PlusDe klas in

De vader weet het: het móét havo zijn

Uitzonderlijke tijden in het onderwijs. Jocelyn Vreugdenhil volgt leerkrachten van basisscholen in Amsterdam. Deze week: groep 8, Noord.

null Beeld Inge Duiker
Beeld Inge Duiker

De meester van groep 8 heeft ze regelmatig voorbij zien komen, de dwingende mails van ouders over het te lage schooladvies van hun kinderen. “Dan staat er een simpele vraag in de mail, zoals: ‘Mag ik dit of dat even inzien?’ met een advocatenkantoor in de cc.”

Boze en teleurgestelde ouders laten niet alleen via de mail van zich horen, maar ook tijdens de adviesgesprekken halverwege het schooljaar van groep 8. Na de ­uitslag van de laatste Cito-toetsen. Daar is vaak een duidelijk patroon in te ontdekken, aldus de meester. De eerste 7,5 jaar van de basisschooltijd is er uitsluitend contact met de moeder: die gaat mee met uitjes, knutselt een ochtend mee in de klas en voert alle oudergesprekken. Dan komt het schooladvies en is daar ineens de vader. Als een konijn uit een hoge hoed. “Hallo, wie bent u?” vraagt de meester dan verbaasd. “De vader? Nou, wat leuk u te ontmoeten.”

Compensatiedrang, vermoedt de meester. Van vaders die zelf een lagere opleiding hebben gevolgd dan ze aankonden of hem niet hebben afgemaakt. Zo ook bij de man wiens dochter het advies kreeg om praktijkonderwijs te volgen. Een lieve, hardwerkende leerling. Ze wilde graag schoonheidsspecialist worden, dus alles leek daarvoor in orde. Leerling blij en moeder – die na alle rapportgesprekken precies begreep waar het advies vandaan kwam – tevreden.

De leraar had er, na stevig onderhandelen met de vmbo-school, zelfs een vmbo-b-advies van kunnen maken in plaats van praktijkonderwijs, met een beter perspectief voor doorstromen. Hij had alvast een plek voor haar geregeld. Tevreden belde hij de vader om het goede nieuws te vertellen. “Wat denk je wel niet!” was zijn reactie, en hij hing woedend op.

Er volgde een adviesgesprek met beide ouders op school. “Je kent mijn kind niet. Dit moet havo zijn,” schreeuwde de vader vanaf de andere kant van de tafel. “Ik was een laatbloeier en heb uiteindelijk havo gehaald, dus het komt heus wel goed.”

De meester liet op rustige toon weten dat het beter voor de dochter was om op het vmbo te starten, dat haar IQ-score ook ­uitwees dat ze daar op haar plek zou zijn. Dat ze van daaruit door kon naar de havo. Alles op haar eigen tempo. Met daarbij de waarschuwing dat het verkeerd uit zou kunnen pakken als ze begon op een niveau dat nu te hoog gegrepen was.

De grote, sterke man ging staan en riep: “Oké, dan gaan we nu over naar fase 2.”

De vrouw keek naar haar man, maar deed niets. De meester bleef zitten. “Ik weet niet wat dat precies inhoudt, maar ik denk niet dat ik naar fase 2 wil,” zei de meester verbaasd. De man bleef staan. “Als ik nu moet knokken, ga ik verliezen. Dus dat doe ik liever niet,” ging de meester verder.

Deze opmerking bracht de man zichtbaar van zijn stuk. Nu bleek dat er niets te knokken viel, besloot hij weer te gaan zitten, waar­op de meester het gesprek voortzette. Met in zijn achterhoofd de vraag wat fase 3 dan in godsnaam zou zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden