PlusAchtergrond

De oudste houtzaagmolen ter wereld draait weer als een tierelier

Daar stond ie dan, de oudste houtzaagmolen ter wereld uit 1631, te verpieteren aan de Kostverlorenvaart in West. Vier molenaars schonken De Otter een tweede leven. ‘Met een gunstige wind zagen we een meter hout per uur.’

Houtzaagmolen De Otter.Beeld Geert Snoeijer

Hallelujah, hij doet het weer. Het harde bewijs ligt op de zaagvloer van de molen in de vorm van een in zes planken gezaagde douglasspar en kleine hoopjes zaagsel. “Die boom heeft hier ruim vijftien jaar liggen wachten,” zegt molenaar Roel Gremmer (53). “De verwachting was dat De Otter nooit meer zou zagen. De omstandigheden zijn ook zeker niet optimaal, maar met een gunstige wind, zagen we een meter hout per uur. Dat lukt echt niet elke dag, maar we kunnen in elk geval de molen geregeld aan het werk zetten.”

Want dat is belangrijk: een windmolen moet draaien. Zeker als het om zo’n bijzonder exemplaar gaat. De Otter aan de Kostverlorenvaart stamt uit 1631 en is daarmee de oudste nog bestaande houtzaagmolen ter wereld. Er zijn in het land nog vier vergelijkbare molens te vinden, maar die werden pas in de 18de eeuw gebouwd. Gremmer: “In het Openluchtmuseum in Arnhem staat ook een historische houtzaagmolen. Die draait op de wind, maar voor het zagen wordt een elektromotor gebruikt. Het is toch het mooiste als het helemaal op de wind kan.”

De Otter in de sneeuw, circa 1910.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Eerste hulp voor molens

Gremmer streek in 2017 neer op de molenwerf in West. Samen met drie collega’s uit het land verleende de molenaar de levensreddende eerste hulp aan De Otter, die op dat moment al meer dan tien jaar werkeloos stond te verkommeren. “Het ging ons aan het hart,” vertelt Gremmer die molen De 1100 Roe in Osdorp als standplaats heeft. De Otter was op dat moment inzet van een hoog opgelopen conflict tussen de eigenaar van de molen en de gemeente. De vier molenaars kregen groen licht om het noodzakelijke onderhoud te plegen.

Twee jaar later zijn bergen werk verzet. “We zijn maar begonnen met het maaien van het onkruid rond de molen,” zegt molenaar Willem Roose (50), in het dagelijks leven werkzaam op De Roode Leeuw in Gouda. “Dat stond anderhalve meter hoog. Het was duidelijk dat er lang niets met de molen was gedaan. Er stonden zwammen op de zaagvloer. Hij stond er belabberd bij.” De Otter ziet er nu weer piekfijn uit, schoongemaakt, fris in de verf en de teer, de Amsterdamse vlag wapperend op de kap van de molen.

Molenaars Willem Roose (links) en Roel Gremmer aan het werk in De Otter.Beeld Geert Snoeijer
Beeld Geert Snoeijer

In mei 2017 kon De Otter voor het eerst sinds lange tijd weer zijn rondjes draaien. Dat was een opluchting, want het verhaal was dat de wieken van de molen als gevolg van de oprukkende hoogbouw in de buurt maar moeizaam in beweging waren te krijgen. “Een molen moet vrij wind kunnen vangen,” zegt Gremmer. “De Otter is niet voor niets neergezet buiten de stadswallen, dat was ook handig voor de aanvoer van het hout. Er is veel veranderd in de omgeving, maar met windkracht vier uit de goede hoek draait hij nog steeds als een tierelier.”

Stoomcursus

Geen van de molenaars had ervaring met een houtzaagmolen, en dat betekende dat de zorg voor De Otter meteen ook een stoomcursus werd. Gremmer: “Ik ben eerst maar eens gaan buurten bij Jos van Schooten. Die zit op De Eenhoorn in Haarlem, een van de vier andere paltrokmolens in het land. Tim Doeves van houtzaagmolen Het Jonge Schaap op de Zaanse Schans heeft me onder meer geleerd hoe ik de zaagbladen scherp moet houden. Zo zit het wereldje ook wel in elkaar hoor. Iedereen wil graag helpen, zeker als het om De Otter gaat.”

Het kost tijd om het zagen onder de knie te krijgen. De zaagramen met de zaagbladen zijn nog wel te vinden, maar waar zitten de wuifelaar en de krabbelstok? Hoe werkt de tandheugel? Waar is het fluitgat? “We zijn het maar gewoon gaan uitproberen,” vertelt Gremmer die aangeeft nog steeds diep onder de indruk te zijn van het zaagmechanisme dat na vier eeuwen nog steeds prima functioneert.

Een staande ovatie dus graag voor Cornelis Corneliszoon die in 1593 het octrooi verwierf voor Het Juffertje, de eerste houtzaagmolen ter wereld die hij een jaar eerder in Uitgeest had gebouwd. Met behulp van een krukas wist Corneliszoon de kracht van de draaiende wieken in de wind om te zetten in een op- en neergaande beweging. Een ingenieus mechanisme zorgt ervoor dat de zaagbladen verticaal op en neer gaan, terwijl tegelijkertijd de boomstam op de zaagslee horizontaal door het zaagraam wordt geduwd.

Een ingenieus mechanisme zorgt ervoor dat de zaagbladen verticaal op en neer gaan, terwijl tegelijkertijd de boomstam op de zaagslee horizontaal door het zaagraam wordt geduwd.Beeld Geert Snoeijer

Zevenhonderd molens

Met zijn uitvinding zette Corneliszoon een ontwikkeling in beweging met enorme gevolgen. De Zaanstreek groeide met zevenhonderd draaiende molens uit tot het eerste industriegebied ter wereld. Korenmolens, specerijenmolens, oliemolens, papiermolens: in afwachting van stoom en elektriciteit was wind de drijvende kracht achter de Gouden Eeuw. De houtzaagmolens leverden een onmisbare bijdrage aan de scheepsbouw, en daarmee aan de sterke positie van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden op het wereldtoneel.

Amsterdam kreeg zijn eerste houtzaagmolen in 1598. Die stond net buiten de Sint Anthonispoort, een van de drie toenmalige stadspoorten. De stad kon niet tippen aan de bedrijvigheid bij de Zaanse buren, maar telde halverwege de 17de eeuw toch zo’n tachtig molens, waarvan het merendeel gebruikt voor het malen van graan. Tussen de Raampoort en de Zaagmolenpoort in West stonden enkele tientallen zaagmolens die hout leverden aan de scheepswerven in de stad. Een zeer Amsterdams detail: de molenaars moesten jaarlijks windgeld afdragen.

Herbouw van De Otter op het terrein van houthandel Van der Bijl. Achter de molen: de Kostverlorenkade, 22 mei 1995.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Stoommachine

Tegen het einde van de 19de eeuw raakten de molens steeds meer in de verdrukking. De stoommachine was gekomen en de stad rukte steeds verder op. In 1881 werd nog melding gemaakt van 25 werkende molens in West, maar veertig jaar later moest historicus en molenkenner G.J. Honig beteuterd vaststellen dat er daar nog maar drie van overeind stonden: De Otter, De Eenhoorn en Het Luipaard.

Gezien de grote opruiming onder de andere molens, mag het gerust een wonder worden genoemd dat De Otter bewaard en gespaard is gebleven. Dat heeft ermee te maken dat de houthandel naast de molen altijd in bedrijf is gebleven. De houtzaagmolen werd sinds het begin van de vorige eeuw niet meer gebruikt, maar de molen mocht blijven staan aan de Kostverlorenvaart. Ook om sentimentele redenen, het was Gerrit van der Bijl die in 1817 voor 2575 gulden eigenaar werd van de molen en de basis legde voor houthandel Van der Bijl.

Op de voorgrond De Otter. Op de achtergrond De Eenhoorn, afgebroken in 1929.Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam: foto-afdrukken

In bijna vier eeuwen tijd was De Otter getuige van oorlogen, plagen, beeldenstormen en branden in de stad, maar de meest turbulente periode uit zijn bestaan waren waarschijnlijk toch de afgelopen dertig jaar. De historische molen werd inzet van een slepend conflict tussen de nieuwe eigenaar, de Bloemendaalse houthandelaar, miljonair en molenfanaat Arthur de Jong Luneau, die eind jaren negentig met zijn beleggingsmaatschappij houthandel Van der Bijl met molen en al had overgenomen, en de gemeente.

Dankzij de nieuwe eigenaar kreeg De Otter zijn wieken terug, maar daarna brak al snel de pleuris uit. De Jong Luneau zag met lede ogen toe hoe de oprukkende hoogbouw in de nabije omgeving zijn molen letterlijk de wind uit de zeilen nam. Hij kondigde aan De Otter te verhuizen naar een erfgoedpark in Uitgeest, de historische geboortegrond van de windmolen waar De Otter ongestoord zijn rondjes kon draaien. Het stadsdeelbestuur wilde er niets van weten en stapte naar de rechter.

Terwijl eigenaar en gemeente elkaar gedurende bijna tien jaar voor de rechter bestreden, raakte De Otter werkeloos in de versukkeling. Het deed pijn aan de ogen om het verval te zien van de voor veel geld gerestaureerde molen en de aangrenzende houtloodsen. Tragisch genoeg kwam er pas een einde aan het conflict met het overlijden van De Jong Luneau in 2018. Twee jaar daarvoor had hij in zijn woonplaats nog wel een koninklijke onderscheiding opgespeld gekregen, mede voor zijn inspanningen voor De Otter.

Beeld Geert Snoeijer
Het kost tijd om het zagen onder de knie te krijgen.Beeld Geert Snoeijer

Klein museum

Nu staan alle neuzen weer dezelfde kant op, zegt Roel Gremmer, die zich met de andere vrijwillige molenaars al die tijd nadrukkelijk buiten het conflict heeft gehouden. “De lucht is gelukkig geklaard. Van der Bijl heeft een nieuwe eigenaar die mooie plannen heeft met de molen en het terrein. De gemeente is daar ook enthousiast over. Er moet een klein museum komen waar het verhaal van de molens wordt verteld. En de bezoekers kunnen met eigen ogen zien hoe de oudste houtzaagmolen ter wereld zijn werk doet.”

Dat gaat nog wel een paar jaar duren. Er zijn plannen om de oude houtloodsen af te breken en over te brengen naar een gespecialiseerde restaurateur in Zaandam om daarna, opgeknapt en wel, weer te worden opgebouwd. In de tussentijd kan de gemeente de kade naast de molen laten herstellen. Gremmer: “Aan de molen moet ook nog het een en ander gebeuren. De balkenkraan die de boomstammen naar de zaagvloer hijst, moet worden vervangen. We krijgen daarvoor een eik die weg moet uit het Vondelpark.”

Er is veel sympathie voor De Otter, stellen de molenaars tevreden vast. Bij liefhebbers in het land, maar ook in de buurt. “Er komen vaak mensen aanwaaien om te kijken of te helpen. We hadden pas een Engelsman over de vloer. Hij is timmerman en werkt onder andere mee aan de restauratie van de Westminster Hall in Londen, uit 1397. Die bemoeit zich nu ook een beetje met de molen,” zegt Roose. “Maar het ís ook een heel bijzondere molen. Echt iets om verschrikkelijk zuinig op te zijn.” 

Beeld Geert Snoeijer
Beeld Geert Snoeijer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden