De Houthaven rond 1930. Delphine Bedel gebruikt de foto in haar bijdrage aan Van hout en de dingen die voorbijgaan.

Plus Achtergrond

De Houthaven is geen niemandsland zonder geschiedenis

De Houthaven rond 1930. Delphine Bedel gebruikt de foto in haar bijdrage aan Van hout en de dingen die voorbijgaan. Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam

Aan de Houthaven kleven eeuwen geschiedenis. Vier kunstenaars laten zien hoe de nieuwste woonwijk van Amsterdam daarmee verbonden is en geven het leefgebied zo smoel.

Hij was even bang dat hij rare dingen zou tegenkomen, ­lichaamsdelen in koffers of zo, maar uiteindelijk beleefde hij zijn spannendste moment toen hij bijna op een goed gecamoufleerde meerkoet stond.

Kunstenaar Iede Reckman zwierf gedurende drie middagen langs de kades van de Houthaven. De planken, onbestemde stukjes zaag­afval, delen van pallets en resten van keukenkastjes die hij daar oppikte belandden in de achterbak van zijn roze Fiat Panda. Voor de tentoonstelling Van hout en de dingen die voorbijgaan maakte hij er een installatie van.

“Vroeger lag het water hier vol met boomstammen en stond de kade vol gestapeld hout,” licht Reckman zijn ­inspiratiebron toe. “De laatste restjes van die houtindustrie liggen nu te vergaan. Daar zit een bepaalde schoonheid in.”

Het rek waar Reckman zijn vondsten ritmisch op heeft gerangschikt staat in projectruimte Cargo in Context op de Haparandadam. De grote ramen bieden ruim zicht op de kranen en cementwagens waarmee in hoog tempo een nieuwe stadswijk voor 10.000 bewoners uit de grond wordt gestampt. “Het moet een klimaatneutrale wijk worden,” weet Reckman, “maar waarom gebruiken ze dan zo veel beton? Dat levert een hoge CO2-uitstoot op. Beter hadden ze, zoals vroeger, gebruikgemaakt van hout. Dan wordt de kooldioxide juist vastgelegd. Pas als het hout vergaat of verbrandt komt die CO2 weer vrij. Wat dat betreft kun je mijn installatie zien als een verzameling lekkende vaatjes koolstofdioxide.”

Reckman, die half serieus, half grappend overweegt een Partij voor de Bomen op te richten, wil de nieuwe Hout­havenbewoners bewust maken van het verband tussen klimaatverandering en ontbossing. De tentoonstelling waar hij deel van uitmaakt, laat zien welke niet te onderschatten rol hun woonplaats daar in het verleden in heeft gespeeld.

Het riool van de grachtengordel

Anders dan bijvoorbeeld het opgespoten IJburg is de Houthaven geen terra nullius, niemandsland zonder ­geschiedenis. De meeste kersverse eigenaren van een middenklassewoning of high-endappartement in de iconische Pontsteiger zullen het zich niet realiseren, maar hun wijk was lang het riool van de grachtengordel. Jutters vinden tussen het riet nog regelmatig honderden jaren oud porselein en glasscherven.

Vanaf de 17de eeuw heeft dit deel van de stad in het teken van hout gestaan. Dat werd in eerste instantie vooral aangevoerd vanuit Scandinavië en bereikte via de Zuiderzee Amsterdam. Toen in 1876 het Noordzeekanaal gereed kwam, werd er een speciale haven uitgegraven, die in de jaren daarna nog twee keer werd uitgebreid om de aanvoer uit Zuid-Amerika, West-Afrika en Azië te verwerken. De buurt stond vol loodsen en zagerijen. Bedrijven als Jongeneel en de Amsterdamsche Fijnhouthandel hebben hier nog steeds vestigingen.

De grootschalige houtverwerking verplaatste zich echter steeds meer naar de landen van herkomst en het Europese verbod op tropisch hardhout betekende in 1994 de definitieve nekslag voor de Houthaven. Het terrain vague dat ontstond trok studenten en stadsnomaden aan. Asociale gezinnen werden hier gehuisvest en avontuurlijke horecaondernemers begonnen er Strand West en Pont 13. Aan het begin van deze eeuw werd de verwaaide rafelrand aangewezen als nieuwbouwlocatie en na de kredietcrisis zijn de eerste palen de grond ingegaan.

Schilderij van Inez de Brauw. Beeld Inez de Brauw

Lia Gieling, initiator van Cargo in Context, wil met de huidige tentoonstelling ‘de geschiedenis downloaden in de publieke ruimte’. Van hout en de dingen die voorbijgaan kan gezien worden als een vorm van ‘placemaking’, een term die stadsplanologen graag gebruiken voor de inzet van lokale historie – liefst met hulp van creatieven – om een nieuw of vernieuwd leefgebied smoel te geven.

Het beroemdste voorbeeld hiervan is Beyond, een combinatie van design, theater en beeldende kunst die Leidsche Rijn bij Utrecht, de grootste Vinexwijk van Nederland, in de ­jaren negentig heeft behoed voor steriele niksigheid. Dichter bij huis is er Javaeiland, waar kunstenaars bruggen ontwierpen die een link leggen naar de historische binnenstad.

Stadsdeel West heeft blijkbaar weinig trek in dit soort ­artistieke archeologie. Er staat enkel een zielig houten huisje bij Het 4e Gymnasium bij wijze van historische knipoog. Verder verwijzen de straatnamen naar Scandinavië, waar lang veel hout vandaan kwam. Maar veel mensen zullen bij Haparanda eerder denken aan Azië dan het een plaatsje in Zweden met die naam.

Wie bouwt? Wibaut!

Van hout en de dingen die voorbijgaan graaft dieper. Van de vier deelnemende kunstenaars gaat Delphine Bedel daarin het verst. Zij dook in de collecties van het Stads­archief, Atria en het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis om de houtconnecties van Amsterdam te onderzoeken. “Het zat tot in de haarvaten van de stad,” is haar conclusie. “Hout werd gebruikt om te koken en huizen te verwarmen. Maar er werd ook mee gebouwd: meubilair, schepen, woningen en natuurlijk de heipalen die onder een groot deel van de stad in de grond zitten. De houthandel is sterk verweven met de koloniale geschiedenis – veel hardhout kwam uit Indonesië en Suriname.”

Iede Reckmans installatie met hout uit de Houthaven. Beeld Iede Reckman

Tussen de scheepsmanifesten, gerechtsverslagen, kranten en andere documenten stuitte Bedel op iets bijzonders: de correspondentie tussen Floor Wibaut en zijn vrouw Mathilde Berdenis van Berlekom. Hij schreef haar vanuit verre buitenlanden, tot aan Rusland en Amerika toe, waar hij voor Houthandel G. Alberts Lzn. & Co uit Middelburg heen reisde. Wibaut werd miljonair dankzij het hout, maar in zijn correspondentie geeft hij al blijk van een socialistische visie, die hij vanaf 1914 als wethouder van Amsterdam in de praktijk bracht. Wibaut was de drijvende kracht achter stadsuitbreidingen als de Spaarndammerbuurt en Plan Zuid, die de nijpende woningnood verlichtten. Zijn verkiezingsslogan luidde dan ook: “Wie bouwt? Wibaut!”

In grote collages brengt Bedel die periode in beeld: foto’s van de mensonterende sloppen die Wibaut bestreed, feministische pamfletten voor anticonceptie en een pleidooi voor de veertigurige werkweek voor arbeiders in de Houthaven. “Veel van Wibauts ideeën, zowel sociaal als over stadsuitbreiding, resoneren nog steeds,” zegt Bedel. “Hoewel het contrast van de rijke wijk die hier nu staat met de krotten van honderd jaar geleden schril is, is sociaal-economische ongelijkheid nog steeds een actueel thema.”

Bolsonaro en Funda

Koos Buster koppelt het verleden van de Amsterdamse nieuwbouwwijk aan de klimaatverandering. Op zijn herdenkingsborden, die met hun Delfts Blauwe afwerking en gouden randen doen denken aan sierborden van weleer, heeft hij sojavelden afgebeeld en de Braziliaanse president Bolsonaro die planters een vrijbrief geeft om de Amazone plat te branden. “Ik kan me nog de tv-beelden herinneren van een Greenpeace-actie hier in de haven waarbij ze ‘fout hout’ in groene letters op een schip schilderden,” vertelt de geboren Amsterdammer.

Op tegels tekende hij kettingzagen en draglines, die omgeven zijn door tegels met groen glazuur. “Alsof je naar satellietbeelden kijkt van een stiekeme misdaad. Maar die tableaus doen natuurlijk ook denken aan de schouw van ouderwetse houtkachels.”

Herdenkingsbord van Koos Buster. Beeld Koos Buster

Ook Inez de Brauw borduurt voort op de huislijkheid die in de Houthaven de industrie vervangt. “Op Funda heb ik gezocht naar wat er te koop staat. Ik kreeg vooral foto’s van modelwoningen te zien. Die geven op een bepaalde ­manier de filosofie van de wijk weer: modieuze designmeubels en veel planten om toch een beetje de natuur ­terug te brengen tussen al dat beton. En ze zijn erg gericht naar buiten, met grote ramen. Maar het uitzicht wordt in hoog tempo volgebouwd, mensen zien zo niet de omgeving maar vooral elkaar.”

De Brauw vatte al die interieurs samen in één groot schilderij. Achter de ramen tekende ze met fineliners de uitzichten vanuit de oude haven zoals zij ze op oude archieffoto’s vond. Ze spande er draadjes voor zodat het beeld lijkt te bewegen als je erlangs loopt. “Een beetje als een ­oude zwart-wittelevisie die het net niet lekker doet. Het is een soort nostalgie van de toekomst: dit is het uitzicht dat gaat verdwijnen.”

Bewoners en oevers

De tentoonstelling Van hout en de dingen die voorbijgaan gaat gepaard met een publieksprogramma. Zondag om 15.00 uur is er een bijeenkomst voor huidige en voormalige bewoners en mensen die in de Houthaven werken of hebben gewerkt. Op 6 oktober (15.00 uur) wordt een bootexcursie georganiseerd langs de oevers van de Houthaven, met toelichting door stedenbouwkundige Ton Schaap.

Van hout en de dingen die voorbijgaan: t/m 20/10 in Cargo in Context, Haparandadam 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden