PlusReportage

De halalkip van de familie Çaki gaat de hele wereld over

Aan de rand van de stad, bij Sloterdijk, staat een grote witte loods met een rode kip erop: het Bilal Chicken Centre. Vanaf deze plek gaat de halalkip van de familie Çaki de wereld over, al dan niet in de vorm van een dinosaurus.

Eigenaren Bilal en Mevlüt Çaki, zoon en vader, van Bilal Chicken Centre.Beeld Hilde Harshagen

De dochter van Bilal Çaki was nog geen vier jaar oud, toen ze op een dag zei: “Papa, ik vind kippen niet meer leuk.” Hij dacht eerst wààààààààààttt en oké, we hebben een jonge vegetariër, dat kan, maar kon door de grond zakken toen zijn dochter uitlegde waarom.

“Je houdt meer van kippen dan van mij,” zei ze.

Sindsdien heeft de 30-jarige ceo van de Bilal Group op advies van zijn coach een papadag genomen. Wanneer dat is? “Zondag. Altijd op zondag. Dan zit ze achter op de fiets of gaan we wandelen.”

Op vrijwel elk ander moment is Bilal Çaki bezig met kip. Zelfs als hij zich verveelt, gaat hij naar de supermarkt. Even rondhangen in de Jumbo of de Albert Heijn, om te kijken wat er gebeurt bij de kipproducten, de snacks en de diepvriespizza’s. “Ik geloof niet dat je als ondernemer, in hart en ziel, een 40-urige werkweek kunt hebben. We worden workaholics genoemd, maar het is gewoon onze hobby.”

Bilal waarschuwt alvast: hij kan dagen achtereen over kip en de internationale pluimveesector praten. Sommige mensen gruwelen van de vleesindustrie: voor hem is het juist een wereld waar hij als kind al van droomde.

Als je vanaf de A5 de stad in komt rijden, is de witte loods een van de eerste gebouwen die je ziet: het Bilal Chicken Centre, op industrieterrein Sloterdijk III West.

Elke ochtend vroeg komen hier vrachtwagens vanuit het hele land aan, met grote plastic bakken vol dode kip. De verkoop van vleesvervangers neemt toe, maar ook de consumptie van vlees blijft populair in Nederland. Volgens de meest recente cijfers, van 2018, steeg het vleesverbruik juist – en dan vooral pluimveevlees. Per hoofd van de bevolking wordt er jaarlijks 22,5 kilo pluimveevlees gegeten, de Nederlandse slachthuizen verwerken elk jaar 400 miljoen kippen: meer dan 1 miljoen per dag.

Een klein deel daarvan, tussen de 15 en 20 miljoen kilo per jaar, komt hier aan de rand van de stad terecht. In een vergaderzaal in de witte loods laat Bilal een brochure zien vol foto’s van roze stukken vlees, niet meer te herkennen als dier. Het vlees komt in reepjes, blokjes en filets. Er zijn bouten en vleugels, van het ‘1e of 2e lid’. Er is poten- en dijvlees. Met vel of zonder vel. Haasjes, medaillons, koteletten. Gemarineerd of ongemarineerd. Er zijn magen, nekken, harten en levers. Allemaal beschikbaar in verschillende soorten verpakkingen, gekoeld of diepgevroren.

De enige overeenkomst: de kippen zijn halal geslacht. Dat gebeurt bij verschillende Nederlandse slachterijen, op verschillende manieren. Bilal: “In Europa worden alle kippen verdoofd, soms met elektrische verdoving, soms met CO2-gas. Sommige klanten willen dat het met de hand is geslacht, andere klanten vinden machinaal slachten prima. Zolang er maar vanuit het woord van God op de knop wordt gedrukt.”

Bilal heeft de afgelopen jaren ook een pizza- en snacklijn met kipproducten ontwikkeld. De nieuwste aanwinst, die wereldwijd wordt verkocht, is de Pizza Kapsalon, Original Italian with true Dutch taste. Daarnaast zijn er innovaties als Chicken Taco’s (driehoekige stukjes kip, met een korst van tacochips) en kipdinosaurussen (soort kipnuggets in de vorm van dinosaurussen). Die laatste snacks hadden ook de vorm van een kip kunnen krijgen, maar dan was het volgens Bilal net iets minder aantrekkelijk geweest.

“Voor kids is het nu net geen speelgoed, maar wel een beleving. We krijgen heel veel e-mails van moeders die superblij zijn dat hun kinderen vanwege de dino’s eindelijk weer kip eten.”

Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

Mercatorplein

Alles begon toen zijn vader Mevlüt in 1984 vanuit Turkije als gastarbeider naar Nederland kwam. Hij werkte in een patatfabriek en een bloembollenkwekerij, en toen hij op een gegeven moment genoeg geld had gespaard begon hij zijn eigen zaak, met halalvlees en Turkse levensmiddelen: Çaglayan, op het Mercatorplein.

Al op jonge leeftijd ging Bilal regelmatig, voor zonsopgang, met zijn vader mee naar de kippenslachterij in Breukelen. “Daar heerste een sfeer waar ik eigenlijk gewoon verslaafd aan ben geraakt. Dat als de rest van het land nog slaapt, je al bezig bent met de internationale handel. Ik leerde daar ook dat hoe harder je werkt, hoe meer geld je kunt verdienen en hoe meer dingen die je wilt kunt realiseren. Dat sprak me aan. Ik kreeg de kans om ergens in te geloven, om mijn dromen waar te kunnen maken.”

In zijn tienerjaren ging Bilal mee in het ritme van zijn vader: om vijf uur ‘s ochtends aan het werk in het familiebedrijf, en rond acht uur naar het Berlage Lyceum. Tussen de lessen door had Bilal klanten aan de lijn en ’s middags keerde hij weer terug naar de zaak. Die zat niet meer op het Mercatorplein: zijn vader had besloten zich helemaal te richten op de verwerking van halalkip, een pand op een industrieterrein betrokken en draaide acht miljoen euro omzet per jaar.

Het was een opmerking van de leraar economie die Bilal op zijn zeventiende deed besluiten te stoppen met school en fulltime in het familiebedrijf te gaan werken. “Waarom kom je nog naar de les,” zei hij, toen Bilal een keer te laat kwam. “Turken worden toch alleen taxichauffeur of slager.”

Het was het laatste zetje dat Bilal nodig had, om zijn dromen in de kipindustrie te gaan najagen. “Ik was geen lieverdje, maar iemand die koppig was en snel verveeld. Als ik half negen in de klas moest zijn, dacht ik dat vijf over half negen ook wel kon. Als je dan wordt vernederd, geef je me toch een extra push om te stoppen.”

Nu, als ceo van Bilal Group, leeft hij zijn droom. De afgelopen jaren groeide de omzet met 20 tot 25 procent per jaar. Er werken 38 mensen en afgelopen jaar werd een omzet van 17 miljoen euro gedraaid.

Zestig procent wordt verkocht in Nederland, aan supermarkten, buurtsupers, horeca en de industrie, maar de kip van Bilal is ook populair in het buitenland. Onlangs vertrok de eerste container naar Saoedi-Arabië, het 22ste land waarnaar wordt geëxporteerd.

Oprichter van het familiebedrijf Mevlüt Çaki opent nog elke ochtend rond 04.30 uur de deuren.Beeld Hilde Harshagen

Winnaar

Bilal werd een paar jaar geleden verkozen tot winnaar van The Other Businessman – beste multiculturele ondernemer van het jaar – en heeft net een mastercourse afgerond bij de Hogeschool van Amsterdam.

En toch, die opmerking van die leraar economie steekt nog steeds. “Ik besef nu pas: ik was nog niet volwassen hè. Iedereen heeft een gevoelige snaar. Ik vind dat een leraar niet dat soort uitspraken moet doen. Dromen van een kind kun je makkelijk vernielen.”

Bilal staat op, doet een wit pak aan, trekt een haarnetje tot over zijn oren en gaat met schoenbeschermers aan door een desinfectiestation voor een rondleiding door de fabriek.

Hij vertelt dat hij trots is dat zijn bedrijf in de stad zit. “Toen we een paar jaar geleden op zoek gingen naar een nieuwe ruimte, hebben we ook wel op andere plekken gekeken. In Wormerveer vonden we echt een geschikt, kant-en-klaar pand, maar het voelde niet als thuis. Ga je dan bij een klant in Kuala Lumpur zeggen: we’re based in Wormerveer. Amsterdam is dan toch makkelijker, dat is een wereldmerk. Ik en mijn broers zijn hier geboren en getogen, het bedrijf zit er al dertig jaar. We willen dus in Amsterdam zitten.”

In de hoek van de fabriek staan grote, plastic bakken tot aan de rand toe gevuld met kippenrompen, ontdaan van poten, vleugels en kop. De rompen worden op een lopende band gelegd, en daarna op een ontbeenmachine geprikt. De machine doet het meeste werk, maar restjes bot en bloed worden handmatig bijgesneden door mannen en vrouwen in witte pakken die achter de machine staan. Kleine kipresten vallen naar beneden, in blauwe kratjes. Die gaan richting een fabriek waar honden- en kattenvoeding wordt gemaakt.

Er is een machine die de schoongesneden filets weegt en sorteert. Een machine waar ze worden verpakt. Daarna gaan de verpakkingen via een lopende band langs een metaaldetector, die checkt of er niet ergens een stukje metaal is achtergebleven. Verderop staan mensen achter een soortgelijke productielijn, maar dan niet met filets maar kippenpoten.

Kip, kip, kip, kip, kip. Overal waar je kijkt is kip.

Bilal krijgt de vraag vaker: vindt hij het niet zielig voor al die miljoenen kippen? Nee, zegt hij. “Als ik bij de slachterij zie hoe de kippen worden geslacht, kijk ik wel altijd naar hoe het beter kan, maar de kippen lijden geen pijn.” Dat ze daarna niet meer leven, ziet hij niet als een probleem: het doel van het leven van een kip is volgens Bilal om mensen te voeden. “Ik weet dat sommige mensen er anders naar kijken. De een ziet het voornamelijk als dier, de ander als voedsel.”

internationale kipmarkt

Bilal volgt de ontwikkelingen op de internationale kipmarkt op de voet. Sinds zijn vader dertig jaar geleden zijn zaak aan het Mercatorplein begon, is het bedrijf regelmatig van gedaante veranderd, en dat zal het blijven doen. Hybrid chicken – kipproducten die voor de helft zijn aangevuld met plantaardige ingrediënten – vindt hij een mooi product. Voor de lange termijn ziet hij de innovaties met kweekvlees wel zitten (hoewel de discussie of het dan nog halalvlees is nog moeten worden gevoerd).

“We gaan steeds meer flexitariërs krijgen, dat ben ik zelf ook. Ik hoef niet elke dag vlees te eten. Maar ik zou mezelf voor gek verklaren als ik denk dat we over vijftien jaar geen kip meer eten. Dat de kip döner kebab zal verdwijnen, dat geloof ik niet.”

Hij hangt namelijk niet voor niets in zijn vrije tijd in de supermarkt rond: hij wil weten wat de consument wil. En de Nederlandse consument wil kip, en dan vooral zo goedkoop mogelijk. De vraag naar de halal-scharrelkip die Bilal verkoopt, is zo laag dat het nog geen vijf procent van de omzet uitmaakt. Biologische kip zou Bilal ook graag aanbieden, maar met 18 euro per kilo is er nog geen klant die ervoor wil betalen.

“Het kan allemaal beter. En wij willen ook graag innoveren op duurzaamheid, het beste jongetje van de klas zijn,” zegt Bilal. “Maar dat is wel lastig als er tegelijkertijd 70 miljoen kilo goedkope kip uit Oekraïne wordt gehaald, en de import uit Brazilië, Paraguay en Uruguay verdrievoudigd is. Wij kunnen echt trots zijn op de Nederlandse kipsector. Wij zorgen dat er een mooi product op het bord ligt. Made in Holland is niet voor niets in het buitenland een kwaliteitskeurmerk.”

Verder groeien

Bilal hoopt dat het bedrijf de komende jaren verder zal groeien. De nieuwe fabriek is nog geen twee jaar open, maar zit al aan tachtig procent van de capaciteit. En hij zou heel graag een bedrijfsovername willen realiseren. “Dat vind ik een uitdaging, om van twee bedrijven een te maken, en andere mensen aan jouw bedrijfscultuur te laten wennen.”

Het zijn ambities waar hij soms met zijn familie over kan botsen. Want het Bilal Chicken Centre is nog steeds een familiebedrijf, met vier directeurs: Bilal, twee van zijn broers én zijn vader. Dat het naar Bilal is vernoemd is toeval: toen zijn vader begon met de export, bleek niemand in het buitenland de bedrijfsnaam Çaglayan te kunnen spellen. De naam van Bilal was het makkelijkst én rijmde op halal, dus de keuze werd snel gemaakt.

“Er is wel een generatieverschil met onze vader. We hebben flinke ruzies gehad, konden enorm bekvechten. Het is voor mij en mijn broers ook moeilijk voor te stellen wat hij heeft meegemaakt. Hij kwam op zijn nagels, met 200 Duitse mark op zak naar Nederland, helemaal alleen. Zonder telefoon, Whatsapp en Facetime, en zonder de taal te beheersen. En dan dit hele bedrijf op poten zetten. Dus natuurlijk is hij voorzichtiger met zijn beslissingen. Daar kan ik alleen maar respect voor hebben, mijn vader heeft altijd kei- en keihard gewerkt. En nog steeds doet mijn vader om half vijf de deur van de fabriek open. Je mag het proberen: morgenochtend vroeg staat hij hier weer voor de deur.”

En inderdaad, om 04.38 uur komt Mevlüt Çaki (52) aanrijden, opent de deur van de fabriek en zet het piepende alarmsysteem uit. Dat het zo vroeg is, maakt hem niets uit. “Ik ben het gewend, al meer dan dertig jaar begin ik op dit tijdstip met werken. Vroeger moest ik elke dag met mijn busje de de kippen om vijf uur ‘s ochtends ophalen bij de slachterij.”

In 1984 naar Nederland

Bij de koffie haalt hij herinneringen op, van toen hij in 1984 naar Nederland kwam. Hoe hij werkte bij de bloemkwekerij, de patatfabriek van McCain en daarna zijn winkel op het Mercatorplein opende.

Dat Bilal soms meeging in het busje naar de slachterij. Nog half slapend. En dat hij dan bij het tankstation een croissantje voor hem kocht. Had hij ooit verwacht dat zijn supermarkt zou uitgroeien tot een miljoenenbedrijf, met kipproducten die de hele wereld overgaan? “Nee, zeker niet. Maar zo gaan die dingen. Van het een komt het ander.”

Al snel nadat de deur van de fabriek is geopend, komen de eerste leveranciers binnen, en de medewerkers die in de productiehal gaan snijden. Mevlüt moet ook aan de slag: de voorraad in de koelcel noteren, bestellingen verwerken, de rondelijsten maken, zoals elke dag. Want terwijl het buiten nog donker is en de rest van de stad slaapt, is in de witte loods aan het begin van de stad het leven begonnen waar Bilal al op jonge leeftijd verslaafd aan raakte: het leven van hard werken.

Lees meer over Bilal Chicken Centre in de essaybundel De Buik van de Stad: Boze boeren, LED-lampen en kipdino’s. De bundel met 13 essays over grootstedelijke voedselvraagstukken is uitgegeven door Flevo Campus, een opleidings- en onderzoeks- instituut dat zich richt op de stedelijke voedselsystemen in de 21ste eeuw. 

Bij Bilal Chicken Centre werken 38 mensen, afgelopen jaar werd een omzet van 17 miljoen euro gedraaid.Beeld Hilde Harshagen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden