Mijn Amsterdam

De stad van cultuurjournalist Wieteke van Zeil (48): ‘Ik hou heel erg van bouwplaatsen’

Wieteke van Zeil (48), cultuurjournalist en kunsthistoricus, presenteert het nieuwe NTR-programma Kijken op gevoel. Sinds 1993 woont ze in Amsterdam. Ze komt graag in het Amsterdam Museum en op bouwplaatsen.

Wieteke van Zeil: ‘Ik zou echt niet weten wie ik zou zijn geweest als ik niet twintig jaar in Paradiso had gestaan.’ Beeld Nina Schollaardt
Wieteke van Zeil: ‘Ik zou echt niet weten wie ik zou zijn geweest als ik niet twintig jaar in Paradiso had gestaan.’Beeld Nina Schollaardt

Eerste keer Amsterdam

“Ik weet het nog goed. Ik was een jaar of 10 en had gele sokjes en een geruit rokje aan toen ik van school werd opgehaald en we naar de musical Amerika Amerika in Carré gingen. Op het toneel kreeg Jos Brink de slappe lach. Mijn zusje en ik waren nog nooit in een theater geweest, we wisten niet wat we zagen. Naast ons zat een lieve mevrouw die ons haar toneelkijker leende. Ze zag twee kleine meisjes een beetje wiebelen op de stoel. Jos Brink bleef in zijn slappe lach hangen en moest gesouffleerd worden, dat konden wij van dichtbij meemaken. Een magische ervaring en een warme eerste stap in Amsterdam.”

Mijn buurt

“Ik heb in veel buurten gewoond in Amsterdam, en nog steeds als ik ergens fiets waar ik heb gewoond of gewerkt, voelt die omgeving als mijn thuis. De Negen Straatjes bijvoorbeeld. Ik heb meer dan tien jaar bij Exota gewerkt in die buurt, en het kunsthistorisch instituut zat er. Ik heb het ook met het Spui, waar ik heb gewoond, met het Van Beuningenplein en de Tilanusstraat, en als ik op de Lindengracht langs de Kat in de Wijngaert fiets. Het voelt allemaal nog als mijn buurt.”

null Beeld Nina Schollaardt
Beeld Nina Schollaardt

Monument

“De Dokwerker, en niet zozeer om de schoonheid. Het herinnert ons eraan dat mensen uit de arbeidersklasse het hebben opgenomen voor degenen die buitengesloten waren. Dat is een soort Amsterdams gedrag dat je misschien niet aan de oppervlakte ziet, maar wel heel veel voorkomt.”

Museum

“Dat is een gemene vraag voor een kunsthistoricus. Maar als ik moet kiezen, dan kies ik het Amsterdam Museum. Daar kreeg ik mijn eerste professionele baan. Dit museum staat van oudsher open voor de hele stad, iets wat je nu een inclusieve blik op de samenleving zou kunnen noemen. In de jaren zeventig hadden ze al tentoonstellingen over armoede in de stad, en later over het beroep huisvrouw. Ik werkte op de kunstafdeling en ook daar werd met historische blik naar kunst gekeken. Ik assisteerde bij een tentoonstelling over portretten, waarbij bijvoorbeeld ook de handschoenen werden getoond van de vrouw die op het schilderij stond. Deze geïntegreerde benadering is later de basis geworden van het Rijksmuseum. Die alledaagse manier om kunst te benaderen, ligt me zeer na aan het hart.”

Amsterdam Museum. Beeld Nina Schollaardt
Amsterdam Museum.Beeld Nina Schollaardt

Dieren in de stad

“Sinds twee jaar heb ik een hond en daardoor zie ik veel meer van de stad. Door te dwalen ga je vanzelf beter kijken. Ik hou sowieso van lopen, want het geeft je het gevoel omhelsd te worden door de stad. Je voelt je niet eenzaam.”

Gevelsteen

“Een steen boven de ingang van het ­Raepenhofje op de Palmgracht. Het hofje is in 1648 gesticht door Pieter Adriaensz Raep met een erfenis van zijn vader ­Adriaen Pietersz Raep. Er staat een raap op en daarboven P.A., de initialen van de stichter. Die letters kunnen ook een ­verwijzing zijn naar het woord ‘pa’, vader. Het woord ‘pa’ kwam uit het Frans en werd voor het eerst in de 17de eeuw in Nederlandse bronnen gevonden.”

Gevelsteen boven de ingang van het Raepenhofje. Beeld Nina Schollaardt
Gevelsteen boven de ingang van het Raepenhofje.Beeld Nina Schollaardt

Restaurant

“Ik ben heel erg van de toko’s: Lalla Rookh, The Bab, Sari Citra, Thai Deum. We hebben het voor het uitkiezen. Dat hier zo veel goed gemaakt eten te vinden is, is voor mij een reden om nooit uit de stad weg te gaan. Ik moet er niet aan denken in een dorp te wonen waar maar één snackbar is.”

Uitgaan

“Ik zou echt niet weten wie ik zou zijn geweest als ik niet twintig jaar in Paradiso had gestaan. Dat was mijn huiskamer. Zo heb ik mijn muzieksmaak gevormd, mijn kledingsmaak gevonden, vrienden gemaakt. Al die avonden hebben mij gevormd tot wie ik nu ben.”

Geheim adresje

“Ik hou heel erg van bouwplaatsen en loop er graag doorheen. Dat heeft ook met kunst te maken, want er zijn zo veel mooie bouwplaatsen geschilderd. Door Breitner bijvoorbeeld; zijn werk was onlangs nog te zien in het Stadsarchief (in Breitner, Israels en tijdgenoten: Amsterdam in aquarel en pastel, red.). Bouwplaatsen staan symbool voor de veranderende stad; je ziet de nieuwe plekken ontstaan. En als iets er eenmaal is, wordt er geleefd alsof het er altijd al was.”

Favoriete Amsterdammer

“Dat zijn de Amsterdammers die anders durven en willen zijn, hun plek innemen en daarmee de stad opvrolijken. De string-skater bijvoorbeeld; hij is bijna een levend kunstwerk. Zulke kleurrijke Amsterdammers maken de stad.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden