PlusInterview

De eerste en enige kunstrijder geboren op Curaçao: ‘Kunstrijden is ook voor mannen’

Jonathan LourensBeeld Nosh Neneh

Jonathan Lourens (27) is de eerste en enige kunstrijder die geboren is op Curaçao. De Amsterdammer vindt troost op het ijs. ‘Ik wil alle sprongen proberen.’

Bij het betreden van het ijs op de Jaap Edenbaan tempert Jonathan Lourens de hooggespannen verwachtingen van de fotograaf. Ze wil spectaculaire en artistieke sprongen zien voor de lens van haar camera. Lourens lacht alvast verontschuldigend en zegt: “Ik heb vier weken niet op het ijs ­gestaan, eerst kijken hoe het voelt.”

En de ijzers onder zijn kunstschaatsen? Al weken niet ­geslepen. De spijkerbroek vormt geen belemmering; hij legt uit dat die van stretchmateriaal is gemaakt.

De coronacrisis heeft directe gevolgen voor de kunstrijders in Nederland. De ijsvloer is beschikbaar voor slechts een klein groepje mensen, waardoor sporters niet kunnen trainen. Lourens moet het daarom tot zijn grote spijt al een maand zonder zijn grootste uitlaatklep doen.

Hij is de enige kunstrijder die geboren is op Curaçao. Voor corona Nederland lamlegde, konden mensen hem ­dagelijks op de ijsbaan in Oost voorbij zien komen.

Waar hij kan, uit Lourens zijn afkomst. Op de rechterhak van zijn schaats staat de blauwe vlag van het eiland in de Caraïbische zee – zelf geschilderd. Op zijn zwarte rechterhandschoen blinkt dezelfde kleurstelling. In de taal van zijn geboorte-eiland, het Papiaments, staat op zijn andere schaats dushi, schatje, geschreven. “Ik vind het leuk om er fancy uit te zien. Ik ben nog aan het broeden op een overhemd met de Curaçaose vlag in pailletten.”

Bij zijn geboorte bestond geen enkele aanleiding te denken dat hij later op het ijs zijn kunsten zou vertonen. Als telg van een muzikale familie was hij als kind gek op tapdansen. Later, toen hij met zijn moeder en zus in Amsterdam woonde en bouwkunde studeerde, danste hij op ­muziek uit de jaren vijftig, met name rock-’n-roll. Ook bowlde hij, maar helemaal zijn draai kon hij niet vinden in die sport, al staat er nog een baanrecord in bowlingcentrum Borchland op zijn naam.

Lourens werd tijdens zijn periode op het ROC van ­Amsterdam gewezen op kunstschaatsvereniging Ekijsa, een van de twee clubs op de Jaap Edenbaan. De van nature ­introverte Lourens onderdrukte in eerste instantie zijn ­enthousiasme. De sport heeft veel artistieke en muzikale elementen, precies waar hij van houdt. “Kunstrijden heeft een heel vrouwelijk imago. Daar moest ik overheen stappen.”

Ekijsa telt bijvoorbeeld vijf mannelijke leden tegenover bijna honderdvijftig vrouwen. “Op Curaçao is imago ontzettend ­belangrijk, zeker in een deel van mijn familie. Kunstrijden paste daar zeker niet bij. Daar zat ik mee in mijn maag. Ik wilde wel heel graag mijn eigen beslissingen nemen en niet tegengehouden worden door meningen van anderen, maar het duurde even voordat ik het echt durfde. Net na mijn achttiende verjaardag, nu negen jaar geleden, vroeg ik om een proefles. Dat was het begin van een mooi avontuur.”

Entertainen en dansen

En wat bleek? Lourens, na een studie psychologie inmiddels werkzaam als jeugdconsulent, had talent. Als kind van de zon sprong hij na relatief weinig oefenuren als volleerd ijsdanser door de hal. De axel, een sprong waarbij je om je as draait, zat zo in zijn arsenaal. Net als de dubbele salchov en dubbele rittberger, spectaculaire sprongen. Stuk voor stuk voert hij ze uit met een lach, entertainen is wat hij het liefste doet.

“Daarom is kunstrijden voor mij veel geschikter dan het langebaanschaatsen op een rondje van 400 meter. Ik heb nog nooit op hoge noren gestaan en het lijkt me ook niets, eerlijk gezegd. Je gaat maar een richting op. Pootje over is misschien leuk, maar ik doe dat in het kunstrijden vier verschillende kanten op. Kunstrijden is voor mij veel uitdagender.”

Trainers van Ekijsa verbazen zich regelmatig, want Lourens reageert impulsief op het ritme van de muziek. “Soms dans ik meer dan dat ik schaats. ‘Kijk hem dan!’ hoor ik ze dan vanaf de kant roepen. Ik beweeg, anders dan veel ­Nederlanders, op mijn gevoel, niet op basis van tellen. Dat vertaal ik naar het ijs. Mijn improvisaties vallen op. Ik durf relatief veel, wil alle sprongen proberen, maar daardoor val ik ook veel.”

Hoe goed Lourens ook is, de sport voorziet niet in zijn ­levensonderhoud. In Nederland is er geen geld voor; dat wordt geïnvesteerd in de langebaanschaatsers en shorttrackers. Omdat de Amsterdammer pas sinds zijn 19de op het ijs staat, kan hij het gat met rijders uit Japan of Rusland niet overbruggen. Daar worden kinderen vanaf hun vierde in een strak trainingsprogramma gezet. Bovendien piekt een kunstschaatser relatief jong. De beste vrouwen van de wereld zijn vaak tieners, de mannen meestal iets ouder.

Voor Lourens’ familie is dat niet van belang. Hun reactie bleek vooral positief toen ze de eerste beelden van een zwierende en zwaaiende Lourens door de ijshal zagen. “Ze waren trots. Mijn ouders zijn gescheiden, maar vooral aan mijn moeders kant waren ze heel positief. Zij zagen mij vroeger op feesten altijd al dansen. Die vreugde die ik toen had, keerde terug op het ijs. Dat geeft veel energie en voldoening.”

De axel, een sprong waarbij je om je as draait, zat zo in zijn arsenaalBeeld Nosh Neneh

Trotse ouders

Zijn vader, die op Curaçao woonde, zag alleen filmpjes van een schaatsende Lourens. Ze spraken jaren geleden af dat vader zijn zoon zou zien op het ijs. Die dag kwam er nooit. Vader Lourens overleed vier jaar geleden aan kanker. “Hij zou nog komen terwijl hij al ziek was, maar dat mislukte helaas. Gelukkig heeft hij heel vaak gezegd hoe trots hij op me was. Hij liet me dat zien, voelen en merken.”

Lourens, die de jeugd van Ekijsa traint, ging na het overlijden van zijn vader door met zijn missie: de wereld laten zien dat kunstrijden voor iedereen is. Niet alleen voor vrouwen van westerse komaf. “Ik hoop mensen te beïnvloeden. Zelf ben ik licht getint, dat betekent niet dat ik hier niet geschikt voor ben. Deze sport is ook voor mannen, niet alleen voor girly guys. Het is eigenlijk een heel mannelijke sport. Er is kracht, lef en doorzettingsvermogen voor nodig.”

Uit het kunstrijden haalt Lourens veel voldoening, ook als het leven anders loopt dan hij had gehoopt. Na het verlies van zijn vader dreigt nu ook het verlies van zijn moeder in Amsterdam. Ze lijdt aan ALS en zit in een rolstoel. “De ziekte is al een tijd gaande. Eerst had ze het in een mildere vorm, inmiddels kan ze bijna niets meer.”

Anderhalf jaar geleden zag ze voor het laatst haar zoon op het ijs. Lourens trok alles uit de kast om zijn moeder nog trotser te maken dan ze al was, om een lach op haar gezicht te schaatsen. “We zeggen veel tegen elkaar zonder het uit te spreken. Zo goed voelen we elkaar aan. Die dag kon ik de trots op haar gezicht lezen.”

Nu probeert Lourens veel bij haar te zijn, al werd het hem drie maanden lang onmogelijk gemaakt door de coronacrisis. “Ze begint echt moe te worden, waardoor ik haar niet te vaak en niet te lang kan bezoeken. Ik weet dat haar leven binnenkort op gaat houden en daar bereid ik me op voor. Eigenlijk rouw ik al, maar ik probeer elk moment met haar nog te genieten.

Die laatste keer met zijn trotse moeder langs het ijs blijft Lourens altijd bij. “Ze vond het een mooie dag.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden