PlusReportage

De oude rotten van de club trainen door tot niemand meer praatjes heeft

Beeld Adrie Mouthaan

Twee avonden per week gaan de oude rotten van A.A.C. Hercules de mat op. Onder leiding van Evert van Pinxteren (68) wordt in een zeer hoog tempo getraind. ‘Eins, zwei, drei! Je bent een beul, Evert!’

Evert van Pinxteren stond zojuist nog in het krachthonk moeiteloos te sparren met een jonge bokser. Nu volgt iedereen hem naar het lokaal naast de fitnessruimte waar een enorme mat, blauw met rode cirkel en gele middenstip, bijna de hele vloer beslaat. Daarop zijn twee mannen, twintigers, verwikkeld in een gevecht; worstelaars die na de training hun techniek nog wat perfectioneren.

Om de kemphanen heen bewegen de tien oudere heren in de rondte. Van Pinxteren deelt de orders uit: “En we gaan schaatsen, een, twee, drie…” Op fictieve noren glijdt de groep over de mat.

Het donkere lage bakstenen gebouw, gelegen aan de rand van Sportpark Ookmeer, nodigt niet echt uit. Alleen de blauwe deur, achter het openstaande ijzeren hek, staat fel in het licht. De enige aanwijzing wat zich achter die deur bevindt, is het grote bord op de geblindeerde gevel: ‘A.A.C. Hercules, opgericht 22 sept. 1902.’

Elke maandag- en donderdagavond trainen hier de worstelaars van de Amsterdamsche Athleten Club Hercules. Eerst de twintigers en dertigers die met trainer Rudy Brinksma (43) worpen en grepen doornemen om ze daarna uitputtend toe te passen in oefenpartijen. “Jongens, niet weglopen. Nog een rondje! Anders kunnen we net zo goed naar het theehuis.”

Daarna wordt de mat ingenomen door de oude rotten van de club. Op initiatief van Van Pinxteren houden ze hun conditie en lenigheid op peil nu het actieve worstelen achter ze ligt. “Benen gekruist en handen naar de vloer. Ja kom maar, een, twee, drie.” Van Pinxterens lenigheid doet niet onder voor die van de twintigers. “Ik doe dit al mijn hele leven en hou het bij. Als er genoeg zijn die mee willen doen ga ik de mat op. Zo niet dan train ik voor mezelf.” Vanavond zijn er genoeg.

“Gewoon goed luisteren naar je lichaam,” zegt Van Pinxteren, “dan kan iedereen op zijn eigen manier meedoen.”

Onverbiddelijk legt hij drie kwartier lang met rek-, strek-, trap- en stootoefeningen een zeer strak tempo op. Niet alle deelnemers weten dat te waarderen. “Eins, zwei, drei! Je bent een beul, Evert!”

“Verdomme Gerrie, hou nou eens effe je mond. Als je Duits gaat praten ga je maar weg.”

Evert van Pinxteren (68 jaar)Beeld Adrie Mouthaan

Afnemende belangstelling

“Altijd als ik hier ben is het opvallend rustig,” lacht penningmeester Hans Berkenbosch (65). Vanaf de balustrade rondom de mat overziet hij de wat lage opkomst. “Ook wij hebben net als elke andere worstelvereniging te lijden onder afnemende belangstelling voor de sport,” zegt Berkenbosch, “Gelukkig lopen de lessen voor kinderen van zes tot zestien jaar wel goed.”

Berkenbosch, meerdere malen Nederlands kampioen, is de naamgever van een training die ook ver buiten Hercules bekendstaat als het gevreesde ‘rondje

Berkenbosch’. “Nu heet zoiets bootcamp, maar het was een combinatie van opdrukken, roeibewegingen en sprongen. Ik ging net zolang door tot niemand meer praatjes had. En daarna begon ik aan de gymnastiekoefeningen.” Met zijn vaste maatje John Schnater (59) ligt Berkenbosch nog wekelijks op de mat.

Vriendelijke reus

“Het is lastig om trainingspartners te vinden in mijn gewichtklasse,” zegt Jelmer Breemer (29). Daarom reist hij vanuit Den Helder regelmatig naar Hercules af. Hij oogt als een vriendelijke reus met flinke bloemkooloren. “Ik probeer altijd Iman, een Iraanse worstelaar die hier verderop in het azc zit, zo ver te krijgen dat hij er dezelfde avond is. Van hem word ik beter. Maar vanavond sta ik helaas tegen veel te lichte mannen.”

De liefde voor sport is van vader op zoon doorgegeven aan Joey Berkenbosch (37), zoon van Hans. Vanavond traint hij weer eens mee. “Ik kom eigenlijk uit voor team Kops, maar ik pik hier ook m’n rondjes mee. Straks rij ik door naar Almere om daar worstelles te geven.”

Jelmer Breemer (29 jaar)Beeld Adrie Mouthaan

Voordat A.A.C. Hercules in Osdorp neerstreek, leidde de vereniging een zwervend bestaan. De club deed in 118 jaar meer dan veertien adressen aan.

Veel leden van het eerste uur komen van de Oostelijke Eilanden waar ze elkaar ontmoeten in cafézaaltjes die voor de gelegenheid worden ingericht als sportlokaal. Voor zekerheid zorgt dat niet; kan de uitbater het zaaltje verhuren aan een gezelschap dat meer spendeert, kunnen de sporters het veld ruimen. In 1902 wordt de ‘Amsterdamsche Athletenclub Club Hercules’ opgericht om met de contributie het zaaltje van café-biljart Peters op de Czaar Peterstraat 22 permanent af te huren.

Pas in 1913 betrekt de vereniging een eigen lokaal aan de Wittenburgergracht. A.A.C. Hercules telt dan 41 leden: 30 krachtsporters en 11 boksers.

Talloze locaties volgen voordat Hercules vanaf 1953 voor een periode van 23 jaar rust vindt op de Kloveniersburgwal en daar groeit tot 300 leden. Wanneer daar de huur niet meer kan worden opgebracht volgt in 1975 de één na laatste verhuizing naar de Keizersgracht.

Lodewijk van Soest (67 jaar)Beeld Adrie Mouthaan

Alhoewel het aanbod zich in die jaren verbreedt met bodybuilding en judo, dan sporten in opkomst, is en blijft Hercules vooral een worstelvereniging.

Gouden periode

De gouden periode vormen de jaren zestig en zeventig. Het ene na het andere landskampioenschap wordt binnengesleept en de vereniging is oppermachtig. Een aanzienlijk deel van de worstelaars traint in die jaren ook bij sportschool Oyama, op een zolderverdieping naast Casa Rosso, en net als Casa Rosso eigendom van Joop de Vries. De Vries maakt graag gebruik van de mannen om orde op zaken te houden in en om zijn bedrijven op de Wallen. Hun fysieke verschijning is meer dan genoeg om de rust te bewaren. In Oyama worden ze in de watten gelegd door De Vries, die ook een ruimhartige sponsor van de uitwedstrijden naar het buitenland is.

Fred van Kalsbeek (58): “Ik was zeventien en mocht met de grote mannen trainen. Toen ik mee werd gevraagd naar een toernooi in Manchester en ik de reis niet kon betalen, was dat zo geregeld. De Vries betaalde. Ik was te jong om op straat te werken, maar ik werd wel ingezet om een blaadje bier te halen na de training.”

Gerrie Vogelzang (85), zestien keer Nederlands kampioen.Beeld Adrie Mouthaan

Even lijkt er sprake van een totale verhuizing van Hercules naar Oyama. Het plan brengt tweespalt in de vereniging en de verhuizing wordt afgewend. Het is niet de eerste crisis die Hercules doorstaat.

Al die verhuizingen hebben het archief van A.A.C. Hercules geen goed gedaan. Veel is weggegooid, muizen en vocht deden de rest. Gelukkig zijn er nog de foto’s van lid Tom van Ommen die de afgelopen 35 jaar beslaan en de muren sieren van het pand. Het gebrek aan papieren archief wordt ruimschoots gecompenseerd door een levend archief; in het krachthonk achter in het pand trainen nog steeds de mannen die, dan in de kracht van hun leven, op de foto’s staan.

Meester Worstelaar

De benen blijven rond gaan als Gerrie Vogelzang (85) op de hometrainer herinneringen ophaalt aan de oude adressen. Ook Vogelzang, al 68 jaar lid, was in de tijd van Oyama werkzaam op de Wallen. “Een beetje de gracht schoonhouden en kaartjes controleren. Ik moest toen zelfs de huidige eigenaar van Casa Rosso, Jan Otten, toen nog een jonkie, in de gaten houden.”

Frank Bosman (61). Beeld Adrie Mouthaan

Vogelzang is een van de vier leden van Hercules die de titel meester worstelaar mogen dragen. Hij worstelde met mannen als Anton Geesink, Chris Dolman en Wim Ruska en zijn carrière is indrukwekkend; maar liefst zestien keer Nederlands kampioen. Toch valt hij door onenigheid met de Koninklijke Nederlandse Krachtsport en Fitnessbond (KNKF) buiten de selectie voor de Olympische Spelen van 1960.

“Wanneer was mijn laatste wedstrijd? Even denken…. Fred! Was dat 1994? Jij was toen mijn coach.” In 1994 is Vogelzang aanwezig als trainer op een toernooi tegen Hercules Dordrecht. “Ons team kwam een man te kort en toen ben ik maar ingevallen.” En zo worstelt hij op 59-jarige leeftijd zijn laatste wedstrijd.

“Ik heb geen worstelverleden maar heb veertien jaar in de hoofdklasse aan waterpolo gedaan,” zegt Frank Bosman (61) terwijl hij de beenspieren traint. “Ja, maar sinds ze zijn zwemdiploma hebben afgenomen is dat niks meer,” zegt Evert van Zeeland (57). Na een schouderoperatie moet Van Zeeland het wat rustiger aan doen, maar dat weerhoudt hem er niet van de gewichten eens flink boven het hoofd te zwaaien.

Intussen ontdoet John Glas (79) zich van zijn bezwete T-shirt. Er zit geen grammetje te veel aan zijn gespierde lijf. “Mijn laatste wedstrijd? Kampioenschap van de Benelux, vijf jaar geleden. Derde geworden,” zegt hij, “Maar op mijn leeftijd wordt de tegenstand wat schaars.”

Huidige locatie

Wanneer ook de Keizersgracht verlaten moet worden dreigt de club alweer dakloos te worden. Uiteindelijk krijgt de vereniging in 1987 de huidige lokatie aan de Dokter Meurerlaan 6 aangeboden. Het pand is in slechte staat en op dat moment gekraakt. Over dat laatste wordt in het jubileumboek uit 2002 eufemistisch opgemerkt: ‘voor een vereniging als Hercules was dit nog wel het kleinste probleem. Dat was dan ook snel opgelost.’

“Een groter probleem was dat er voorheen een kanovereniging in had gezeten,” zegt Fred van Klasbeek. “In het midden van het pand zat een bassin. Het werd gebruikt om eskimoteren te oefenen. Ik heb toen die hele rand van dat bad er uit gejekkerd. En een ander lid, een timmerman, heeft een constructie gebouwd waar platen op konden liggen. Dat zit nu allemaal onder die mat.” Het tekent de vereniging dat het pand binnen zes weken op orde is. Op elk voorgaand adres werd de verbouwing ook door eigen leden uitgevoerd.

In de jaren zestig en zeventig werd het ene na het andere landskampioenschap binnengesleept.Beeld Adrie Mouthaan

“Waar is Frits eigenlijk?” vraagt Lodewijk van Soest (67). “Die is ziek. Griep. Hij loopt helemaal leeg. Kilo’s afgevallen,” weet iemand.

Met Frits wordt Frits Geel (59) bedoeld. Op de vaste avonden is hij de man die samen met Van Soest de bokszakken bewerkt. Van Soest neemt geen genoegen met zijn afwezigheid en even later loopt hij het krachthonk weer binnen met Geel via FaceTime aan de telefoon. “Ha Frits! Hoe is het nou? Stop je er wel een kurkie in als het te erg wordt?” Glunderend neemt Geel van iedereen de beterschapswensen in ontvangst.

Waarop Van Kalsbeek, oud-brandweerman, vertelt over die keer dat hij moest uitrukken naar zo’n moderne sportschool. “Komen we daar binnen om iemand te reanimeren die een hartstilstand had gekregen op de loopband. Staan ze achter in de hoek gewoon door te sporten!”

“Zo gaat dat hier zeker niet,” zegt Vogelzang, nog steeds op de hometrainer. “Omdat ik er altijd ben, hangen ze meteen aan de telefoon als dat een keer niet zo is.”

John Glas (79): ‘Mijn laatste wedstrijd? Kampioenschap van de Benelux, vijf jaar geleden.’Beeld Adrie Mouthaan

“We zien elkaar ook veel buiten de vereniging om,” zegt Van Kalsbeek. “Nu ook weer, gaat een aantal samen op wintersport. Het is dan even heel stil in het krachthonk.”

Vogelzang vat het Herculesgevoel samen: “Ik zit liever hier dan op een verjaardag van familie.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden