PlusAchtergrond

De koudste films voor de heetste dagen: The Thing

Kurt Russell in scififilm The Thing uit 1982.

Het is snikheet. Filmcriticus Bart van der Put zoekt verkoeling in de thuisbioscoop.

Bent u weleens gestoord tijdens het kijken van films? De verzamelde Nederlandse filmbranche stelde die vraag onlangs aan ‘het Nederlandse ­filmpubliek’, volgens de vage toelichting op de nieuwe campagnesite ­www.ganaardefilm.nl. Tweederde van de ondervraagden beaamde dat ze ooit ­gestoord zijn. Ik moet de vraag helaas ook met een wanhopig ‘JA!’ beantwoorden.

Er wordt door films heen geleuterd. Er wordt met krakende zakjes en bakjes gerommeld. En de ergste barbaren pakken om de haverklap hun smartphone om het kleinste scherm aandacht te geven. Dat verstoort de zichtlijnen en concentratie van bezoekers die wél in de geprojecteerde film geïnteresseerd zijn. In de bioscoop is het altijd ­afwachten of de andere bezoekers zich zullen gedragen.

De Nederlandse filmbranche legde de vraag over verstoorde voorstellingen echter niet aan bioscoopbezoekers voor, het ging juist om de ervaringen van thuiskijkers. Het onderzoek besloeg de periode waarin de bioscopen en filmtheaters gesloten waren en waarin ‘ruim 93 procent van het Nederlandse filmpubliek’ elders naar films probeerde te kijken. Wat de 7 resterende procent tijdens de maandenlange sluiting deed, weten we niet, maar er is ze veel filmleed bespaard gebleven.

De toelichting vermeldt de drie grootste stoorzenders voor thuiskijkers: de telefoon (70%), luidruchtige huisgenoten (41%) en een pakketbezorger (21%). De oplossing voor die problematiek moet volgens de makers van de site www.ganaardefilm.nl in bioscoopbezoek gezocht worden. Daar breekt mijn gestoorde klomp, al geloof ik graag dat de overlast van pakketbezorgers in bioscopen ­nihil is.

Horrorzomer

Terwijl ik me verwonderde over een campagne die negatieve filmervaringen gebruikt om bioscoopbezoek te ­bevorderen, liep de temperatuur schrikbarend op. Het was de gevreesde horrorzomer, die me na de afgelopen twee jaargangen gestolen kon worden. In de natuur deert de hitte me niet, maar in de stad is het een bezoeking. Het was hoog tijd voor de invoering van het hitteplan voor de thuisbioscoop.

De beste film voor de benauwende omstandigheden lag al maanden klaar om in het quarantainetijdperk een herwaardering te krijgen, maar sinds de verzengende zomer van 2018 bewaar ik de koudste films voor de heetste dagen. Kouder dan The Thing zijn ze niet gemaakt. De ijzingwekkende film uit 1982 speelt zich af op een desolate wetenschapsbasis op Antartica en werd deels in Alaska en het hoge noorden van Canada opgenomen. De onderzoeksbasis werd daar in de zomer gebouwd, waarna Koning Winter de filmlocatie met een dik pak sneeuw vervolmaakte.

De interieuropnamen vonden in eeuwig zonnig Los ­Angeles plaats in de studio en een industriële koelcel. Het was afzien voor de betrokkenen, maar wie naar de film kijkt, krijgt vanzelf koude rillingen. Daar geeft de inhoud ook aanleiding toe. The Thing is het meesterwerk van ­regisseur John Carpenter, die als horrorspecialist eerder naam maakte met de nagelbijters Halloween en The Fog.

Ik moet hier opmerken dat die puike films na de eeuwwisseling alle drie opnieuw gemaakt zijn, door minder getalenteerde navolgers die niet eens een nieuwe titel voor hun fletse kopietjes konden verzinnen. Hoed u voor namaak.

De Amerikanen die op de poolbasis in de film gestationeerd zijn, moeten ook oppassen voor namaak. Tussen de sneeuwstormen door komt er ongewenst bezoek van een Noorse onderzoeksbasis: een buitenaardse parasiet die ­alle levensvormen kan imiteren heeft er gruwelijk huisgehouden en zoekt nieuwe gastheren. Dat hebben de Amerikanen niet meteen door, maar wanneer het kwartje is ­gevallen slaat de paranoia toe. Wie is er nog onbesmet en ongevaarlijk? En wie is dat niet?

IJzige filmmuziek

Dat maakt The Thing tot een verontrustende film met een aanzienlijke actuele meerwaarde. Wie de zomerhitte wil ontvluchten in een koude bioscoop en daar naar deze film kijkt, zal zich afvragen wie er nog meer in de zaal zitten en of de anderen onbesmet en ongevaarlijk zijn.

Die vraag kwam niet bij me op toen ik Carpenters meesterwerk in 1982 in de bioscoop zag. Ik vroeg me na afloop wel af hoe trucagespecialist Rob Bottin de bizarre transformaties had uitgevoerd en waar ik de elpee met de ijzige filmmuziek van Ennio Morricone kon kopen. Eén ding stond vast: mijn volgende bioscoopkaartje zou me opnieuw naar Antarctica brengen. Ik moest over deze geweldige film gaan schrijven, want de recensenten hadden er weer helemaal niks van begrepen.

Tegenwoordig behoort The Thing tot de onbetwiste klassiekers uit de genrefilmgeschiedenis. Het is een onverwoestbare hit in de thuisbioscoop: Carpenter voert de spanning en paranoia zo vakkundig op dat ik nooit weet wie er nou wel of niet besmet is. Het is net alsof ik in de echte bioscoop zit, maar dan zonder stoorzenders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden