PlusAchtergrond

De Nacht-Wacht toont de schoonheid van Amsterdamse duisternis: vol sterren, glimwormen en vleermuizen

null Beeld Ted Struwer
Beeld Ted Struwer

Schrijver en theatermaker Marjolijn van Heemstra heeft met het project De Nacht-Wacht de duisternis omarmd. We moeten weer van het donker gaan houden – samen met de vleermuizen en de glimwormen. Een stad zonder duisternis is een stad zonder ziel.

Een regenachtige oktoberavond in het Amsterdamse Vliegenbos. Natte stammen lichten glimmend op in het donker, de modderige bosgrond zuigt aan mijn schoenen. Ik kom bijna wekelijks in dit kleine stadsbos, maar dit is de eerste keer dat ik na zonsondergang het verlichte fietspad heb verlaten. Het is nog donkerder dan ik dacht.

Als mijn ogen gewend zijn, zie ik de ­talloze kleurnuances om me heen. Zo ver ik kan kijken, lichten bladeren op de grond op in alle tinten grijs. Bladvormige sterrenstelsels op de zwarte grond. Tussen de stammen hangt een lichte nevel die de bomen in een onwerkelijk decor zet en ze op een vreemde manier aanwezig doet lijken, zwarte gestaltes die zwijgend op ons neerkijken.

Ik weet dat dit stukje bos maar klein is en de bosrand vlakbij moet zijn, maar omringd door zo veel grijs en zwart ben ik mijn gevoel voor afstand kwijt. Het donker dwingt je te vertragen. Langzaam glibber ik over de vette grond. Naast mij loopt mijn buurtgenoot Najat Kaddour. “Vreemd, wat dit met je zintuigen doet,” fluistert ze. Ze heeft gelijk. De geur van rottende bladeren lijkt zoveel sterker dan overdag en de kleinste geluiden doen me opschrikken.

Westland

Ik kijk omhoog, tussen de toppen hangt een maanloze hemel waarin ik zowaar tien sterren tel. Amsterdam is een slechte stad voor sterrenkijkers. Op een heldere nacht zie je zo’n driehonderd lichten aan de hemel, van de drieduizend die je zou zien als er geen lichtvervuiling was. De Randstad behoort tot de meest lichtvervuilde gebieden ter wereld. Het is een combinatie van factoren: de kassen in het Westland, de havens, de reflectie van al ons water, de dichtheid van de bevolking, en, niet te vergeten, slechte regelgeving.

Deze wandeling is het begin van een plan dat Najat en ik in een winter en een lente met een groeiende groep stadgenoten zullen uitrollen. Een nachtwacht. Een ode aan de duisternis die uit ons leven is verdwenen.

Het verlies van de nachtelijke duisternis staat nauwelijks op de agenda. Misschien vanwege onze diepgewortelde angst voor het donker. Er is allang bewezen dat een overdaad aan licht ons niet per definitie meer veiligheid geeft, maar de mens is een stijfhoofdig dier.

Licht en snelheid worden in onze samen­leving hooggewaardeerd. Het trage, het stille, het duistere blazen we weg met lampen en lawaai. Eeuwenlang is het donker gedemoniseerd en inmiddels is het ons denken ingeslopen, onze taal, onze cultuur: hoe donkerder, hoe slechter.

Meer licht betekent niet meer veiligheid, daar kun je de onderzoeken op na­lezen. Het betekent wél een verstoring van het nachtelijke ecosysteem. Insecten en nachtvlinders cirkelen om lantaarnpalen tot ze dood neervallen, verwarde vogels zingen in het kunstlicht tot ze volledig uitgeput zijn. Verlegen vleermuizen verliezen terrein. En ook wij hebben last van het voortdurende schijnsel, het houdt ons in actieve stand als we eigenlijk zouden moeten rusten en verstoort daarmee ons bioritme.

Supercluster

Behalve dieren en rust ontneemt de overdaad aan kunstlicht ons dus ook het zicht op het heelal. Heel geleidelijk ver­anderde Amsterdam de afgelopen vijftig jaar in een stad zonder sterren. Een stad waarin je nauwelijks nog beseft dat we onderdeel zijn van een zonnestelsel, een sterrenstelsel, een supercluster.

In mijn boek In lichtjaren heeft niemand haast beschrijf ik hoe een besef van het heelal ons kan helpen anders naar onszelf en de aarde te kijken. Uit onderzoek blijkt dat verwondering over de kosmos bijdraagt aan gevoelens van toebehoren, kalmte en geluk. Bovendien kan een besef van de verpletterende ruimte om ons heen ons als aardbewoners dichter bij elkaar brengen. Zoals de beroemde astronoom Carl Sagan het verwoordde: ‘Every one of us is, in the cosmic perspective, precious. If a human disagrees with you, let him live. In a hundred billion galaxies, you will not find another.

PS van de Week
De Nacht Beeld Ted Struwer
PS van de WeekDe NachtBeeld Ted Struwer

Kunnen we ons nog verhouden tot de grootsheid buiten de dampkring als ons raam op het universum voortdurend beslagen is? Wie verwondering over de ruimte wil ervaren, heeft om te beginnen een donkere nacht nodig. Duisternis om het verre licht te kunnen zien.

Vanuit dit besef richtte ik met Najat Kaddour De Nacht-Wacht op. Een project waarin buren, bomen en vleermuizen ­worden verenigd onder het handjevol ­sterren dat onze stad nog te bieden heeft.

Troost

Een winter en een lente wandelden we door de wijk, gedreven door een gedeelde fascinatie voor het donker. Met een waaier aan mensen – die we tegenkwamen of opzochten – voerden we gesprekken over de nacht en de sterren. Over de troost van een verlaten stadsbos na zonsondergang, over angst voor het duister, over heimwee naar de Melkweg boven een bergdorp ver van hier.

Rond sommige verhalen ontstond een evenement. Met Hans Kostense van de Amsterdamse Volkssterrenwacht en een delegatie van de Al Houda-moskee bestegen we het dak van de A’DAM Toren. Het plan kwam van Mohammed Atrar, voor­zitter van Al Houda. Hij wilde proberen vanuit de stad de maansikkel te detecteren die het begin van de Ramadan aankondigt. Want waarom altijd maar wachten tot ze de sikkel zien in Marokko of Saoedi-Arabië als boven Amsterdam dezelfde maan hangt? Wij wonen hier, zei Mohammed, dus laten we hier naar boven kijken.

Er waren drie imams mee en evenveel telescopen. Het hagelde, de maan was volstrekt onvindbaar, de livestream wankel, maar het uitzicht op de storm was adembenemend en het samen naar de verte turen met een groep mensen die elkaar normaal gesproken niet snel treffen, tilde ons die avond allemaal op. Volgend jaar weer, spraken we af in de discolift naar beneden. Wie weet, opperde Mohammed, kleurt de toren dan heel eventjes groen. (Bevindt zich onder de lezers toevallig iemand die over de lichten van de A’DAM toren gaat?)

Een week later organiseerden we een nachtprogramma in de lobby van buurt­hotel Isis op het Spreeuwenpark. Via kleine radio’s konden mensen op hun hotelkamer meeluisteren naar gedichten en gedachten over de duisternis. Eigenaar Mohammed, afkomstig uit Egypte, vertelde over de oud-Egyptische kosmologie, en af en toe kwam er een hotelgast naar beneden om via de radio iets bij te dragen. ’s Ochtends vertrokken de gasten in tweetallen naar het Vliegenbos om begeleid door een audioverhaal de zonsopgang tegemoet te lopen.

Ik heb me afgevraagd of het verstandig is: met groepen mensen het donker ingaan om de nacht te ervaren. Zou De Nacht-Wacht mensen niet beter thuis houden na zonsondergang, om het kwetsbare nachtleven maximaal de ruimte te geven?

Misschien. Maar veel lichtvervuiling komt voort uit onwetendheid. Wat je niet kent, kun je niet beschermen. ‘To know the dark, go dark’ schrijft Paul Bogard in zijn prachtige boek The End of Night. Als we niet van de nacht leren houden, is er straks geen duisternis meer over in Amsterdam. En een stad zonder duisternis is een stad zonder ziel.

In overleg met een ecoloog hebben we – denk ik – een acceptabele vorm gevonden voor de wandelingen. Geen zaklampen. Geen geluid. Kleine groepen. Op de paden.

Academie

Inmiddels slaat De Nacht-Wacht langzaam maar zeker haar tentakels uit. Er is een Nacht-Wacht Academie in de maak, waar jongeren in een half jaar tijd en onder begeleiding van ruimtevaartprofessionals een missie naar Mars voorbereiden met alle morele en filosofische vragen die daarbij komen kijken. Een oefening in uitzoomen en langetermijndenken, dingen waar we in deze benauwde tijd wel wat meer van kunnen gebruiken. Komende week gaan we voor het eerst nachtwandelen met groepjes bezoekers van buitenaf, voor het najaar staat er een herhaling van ons Isis-programma op de agenda en in de winter hopen we op een eerste editie van ons Amsterdam Dark Festival. Er vormt zich een klein sterrenbeeld van mensen en plekken die zich willen verenigen onder de nachtelijke hemel; soms begin ik te geloven dat de Amsterdamse duisternis nog niet verloren is.

Gisteren liepen Najat en ik met ons team van nachtwachters door het Vliegenbos om een wandeling voor te bereiden. We luisterden naar het audiofragment van nachtwachter Rosanda, die als jongerenwerker te maken kreeg met een groep ­jongens die elke week de lichten van het jeugdhonk molden. Toen ze aan een van de jongens vroeg waarom ze toch altijd voor de lichten gingen, antwoordde hij: ‘Wij zijn alleen maar donker gewend.’ En toen begreep hij het, zegt Rosanda. “Die jongens hadden het gevoel dat ze zich moesten verstoppen, dat ze moesten verdwijnen. Die duisternis die kwam uit hen.”

Het is niet het donker buiten ons dat de wereld onveilig maakt, is Rosanda’s conclusie, het is het donker binnen in ons. En misschien dat we die twee te vaak met elkaar verwarren.

Langs het pad zagen we de glimwormen fonkelen, ook in de zwarte grond zit soms licht verscholen. Van verschillende ecologen begreep ik dat zo’n kolonie fluorescerende kevers (ondanks hun naam zijn glimwormen kevers) uniek is in de stad.

Silhouetten

Op een boomstam achter in het bos oefende Hayat het lied waarmee ze deze week de wandelingen zal afsluiten. Toen ze klaar was, keek ik naar het groepje silhouetten om me heen. Allemaal vrouwen, besefte ik, terwijl de nacht toch van oudsher het domein is van de mannen.

In de grijzige hemel tussen de kruinen van de bomen zag ik twee bleke sterren. Tussen de bomen klonk het gebrom van de Albemarle-fabriek verderop, afgezien daarvan was het stil. Op de terugweg namen we nog wat beslissingen over de serie wandelingen. Meer tijd, langzamer lopen, niet eindigen bij een kampvuur, maar op een open plek tussen zwarte stammen. Vanavond schuifelen we voorzichtig over de paden. En dat zullen we de komende jaren blijven doen. We hopen je ergens in de nacht te ontmoeten.

Luisteren en lopen

Marjolijn van Heemstra organiseert op ­zaterdag 14 augustus speciaal voor ­Parool-lezers een lezing plus wandeling. Locatie: Vliegenbos. Aanvang: 21.00 uur. Kosten: €15 (met stadspas gratis). Aanmelden via info@marjolijnvanheemstra.nl. De activiteiten van De Nacht-Wacht zijn te volgen via marjolijnvanheemstra.nl/nachtwacht. Ook tijdens het festival Over het IJ (t/m 17 juli) organiseert De Nacht-Wacht wandelingen. Meer info op overhetij.nl/event/de-nacht-wacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden