PlusInterview

De methode-Niehe, door Ivo zelf: ‘Ik bemoei me met alles’

Met een reeks best of-uitzendingen kijkt Ivo Niehe terug op de 40 jaar dat zijn geesteskind de TV Show nu al loopt. De grootmeester van het portretterende interview over de methode-Niehe: ‘Flair kun je niet aanleren.’

Ivo Niehe: ‘Het quasi­voyeuristische element zit er natuurlijk ook in, want ik ben zelf ook nieuwsgierig hoe iemand woont.’ Beeld Ruud Janssen
Ivo Niehe: ‘Het quasi­voyeuristische element zit er natuurlijk ook in, want ik ben zelf ook nieuwsgierig hoe iemand woont.’Beeld Ruud Janssen

Meteen een vraag van Ivo Niehe voor de ­lezer van dit ­interview. Weet iemand wellicht met wie graaf Charles ­Spencer, de broer van wijlen prinses Diana, belde nadat Niehe een aanvraag voor zijn TV Show bij hem had ingediend?

De presentator keek deze herfst de beelden van de ontmoeting terug. Spencer gaf na de dood van zijn zus onverbloemd de pers de schuld. Niehe: “Ik merkte op verrast te zijn te mogen binnenkomen, gegeven zijn ambi­valente relatie met de pers. Hij had een Nederlandse vriend gebeld, antwoordde hij. Die had hem gezegd dat ik te vertrouwen ben. Ik zou er zo graag nog achter komen wie die vriend is geweest. Hij heeft me een groot plezier gedaan.”

Het spitwerk in het archief was onderdeel van Niehes recentste project: een serie die stilstaat bij het 40-jarige bestaan van zijn geesteskind, de TV Show. De presentator (74) stelde een compilatie samen van de indruk­wekkendste ontmoetingen en vulde die aan met nieuwe interviews.

Stemde het weemoedig om al die jaren werk te zien passeren?

“Zeker, ja. Ik heb mijn hele leven het gevoel gehad dat ik bezig was met het schrijven van het voorwoord. Hoogstens werd het tijd voor hoofdstuk 1. Sinds ik de 70 ben gepasseerd, is dat anders. Het besef dat er ook een einde is, heb ik nooit bij me gedragen, maar dringt nu door.”

Hoe uit zich dat?

“In haast, met name. Ik heb nog acht plannen waarvan ik dit jaar wil weten of ze gaan werken of niet. Voor het theater, maar ook een podcast. Die gaat trouwens zeker door, heet Het derde leven en gaat over een onderschat maatschappelijk probleem: het bestaan als het werk wegvalt. Dat idee ontstond toen ik een gepensioneerde CEO van een multinational sprak. Hij had het ontzettend moeilijk met zijn lege agenda. Of die beroemde fotograaf, ik zal zijn naam niet noemen, die zei: ‘Ik ben zonder het werk mijn identiteit kwijt.”

Zou u zonder het werk kunnen?

“Dat wordt moeilijk. Het is een tweede natuur. Ik weet niet wat het is om niet te werken. Soms hunker je heus even naar rust, maar volgens mij is voor mij de truc te blijven proberen samen met andere mensen iets moois te maken.”

“Maar ik ben wel zuiniger op mezelf. Voorheen vlogen we voor 10 minuten David Bowie naar Canada. Doe ik niet meer. Dat reizen is ­verschrikkelijk. Zeker met alle security-eisen van tegenwoordig. We hadden laatst de moeder van Teslabaas Elon Musk te pakken. Voor zo iemand zou je normaal gesproken meteen het vliegtuig naar Los Angeles pakken. Nu werd het een videogesprek. In dat opzicht is mijn ­eerzucht wel iets minder. Ik hoef niet meer zo nodig bij iedereen naar binnen.”

Terwijl u bekendstond om uw interviews bij de groten der aarde thuis. U zei daarover eerder: ‘Of er een tuinkabouter staat of welke kleur de bank heeft, zegt meer dan duizend woorden.”

“Dat is ook gewoon zo. Los van het quasi­voyeuristische element dat er natuurlijk ook in zit, want ik ben zelf ook nieuwsgierig hoe iemand woont. Maar ook dat is minder geworden.”

“Ik weet nog dat we Edward Heath, de voormalig premier van Groot-Brittannië, thuis bezochten. De butler deed open en zei: ‘U mag overal filmen, behalve in de kamer daar links.’ Ik dacht niet lang na en zei tegen de geluidsman: ‘Probeer het microfoontje nou in de ­keuken bij hem op te spelden. En zorg ervoor dat het niet meteen vastzit. Dan hebben we alle tijd voor die kamer links.’

“De geluidsman heeft minutenlang staan klungelen, genoeg voor de juiste shots. Ik zag daar niets bijzonders, pas veel later begreep ik het allemaal. Na zijn dood verschenen er beschuldigingen van allerlei pedofiele zaken. Volgens mij wezen de foto’s in de lijstjes in die kamer ook in die richting.’ Kijk, dat soort trucs haal ik op deze leeftijd niet meer uit.”

Hoe is het gelukt om 40 jaar op het scherm te blijven?

“Dat ligt aan de bazen. Zij hebben altijd vertrouwen gehouden. De TV Show was nooit een duur programma en de cijfers waren altijd goed. Ik laat de hond weleens uit en dan word ik toegesproken door dertigers en veertigers. Die zeggen: ‘Ach, wij keken vroeger in pyjama al naar u.’ De jongere doelgroep heeft geen idee wie ik ben, maar daarboven is een hele generatie met het programma opgegroeid.”

“En ook belangrijk: heel veel zelf doen. Ik bemoei me met alles. De TV Show is mijn handtekening. Ik zie mezelf niet als presentator, veel meer als programmamaker.”

En daarmee ook minder een journalistieke interviewer?

“Nou, dat gaat wel steeds beter, hoor.”

Dan: “Ik hoor je lachen, maar het is wel waar. Ik zag ook gesprekken uit mijn eerste jaren terug: met dat niveau zou je nu niet meer wegkomen.”

Wat was er dan mis?

“Ik had totaal geen ervaring, wilde graag een talkshow doen en kende de juiste trucs om de kijker erbij te houden. Maar als je ziet hoe dat ging! Dan maakte ik mezelf lid van The A-Team en sprong zogenaamd uit een helikopter. Of ik zette een olifant aan een parkeermeter in de studio. Wel verrassend natuurlijk, maar met een goed interview had het niets te maken. Vroeger was ik ook een aartsvoorbereider, wist bij wijze van spreken hoeveel klontjes suiker iemand in de thee wilde. De laatste jaren vraag ik me af wat ik nu écht van die persoon wil weten en ga met hoogstens vijf vragen op pad.”

“Ischa Meijer vertelde eens alleen maar vragen te stellen om meer over zichzelf te weten te komen. Dat begrijp ik nu. In serieuze interviews over de belangrijke zaken in het leven merk ik dat ik steeds meer bezig ben iets van dat grote mysterie te achterhalen. Mooie zin is dat eigenlijk.”

En waar vraagt u dan naar om iets over u zelf te weten te komen?

“In de eerste plaats waarom ik dit allemaal zo nodig moet doen. Het is zo veel. En de motor blijft maar aan staan. Maar eigenlijk is de rode draad in mijn interviews steeds hetzelfde: hoe maken mensen iets van hun leven? Dat is namelijk best een kunst.”

Wat zijn volgens u nog meer lessen voor een goed interview?

“Belangrijker dan welke vraag dan ook is natuurlijk: ben je iemand aan wie je gesprekspartner bereid is iets te vertellen? Dat heeft te maken met het gevoel dat je overbrengt als je ergens over de drempel stapt.”

En dat gevoel is niet te trainen, begrijp ik?

“De flair die je moet hebben om binnen een half uur toch iets wezenlijks uit iemand te krijgen, kun je niet aanleren, nee. Mijn ontmoeting met de Engelse parlementsvoorzitter John Bercow vorig jaar is een goed voorbeeld. Bij binnenkomst was het als oude vrienden die elkaar weer tegenkwamen. Wanneer je allebei denkt: ‘Dit kan weleens iets worden.’ Dan wórdt het ook leuk. Flair is daarbij een toverwoord.”

U zei eerder over uw stijl: ‘Ik ben een nette man, met een net gezin, die een net programma maakt.’

“Mijn baldadige kant bewaarde ik voor het theater. Maar op tv vind ik mezelf inderdaad een hele nette man.” Stilte. “Dit wordt wel een aardige quote: Ik vind ook dat ik een enorm ­verantwoordelijkheidsgevoel heb ten opzichte van de gast. Dan kun jij zeggen, maak het zo iemand eens moeilijk. Maar wat bereik je daar nu precies mee? Het heeft weinig zin om tegen Barbra Streisand te zeggen dat je die nieuwe cd een stuk minder vond, hoor.”

“Mijn interview met Wopke Hoekstra afgelopen oktober werd in de krant een hagiografie genoemd. En Arjen Lubach maakte een grap van mijn lange inleiding. Moest ik overigens hard om lachen. Die inleidingen gebruik ik – en dat is geen geheim – inderdaad om mijn gasten zo beroemd mogelijk te maken. Zo krijgen mensen zin om verder te kijken.”

U krijgt de laatste jaren toch juist meer waardering? Het interview met Bercow werd genomineerd voor de Sonja Barend Award en in oktober kreeg u een Televizier Oeuvre Award. Een prijs die eerder alleen Willem Duys, Mies Bouwman en Linda de Mol hebben gekregen.

“Daar doe je het natuurlijk niet voor, die prijzen. Ik kan niet genoeg benadrukken: de grootste prijs is dat ik al 40 jaar naar eigen inzicht een programma op primetime mag vullen.”

Toch schoot u vol toen Paul de Leeuw u verraste met die Televizierprijs.

“Omdat ik schrok. Ik dacht dat ik een toespraakje van de voorzitter van de Tros zou krijgen. Maar toen ik hoorde dat die prijs pas drie keer was uitgereikt, dacht ik: vooruit, dat is ook wel echt wat. Maar ik vind het wel degelijk een grote eer. Al ken ik nog wel tien anderen die hem verdienen.”

U relativeert nu uw eigen verdienste wel heel erg. Doet u dat om te voorkomen dat er nog eens ophef ontstaat zoals na die keer toen u in een uitzending van Pauw & Witteman uw theaterpremière in Parijs ‘unaniem een belachelijk groot succes’ noemde?

“Daarbij was een aantal dingen heel raar. In de eerste plaats ging het om theater. Dat is niet mijn werk, maar mijn hobby. Het voelde alsof ik ’s ochtends een fiets in handen kreeg en ’s middags een etappe in de Tour de France won. Zoiets is toch ongelooflijk? De fout die ik maakte, was dat ik niet duidelijk vermeldde dat het grote succes niet zozeer door mij kwam als door Ellen ten Damme. Die zong in de voorstelling Les Grands Boulevards van Yves Montand, terwijl ze op haar handen liep. Ik hoor het gejuich nóg. Dat de pilaren van het Mogador bleven staan was een wonder.”

“En weet je wat ook gek is? Er is zoveel over gezegd, maar niemand heeft zich ooit afgevraagd wat daar in dat theater dan precies is gebeurd. Het ging alleen maar over mijn extreme enthousiasme na afloop. Ik heb die voorstelling opgenomen en hoop dat iemand die eens wil uitzenden.”

“Als me weer zoiets zou overkomen, kan ik dat enthousiasme vast opnieuw niet beteugelen. Dat woord ‘belachelijk’ gebruikte ik niet voor niets. Ik kon er met mijn verstand gewoon niet bij. 1700 man, anderhalf uur in het Frans. Het is nog steeds een van de mooiste avonden van mijn leven.”

Ik wilde ook niet zeggen dat het onterecht was. Mijn vraag was meer: beïnvloedt zoiets de manier waarop u nu over uw eigen prestaties praat?

“De gunfactor in dit land is heel breekbaar. En op een wonderlijke manier is er de laatste jaren, je constateerde het al, toch een soort kentering in gekomen. Ik voel me absoluut gewaardeerd en ben eigenlijk heel gelukkig. En dat mijn werk aanslaat, draagt daar voor mij absoluut aan bij.”

TV Show. Zondag. 21.25 uur. NPO1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden