PlusProefwerk

De opgestelde richtlijnen voor horecaheropening zijn onrealistisch

Recensent Gilles van der Loo vertrok met zoon Nadim (8) naar Zeeuws-Vlaanderen, waar hij een heerlijk zeeïg soepje bij elkaar foerageert in de Verdonken Zwarte Polder.

De start van een zeeïg soepje.Beeld Eva Plevier

Terwijl ik deze woorden tik zijn de restaurants in onze stad nog dicht. Voor het eerst sinds de sluiting ben ik niet in Amsterdam: ik heb mijn zoon Nadim (8) meegenomen naar een van de plekken waar we altijd het gelukkigst zijn. Eigenlijk was ik van plan om in mijn eentje naar dit huisje in Zeeuws-Vlaanderen te gaan, maar door coronagerelateerde omstandigheden laadde ik mijn jongen zondag óók in, en reed de tweehonderdplus kilometer die we de afgelopen acht jaar zo vaak samen hebben gereden.

Het huisje van mijn tante staat op een dijk die schier ­eindeloze akkers doorsnijdt.

Op heldere dagen schijnt de opkomende zon door de dakkapel op mijn bed en in de avond valt hij roodoranje binnen door het huiskamerraam. Al na een dag of twee ga ik rond negenen ­slapen, om tegen half zeven ’s ochtends helemaal opgeladen op te staan. In Zuidzande lijkt nooit iets te gebeuren, maar de afgelopen maanden bleef het ook in Amsterdam doodstil.

Hoe mooi was onze stad ­tijdens de sluiting, hoe fris de lucht en stil de avonden. Misschien vindt u dit vreemd te lezen van de Proefwerkman, maar ik sprak zelfs chefs die zó genoten hebben van de gedwongen rust en alle tijd die ze met hun kinderen hadden, dat ze nu vraagtekens zetten bij het bestaan waarvoor ze ooit met zoveel passie kozen.

Onhaalbaar protocol

Vanochtend las ik het Protocol Heropening Horeca, en dacht er zo het mijne van. Wie zich een gemiddeld restaurant in onze stad goed inbeeldt, weet dat de opgestelde richtlijnen onrealistisch zijn. Hiermee doel ik vooral op het houden van de anderhalve meter afstand in het soort gebouwen dat in Amsterdam veel horeca huisvest.

De overheid weet natuurlijk dat niemand zich voor honderd ­procent aan dit protocol kan houden, en kennelijk zijn ze bereid dat te accepteren. Met de regels waaraan we ons vóór de heropening moesten houden zal het niet anders zijn gegaan, en de verspreiding van het virus vertraagde kennelijk genoeg om de recente stappen mogelijk te maken.

Betalen voor een reservering

Interessant vond ik een punt bij de richtlijnen voor gasten, waar staat dat een horecabedrijf dat schade lijdt doordat een gast zich niet aan de regels houdt die schade op de gast kan verhalen. Het deed me denken aan de kroegbazen die al jarenlang de boetes moeten betalen als hun gasten buiten de terrasgrenzen drinken. Gaat die regel nu dan op de schop? En moet de ondernemer niet-samenwonende knuffelaars dwingen zich te ­legitimeren zodat hij ze later een tikkie kan sturen?

Gezien je nu voor elk horeca-bezoek moet reserveren, hebben de meeste zaken shifts bedacht, en om no-shows van al die reserveringen te voorkomen moet de gast zijn diner of drinkavond vaak aanbetalen. Betalen voor een reservering, daar hikten we in Amsterdam al jaren tegenaan; nu lijkt het normaal te worden, wat ik een heel goede ontwikkeling vind. Helemaal omdat ik begrijp dat het aantal no-shows sinds de opkomst van het online reserveren de spuigaten uit liep.

Een zaak die nu onder de coronavoorwaarden opengaat, mag geen passanten binnenlaten, dus als een gast die gereserveerd heeft niet opdaagt, blijft zo’n tafel leeg.

Zeekraal en mosselen

Op het plaatsje achter het huis leest Nadim een van de vele Suske en Wiskes die hier in zijn slaapkamertje staan. We hebben afgesproken dat we straks een duinwandeling gaan maken en dan strandschelpen zullen rapen bij het strand. De duinwandeling is voor hem, de strandschelpen zijn voor mij, al houden kinderen wel van ­dingen zoeken en verzamelen.

Strandschelpen zijn hier te vinden in het kleiachtige zand van de ­Verdronken Zwarte Polder (hoe Suske en Wiske wil je het hebben?) en je kunt ze bij laagtij vrij makkelijk uitgraven. Vaak zitten ze vol zand, dus nemen Nadim en ik een emmertje mee om ze met schoon zeewater te kunnen wassen. Daarna gaan ze in vers zoutwater mee naar huis, zodat ze zichzelf ­verder kunnen spoelen terwijl ze wachten op de pan.

Wat ook in de Zwarte Polder groeit, is zeekraal, en op de ­pieren met hun basaltblokken en pallissaden zijn altijd krabbetjes en mosselen te vinden. U voelt waarschijnlijk al waar ik voor mijn recept van deze week heen wil.

Misschien vraagt u zich af waarom ik vlak bij de grens met België loop te klooien met emmers, schelpdieren en zeegroen terwijl er in Amsterdam toch zaken te bespreken zijn. Ik beloof het: ‘Proefwerk’ komt er weer aan, maar het leek me schappelijk onze restaurateurs even te laten wennen aan wat voorlopig de nieuwe werkelijkheid zal zijn, voordat ik weer bij ze binnenstap om mijn tanden in het ­aanbod te zetten. 

Gilles van der LooBeeld Sjoukje Bierma

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden