PlusAchtergrond

De succesvolle prentenboekenreeks Boer Boris bestaat tien jaar: ‘Die stad op de achtergrond? Dat is Amsterdam’

Boer Boris is tien jaar. Van een plan voor een eenmalig boekje groeide het Noord-Hollandse boertje van Philip Hopman en Ted van Lieshout in tien jaar uit tot een mini-imperium. En ze zijn nog lang niet klaar.

Lorianne van Gelder
De boerderij van Boer Boris waar hij woont met broer Berend en zijn zusje Sam. Beeld Philip Hopman
De boerderij van Boer Boris waar hij woont met broer Berend en zijn zusje Sam.Beeld Philip Hopman

Boer Boris heeft een boerderij.
Daar hoort 1 grote tractor bij.
Daar rijdt hij mee over zijn land
en maakt er sporen mee in ’t zand.

(uit Boer Boris, 2012, Gottmer)

Dit was het begin van de allereerste Boer Boris. Je ziet een jongen in een blauwe overall met een pet op, op een tractor die net te groot voor hem is, maar waar hij toch verrassend goed in past. Naast hem rennen een hond en een kat en hij trekt inderdaad een spoor in het zand.

Het was 2012, Boris was geboren. Althans, deze Boer Boris. Want het jongetje waar het mee begon, kwam vijf jaar eerder ter wereld. Het was het eerste zoontje van illustrator Philip Hopman (60), ook bekend van zijn tekeningen voor de Jubelientje-reeks en Wiplala van Annie M.G. Schmidt. Hij heet Boris en toen Hopman en zijn vriend hem vroegen wat hij later worden wilde, riep hij: ‘Boer!’

Hopman ging ermee naar schrijver en kunstenaar Ted van Lieshout en die vond het een mooi idee. Zo ontstond een icoon.

Van Lieshout (66) bedacht die eerste vier zinnetjes, van hierboven. Eerst alleen voor een eenmalig boekje. Maar daarop volgden er nog vele. Inmiddels is het vijftiende boek uit: Boer Boris en de luchtballon. Ook is er een badboekje, een memoryspel, een vriendenboekje, komt er nog een doeboek aan, speelt er een theatervoorstelling én is er ter gelegenheid van tien jaar Boer Boris een expositie in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Die opent zaterdag en dan verschijnt meteen ook het zestiende deel in de reeks, Boer Boris en het bootje, dat de eerste maand uitsluitend in het Zuiderzeemuseum te verkrijgen is.

Maar spreek niet van een imperium. “We zijn pas net begonnen!” roept Van Lieshout.

‘Boer Boris in de sneeuw’ (2013): zusje Sam mag even bij de verwarming. Beeld Philip Hopman
‘Boer Boris in de sneeuw’ (2013): zusje Sam mag even bij de verwarming.Beeld Philip Hopman

Ruzie

Over wie Boer Boris heeft bedacht, hebben Hopman en Van Lieshout overigens flink ruzie gehad. Hopman bedacht het mannetje, Van Lieshout gaf hem leven met tekst. Wie stond dan aan zijn wieg? Allebei. Boris is een jongen op een knusse boerderij, zonder ouders, met stoere machines. Hij is lief en ondernemend, is vaak in en om het huis, maar beleeft ook spannende avonturen met verrassende wendingen.

Van Lieshout, ook schrijver van autobiografische boeken als Mijn meneer en Schuldig kind, schrijft telkens het verhaal, altijd op rijm en daarna mag Hopman aan de slag. “Ik kan ook tekenen,” zegt Van Lieshout nog. “Maar hij is een luie tekenaar,” vult Hopman aan, die ambachtelijk met inkt, potlood en verf werkt. “Daarom teken ik, en kan hij lekker snel schrijven.”

Laatst waren ze naar een film over komisch duo Laurel & Hardy. Zo zijn zij na tien jaar ook een beetje geworden. Elkaar plagen, pesten, sarren. “Het is net een huwelijk,” concludeert Van Lieshout. Als verrassing schreef hij al vrij vroeg een broertje en zusje van Boer Boris in het verhaal. Die heten Berend en Sam. Dezelfde namen als die van de kinderen van Hopman. “Vond hij leuk, hoor. En als ik een verhaal schrijf en Philip het niets vindt, gaat het de la in.”

Bedacht Van Lieshout bij het op een na laatste boek Boer Boris en de luchtballon honderd pinguïns, (allemaal met een kuiken / behalve twee), moest Hopman ook echt al die pinguïns tekenen. Hij heeft gevloekt. “Hij vergat er twee! Toen heb ik die er maar even bij gezet,” voegt Van Lieshout droogjes toe. “Ik had ze nog genummerd, maar sommige zijn 3 millimeter groot,” reageert Hopman. Leuk detail: op elke pagina van alle Boer Boris-boeken staan een muisje en een merel. Soms vergeet Hopman die, en dan photoshopt Van Lieshout ze er bij.

Rompers en dekbedovertrekken

Voor wie nu denkt: ik heb geen kinderen, wat boeit mij een prentenboek nou? Dan even dit.

Nederlandse kinderboeken zijn zo knap, vol humor, zo mooi gemaakt, dat ze er in het buitenland alleen maar stikjaloers op zijn. Denk aan Annie M. G. Schmidt, maar ook aan Jet Boeke (Dikkie Dik), Guus Kuijer (Madelief) of Max Velthuijs (Kikker).

tekst gaat verder onder de illustratie

‘Boer Boris gaat naar de markt’ (2015). Beeld Philip Hopman
‘Boer Boris gaat naar de markt’ (2015).Beeld Philip Hopman

En dan hebben we het nog niet eens over de tekeningen gehad. Veel daarvan zijn zo iconisch dat ze niet meer weg te denken zijn uit ons collectieve geheugen: de Jip & Janneke van Fiep Westendorp kennen we zelfs van de rompers en dekbedovertrekken bij de Hema; maar ook de lange gestalten van Thé Tjong-Khing, de dromerige beelden van de Nederlands-Zweedse Marit Törnqvist en de dieren van Mance Post voor Toon Tellegen vergeet je nooit meer.

En Boer Boris hoort daar zeker bij. Het rijmt, het durft, het is grappig. De illustraties zijn uitbundig, nauwkeurig en er is altijd nog wat te ontdekken. De beste Nederlandse kinderboekenschrijvers schuwen ingewikkelde onderwerpen niet, zijn geestig zonder flauw te zijn, zijn wars van opvoedkundige boodschappen en verwerken de dood doodleuk in een boek voor 4-jarigen.

Kerstmenu of gewoon overleden

Het is niet altijd makkelijk om een onderwerp als de dood te beschrijven, ondervonden Van Lieshout en Hopman. In Kerstmis met Boer Boris (2018) sterft een van de varkens op de boerderij en dat leverde boze reacties op. ‘Wat een rotboek!’ staat er dan op Bol.com. En dat terwijl het al was afgezwakt: het dode varken bungelde in een eerdere versie nog levenloos aan een grijpmachine. “Dat bleek toch te shockerend,” zegt Hopman. “Ik had de varkenspest nog in mijn hoofd. Maar mijn kindertestpubliek reageerde niet positief.” Nu wordt het dier in een vrolijk beschilderde kist ten grave gedragen.

Ook Van Lieshout kreeg een persoonlijke boze brief. Typerend voor hun gevoel voor humor, schreef hij terug: ‘Maar mevrouw, de varkens moeten een keer dood. Of hij wordt het kerstmenu, of hij moet een natuurlijke dood sterven.’ De klaagster heeft nooit meer geantwoord.

Ergens aan de rand van een stad

Dat Boer Boris zo’n ongekend succes zou worden, met meer dan een half miljoen verkochte boeken, hadden Van Lieshout en Hopman nooit kunnen bevroeden. Wel was er al vroeg een gevoel van: dit kan iets worden. “Ik had meteen zo veel ideeën voor verhalen,” zegt Van Lieshout, die ze allemaal bijhoudt in het ‘Boer Boris log’. Hij heeft nog zeker voor vijf boeken verhalen liggen. Een dinosaurus kan ook zomaar voorbijkomen.

Heel Noord-Hollands is Boer Boris, maar eigenlijk ook heel Amsterdams. Wie goed naar de plaatjes kijkt, ziet in het plattelandslandschap altijd op de achtergrond de stad. En welke stad is dat? Hopman: “Ik heb altijd dorpjes als Ransdorp of Zunderdorp in gedachten. Dus ja: dat is Amsterdam.”

Links Philip Hopman en rechts Ted van Lieshout, schrijvers van de Boer Boris-reeks. Beeld Katinka Krijgsman
Links Philip Hopman en rechts Ted van Lieshout, schrijvers van de Boer Boris-reeks.Beeld Katinka Krijgsman

Boer Boris is jarig! is de tentoonstelling in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, 23 april t/m 23 oktober (2-t/m 7-jarigen). De theatervoorstelling Boer Boris is de baas is vanaf 30 april t/m 2023 door het hele land te zien.

De (kleine) imperia in kinderboekenland

Behalve de bekende Annie M.G. Schmidt-successen van onder meer Jip & Janneke, Floddertje en Pluk van de Petteflet, alle geïllusteerd door Fiep Westendorp, kent Nederland nog andere razend succesvolle prenten- en kinderboekenseries.

Nijntje van Dick Bruna is tot in Japan een hit. Dikkie Dik van Jet Boeke gaat al drie decennia mee, met merchandise tot lampjes en ontbijtborden aan toe. Woezel & Pip van Guusje Nederhorst zal door puristen niet als de beste kinderliteratuur worden gezien, maar is nog altijd enorm populair onder peuters, met animatieseries en zelfs luiers met opdruk. En dan zijn er nog: Kikker van Max Velthuijs, Vos en Haas van Thé Tjong-Khing en Sylvia Vanden Heede, Agent & Boef van Kees de Boer en Tjibbe Veldkamp, Sieb Posthuma en Marjet Huiberts waren goed op weg met Aadje Piraatje (tot Posthuma stierf), Annemarie van Haeringen en Rindert Kromhout zijn behoorlijk succesvol geweest met Kleine Ezel.

Nu Ted van Lieshout en Philip Hopman ook kinderboekenbobo’s zijn, willen ze graag iets terugdoen voor de volgende generatie. Sinds kort is er het Boer Boris-fonds, nog in oprichting, want ze discussiëren zich rot over hoe het allemaal gaat werken, maar uiteindelijk moet het nieuwe kinderboekenmakers een steun in de rug geven. “Misschien voor meer culturele diversiteit, of de lhbtq-groep, of gewoon voor iedereen die een goed idee heeft,” zegt Hopman. Ze hebben ieder al 5000 euro in het fonds gestopt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden