Interview

De in Beiroet geboren Teresa Ibrahim (28) stuurt de Nationale Actie van Giro555 aan

Als op 4 augustus Beiroet, de geboortestad van Teresa Ibrahim (28), wordt verwoest door een ontploffing, is ze in het Westerpark. Twee dagen later stuurt ze de Nationale Actie van Giro555 aan. ‘Ik probeerde mijn emoties te verbergen.’

Teresa Ibrahim: ‘Geen hoop in Beiroet, geen perspectief, geen eerlijke overheid. Dat is de pijnlijke realiteit.’Beeld Lotte Bronsgeest

Er is de afgelopen twee weken zo veel gebeurd in het leven van Teresa Ibrahim dat ze niet weet welke emoties ze moet opnoemen om te beschrijven hoe ze zich voelt. “I feel devastated,” zegt ze uiteindelijk. “Ik kan nog wel functioneren, maar ik voel zo veel. Ik neem een lang weekend vrij om een en ander te verwerken.”

Ze zit er desondanks opgewekt bij als ze op het kantoor van Plan International op de Stadhouderskade af en toe van haar thee nipt. Haar telefoon ligt op tafel. Ze had hem op 4 augustus nog even vast voor haar personaltrainingssessie zou beginnen in het Westerpark. “Er kwamen ineens allemaal berichten in de familieapp. De een zei ‘ik ben veilig’ de ander riep op om niet naar buiten te gaan. Ik las dat mijn vier broers en zussen en ouders veilig waren, maar had nog geen idee wat er was gebeurd.”

Ibrahim, noodhulpexpert bij Plan International, dacht aan een autobom. Dat had ze weleens meegemaakt toen ze nog in Beiroet woonde. “Dan appten we altijd met vrienden en familie om te checken of iedereen veilig was.”

Deze keer was het geen bom. Het was een ontploffing die de haven van de Libanese hoofdstad verwoestte en in de hele stad schade toebracht. “Ik zag pas later die allesverwoestende mushroom.” Er zijn bijna tweehonderd doden gevallen. Duizenden mensen raakten gewond en er worden nog mensen vermist. Ibrahim dacht net als haar familie en vrienden dat de situatie in het land aan de oostkust van de Middellandse Zee niet nog erger kon.

Libanon werd eerder al door een burgeroorlog verscheurd en maakt net nu de ergste politieke en financiële crisis sinds decennia door. “Iedereen moest opnieuw ­beginnen, vanaf nul. Ook de mensen die gespaard hadden. Mijn ouders hebben voor niets gespaard. Het geld is slechts een getal bij de bank waar ze niet bij kunnen. Mensen zijn door de crisis alle hoop verlopen. Daar kwam corona nog eens bovenop. En daarbovenop nog de explosie. Sommigen denken dat het land vervloekt is.”

Veel tijd om na te denken nam ze niet. “De ramp was op dinsdag. Ik heb woensdag thuisgewerkt en veel contact gehouden met familie en vrienden. Mijn ­beste vriendin heeft haar oma onder een deur vandaan getrokken. Ze moest op zoek naar medische hulp, maar de ziekenhuizen zaten vol. Ik zat thuis, in Amsterdam, te ­lezen hoe zij aan het vechten was voor het leven van haar oma. Ik las hoe anderen aan het overleven waren en zag ­video’s van verwoeste huizen. Ik wist ook: ik moet hier doorgaan met mijn leven. Daar was ik me heel bewust van.”

Hygiënepakketten

Nog geen 48 uur na de ramp werd Ibrahim het aanspreekpunt voor de acute hulp van de Nationale Actie van ­Giro555 voor haar stad. Bij elke ramp leidt een andere hulporganisatie de Nationale Actie – als die er komt. Het was toeval dat Plan International nu aan de beurt was én dat Ibrahim de noodhulpcoördinator werd. “Ik kreeg allemaal mails over de actie. Ik weet nog dat ik die donderdag de hele dag telefoongesprek na telefoongesprek had om te bepalen of de actie er zou komen.”

Ibrahim legt uit dat er allerlei criteria zijn voor zo’n ­nationale actie. Het hangt aan hoeveel mensen slachtoffer zijn geworden, hoe de toegang tot gezondheidszorg is, de bereidheid van mensen om te doneren. “Het is heel ­gestructureerd en bewerkelijk. Ik weet hoe het gaat, het is mijn werk. Ik kon dit aan, daar twijfelde ik niet aan, maar ik was bang dat anderen dachten dat het te veel voor me zou zijn. Dat het te persoonlijk zou worden of dat ze me zwak zouden vinden. Daarom probeerde ik mijn emoties te verbergen.” 

Beeld Lotte Bronsgeest

Ibrahim deed er alles aan om in tien dagen met collega’s van de samenwerkende hulporganisaties zo veel mogelijk hulp te bieden aan de slachtoffers in Beiroet. De eerste hulp bestond uit het uitdelen van medicijnen, ­dekens, drinkwater en hygiënepakketten met onder andere zeep en maandverband en zorgen dat kinderen werden ­opgevangen en psychosociale steun kregen.

Vervolgens moest er een actiedag worden opgetuigd. Dat was deze keer extra intensief: alle draaiboeken die er ­lagen, waren niet conform corona. “Er mocht nu geen publiek in de studio, er mochten sowieso maar een paar mensen aanwezig zijn. Ook grote evenementen konden niet worden georganiseerd – echt alles was anders.”

Pas als ze na twaalf uur durende werkdagen in bed lag, begon ze te malen. Ibrahim kon moeilijk in slaap komen, kreeg nachtmerries. “Er gebeurde ontzettend veel tegelijk. Als ik nu terugkijk, ben ik blij en dankbaar dat ik zo’n groot project omhanden had. Ik had iets om me op te focussen toen ik me machteloos voelde. We hebben meer dan 12 miljoen euro opgehaald in een zomervakantie en de teller loopt nog. Het raakt me dat er zo veel mensen bereid zijn om de mensen in Libanon te helpen.”

Mentale gezondheid

Ooit wilde Ibrahim de wereld verkennen, werkervaring opdoen, mensen helpen en daarna terug naar haar ­geboortestad. Drie jaar geleden kwam ze naar Nederland voor haar master International Development Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Pas dit jaar besloot ze dat ze nooit meer teruggaat. “De situatie daar is verschrikkelijk. Er is geen hoop, geen perspectief, rechtvaardigheid, geen eerlijke overheid. Dat is de pijnlijke realiteit.”

Vanuit Amsterdam kan ze alsnog helpen met wat ze zelf basale dingen noemt. “Ik had in mijn jeugd geen toegang tot seksuele voorlichting, geen kennis van gendergerelateerd geweld of victim blaming. Aandacht voor mentale gezondheid bestond niet en wordt nog steeds vergeten.”

Ze ging na haar master direct aan de slag bij Plan International ‘omdat ik me hier nuttig kan maken voor iets waar anderen ook echt iets aan hebben’. De hulporganisatie biedt hulp aan kinderen in meer dan vijftig ontwikkelingslanden met een focus op de rechten van meisjes en jonge vrouwen.“We richten ons ook op mentale ­gezondheid, enorm belangrijk. Ik zie dat ook in Beiroet nu: mensen zijn bezig met hun primaire levensbehoeften. Dat is logisch, maar als er nooit wordt gepraat over wat iedereen heeft meegemaakt, wat de kinderen nu doormaken, wordt een plaatselijke ramp een wond voor het leven.”

Over haar mentale gezondheid denkt Ibrahim ook vaker na. “Mijn ouders hebben er alles aan gedaan om me voor te bereiden op het buitenland. Nu zit ik hier met een stabiel inkomen en leven, terwijl zij moeten overleven.” Ze voelt zich schuldig, blij en soms verloren tegelijk. “Soms denk ik dat ik me nooit verdrietig mag voelen, omdat het als je het vergelijkt met Libanon niets voorstelt. Daar moet ik nog tijd in investeren; in het begrijpen en leren dat ik nu een nieuw leven heb opgebouwd met andere problemen die er ook mogen zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden