PlusMuziek

Dé twee grote jazztalenten van Nederland brengen samen debuutalbum uit: ‘Jazz is een taal, en die spreken wij’

Als grote jazztalenten waren de twee al vaker te horen op platen van anderen, maar nu debuteren trompettist Ian Cleaver (23) en saxofonist Gideon Tazelaar (24) met een eigen, gezamenlijk album: Volume 1.

Trompettist Ian Cleaver en saxofonist Gideon Tazelaar, die elkaar leerden kennen in het Nationaal Jeugd Jazz Orkest in 2009.   Beeld Nosh Neneh
Trompettist Ian Cleaver en saxofonist Gideon Tazelaar, die elkaar leerden kennen in het Nationaal Jeugd Jazz Orkest in 2009.Beeld Nosh Neneh

Wat doen jazzmuzikanten tijdens de pandemie? Optreden is (nog) niet mogelijk, maar studeren kan altijd natuurlijk. Samenspelen in kleine bezetting kan ook wel en er is volop ruimte om lekker te pielen. Saxofonist Gideon Tazelaar laat de wijsvinger van zijn rechterhand zien, waarop een flinke blaar zit. Die krijg je niet van saxofoon spelen.

“Ian en ik zijn de laatste tijd aan het experimenteren met andere instrumenten: hij op drums, ik op bas. Jazz is ­vooral een taal. Wij spreken die taal en we hebben zo vaak met drummers en bassisten gespeeld dat we wel weten wat we op dat gebied mooi vinden. We hoeven er niet mee op te treden, maar het gaat best leuk. Ik vind Ian een goede drummer.”

Maar Ian Cleaver is vooral een goede trompettist ­natuurlijk, zoals Gideon Tazelaar een goede saxofonist is. Als tieners golden ze al als grote beloften in de Nederlandse jazzscene. Als vroege twintigers brengen ze nu Volume 1 uit, hun albumdebuut onder eigen naam. Mooi rustige jazz staat er op de plaat die ze opnamen met de Deense bassist Felix Moseholm en de Spaanse drummer Jorge ­Rossy. De muziek doet denken aan jazz zoals die ook in de late jaren vijftig en het begin van de jaren zestig in Amerika werd gemaakt. Ouderwets? Laten we het houden op klassiek.

Grauwe gans

Op de hoes van Volume 1 is een vogel te zien op een nest met kleintjes. Een watervogel, leiden we af uit het riet op de foto. Een grauwe gans, weten Cleaver en Tazelaar. Zijn ze vogelaars? “Dat niet” zegt de laatste, “we hebben er niet echt veel verstand van, maar Ian en ik zijn het afgelopen jaar wel veel van vogels gaan houden. Tijdens de eerste lockdown hebben we samen een tijd op een Noord-­Hollands eiland gezeten.”

Waar dat mini-eiland met een huisje erop precies is, willen ze liever niet in de krant hebben. Het is namelijk privébezit van de ouders van een vriendin. De Paroollezer mag wel weten dat het een uur fietsen van Amsterdam is verwijderd. Cleaver en Tazelaar maakten er samen veel muziek, maar zeilden ook. In een Optimist, vertellen ze. Maar is een Optimist niet een kinderbootje dan?

“En toch pasten we er met zijn tweeën in,” zegt Cleaver. “Ik had als kind ook al eens in zo’n ding gezeild, maar dat was een beetje een traumatische ervaring. Ik zou op ­zeilkamp gaan en was na één dag alweer terug. Turnen en Circus Elleboog vond ik veel leuker.”

 Ian Cleaver & Gideon Tazelaar: Volume 1 (Dox Records) Beeld -
Ian Cleaver & Gideon Tazelaar: Volume 1 (Dox Records)Beeld -

Maar écht leuk vond de in Amsterdam geboren en getogen Cleaver trompet spelen. Zijn Engelse vader had ooit trompet gespeeld in een schoolorkest en diens instrument lag ongebruikt thuis. Vanaf zijn vijfde speelde Cleaver in Ons Genoegen, de fanfarevereniging in de Jordaan. “Ik droeg een oranje pak met gouden pluimpjes en had op mijn trompet zo’n klein lessenaartje met bladmuziek. Mijn vader had een brede muzikale smaak en hield ook van jazz, maar het was niet de muziek die thuis veel werd gedraaid. Ik viel ervoor toen we een keer langs het conservatorium liepen, dat toen nog in Zuid was. Ik hoorde jazz uit de ramen komen en wist: dát is mijn muziek.”

Bij Tazelaar, die opgroeide in Hilversum en vanaf zijn ­zeventiende in Amsterdam woont, ging het zo: “Mijn ouders waren ook niet met jazz bezig, ze hielden van klassiek. Ik wilde op mijn zevende drums spelen en ging kijken bij de muziekschool. In de ruimte ernaast werd saxofoonles gegeven, dat vond ik meteen veel interessanter. De jazz heb ik verder vooral zelf ontdekt. Ik luisterde al heel vroeg naar Sidney Bechet, Charlie Parker, John Coltrane en ­Sonny Rollins.”

Cleavers favoriete trompettisten in volgorde van ontdekking: “Chet Baker, van daaruit door naar Miles Davis en Dizzy Gillespie, en toen Fats Navarro en Kenny Dorham. Vrienden op school luisterden naar heel andere muziek, hiphop en zo, wat ik ook een tijd lang leuk vond, hoor. Maar op feestjes mocht ik nooit dj’en. Ze waren bang dat ik jazz zou gaan draaien, daar werden ze zenuwachtig van.”

Bij beide muzikanten kwam hun bovengemiddelde ­talent snel tot uiting. Tazelaar stond op zijn achtste al in het Concertgebouw, vanaf zijn elfde was hij een vaste jaarlijkse verschijning op het North Sea Jazz Festival. Hij zat al op zijn veertiende op het conservatorium en studeerde aan The Juilliard School of Music in New York. Cleaver, die al op zijn zestiende professioneel optrad, studeerde na het winnen van het Prinses Christina Concours ook in New York, aan The New School Jazz.

Eerbetoon aan Guidi

De twee leerden elkaar kennen toen Tazelaar elf jaar was en Ian Cleaver twaalf. Als jonge gastsolisten speelden ze toen, in 2009, mee met het Nationaal Jeugd Jazz Orkest onder leiding van Peter Guidi. Allebei deden ze een solo in Count Basies Splanky. Wat vonden ze van elkaar? “Ik was wel onder de indruk van Gideon, hij was echt al verder dan ik,” zegt Cleaver. Meteen erachteraan: “Maar hij speelde saxofoon, hè. Op trompet ben je de eerste jaren toch vooral bezig de techniek onder de knie te krijgen.”

Genoemde Guidi, een sinds de jaren tachtig in Amsterdam wonende Schot van Italiaanse komaf, hebben ze ­beiden hoog zitten. Zo hoog dat we Volume 1 een beetje mogen beschouwen als een eerbetoon aan de in 2018 overleden muzikant en bandleider. “Hij heeft zo veel mensen enthousiast weten te maken voor jazz,” zegt Tazelaar. “Hij leidde op een gegeven moment wel zes big bands met vooral jongeren. Wij hebben heel veel bij hem geleerd. Het was ook heerlijk om zo jong aansluiting te vinden bij leeftijdsgenoten die met jazz bezig waren. We waren echt hongerig om met anderen te spelen.”

Een grote rol in hun ontwikkeling speelde ook saxofonist Benjamin Herman, ooit ook een leerling van Guidi. Ze ­deden als jonge honden graag mee aan de befaamde, door Benjamin Herman geleide jamsessies in De Kring. “Op woensdagavond waren die, ze begonnen om half tien,” zegt Tazelaar. “Eerst hadden we bigbandrepetitie met ­Peter Guidi. En als we hard fietsten, konden we nog net het openingsstuk in De Kring meemaken.”

Intimiderend

Het was soms best intimiderend, zo’n jamsessie in De Kring, geeft Tazelaar toe. “Wanneer spring je erin? Je moet afwegingen maken: past dit nummer bij mij, hoeveel ­andere saxofonisten zijn er? Het is niet alleen een muzikaal, maar ook sociaal gebeuren. Maar, zoals Benjamin ook zei: je moet soms wel even ellebogen.”

Benjamin Herman is te gast op Volume 1, net als klarinettist Joris Roelofs. Maar het album is vooral een samenwerking met de eerdergenoemde bassist en generatiegenoot bassist Felix Moseholm en drummer Jorge Rossy, die van 1964 is. “Felix is een jongen als wij,” zegt Cleaver. “Jorge is een grote naam in de Europese jazz en een held van ons. Hij speelt ook vibrafoon; alles wat hij aanraakt is muzikaal. Zijn aanwezigheid zorgt ervoor dat iedereen beter gaat spelen.”

Vorig jaar zomer, toen er weer even wat meer kon, deden de vier samen wat optredens in Nederland, vooral in de openlucht. Aansluitend werd in slechts één dag in de ­Amsterdamse Electric Monkey-studio in Noord Volume 1 ­opgenomen. Die titel moeten serieus genomen worden. Komende zomer nemen Cleaver en Tazelaar Volume 2 op, ook weer in Noord, maar dan in de iets verderop gelegen Studio 150.

Opgewekt zet Cleaver de plannen uiteen. “In juli halen we Felix en Jorge weer naar Nederland. We hebben drie optredens gepland staan, onder meer in het Bimhuis. Daarna duiken we de studio in. Het is de bedoeling dat bij die opnamen publiek aanwezig is. Hopelijk kan het.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden