PlusReportage

De kleine scholen verdwijnen: ‘Het was hier zo gemoedelijk’

De Avonturijn in De Pijp moet dicht wegens een tekort aan leerlingen. Het is de zoveelste kleine basisschool die haar deuren moet sluiten. Ouders balen: ‘Hier krijgt mijn kind alle aandacht.’ 

Beeld Dingena Mol

Drie kleurrijke boeketten sieren de leerkrachtenkamer van De Avonturijn. Het zijn felicitaties voor de van huis uit katholieke school, die weliswaar op 1 augustus moet sluiten maar een samenwerkingsverband is aangegaan met De Springstok, een openbare school uit de buurt. Een lichtpuntje: alle leerlingen kunnen meeverhuizen. De sluiting was eigenlijk voor niemand een verrassing. Alleen een jongetje uit de kleuterklas geloofde niet dat zijn school dicht moet. “Dat kan niet, want onze juf heeft de sleutel.”

Zijn juf Jeannette Steenbakkers (62) heeft de reactie op het bord geschreven. “Hier ga je toch van stralen, van zoveel vertrouwen.”

De Avonturijn kampt al ruim tien jaar met een teruglopend aantal leerlingen. Ooit had de school, die in de jaren tachtig is ontstaan uit een fusie van de Joannesschool en Vredesschool, bijna tweehonderd leerlingen. Nu zijn dat er slechts 78. Steenbakkers kwam er ruim dertig jaar geleden, toen er nog vier kleutergroepen van 25 leerlingen waren. Nu heeft ze zeven kleuters in haar klas.

De reden voor de sluiting, zo schrijft de school op haar ­site, zijn de demografische ontwikkelingen in de buurt. De leerkrachten zagen met de komst van yuppen en kleine gezinnen De Pijp veranderen. Grote gezinnen trokken weg naar Nieuw-West of buiten de stad. “Er zijn hippe restaurantjes en koffiewinkels voor teruggekomen, terwijl er vroeger alleen een buurtcafé was,” zegt Steenbakkers.

Locatieleider Yvonne Rijnders met een leerling.Beeld Dingena Mol

De Avonturijn, die de laatste jaren met combinatieklassen werkt, is de zoveelste in de rij. Eerder gingen kleine ­basisscholen als De Waaier in Oost en de 16e Montessori in Zuidoost dicht, en onlangs kondigde ook de Linnaeusschool in Oost aan te moeten sluiten. Van de 223 basisscholen in Amsterdam zitten er 39 onder de opheffingsnorm van 196 leerlingen.

Liever naar het montessori

Het schoolbestuur Asko heeft in het verleden geprobeerd het tij te keren. Uit een rapport blijkt dat De Avonturijn in het jaar 2014-2015 nog zo’n 140 leerlingen had. Het bestuur besloot tot een onconventionele actie voor De Avonturijn en de St. Catharinaschool in de Rivierenbuurt, twee zwarte scholen in gemengde wijken. Er werd een reclame­bureau in de arm genomen dat het plan bedacht om kinderen van Turkse, Marokkaanse, Ghanese en Surinaamse komaf de straat op te sturen in T-shirts met de tekst ‘Is dit wit ­genoeg voor u?’ De actie zette geen zoden aan de dijk. Witte ouders – “Het is geen fijne term,” aldus schooldirecteur Ellen Scheermeijer – bleven weg.

Wat niet meehielp was dat De Avonturijn drie jaar eerder, in 2012, van de Onderwijsinspectie het predicaat zwak kreeg. De school wil daar niet lang bij stilstaan. “Dat hebben we in een mum van tijd aangepakt en opgelost. Nu scoren we goed,” zegt locatieleider Yvonne Rijnders.

Meester Chris van groep 5 legt een rekensom uit.Beeld Dingena Mol

De leerkracht van groep 8, Marja Kamminga (65), somt de resultaten van haar vijftien leerlingen op: één gaat naar het vwo, drie naar havo/vwo, twee naar het vmbo-t en de overigen naar vmbo-b en vmbo-kader en de kopklas waar ze nog een extra jaar taalonderwijs krijgen. “Het kan zijn dat het predicaat zwak is blijven doorspelen,” zegt Kamminga. “Als zoiets eenmaal buiten ligt, denken ouders misschien: dat is toch de school met de slechte naam?”

De Avonturijn nam ruim elf jaar geleden de leerlingen van de naburige, overwegend zwarte, school Het Mozaïek over toen deze wegens een tekort aan leerlingen moest sluiten. “We waren een gemengde school, maar er was toen sprake van een ommekeer van de populatie leerlingen,” zegt Rijnders, die inmiddels vijftien jaar op De Avonturijn werkt.

Ze heeft veel ouders rondgeleid die een school zochten voor hun kind. De meesten reageerden enthousiast, vielen voor de groene en blauwe kleuren van het gebouw, het mooie en veilige schoolplein en het licht dat door de grote ramen viel. Ze ervoeren een warme sfeer, maar haakten uiteindelijk toch af. “Ze zeggen dan dat een andere school dichterbij is, of dat ze toch liever naar het montessori gaan. Of ze kiezen voor een school waar ook de kinderen van de buurvrouw zitten.”

Directeur Ellen Scheermeijer: “Mensen zoeken elkaar op, qua kleur, opleidingsniveau, interesse, cultuur en ­achtergrond.”

Rijnders: “Het is heel menselijk om soortgenoten te zoeken. Men wil herkenning en zich kunnen spiegelen.”

Scheermeijer en Rijnders wijten de daling van het leerlingenaantal ook aan het aantal scholen in de wijk. “Er zijn er maar liefst zeven, te veel voor één buurt,” zegt Scheermeijer.

Dorpsschool in de stad

Marja Kamminga, die met pensioen gaat, vindt het verschrikkelijk dat haar school moet sluiten. “Mijn hart ligt hier. Het is een beetje familie. Ik ken alle kinderen en ouders. Het is een mooie mix van culturen: Gambiaans, Braziliaans, Surinaams, Oekraïens, Turks en Marokkaans. Op deze kleine school heb je de leerlingen goed in het vizier en kun je ze geven wat ze nodig hebben. We hebben ­een doe-lab voor kinderen die beter leren door te doen en ­ een denk-lab voor kinderen die goed kunnen leren.”

“Dit voelt als een dorpsschool midden in de stad,” zegt onderwijsassistent Chantal Wawelage. Er zijn een aparte gymleerkracht, muziekdocent en een leerkracht beeldende vorming. “Kom daar eens om op een school.”

Juf Jeannette Steenbakkers in de klas.Beeld Dingena Mol

De leerlingen zelf zijn nog wat afwachtend over hun nieuwe school. De tienjarige Narjiss uit groep 7 ziet er een beetje tegenop dat haar school dicht gaat. “Ik zit hier bijna mijn hele leven.” Ze was bovendien zo blij met de hulp en begeleiding bij rekenen, spelling en begrijpend lezen en hoopt dat haar meester en juf meegaan. “Want dan heb je nog steeds het gevoel dat je op je oude school zit.”

Haar klasgenootje Nadine (10) knikt instemmend. “Maar bij de nieuwe school waar we straks naartoe willen, moet je wel meer traplopen.”

Sanae (11): “En de school is iets verder weg. Ik moet nu ­zeven minuten lopen naar school.”

De ouders hebben meer moeite met het besluit dat de school dicht moet. Sommigen waren in shock of in tranen, zegt Hayet Achetouane, moeder van Nadine en Zayed (9). “Het is hier als thuiskomen. De klassen zijn net woon­kamers. Het is bespreekbaar als een kind een taalachterstand heeft.” En: “Ze worden hier niet nagekeken omdat ze er net even anders uitzien. Klasgenoten dragen dezelfde soort kleding en hebben dezelfde gewoontes. Deze school is een afspiegeling van de samenleving waar wij deel van uitmaken.”

Een andere moeder, die liever anoniem blijft, heeft voor al haar vier kinderen gekozen voor een kleine school. Ze heeft eerder meegemaakt dat de school van haar oudste kinderen dicht moest. Die sluiting had grote impact, zegt ze. “Ze hebben het er nog over dat ze toen met hun vriendjes uit elkaar werden gehaald.” Toch koos ze voor haar jongste zoon van zeven weer voor een kleine school. “Ik voelde me welkom hier. Het was gemoedelijk. Op een kleine school krijgt mijn zoon veel hulp en aandacht.”

Op de gang in een zitje met dikke kussens zitten Redouan (10) en Floris (10) uit groep 7. Ze willen allebei mee naar de nieuwe school De Springstok, hoewel ze ook voor een andere school mogen kiezen. “Het is niet echt leuk natuurlijk, maar ik kijk er positief naar,” zegt Floris. “We moeten gewoon de kinderen leren kennen.”

Redouan: “En met elkaar een spel doen.”

Narjiss steekt nog even haar hoofd om de hoek. Wat ze straks het meest gaat missen? “De kast met de zitzak erin. Daar kun je rustig zitten en op je laptop rekenen of een spellinglesje doen.”

Narjiss gaat de kast met de zitzak het meest missen.Beeld Dingena Mol

De verhuizing

Alle ongeveer zestig leerlingen van de groepen 1 tot en met 7 van De Avonturijn mogen overstappen naar de nabijgelegen basisschool De Springstok in de Tweede Jan van der Heijdenstraat. De twee kleine scholen van verschillende schoolbesturen, respectievelijk Asko (Amsterdamse Stichting Katholiek Onderwijs) en OOadA (Openbaar Onderwijs aan de Amstel) zijn een ‘unieke samenwerking’ aangegaan. De Springstok is met haar 118 leerlingen blij met de komst van de nieuwe leerlingen. “We lijken onderwijsinhoudelijk en qua populatie op elkaar. Wij kunnen uitgroeien tot een school met 190 leerlingen, maar willen een buurtschool blijven. Met de nieuwe leerlingen kunnen we starten met jaargroepen in plaats van combinatiegroepen. We krijgen meer financiële armslag en kunnen de taken over meer teamleden verdelen. We zien veel voordelen,” zegt directeur Sophie Hermanussen van De Springstok.

De medezeggenschapsraden van beide scholen krijgen de tijd om hun besturen te adviseren over het voorgenomen besluit. Tot de zomer­vakantie worden activiteiten georganiseerd om leerkrachten, leerlingen en ouders van de twee scholen met elkaar kennis te laten maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden