo is het ook bij hem zelf. Alsof hij het zelf ook voor het eerst ziet, kijkt hij op YouTube naar een timelapse van een ­Victoria lelie van knop tot bloem. In Zuid-Afrika had hij de enige bloeiende Victoria van het hele continent onder z’n hoede: hij kan de rij mensen bij de ingang nog steeds voor zich zien. Dit jaar keek hij mee met Van der Hoek. “Moeizaam ging het, heel moeizaam. Eerst wilden de zaden maar niet ontkiemen. Er moesten nieuwe komen, uit de Botanische tuinen van ­Cambridge en Helsinki. Toen gebeurde er wat. Maar ja, koude lente, stormen. Jos heeft nog vruchtbaarheidsballetjes tussen haar wortels gestoken, maar wat ze echt nodig had was een hittegolf.”

Tweede bloem

Die kreeg ze, en vanavond moet haar tweede bloem komen. De roze, minder geurig en iets minder spectaculair dan de witte variant van de eerste avond, maar nog steeds prachtig. Smit wil het laten zien.

De zon is net onder en langzaam valt er schemer over de tuin, nu niet open voor publiek. Zonder mensen is het geluid hier anders dan in de rest van de stad. De bomen ruisen en er klinken vogels. In de verte hoor je de tram wel rinkelen, maar het klinkt als een andere wereld. Ajax speelt vanavond maar ook dát voelt triviaal. Want daar ligt ze: Victoria. Voorzichtig open, steeds een beetje meer, hoe donkerder het wordt. Het is de apotheose van een zomer smachten.

Natuurlijk, ze gaat de komende weken nog een paar keer bloeien, maar nu is nu. Nog wat verlegen lijkt ze. Maar ontegenzeggelijk een plaatje. Na even bewonderen gaat Smit de vijver in om een piepschuimen knutselwerk onder de bloem te schuiven om later haar zaad mee op te vangen. Nu staat ze fier rechtop. Zelfverzekerder lijkt wel. Helemaal floreren doet ze nog niet, maar toch nemen we afscheid. Het is goed zo, nu is het aan haar.

Martin Smit schuift piepschuim onder de Victoria lelie om zaad op te vangen. Beeld Teska Overbeeke

Toch doet iets smachten naar meer. Hoe zou ze zijn in haar volste glorie? Op haar mooist? Uren later – midden in de nacht nu – is het alsof ze lispelt vanuit haar vijver: ‘Kom kijken, nog één keer.’ Nog eens erheen dus. Pikdonker, nu zijn zelfs de vogels stil. Maar net als het spooky wordt, ligt ze daar zoals ze bedoeld is: groots, op het toppunt van haar bloei. Magisch, als Assepoester op het bal. En net als Assepoester is ze morgen verdwenen.

Onvoorspelbaar

Toch? Nee dus. Haar grillige onvoorspelbaarheid kent geen grenzen. Zelfs natuurwetten, nota bene haar éigen wetten: ze breekt ze als het haar blieft. Want de volgende ochtend bloeit ze nog steeds. Om eerlijk te zijn: nog mooier dan vannacht. Nog weelderiger, nog uitdagender. Lekker púh, lijkt ze te zeggen, terwijl ze zich laat bewonderen door honderden bezoekers, gewoon op klaarlichte dag.

Het is zover: de eerste bloem (wit) van de Victoria lelie gaat open. Beeld Teska Overbeeke

Is er dan niks meer heilig? Betekende het dan niks, die nacht samen? Wat in het donker zo bijzonder was, iets tussen ons, dat is nu voor iedereen. Ronduit ordinair, hoe ze lonkt naar aandacht, haar binnenste bevallig naar de zon gericht. Zachtroze, roomwit: god, wat is ze mooi. En ongrijpbaar. En eigenwijs. Een trut eigenlijk.

Maar een beeldschone, onweerstaanbare trut. En morgen is ze weer uitgebloeid – nu écht.

Victoria lelie

Beeldschoon, iconisch, de koningin van het plantenrijk, maar wat speelt zich nu precies af als zo’n reuzen-waterlelie bloeit? Dat bloeien gaat in twee nachten. De eerste bloem is wit en als het snel donker wordt, kan deze binnen een uur helemaal openstaan. Het geeft dan een sterke geur af, die doet denken aan meloen of ananas. Dat trekt kevertjes aan, die naar binnen worden gelokt en die voor de bestuiving ­zorgen. De volgende dag sluit de bloem weer om de daaropvolgende avond weer open te gaan, nu niet meer wit maar roze. Daarna vormt de bloem zaad en verwelkt. Als de Victoria lelie nog een paar keer bloeit, ­organiseert de Hortus een extra openstelling. Houd hiervoor de sociale media en de website van de Hortus goed in de gaten. Daar vind je ook de podcast Podplanten; aflevering 13 gaat over de ­Victoria lelie.

‘Zachtroze, roomwit: god, wat is ze mooi. En ongrijpbaar.’ Beeld Teska Overbeeke
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden