Review

De verwachtingen voor Wolf waren hooggespannen en worden meer dan waargemaakt ****

De verrassing van het vorige bioscoopjaar was Rabat van Jim Taihuttu en producent Habbekrats, culminerend in een Gouden Kalf voor hoofdrolspeler Nasrdin Dchar én die gloedvolle speech over het belang van dromen en het overwinnen van angsten.

Beeld Filmdepot

Als de lat voor de tweede film van Taihuttu al niet hoog lag, dan zorgde die toespraak uit het hart er wel voor. De verwachtingen voor Wolf, door de makers een negatief van Rabat genoemd, waren hooggespannen en worden, zoals we deze week kunnen vaststellen, meer dan waargemaakt. Als Rabat een film is met een warme gloed over jeugdvrienden die elkaar weer vinden op een roadtrip naar het zuiden, dan is Wolf de keerzijde van de medaille: een zwart-witfilm over opgroeien in de buitenwijk, over uitzichtloze levens en over verraad. Over een weg die nergens heen leidt.

De film zit op de huid van Majid (Marwan Kenzari), een jongen die in het begin van de film terugkeert uit de gevangenis. Hij heeft het respect van zijn vader verspeeld, zijn broer (Nasrdin Dchar) ligt met kanker in het ziekenhuis en via de reclassering heeft hij een baantje bij de bloemenveiling. Met vriend Adil (Chemseddine Amar) gaat hij verder waar hij gebleven is op het pad van de kleine criminaliteit. Een mogelijk pad naar een beter leven loopt via de kickboksschool van Ben (Raymond Thiry), die een rauw talent bij Majid ontdekt - vooral als hij één van de sterren van de school de ring uitslaat. Er zijn dus mogelijkheden om een andere weg in te slaan, maar Majid heeft weinig hoop in een goede afloop; daarvoor is hij te zeer beschadigd.

In Wolf wordt weinig aan maatschappelijke duiding gedaan; de straatwereld van een buitenwijk in een grote Hollandse stad (opnamen waren in Utrecht) is grauw. De jongens hebben geen enkele behoefte het lange pad te volgen. Ze pakken wat ze hebben willen en de stap naar gewapende overval is snel gemaakt. Er is weinig ruimte voor politieke correctheid in Wolf: de Marokkaanse straatjongens ontgroeien de straat en sluiten zich aan bij de Turkse maffia, een oog houdend op hun Surinaamse en Antilliaanse concurrenten. Wolf raakt aan de verhalen van deze tijd: over de ontsporing van Marokkaanse criminelen, die elkaar met grote regelmaat afmaken in de straten van Amsterdam, maar ook aan de fascinatie voor een figuur als vechtsporter Badr Hari, waar glamour en agressie een onzalig huwelijk aangaan.

Wolf werkt vooral door de figuur van Majid, door Marwan Kenzari met een zeldzame intensiteit gespeeld. Het is niet alleen de extreme fysieke voorbereiding die hem de gestalte van een vechtsporter heeft gegeven, het is alsof hij elk moment kan uitbarsten. De vergelijking met het roofdier uit de titel is snel gemaakt. Hij doet denken aan de geweldige Belgische acteur Matthias Schoenaerts in Rundskop: de belichaming van kracht en frustratie.

Er valt het een en ander aan te merken op Wolf. De rol van Bo Maerten als het Hollandse meisje dat op gangsters valt en daarmee de krachten van de jaloezie losmaakt, is eendimensionaal geschreven. Een jachtscène waarbij onze held een wolf in het vizier krijgt, legt al te nadrukkelijk de nadruk op de titel en het metaforische beeld van de eenzame wolf, uiteindelijk verloren buiten zijn roedel.

Maar wat recht overeind blijft, zijn de rauwe energie, de woede en ook het plezier waarmee Wolf is gemaakt. Na Die Welt en Borgman is Wolf de derde film in korte tijd die aangeeft dat de Nederlandse film opwindend en relevant kan zijn. Nu moet het publiek het nog ontdekken.

De volgende film van Taihuttu gaat over de politionele acties. En waarom ook niet?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden