Plus

De verhalen over Sal Meijer zijn legendarisch

Broodjeszaak Sal Meijer aan de Scheldestraat in Zuid gaat per 31 december dicht. In 2007, toen de winkel 50 jaar bestond, maakte verslaggever Hanneloes Pen onderstaande reportage over de beroemde broodjeszaak.

De broodjes ossenworst, half om en de viskoekjes, maar ook de sfeer van broodjeszaak Sal Meijer zijn beroemd. Beeld sal-meijer.com

In het hoekje pal naast de toonbank, het tafeltje van de vaste klanten, zitten vier mannen. Ze zijn er elke dag, rond lunchtijd. 'Hij komt voor mij,' zegt Hans Vlessing, wijzend naar Herman Gazan. 'En ik weer voor hem.' Gazan kan de broodjeszaak letterlijk niet voorbijlopen. Zijn hond Coco trekt zo hard aan de riem dat hij wel naar binnen moet. 'Coco krijgt hier altijd ossenworst. De vette soort. Vandaar.'

Vlessing, die nu in Amerika woont, en Gazan kwamen al bij Sal Meijer toen de broodjeszaak nog op de Nieuwmarkt zat. Ook hun vriend Herman Beesemer is er eentje van de oude Meijerstempel. Beesemer: 'Je vertelt elkaar wetenswaardigheden en een mop of je vraagt naar elkaars familie.'

De broodjes pekelvlees, bordjes koolsalade en viskoekjes komen in rap tempo op tafel. De kopjes thee evenzeer.

Gabbers
Koffie met melk wordt hier niet geschonken. Daarom gaan de heren na de lunch meestal nog even naar de overkant voor een lekkere cappuccino. 'Maurits heeft wel sojamelk, maar we gaan liever even verderop. Ja, we eten altijd koosjer... als we hier zijn,' zegt journalist en stamgast G. Philip Mok.

Joop Tertaas, een andere vaste klant, woonde vlakbij de Nieuwmarkt. Als klein jongetje kwam hij al in de zaak van Quiros, waar Sal Meijer werkte. 'Later stuurde mijn vrouw me naar Sal Meijer. Ik lunchte namelijk nooit en dat vond mijn vrouw erg. Nu kom ik er bijna iedere dag. Met m'n gabbers. Iedere dag spreken we met elkaar. Wij weten de oplossingen voor veel problemen, alleen... niemand luistert ernaar. We roddelen wat, praten over drank, vrouwen en auto's, en hebben een motto: das Leben soll man genießen.'

Binnenvetter
De verhalen over Sal Meijer zijn legendarisch. 'Hij serveerde vaak broodjes hamburgerrib. 'Broodje ham,' riep hij keihard door de zaak, en 'burgerrib' er zachtjes achteraan,' vertelt Mok, die in 1951 als scholier van de Joodse HBS tussen de middag bij Quiros kwam. 'We liepen via de Wallen - even geveltjes kijken - naar het Waterlooplein om er een broodje te eten. Later ging ik als student naar de Nieuwmarkt. Sal Meijer was een man met droog-koddige humor. Hij zei altijd: 'De zaak is niet van mij, de zaak is van de Wibautstraat.' Een beetje van die middenstandsgrappen.'

'Meijer was ook een binnenvetter. Hij had de oorlog overleefd, maar de meesten van zijn familie - zijn ouders en vijf van zijn zes broers - niet. Joop van Tijn kreeg hem een beetje aan het praten over de oorlog. Maar voor de rest hield hij zijn mond daarover stijf dicht.'

Glas melk
Op de Nieuwmarkt kreeg Meijer vaak in de ochtend mensen die tot diep in de nacht uit waren geweest. Die vroegen dan een glas melk bij hun broodje, maar dan zei hij altijd: 'Sorry, de melkboer is nog niet geweest.' 'Hij had geen zin om het uit te leggen aan iemand die was doorgezakt,' zegt Gazan, die als jochie van acht Meijer nog heeft geholpen bij het klaarzetten van de spullen vlak voor een dienst in de synagoge in de Swammerdamstraat.

De broodjes ossenworst, half om en de viskoekjes, maar ook de sfeer van broodjeszaak Sal Meijer zijn zo beroemd dat er soms mensen met een briefje binnenkomen waarop de naam van de zaak staat gekrabbeld. Mok: 'Ik kende een Joodse man uit Peru die bij aankomst in Nederland altijd direct van Schiphol naar Sal Meijer toog. Daarna deed hij pas andere dingen. Het was een bedevaart naar zijn verleden.'

'Altijd animatie'
Als iemand bij Meijer de zaak binnenstapt, richten de meeste hoofden zich even naar de deur. Een nieuwe klant schudt altijd wel iemand de hand. 'Dit is het enige nog wat er aan Jodendom in Amsterdam over is. De sjoel is belangrijk voor sociale contacten, maar dit... Je komt hier eigenlijk voor de klanten. En, heel handig, we hoeven niet de menukaart te raadplegen. We weten wat erop staat,' zegt Mok.

Achterin de zaak zit een orthodoxe man aan een tafeltje. Hij loopt op eigenaar Maurits Blog af en gaat met hem mee achter de toonbank. Hij blijkt de man van het rabbinaal toezicht te zijn. 'Ik kom hier twee keer in de maand de zaak controleren. Het eten is hier namelijk koosjer. Daar vertrouwen de klanten op. Ik kom altijd onaangekondigd. Ik kijk of het vlees en de vis gescheiden van elkaar zijn, en let op de ingrediënten,' zegt de man, rabbijn Eliezer Wolff van de Nederlands-Israëlitische Hoofdsynagoge.

Of hij graag bij Meijer komt? 'Het is hier altijd heel levendig. Er is altijd animatie,' zegt Wolff met een glimlach.

Frits Barend en Conny Mus
Eigenares Marjan Blog-Meijer staat intussen het vlees te snijden op de snijmachine. 'Kijk je uit voor je vingers, anders hebben we straks een broodje vinger,' roept Beesemer. 'Ach, ze zijn toch koosjer,' grijnst Vlessing. Een onwetende klant die een broodje ham vraagt, krijgt van Blog gewoon een broodje pekelvlees voorgezet. Dat vinden ze vaak zo lekker dat ze later weer om een broodje ham vragen, luidt het verhaal.

Beesemer: 'Dat pekelvlees van Maurits is voortreffelijk. Vraag hem maar naar zijn geheim.' Maar dat geheim wil Blog niet kwijt. Een tipje van de sluier dan: 'Ik zet het een week in het zout.' En wie er allemaal van zijn pekelvlees genieten, daar laat hij zich al helemaal niet over uit. 'We noemen geen namen.'

Maar de vrienden zijn er wat trots op dat bekenden als Bob Steinmetz, Frits Barend, Conny Mus, Hanneke Groenteman en Catherine Keyl naar de zaak komen. 'Bram Moszkowicz eet hier ook wel eens een broodje. Vroeger kwam er ook penoze. Jopie de Vries zagen we er ook wel,' zegt Gazan.

Pekelzuur
Ook duikt de naam van Victor Waterman op. De man woonde drie hoog op de Albert Cuyp en kwam iedere dag naar Sal Meijer. 's Zomers en 's winters keurig gekleed in een pak met das, zoals de bezoekers van Schiller vroeger. Vlessing: 'En dan had je Herman Morpurgo, die vroeger een textielzaak had in de Kalverstraat. Dan stopte hij zijn hand in de pot pekelzuur en zei: 'Zo die is ook weer schoon'.'

Mok pakt zijn portemonnee en haalt er een foto uit. 'Ik ontmoet hier ook mensen die ineens iets over mijn familie kunnen vertellen. Een tijd geleden kwam ik hier een man tegen die me over een monument voor confectiefabriek Hollandia vertelde, waar mijn moeder altijd heeft gewerkt. Ze had daar net als alle andere werknemers een foto voor een pasje moeten laten maken. Die foto zat nog ergens in een archief. En sindsdien heb ik een goeie foto van haar. Ik had alleen een trouwfoto, met een sluier voor haar gezicht.'

'Meijer is mijn sjoel'
Ook ontmoette Mok hier een Joodse man die vroeger bij zijn grootouders over de vloer kwam. 'Voor dat soort dingen kom je toch ook een beetje. Dan hoor je ineens de verhalen.'

Beesemer: 'Dit is Anatevka. Fiddler on the roof. Pure traditie. Ik kom niet in sjoel, maar hier. Dan ben je toch onder elkaar.' Mok: 'Ik loop de synagoge ook niet plat. Trouwens, in de sjoel van de orthodoxen kun je wel met elkaar praten tijdens de dienst, maar bij de liberale joden absoluut niet. Die zijn een stuk vromer. Als je daar iets zegt, is het meteen: 'Ssst!' Meijer is mijn sjoel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.