Hengko Dun, zoon van de oprichter, en zijn vrouw Wai Ming.

PlusReportage

De oudste toko vertelt de geschiedenis van Chinezen in Amsterdam

Hengko Dun, zoon van de oprichter, en zijn vrouw Wai Ming. Beeld Marie Wanders

In 1959 opende Dun Yong Sau een winkeltje in de Stormsteeg. Karina Meeuwse schreef een boek over deze oudste toko van Amsterdam. Een rondje door de familiezaak aan de hand van de geschiedenis.

Op zoek naar chilibonenpasta voor een ­Sichuanees recept en een groene papaja voor in de Thaise salade, of juist naar Japanse theekopjes en een goede wok? Je gaat ­ervoor naar Dun Yong, de iconische winkel met vier verdiepingen vol Aziatische ingrediënten, geneesmiddelen, eet- en kookvoorwerpen en nog veel meer.

De toko kent een lange geschiedenis, die nu is opgeschreven door documentairemaakster en schrijfster Karina Meeuwse in Lang leven – het familieverhaal achter een Chinese toko.

Lang leven is de historie van de familie Dun Yong, maar ook die van de Chinese gemeenschap in Amsterdam. Meeuwse verdiepte zich al eerder in die geschiedenis, in twee boeken en een documentaire (Het Huis van Han en Oostenwind). De verhalen lieten haar niet los, dus toen ze werd ­gevraagd het verhaal van de familie Dun Yong op te schrijven, ging ze daar gretig op in.

“De geschiedenis van de toko en de familie loopt gelijk op met die van Chinezen hier, maar ook met de geschiedenis van China zelf: van arbeidersreservoir tot moderne supermacht. Dat vind ik fascinerend. Daarnaast kan ik geen nee zeggen tegen Hengko en Wai Ming.”

Het echtpaar – hij is de zoon van oprichter Dun Yong Sau – zit naast Meeuwse op de bovenste verdieping van de ­toko, met oude familiefoto’s voor zich op tafel. Je kunt op deze etage ramen (Japanse noedelsoep) eten, met uitzicht over de Geldersekade en ­goed zicht op de Binnen- en Buiten Bantammer­straat, waar de eerste Chinezen in Amsterdam zich vestigden. Onder wie ook de Kantonese Dun Yong Sau (geboren in 1896), die per schip naar Europa kwam op zoek naar een beter leven. Hij bleef in de jaren twintig hangen in Amsterdam, werkte jarenlang als kok in een restaurant op het ­Rokin en trouwde na de Tweede Wereldoorlog met de Rotterdamse Stien.

Jaren vijftig en zestig: sojasaus en atjar

De hedendaagse toko lijkt in niets meer op het winkeltje dat Dun Yong Sau en Stien in 1959 inschreven bij de Kamer van Koophandel. In een voormalig knopenzaakje van twintig vierkante meter staat het in die tijd vol Chinese spulletjes, porseleinen kopjes, geneesmiddelen, gedroogde specerijen en worsten en flesjes sojasaus. Klanten zijn voornamelijk Chinezen uit de buurt en gerepatrieerde ­Indiëgangers. Hengko Dun (73): “Mijn vader kon potten sambal inkopen bij Conimex en Lucullus, maar voor de Chinese waar lag het ingewikkelder. Hij bestelde kleine boekjes met verhalen via de post, de andere spullen brachten Chinese bemanningsleden op Nederlandse koopvaardijschepen voor hem mee; dan verdienden ze nog een zakcentje bij. Mijn vader vroeg ze echt om van alles mee te nemen: van kalenders tot vuurwerk.”

‘Mijn vader vroeg Chinese bemanningsleden om van alles mee te nemen, van kalenders tot vuurwerk.’Beeld Marie Wanders

Atjar maakt Dun Yong Sau in die tijd zelf in grote aardewerken potten, net als in de jaren dat hij als kok werkte. En taugé kweekt hij – tot grote verontwaardiging van zijn vrouw – in hun badkuip thuis.

Eind jaren zestig voegt zich een nieuwe groep bij de Chinese en Indische klandizie. “Het stond hier regelmatig vol Turkse en Marokkaanse gastarbeiders die voor specerijen kwamen. Peper, djinten en ketoembar (komijn en koriander, red.) was elders niet te vinden. We wogen alles per ons af en dat mocht dan allemaal bij elkaar in een papieren zakje.” 

Jaren zeventig: verse paksoi

Er waait een nieuwe wind in de jaren zeventig. Zoon Hengko is naar Hongkong gegaan om Kantonees te leren en ontmoet daar zijn toekomstige vrouw Wai Ming. Ze ­nemen de winkel over, breiden hem uit en nemen de naastgelegen cafetaria over om er een eettentje te openen. Het wordt de eerste plek op de Zeedijk waar glanzende ­pekingeenden aan haken voor het raam hangen.

Hengko: “In de tijd kwam er een grote toestroom Chinezen uit Hongkong naar Nederland. Velen van hen openden restaurants, en ze kwamen bij ons voor ingrediënten en kookspullen, zoals hakmessen, hakblokken en woks.”

Beeld Marie Wanders

En er kwam vraag naar verse Chinese groenten, dus ­bestelde hij groentezaadjes in China en ging ermee naar een tuinder op de Plesmanlaan. “Hij ging paksoi voor ons kweken, en andere Chinese groenten als choisam, kai-lan (Chinese broccoli, red.) en Chinese komkommer. Dat kon je hier nog helemaal niet krijgen.”

Daarnaast werd de familie Chineser: familieleden van Wai Ming kwamen een voor een vanuit Hongkong naar Amsterdam om in de toko te werken en iedereen woonde in dezelfde straat in Noord. “Het moet een bijzondere tijd zijn geweest. Aan het eind van zijn leven kon Dun Yong Sau eindelijk weer Kantonees praten met de mensen om hem heen – hij heeft nooit goed Nederlands kunnen spreken,” aldus Meeuwse. “Hij heeft een prachtige oude dag gehad,” vult Hengko aan.

Jaren tachtig, negentig en nul: nori en Thaise kruiden

“De jaren tachtig waren echt een gouden tijd voor de toko. Vanuit heel Europa kwamen Chinese restaurateurs hier voor de inrichting van hun eetzalen en keukens,” vertelt Meeuwse. Wai Ming: “We waren vrijwel de enigen die uitgebreid non-foodproducten aanboden. En we hadden ­alles, hè: hele inrichtingen, veel decoratie, allerlei stoelen, tafels, woks…”

Het gaat mis zodra auto’s niet meer in de buurt van de ­toko kunnen worden geparkeerd. “Chinezen komen hier niet om alleen een boodschappenmandje te vullen.”

‘De jaren tachtig waren echt een gouden tijd voor de toko.’Beeld Marie Wanders

Langzamerhand vinden steeds meer Nederlanders hun weg naar de toko. Helemaal als vanaf begin jaren nul de ­Japanse en Thaise keuken razend populair worden. “We kregen veel spicy currypasta’s in de schappen, en verse Thaise groenten en kruiden,” vertelt Wai Ming (74). Ze is ook nu goed op de hoogte van alle voorkeuren en trends van over de grens. “In Parijse groothandels heb je veel meer keuze in Vietnamees dan in Nederland, terwijl Japans hier een trend blijft. We hebben een groot assortiment aan thee, sake, sojasaus en natuurlijk alles voor sushi, zoals norivellen.”

Nu: diepvries

Inmiddels zijn alle winkeltjes in het pand deel van de toko, net als de bovenliggende etages. Het aanbod van de huidige winkel is enorm: wie uitgebreid Koreaans, Vietnamees, Indonesisch, Chinees of Japans wil koken heeft genoeg keuze. De diepvriesafdeling beslaat nu meerdere meters (dat in tegenstelling tot in de eerste decennia van de winkel, toen er slechts één bak met wat vis en garnalen stond), met allerlei soorten vis, noedels, ijs in smaken als groene thee en zwarte sesam, dumplings uit alle windstreken en nog veel meer.

Beeld Marie Wanders

Hoewel de oudste zoon van Hengko en Wai Ming inmiddels de winkel en bijbehorende groothandel in Sloterdijk runt, blijft het echtpaar bij het bedrijf betrokken. Terwijl ze poseert voor de foto’s kan Wai Ming het niet laten ­alle producten recht te zetten. Hengko loopt intussen rond met een boodschappenmandje met spullen voor thuis. “Vooral voor de kleinkinderen. Die zijn dol op ­instantnoedels en jellypoeder.”

Karina Meeuwse: Lang leven – het familieverhaal achter een Chinese toko, Ambo Anthos, €22,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden