Plus Reportage

De eendenredder van Oostzaan voorkomt overlast in de buurt

Beeld Dingena Mol

Cor Hottentot (64) staat elke morgen om vijf uur op om 70 muskuseenden in Oostzaan bij te voeren, zodat ze de bewoners geen overlast bezorgen. 

“Kom, kom, kom! Ik weet dat jullie honger hebben.”

Cor Hottentot wandelt door het hoge, berijpte gras langs de Ringvaart in Oostzaan. Zijn stem draagt ver in de vroege lucht. Aan de hemel een halfvolle maan.

In zijn mondhoek een slap sjekkie, aan zijn hand een witte emmer eendenvoer. Naast hem draaft zijn bordercollie Boy, een eindje daarachter Charlie, een kleine chihuahua. Met zijn zaklantaarn werpt hij een felle lichtbundel over het verlaten polderlandschap. Het is zondagmorgen, iets over zeven.

“Kom, kom, kom!” herhaalt Hottentot. Hij wurmt zich door een opening in het riet. Haastig zwemmen de muskuseenden naar de oever. Hun witte borst licht op in de duisternis. Hottentot strooit met voer: zaden en granen. Met gretig trillende kopjes en vuurrode snavels pikken de dieren erin. Een zacht blazen en piepen vult de duisternis.

“Ze zitten aan de rand van de woningen aan de overkant. Ik lok ze hierheen, zodat mensen er geen last van hebben,” verklaart Hottentot. Hij weet dat de eenden graag verpozen op een verderop gelegen eilandje met bomen. “Daar hebben ze te weinig te eten, dus voer ik ze op deze plek.”

Dertien in je voortuin

Sinds een jaar is Cor Hottentot de eendenbeheerder van Oostzaan. Elke morgen staat hij om vijf uur ’s morgens op om de zeventig eenden in het dorp te voeren. Hij brengt ze naar plekken waar ze geen overlast bezorgen. Daarna ­begint hij aan zijn werk als timmerman voor een woningbouwvereniging. ’s Avonds, als hij thuiskomt, voert hij ze opnieuw.

Beeld Dingena Mol

De bewoners van Oostzaan hadden veel last van de muskuseenden. Vooral de laatste jaren, toen er nieuwe wijken werden bij gebouwd, klaagden zij steen en been. Hottentot begrijpt dat wel: “Ze schijten in de tuinen. Als je er dertien in je voortuin hebt, is dat geen pretje. Het stinkt enorm.”

Dierenleed

Maar dat je een eend vervolgens zo hard schopt dat zijn snavel scheef staat of hem doodrijdt, wat gebeurde, gaat er bij Hottentot niet in. “Dat vind ik laf en misselijk.”

Vanwege zijn werk komt hij overal in Oostzaan. Regelmatig signaleerde hij dergelijke misstanden. “Bij Dirk van den Broek op het Hannie Schaftplein liepen de eenden ook te bedelen. Toen ik daar op een dag een doodgereden muskuseend aantrof, was dat voor mij de druppel. Ik kan niet tegen dierenleed en wilde er iets aan doen, de mensen ­laten zien dat het ook anders kan.”

Bovendien horen eenden en kippen bij Oostzaan, vindt Hottentot, geboren en getogen in het dorp. Als ­iemand dat kan weten, is hij het. Zijn opa en zijn ­vader hielden kippen en eenden op het erf. Zelf heeft hij bijzondere zijdehoenders en hanen in zijn achtertuin. Biologisch cultureel erfgoed, noemt hij de Oostzaanse muskuseenden.

Beeld Dingena Mol

“Ze komen niet voor niets zo dicht bij mensen. Als ze op hun plekken te weinig te eten vinden, gaan ze in de tuinen scharrelen. Het zijn geen graseters, zoals veel mensen denken, maar boomdieren die insecten eten. Als ze met hun snavel in het gras pikken, zoeken ze wormen. Mensen voeren ze soms brood, maar dat is juist niet goed.”

Hottentot betaalde de eerste zeshonderd euro zelf voor de tien kilo eendenvoer die hij dagelijks nodig heeft. Daarna klopte hij bij de gemeente aan. Hij krijgt sindsdien een budget voor het voer. Ook draagt hij nu kleding waarmee hij herkenbaar is als eendenbeheerder. ‘Muskuseendenbeheer’ staat in grote letters achterop zijn grijze shirt.

Giften

Het brengt wel met zich mee dat hij op zijn vierenzestigste weer naar school moet, om de cursus dierenwelzijn te doen. “Ik weet veel, maar niet alles. En dat papiertje heb ik nu eenmaal nodig om dit te kunnen doen.”

Voederplaats van de muskuseenden in Het Twiske. Beeld Dingena Mol

De ochtend breekt aan in parelmoertinten. Hottentot heeft de eerste groepen eenden van eten voorzien en wandelt terug naar zijn oude stationcar. “Verrek, mijn sjekkie brandt niet eens,” merkt hij op.

Grinnikend: “Heb ik wel vaker, dan heb ik die peuk uren in mijn snavel zonder dat ik rook.”

Waardering

Hij rijdt door naar de volgende plek, bij een vijver. De drie mannetjeseenden herkennen hem en waggelen hem ­opgetogen tegemoet. Het gebied is ideaal voor muskuseenden – met water, struiken en insecten – Hottentot wil ze daar graag houden. “Daarom voer ik ze bij, zodat de plek aantrekkelijk voor ze blijft.”

Zijn werk werpt zijn vruchten af. De muskuseenden zijn vrijwel niet meer te zien in de tuinen waar ze overlast veroorzaakten. “Mensen zijn blij dat ik dit doe en staan positiever tegenover de eenden.”

Toch zou Hottentot daarvoor wel wat meer waardering willen zien. “Al zouden ze maar vijf euro bijdragen. Ik ben ook afhankelijk van giften. Hopelijk kom ik met het budget deze winter nog door, anders moet ik zelf geld bijleggen.”

Ducktopia

Naast het dagelijks voeren, bestiert Hottentot sinds deze zomer ook Ducktopia: een eendenopvang aan de rand van de A8. De gemeente stelde het 2000 vierkante meter grote terrein ter beschikking. Anders dan de locatie, pal achter de geluidswallen, doet vermoeden, is dat een idyllische lap grond met een hans-en-grietjehuisje erop. Imposante treurwilgen dempen het voorbijrazende verkeer. De eenden kunnen er ongestoord hun gang gaan.

Beeld Dingena Mol

“Als er te veel eenden zijn, komen ze tijdelijk hier, totdat ik een geschikte plek voor ze heb gevonden. Het is bijvoorbeeld niet handig als er in het water te veel bronstige mannetjes bij een vrouwtje zitten. Ze springen met z’n tweeën op haar en dan verdrinkt ze. Ook dat is dierenleed.”

Hottentot kan alleen met zijn houten punter bij Ducktopia komen of via het huis van Willemijn Bok, die hem helpt met het voeren van de eenden.

Tijd te kort

“Eerst even hozen!” Met ferme halen schept hij het water uit de boot. Dan springt Hottentot behendig op de wankele bodem. Met de punterboom manoeuvreert hij het bootje naar de overkant. Een sliert van 32 muskuseenden komt hem geestdriftig tegemoet. Hij gaat op zijn hurken zitten om ze te verwelkomen. “Nee, die kun je niet opeten,” mompelt hij, als de eend naar zijn vinger pikt.

Hij heeft zelf een steiger gemaakt, een poortje geplaatst en gaas gespannen om Ducktopia geschikt te maken voor de eenden. Drie dagen is hij bezig geweest een doorgang te graven om het kroos uit de vijver weg te voeren. “Al die wortels! Wat een werk was dat.”

Cor Hottentot hoost zijn bootje voor de oversteek naar Ducktopia Beeld Dingena Mol

Er moet veel meer gebeuren; een bruggetje ­maken, struiken snoeien, de vijver ­onderhouden. Maar Hottentot komt tijd te kort. “Wat hulp zou mooi zijn.”

Onbetwiste baas

Hij zou ook graag zien dat er een goede doorgang in de aangrenzende schutting komt. “Dan kan ik scholen ontvangen. Ik zou kinderen graag meer willen ­leren over de muskuseenden.”

Rond tien uur rijdt hij terug naar zijn huis. Daar scharrelen aan de waterkant zijn ‘eigen’ muskuseenden. De grootste tuurt Hottentot vervaarlijk na. “Die heeft een vader en moederzwaan weggejaagd. Een onbetwiste baas.”

Hij loopt door naar de achtertuin. Hoog tijd voor zijn zijdehoenders. Liefkozend spreekt hij ze toe. Hottentot heeft, zegt hij trots, het enige citroengele zijdehoenderras ter wereld gefokt. “De eenden wil ik redden, maar bij kippen ligt mijn liefde.”

Cor toont een elleboogklauw van een van de eenden. Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden