Plus Reportage

De scholen uit, de bossen in: ‘Laat kinderen verwilderen’

Boomschors, vishuid en vogelgeluiden: Daan Timmers vertelt kinderen er graag over. Beeld Renate Beense

In de natuur is minstens zoveel te leren als op school, vinden de survivalexperts van Verwildernis. ‘De kinderen leren touw maken van brandnetels, manden vlechten, vilten en looien.’

Op een dinsdagochtend zit een groepje kinderen blootsvoets in een kring in het bos. Een van hen heeft de praatstok in handen en vertelt, de anderen luisteren. Elke week zijn ze in het bos, om te wandelen, observeren en spelen. Bushcrafters Daan Timmers (45) en Nuala Keyser (44) van Verwildernis leren ze alles over planten, bomen en dieren door middel van spoorzoeken, in bomen klimmen en ­‘natuurverstilling’.

“Verstil je in de natuur, dan kun je veel meer horen en zien,” legt Timmers uit. “Als dieren merken dat jij stilzit en relaxed bent, ben je geen bedreiging. De kinderen onderzoeken hoe dieren bewegen en leren hoe ze veilig en vaardig met een mes een lepel en gereedschap kunnen maken. Ze gaan op zoek naar vet hout met veel hars, fabriceren een tondeltas van vissenhuid om licht ontvlambare takjes en droog gras in te verzamelen, en maken vuur op plekken waar het mag. De kinderen leren touw maken van brandnetels, manden vlechten, vilten en looien. Ze eten in het wild, leren over EHBO in de natuur, vertellen verhalen. En bovenal: ze bewegen. Ons ­wekelijkse struinen door het bos bij Blaricum of Hilversum stimuleert creatief en probleemoplossend denken en het ontwikkelen van zelfredzaamheid. Je bereikt er ook een dieper niveau van verbinding met de natuur, jezelf en anderen mee.”

Geluidsplattegrond

Dat zal allemaal best, maar deelnemer Stijn (11) roept voor­dat hij op blote voeten wegrent om te gaan spelen: “Ik vind het gewoon leuk in het bos!” Coba (7) laat trots haar geluidsplattegrond zien in het ­Verwilderboekje dat de kinderen allemaal hebben voor (aan)tekeningen. Voor zo’n plattegrond gaan ze twintig minuten stilzitten en tekenen ze een symbooltje voor elk geluid dat ze om zich heen horen. Daarna delen ze met ­elkaar wat ze hebben waargenomen.

Ook op het Verwildernis-programma: dieren bekijken. Beeld Renate Beense

“Als iemand niet goed stil kan zitten, zie je dat terug op de geluidsplattegrond van een ander kind,” zegt Timmer. “Dat heeft dan de irritatie over die beweeglijke buurjongen erin verwerkt. Zo leren kinderen wat voor effect hun gedrag heeft op een ander. In het begin schreven de kinderen op: ‘vogel’. Ik vertelde dat het specifieke geluid van een merel was en sindsdien staat er in de boekjes niet meer ‘vogel’ maar ‘merel’.”

Om half twaalf wordt al geluncht, want de buitenlucht maakt hongerig. Een van de kinderen zoekt een spirit ­plate, meestal een stuk schors, waar ze stukjes fruit en ander eten uit hun broodtrommels op leggen, waarna ze dankbaarheid voor iets uitspreken. Niet zelden klinkt: “Ik ben dankbaar voor Verwildernis.”

Brandnetels plukken

Timmers: “We hebben nu zeventien kinderen tot twaalf jaar, met wie we eindeloos veel lopen door het bos en over de hei. In Hilversum-Noord en Laren zijn nog plekken uit de IJstijd. Als je daar gaat graven, zie je al die laagjes, prachtig. Je kunt er goed spoorzoeken. Wat zie je? Van welk dier is het spoor en wat deed het hier?”

Onder leiding van Loes Sinkeler (39), leerkracht op een vrije school, ontdekken de kinderen vooral met hun zintuigen: beestjes bekijken, met modder spelen, hutten bouwen en veel zingen. Ook houden ze zich bezig met de vraag: hoe kunnen we samenwerken? Ze maken bijvoorbeeld van een grote tak spontaan een wipwap en doen speurtochten. Timmers: “Loes heeft die Albert Heijn-­insectentattoos van laatst op stenen geplakt en daarna gelakt. De kleintjes volgen het pad van die mooie stenen, doen een speurtocht met geuren, of schminken zichzelf met kleischmink en modder.”

Beeld Renate Beense

Voor Timmers begon het tien jaar geleden met wild­plukken in een Amsterdams tuinenpark. Die plek werd haar ­al gauw te klein: ze wilde de natuur in. Ze wilde meer weten over bushcraften en besloot er een opleiding voor te volgen in Overijssel. “Mijn hele dag draait er inmiddels om. Vorige week hebben we met de kinderen brandnetels geplukt om touw van te maken en de week ervoor hebben we vishuiden gelooid, midden op de hei, waar ze tasjes van gaan maken. Thuis, op onze boot, maak ik van stukken schors een bakje. Die stukken naai ik aan elkaar met sparren­wortels, dan heb ik straks iets om geplukte planten in te doen.”

“Laatst zag ik ineens in het bos winterpostelein staan, dat je in Amsterdam koopt voor negen euro per kilo. Hart­stikke duur dus, maar heel gezond. De persoonlijkheden van de kinderen komen op zulke momenten naar boven: sommigen doen stoer en gaan meteen plukken en eten, anderen willen dat in eerste instantie niet. Maar even later zijn ze toch allemaal aan het proeven. We plukken natuurlijk op zo’n manier dat het de natuur niet schaadt. We leren de kinderen dat als een plantje ‘begraasd’ wordt, het extra gaat groeien en verse blaadjes en nieuwe bloemen krijgt. Dat vertel ik allemaal tussen de bedrijven door. Een volgende keer vraag ik: wat is het verschil tussen een den en een spar? Dat leggen ze me dan uit aan de hand van de naalden en bast.”

Ook ’s winters wordt stug doorgewandeld. “Niemand klaagt over het weer. In een goed pak heb je geen last van de regen. Het was natuurlijk wel ijskoud af en toe, maar met wollen kleren en sokken, dus niet van dat thermospul, blijven ze echt wel warm. En anders worden ze het wel van het lopen, rennen en spelletjes doen.”

Uit het klaslokaal

Timmers is van huis uit yogadocent; met haar man begon ze Yoga Lab aan de Nieuwmarkt. Ze geeft bewegingslessen en lessen herstellend bewegen, waarbij ze uitgaat van de manier waarop onze voorouders bewogen. “Terug naar onze originele staat van zijn, uit de jager-­verzamelaartijd. Mensen waren toen het gezondst, als je kijkt naar hun beenstructuur en lengte.” Timmers zwemt in de winter in natuurwater, klimt regelmatig in een boom, loopt zoveel mogelijk op blote voeten en heeft met haar man en dochters wandeltochten door de Sahara ­gemaakt.

De lunch wordt geserveerd op een spirit plate, een stuk schors. Beeld Renate Beense

Die lange reizen gingen niet samen met school; reden om haar kinderen thuisonderwijs te geven (zie kader onderaan dit artikel). Dat heeft meer voordelen, zegt Timmers: “Het reguliere ­onderwijs is zo eenzijdig, kinderen moeten maar zitten de hele tijd. Ze ­lopen niet meer. Ik ben voor out of chair ­schooling en kilometers maken. Wat wij doen met Verwildernis is niet alleen voor kinderen die niet deelnemen aan het reguliere onderwijs en dus thuisscholing krijgen. Ook kinderen met wie een school geen raad weet, met wie het even niet zo goed gaat, doen mee.”

De deelnemers komen uit het hele land, maar voornamelijk uit Amsterdam. “Ik zie ze stuk voor stuk ­opbloeien in de natuur. Zo prachtig. Laat kinderen ook ­ándere dingen leren. Laat ze een dag in de week niet in de schoolbanken zitten en in plaats daarvan dit doen, want dit is goed voor iedereen. Dertig kinderen in een klas, dag in, dag uit: natuurlijk gaat dat niet goed. Laat ze lopen, struinen, ontdekken en verwilderen. Dat ze mogen zijn wie ze zijn. Het is zo leuk om kinderen hun talenten in het wild te laten ontdekken. Wij bieden ze daarbij alleen maar de vaardigheden aan die in ons dna zitten. Je ziet die kinderen het allemaal oppakken en er soms een eigen, briljante draai aan geven. Ik wil ons weer dichter bij de ­natuur brengen.”

Meer info: www.verwildernis.nl

Thuisonderwijs

In Nederland krijgen ruim acht­honderd kinderen thuisonderwijs. Deze vorm van onderwijs is alleen mogelijk als een kind nog niet schoolgaand is geweest. Pedagogische ­bezwaren gelden niet: volgens de Leerplichtwet 1969 is thuisonderwijs alleen mogelijk op grond van een ­richtingsbezwaar dat betrekking heeft op godsdienst of levensover­tuiging. Hierbij moet de ouder kunnen stellen dat geen enkele school binnen redelijk bereikbare ­afstand de eigen levensovertuiging ­actief uitdraagt in het onderwijs. 

Wie thuis­onderwijs wil geven, moet dit ­aangeven bij het college van b. en w. van de gemeente waar het kind staat in­geschreven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden