Plus

De film waarin we boodschappen doen, heet Invasion of the Body Snatchers

Weten we nog wie we kunnen vertrouwen? Paroolcriticus Bart van der Put kijkt op anderhalve meter afstand naar een oude nachtmerrie.

Brooke Adams is in Invasion of the Body Snatchers (1978) de eerste die argwanend wordt.Beeld Corbis via Getty Images

We zeggen niets in de supermarkt. We kijken elkaar ­indringend aan en proberen het gezicht van de ander te ­lezen. Ben jij hier te goeder trouw of breng je stiekem de plaag mee? Hij draagt een mondkapje, ik niet. Betekent zijn kapje dat hij besmet is? Of doet hij boodschappen voor kwetsbare thuisblijvers die niet besmet mogen worden? Hoe zat het eigenlijk met die kapjes?

Het stadsleven met een plaag is behoorlijk ingewikkeld; en het is er niet eenvoudiger op geworden nu we onze feiten uit onderling tegenstrijdige bronnen kunnen betrekken. De plaag is al erg genoeg. Het onzichtbare gevaar maakt ons bang en onrustig, en voedt de argwaan. Wie is dat? Ik ken hem toch ergens van? Is hij ook een vaste klant? Waarom kijkt hij dan zo verontrust?

De film waarin we boodschappen doen, heet Invasion of the Body Snatchers. Er zijn twee uitstekende films met die smeuïge titel. Ze zijn gebaseerd op de sciencefiction­roman The Body Snatchers van de Amerikaanse pulpschrijver Jack Finney. De pocket uit 1954 beschrijft hoe buitenaards plantenzaad op een kleine stad in Californië neerdaalt, wortel schiet en forse vruchten produceert. De peulvruchten baren perfecte kopieën van de bewoners, die een voor een door de indringers worden vervangen. Het leidt tot argwaan en paranoia: kan ik de buurvrouw nog vertrouwen? Is mijn man nog wel mijn man?

Klassieker in het genre

Het is een amusant pulpverhaal met een geruststellende afloop, maar filmmakers Don Siegel en Philip Kaufman bewerkten het in 1956 respectievelijk 1978 tot angstaanjagende films, die de tijdgeest fraai weerspiegelden en helemaal niet vrijblijvend eindigen. Siegel werd later beroemd dankzij vijf puike films die hij met Clint Eastwood maakte (waaronder The Beguiled en Dirty Harry, beide in 1971). Achteraf gezien legt zijn beklemmende bijdrage aan de stortvloed aan sciencefictionfilms in de jaren vijftig evenwel meer gewicht in de schaal. Invasion of the Body Snatchers werd een klassieker in het genre.

De film weerspiegelt de Amerikaanse angst voor communistische infiltratie in alle geledingen van de samen­leving: werkt een van onze buren heimelijk voor de Sovjet-Unie? Verspreidt de radiozender verhulde propaganda voor een Rode machtsovername? Het gedrag van de zogeheten pod people (peulmensen) in Siegels film weerspiegelt de angst voor een opgelegde kadaverdiscipline.

De ­gekopieerde mensen gedragen zich allemaal hetzelfde: ze zijn sociaal afstandelijk en gevoelloos. De individuele vrijheid wordt vervangen door een collectieve eenvormigheid.

Duister broeinest

In Philip Kaufmans Invasion of the Body Snatchers speelt Siegel een onbetrouwbare taxichauffeur, die hoofdrolspelers Donald Sutherland en Brooke Adams oppikt. Kaufman verplaatste de invasie naar San Francisco, dat in sociaal en cultureel opzicht het Amsterdam van Amerika genoemd kan worden. Michael Chapman, de cameraman van Scorseses Taxi Driver en Raging Bull, slaagt er uitstekend in om de pittoreske stadsarchitectuur een sinistere uitstraling te geven. Het transformeert de kleurrijke stad van de bloemenkinderen uit de jaren zestig tot een duister broeinest voor peulmensen anno 1978.

Botanica Adams is de eerste die argwaan krijgt, maar haar emotionele noodkreten worden in therapeutentaal aan relatieproblemen toegeschreven. Haar beschrijving van de sfeer op straat klinkt in het Amsterdam van vandaag vertrouwd: er is iets gaande wat niet uitgesproken wordt. Mensen gedragen zich afstandelijker. We weten niet meer wie we kunnen vertrouwen. Het gaat overwegend goed, maar de argwaan en vervreemding kunnen je plotseling overvallen. Dan helpt het om jezelf gekscherend tot de orde te roepen: pas op! Het zijn peulmensen!

‘Lekker shotje!’

Het weerzien met Kaufmans klapstuk viel niet tegen. De eerste kennismaking was onvergetelijk. Ik mocht met mijn vader voor het eerst mee naar een film voor volwassenen. We deelden een fascinatie voor sciencefiction en waardeerden Siegels klassieker. Daar zaten we dan, bij een middagvoorstelling in een Brabantse bioscoop tussen ­anderhalve man en een paardenkop.

Tijdens een akelige scène waarin Adams een injectie krijgt toegediend, ging er naast het doek een deur open. Een schoonmaker met een vuilnisemmer liep pontificaal voor het doek langs naar een ­andere deur. Hij keek op, zag de spuit en riep: “Lekker shotje!”

Daarmee opende zich de wonderlijke wereld van het bioscoopleven voor volwassenen. En met die malle uitroep raakte ik doordrongen van het grillige karakter van de publieke voorstelling, die los van de film een geheel eigen indruk nalaat. Een dikke veertig jaar later roep ik in de thuisblijfbioscoop bij de bewuste scène zelf: “Lekker shotje!” En zit ik prompt weer veilig naast mijn vader, terwijl het buiten wemelt van de peulmensen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden