PlusAchtergond

De mode-illustratie is terug: authentiek, ambachtelijk en duurzaam

Fashionportret van mode-illustrator Astrid Vos. ‘Zo’n tekening zegt meer dan een foto: het toont iemands karakter.’Beeld Astrid Vos

Modemerken en tijdschriften kiezen weer vaker voor handgemaakte illustraties. Precies waar we behoefte aan hebben in deze onzekere tijd.

“Een fashionportret moet knallen. De energie moet ervan ­afspatten. Daar ben ik geen uren mee bezig, het gaat eigenlijk vanzelf. Omdat ik het materiaal het werk laat doen.” Aan het woord is mode-illustrator Astrid Vos (60). Leren broek, lange grijsbruine haren, diverse tatoeages op haar armen. Een coole rockchick. Vos is gespecialiseerd in modeportretten. Kenmerkend voor haar werk zijn de krachtige lijnen en zwaar aangezette ogen.

“Zo’n tekening zegt meer dan een foto,” zegt Vos. “Omdat het persoonlijk is en omdat iemands karakter is te zien. De sfeer die iemand uitstraalt, een bepaalde blik in de ogen. Beter dan de geposeerde en bewerkte beelden van modeshows.”

Hernieuwde belangstelling

Vos werd in 2013 ontdekt door de New Yorkse kunstenaar Donald Drawbertson. Nadat hij op Instagram haar illustraties had geliket, werd ze al snel omarmd door een hele stoet beroemde modeontwerpers, creatieven en modellen. Mode- en beautymerken nodigden haar uit om live te tekenen tijdens catwalkshows en fashion events in Parijs, Milaan en Los Angeles. Hoewel op dit moment alle modeweken en -evenementen als gevolg van de coronacrisis zijn afgelast, regent het opdrachten bij AstridxVos, zoals ze zich op Instagram noemt.

Zo werd de Amsterdamse illustrator door het populaire Nederlandse skikledingmerk Goldbergh gevraagd om de nieuwe wintercollectie te tekenen. In verband met corona was er geen collectieshoot mogelijk. Ook vroeg het schrijversduo Isa Hoes en Medina Schuurman haar om de cover van hun nieuwe boek Hoe ouder hoe mooier te ontwerpen. En onlangs ging Vos een samenwerking aan met de Duitse modefotograaf Natascha Lindemann, gespecialiseerd in beautyfotografie. “Zij fotografeert, ik schilder eroverheen. Magisch.”

De hernieuwde belangstelling voor het werk van Vos staat niet op zich. De bladen tonen al langer en steeds ­vaker mode-illustraties bij artikelen. In januari dit jaar bracht de Italiaanse Vogue voor het eerst in haar 55-jarig bestaan zelfs een editie uit zonder foto’s. Doel: een statement maken over de milieuproblematiek van de mode-­industrie. In plaats van fashion shoots waarvoor complete productieteams dure verre reizen moesten maken, toonde het magazine acht covers die geïllustreerd of geschilderd waren, met daarbij de slagzin ‘voor het maken van dit nummer was geen productie van fotoshoots vereist’.

Een maand eerder beloofden internationale Vogue-hoofdredacteuren elkaar onder het mom van Vogue Values ­wereldwijd meer aandacht te besteden aan ethische ­thema’s als duurzaamheid en inclusiviteit.

Fashionportret van mode-illustrator Astrid Vos.Beeld Astrid Vos

Mr. Dutch Illustration

Koren op de molen van Anneke Krull (51), curator van de I Love Illustration Gallery. Ze is al jaren gefascineerd door de kracht van mode-illustraties. Krull, die als artdirector al 25 jaar voor modetijdschriften en diverse merken werkt, begon in 2010 een internationaal onlineplatform voor ­mode-illustraties: I Love Illustration. Hierop zijn, naast ­interviews, ook art prints van jonge Nederlandse kunstenaars te vinden.

Op verzoek van uitgeverij Gestalten bracht Krull haar collectie uit in een boek, The Beautiful: Illustrations for Fashion and Style. Hiervoor selecteerde ze tekeningen van honderd eigentijdse illustratoren die doorgaans de ­computer mijden. Vijf ervan komen uit Nederland, en ­uiteraard is er plaats ingeruimd voor het werk van Pieter ’t Hoen, alias Piet Paris (58). “Oftewel: Mr. Dutch Illustra­tion,” aldus Krull.

Piet Paris maakt gebruik van alle klassieke tekenmaterialen, van pastel tot acryl- en plakkaatverf, spuitbussen en stiften. Hij begon in 1998 als tekenaar voor De Telegraaf en reisde jarenlang naar Parijs om daar de catwalklooks ­letterlijk op te tekenen. Een pionier was hij toen – mode­fotografie stond destijds hoger aangeschreven dan het vak van fashion illustrator. Zijn werk werd echter opgepikt door de internationale modewereld.

Als illustrator werkte Piet Paris acht jaar voor de Japanse Vogue, hij werd creative director van de Nederlandse ­Harper’s ­Bazaar en was van 2005 tot en met 2009 de hoofdcurator van de Arnhem Mode Biënnale. In 2008 won hij de Grand Seigneur modeprijs. Ook maakte hij in dat jaar illustraties, displays en etalages voor het Amerikaanse warenhuis Saks Fifth Avenue. Nog altijd geeft hij tekenles aan modestudenten van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Zijn oeuvre schonk hij in 2018 aan het Gelders Archief.

Reflectie en verbinding

Het ambachtelijke vak van fashion illustrator zit, mede dankzij corona, weer flink in de lift. Krull, die al jaren ­fantaseerde over een eigen galerie, ziet haar kans schoon en opende in augustus dit jaar haar I Love Illustration Gallery in De Hallen in Amsterdam. “Tekenen is authentiek, ambachtelijk en duurzaam. Kernwoorden die passen bij de tijdgeest, waarin het gaat om reflectie en verbinding. Iedereen wil het thuis gezellig maken. Een handgemaakt fashion artwork symboliseert deze periode. Blijven dromen is belangrijk. Mode helpt de zinnen te verzetten.”

Ondanks het feit dat er door corona geen grote vernissage mogelijk was, heeft Krull al flink wat werken verkocht. Voor haar huidige expositie, Indigo, selecteerde ze acht Nederlandse illustratoren en kunstenaars die zich lieten inspireren door de gelijknamige mystieke modekleur.

Een van hen is Julian Stips (30), die op zijn zeventiende naar modeopleiding ArtEZ ging, maar erna liever wilde ­tekenen dan ontwerpen. Hij combineert ronde vormen met strakke, grafische achtergronden. Zijn werk is fantasievol en surrealistisch tegelijk. Normaliter gebruikt Stips potlood en pen voor de basis van zijn werken, om deze later digitaal aan te vullen met elementen uit andere eigen schilderijen en fotografie. De quarantainetijd gaf hem de rust en mogelijkheid om zich volledig op het handmatig schilderen te storten.

Illustrator Julian Stips schildert dankzij de corona­pandemie volledig handmatig.Beeld Julian Stips

Tot zijn vreugde is zijn werk flink in trek. Behalve intimi stappen ook passanten naar binnen en kopen ze spontaan een artwork. “Waarom? Er zit iets mystieks in mijn werken. Ik teken sterke vrouwen en mannen in op bekende ontwerpers geïnspireerde of zelfbedachte outfits. Geen gladde commerciële modepopjes, maar mysterieuze persoonlijkheden. Het verhaal erachter mag de koper zelf bedenken. Dat triggert.”

Illustrator Julian Stips schildert dankzij de corona­pandemie volledig handmatig.Beeld Julian Stips

De groepsexpositie Indigo is nog te zien tot 22 november in de I Love Illustration Gallery in De Hallen. Daarna start een solo-­expositie van Margot van Huijkelom over Parijse grandeur in Amsterdam. www.iloveillustrationgallery.com.

Eeuwenoud succes

In Frankrijk en Engeland verschijnen eind 17de eeuw de eerste modetijdschriften, waaronder The Lady’s Magazine en Le Cabinet des Modes. In de 19de eeuw raken, tijdens het bewind van Napoleon, modische waterverftekeningen in de mode. Vanaf nu is Frankrijk hét modeland. Sinds 1860, wanneer de couture zich ontwikkelt, huren modehuizen tekenaars in die live tekeningen maken als de ­maestro zijn kleding op het model drapeert.

Begin 20ste eeuw is het vak van mode-illustrator een serieuze en lucratieve business. Tussen 1912 en 1925 verzamelt een groep jonge artiesten zich bij het luxe Franse magazine Gazette du Bon Ton; zij krijgen alle vrijheid in hun mode-interpretaties.

Paul Iribe, de vaste tekenaar van couturier Paul Poiret, is een van hen, evenals George Barbier en René Gruau, de vaste tekenaar van Dior. Zij laten zich beïnvloeden door Japanse technieken, maar ook door de geometrische art-decostijl.

Intussen worden in de Verenigde Staten achtereenvolgens de fashion magazines Vogue en Harper’s Bazaar gelanceerd. Vanaf 1910 tot 1932 prijkt op de cover van de Vogue steevast een modische tekening. De jaren 20 en 30 gelden als de gouden decennia van de fashion art. Naast een exacte weergave van het kledingstuk is een eigen tekenstijl minstens zo belangrijk.

De technische ontwikkelingen in de fotografie verdrijven echter de belangstelling voor de illustraties. In 1936 schrijft Vogue dat gefotografeerde covers beter verkopen; de fashion-illustraties zijn voortaan voor het binnenwerk. Tot ze bijna helemaal uit de magazines verdwijnen.

Pas in de sixties duiken er weer regelmatig mode­tekeningen op in tijdschriften. Vanaf dan gaat het op en neer met de populariteit van de fashion art. Belangrijk hoogtepunt is onder meer het uitkomen van het magazine Vanity in 1980, een creatie van de excentrieke Italiaanse artdirector Anna Piaggi. Het blad is bijna geheel geïllustreerd en bevat ­nauwelijks tekst. Beroemd zijn ook de illustraties van Jean-Philippe Delhomme, die in de periode van 1993 tot 1996 de advertentiecampagnes van het New Yorkse warenhuis Barney’s tekent.

In Nederland zijn in de jaren 80 de airbrushtekeningen van Gerry the Cat razend populair. Vanaf 2010 zit de fashion art in de lift; veel modeontwerpers maken gebruik van kunstenaars om hun collecties onder de aandacht te brengen. Zo wordt de Britse Julie Verhoeven (met Nederlandse vader) door Louis Vuitton, Mulberry en Versace gevraagd dessins te maken voor hun tassen en jurken. Ook maakt ze prints voor de H&M Homecollectie. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden