PlusDe klas in

De meester had samen met de klas berekend hoe ver de aarde van de zon afstaat – in lichtminuten

Klas in, PS van de week 19 maart Beeld Inge Duiker
Klas in, PS van de week 19 maartBeeld Inge Duiker

Jocelyn Vreugdenhil volgt leerkrachten van basisscholen in Amsterdam. Deze week: groep 6 en 7, Zuid.

Jocelyn Vreugdenhil

Wat is er na de dood? Waar eindigt het heelal? Vragen waar geen eenduidige antwoorden op zijn, vinden de leerlingen – in deze groep een groot aantal hoogbegaafd – mateloos interessant.

Om de materie een beetje te vatten, komt er veel feitelijke kennis aan te pas. Kennis die bij een aantal van de kinderen indrukwekkend is, zeker gezien hun leeftijd. Afgelopen week nog had de meester samen met de klas berekend hoeveel kilometer de aarde van de zon afstaat, gemeten in lichtminuten. Veel leerlingen weten wat een lichtjaar is en hoe die om te zetten in kilometers. Ze kwamen uit op 8,3 lichtminuten. “Dat vinden ze heerlijke sommen.”

Eén jongen, die net twee klassen heeft overgeslagen, weet alles in verhouding te plaatsen. Veelal uit zijn hoofd. Hij heeft veel kennis van de ruimte, zoals hoeveel lichtjaren het ene zonnestelsel van het andere verwijderd is, en weet zo goed als alles van dinosauriërs. “Ik kan alleen niet met hem praten over seksuele voorlichting,” zegt de meester. “Het moet wel abstract blijven en niet te dichtbij komen. En daarbij is hij natuurlijk nog jong.”

En zo zijn er meer grote thema’s, zoals het klimaat en biodiversiteit, die zomaar ineens langs kunnen komen. “Laatst waren we een som aan het maken en viel een van de leerlingen over de illustratie die erbij stond. ‘Meester, ik zie op deze plattegrond helemaal geen bomen staan.’ En dan gaat het gesprek niet over de berekening van de lengte en de breedte, maar over hoe groen dat stukje natuur is.”

Deze kinderen snappen de wereld zó goed. Dat komt vooral omdat ze extreem normatief zijn. Alles moet precies kloppen, het beste voor de mensheid zijn.

“Gisteren stelde ik de vraag: wat is het beste vervoermiddel? De klas kwam uit bij teleportatie. En daar waren ze vrij serieus over, omdat er volgens hen wetenschappelijke bewijzen zijn dat het rechtsreeks verplaatsten van een mens of object van de ene ruimte naar de andere in de nabije toekomst mogelijk is.”

Daarna kwam de klas, na een flinke rekensom, waarbij rekening werd gehouden met niet alleen duurzaamheid en de kosten, maar ook met het plezier van de mens, uit bij de trein.

De veelomvattende betrokkenheid van de kinderen geldt ook voor de oorlog in Oekraïne. Die houdt ze mateloos bezig. En dan vooral: hoe kan het en wat kunnen we doen? Laatst hadden ze in de ochtend het Jeugdjournaal gekeken en een leerling met Russisch/Oekraïense ouders moest huilen. Meteen renden vijf leerlingen op haar af om haar te troosten. De rest van de dag kwam de oorlog steeds als thema terug. De meester hoorde ze bij een ruzie ‘Make love, not war’ roepen, waar het normaal ‘Stop, hou op’ is.

“Het is mijn taak ze bewust te maken van hun cirkel van betrokkenheid, en dat deze niet te groot moet worden. Dat ze niet overal verantwoordelijk voor kunnen zijn. Alle kleine beetjes helpen ook.”

Jocelyn Vreugdenhil volgt leerkrachten van basisscholen in Amsterdam. Lees hier al haar verhalen terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden