PlusInterview

De Speld-schrijver Martine Bakker werd comedian: ‘Nooit laten leiden door angst’

Zes jaar geleden besloot Martine Bakker (35) dat ze het podium op wilde als stand-upcomedian, een langgekoesterde wens. In haar boek Ik durf niets maar doe alles beschrijft ze hoe ze zich over de angst daarvoor heen zette. ‘Gewoon dóen.’

Thomas Dillema
Martine Bakker: ‘Alleen al het uitproberen van datgene waar je altijd al van droomde, kan je tevreden maken.’ Beeld Wouter le Duc
Martine Bakker: ‘Alleen al het uitproberen van datgene waar je altijd al van droomde, kan je tevreden maken.’Beeld Wouter le Duc

Martine Bakker – onder meer schrijfster voor De Speld en medeoprichter van De Pin: een satirische nieuwssite als vrouwelijke aanvulling op De Speld – bekijkt de eerste gedrukte uitgave van haar boek en lacht. Hoewel ze wist hoe de kaft van Ik durf niets maar doe alles eruit kwam te zien, zorgt het tastbare exemplaar voor extra trots. “Een boek was altijd al de droom. Maar waar begin je?” zegt ze even later, in een van de zithoekjes bij haar uitgeverij.

Na lang twijfelen over de vorm voor haar verhaal werd langzaamaan duidelijk wat Bakker de lezer wil vertellen. “Het is een autobiografisch, non-fictie zelfhulpboek met een literair vleugje.” Ze lacht om de nogal gevarieerde omschrijving. Met haar verhaal hoopt ze lezers te inspireren. “Het zou natuurlijk fantastisch zijn als mensen hun droom gaan najagen na het lezen van mijn boek. Ik denk dat de wereld daar alleen maar leuker en creatiever van wordt.”

Bekende blokkade

Volgens Bakker laat menigeen zich afschrikken door de mogelijke risico’s die een duik in het onbekende met zich meebrengt. Zelf besloot ze zich op een dag over die angst heen te zetten. ‘Gewoon dóén’ is haar devies. Maar hoe? “Elk stapje kan helpen. Stel je voor dat je heel graag piano wilt spelen. Bekijk op YouTube een tutorial van hoe je een toonladder speelt en oefen die. De volgende dag kun je beginnen aan Vader Jacob, enzovoorts.”

Alleen al het uitproberen van datgene waar je altijd al van droomde, kan je tevreden maken, aldus Bakker. “Volgens mij is namelijk niets erger dan dat je met het gevoel zit: had ik dit nou maar gedaan. Wie weet blijkt dat droomberoep wel helemaal niks voor je te zijn. Dan ben je daar in ieder geval achter gekomen. Je moet je, denk ik, nooit door de angst laten leiden dat het niet lukt. Daar word je niet gelukkig van.”

Toch vormt die angst een bekende blokkade voor vrijwel iedereen, zegt Bakker. Bij haar heeft het ook enige tijd geduurd voordat ze van haar passie haar beroep probeerde te maken. Na haar studie aan de modeacademie werkte ze als freelanceredacteur voor een aantal bladen, waaronder CosmoGIRL!. Hoewel dat werk beviel, voelde ze zich niet volledig op haar plek. Ze besloot naar Californië te gaan en was daar in de bossen een paar maanden parkranger.

Na dat avontuur werkte ze in het Engelse plaatsje Coventry bij een kiprestaurant; om haar master Digital Media & Culture te kunnen betalen en ondertussen haar Engels bij te kunnen spijkeren. Toen ze klaar was met die studie volgde een periode als fietstoergids in Londen. Door haar beperkte kennis over de stad en de bezienswaardigheden improviseerde Bakker grotendeels de gidsverhalen bij elkaar. Pas toen ze al enige tijd terug was in Nederland, drong het besef door dat ze graag op de planken wilde staan.

Honderd optredens

Dat had alles te maken met een gesprek met haar vader. Hij koesterde een grote passie voor pianospelen, maar had nooit een serieuze poging gewaagd. Bakker moedigde haar vader aan het toch een keer te proberen. Gelijktijdig realiseerde ze zich dat ook zij dan achter haar droom moest aangaan. Ze schreef zich diezelfde avond in voor een cursus stand-upcomedy, waarbij ze de kneepjes van het vak leerde.

Nadat ze een tweede cursus met een succesvol eindoptreden had afgesloten, werd ze uitgenodigd door een comedyclub om te komen optreden. Het bleek het startschot van een jaar waarin ze stad en land afreisde en uiteindelijk honderd optredens deed in kroegen en theaters en op open podia. Met als klap op de vuurpijl het winnen van het Leeuwarder Cabaret Festival. Daarna stond Bakker niet meer als stand-upcomedian op de planken. Als ze meer materiaal heeft, wil ze daar ooit wel weer staan.

Bakker haalt het boek The War of Art van Steven Pressfield aan. Volgens de Amerikaanse schrijver leiden de meeste mensen twee levens. Het echte bestaan, met je koophuis, partner, kind en eventueel een trouwe viervoeter. En het denkbeeldige rocksterrenbestaan, met die langgekoesterde creatieve passie. Vanwege alle risico’s negeren we dat rocksterrenleven vaak.

Nu Bakker sinds een halfjaar moeder is, merkt ze dat ze ook in haar rocksterrenleven af en toe pas op de plaats moet maken. “Veel van mijn aandacht gaat natuurlijk uit naar mijn kind. Het scheelt wel dat ik in mijn vrije tijd liever met mijn creativiteit bezig ben dan met allerlei feestjes. Daardoor krijg ik alsnog een hoop gedaan.”

In het leven van een comédienne blijft het hard werken, zegt ze. De misselijkmakende spanning in aanloop naar een optreden, het continue gepieker over hoe je jezelf moet presenteren en de kans op een ultieme afgang – dat gaat je allemaal niet in de koude kleren zitten.

“Afgaan is het pijnlijkste wat er is. Ik denk dat iedereen in dit vak dat weleens heeft meegemaakt. Het allerergste is wanneer je merkt dat het publiek plaatsvervangende schaamte gaat voelen. Dan valt het niet meer te redden. Je krijgt ze dan met geen mogelijkheid meer aan het lachen. In eerste instantie ging ik daar totaal niet goed mee om. Ik begon troostende woorden te zoeken en hoopte dat iemand me ging vertellen dat het allemaal wel meeviel. Dat werkt nooit.”

De ‘elfuurregel’

Toch zijn er volgens Bakker manieren om dan weer overeind te komen. “In de comedywereld noemen we dat ‘de elfuurregel’. Een geweldige regel. Het houdt in dat je na een show tot elf uur de volgende ochtend de tijd hebt om ermee bezig te zijn. Daarna moet je weer overgaan tot de orde van de dag. Of je nou heel slechte of juist erg positieve ervaringen aan je optreden hebt overgehouden.”

Op de vraag welke lastiger zijn om van je af te schudden, is ze even stil. “Ik vind het lastiger om slechte ervaringen te vergeten. Dat heb ik ook als ik voor De Speld schrijf. Als ik dan duizend positieve reacties krijg, onthoud ik toch altijd sneller die ene negatieve. Heel stom eigenlijk.”

De stem die je vertelt dat je optreden of werk niet deugt, noemt Bakker in haar boek ‘de innerlijke criticus’. Door het hele verhaal heen volgt deze criticaster haar op de voet en zoekt ze manieren om hem een plekje te geven. Letterlijk. “Ik vertel hem dat ie plaats moet nemen en even zijn mond moet houden. Als je eenmaal bezig bent met je optreden, heb je niks aan hem. Tegelijkertijd zal je ook nooit helemaal van ’m afkomen en dat is ook niet per se slecht. Hij houdt je scherp. Alleen moet ie soms even uit.”

Inmiddels heeft ze haar grootste criticus wat beter onder controle, maar bij tijd en wijle wil ie nog weleens tekeergaan. “Nu ik dit boek heb uitgebracht bijvoorbeeld. Dan zegt ie: wie wil dat nou lezen? Maar een aantal familieleden heeft het boek al besteld, dus ik heb in ieder geval een paar lezers, haha.”

Martine Bakker: Ik durf niets maar doe alles, Lev. uitgevers, €20,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden