PlusAchtergrond

De een brengt zichzelf huilend in beeld, de ander plaatst een foto. Hoe ga je online om met emoties?

null Beeld Olf de Bruin
Beeld Olf de Bruin

Verdriet, woede en onmacht worden rijkelijk gedeeld op het internet, net als de afkeer daarvan. Hoe ga je online om met emoties? En hoe functioneel is het om iets aangrijpends te delen? ‘We willen begrepen worden, dat is een intrinsieke behoefte.’

Sinds we niet meer alleen offline leven en de online wereld een substantieel deel van de samenleving is geworden, zoeken we ook op het internet naar een manier om heftige gebeurtenissen te verwerken. Van kleiner leed – de dood van een cavia – tot relatiebreuken, overlijdens en aan­slagen, zoals die op misdaadverslaggever Peter R. de Vries. Sommigen brengen zichzelf huilend in beeld, anderen schrijven teksten waarin ze hun emoties verwoorden en weer anderen uiten hun verdriet, woede of onmacht door een foto van zichzelf met een ander te plaatsen.

Zo vreemd zijn al die op het internet geplaatste gevoelens niet. Het is de mens eigen om emoties te delen met anderen, zegt emeritus hoogleraar Ad Vingerhoets. Hij deed onderzoek naar de functie van emoties. “Iedereen heeft een eigen manier om met gevoelens om te gaan. Wat we uit meerdere onderzoeken in elk geval zeker weten is dat informatie geheimhouden, het actief niet vertellen van iets, een negatief effect heeft op hoe mensen zich voelen. Als je iets onderdrukt, kost dat energie en dat vergroot de kans op mentale en fysieke klachten op de langere termijn.”

Hoewel Vingerhoets het een logische ontwikkeling vindt dat mensen hun emoties op het internet delen, omdat we ‘daar tegenwoordig ook leven’, wordt dit lang niet door ­iedereen gewaardeerd.

‘Ik wil even GEEN foto’s van BN’ers zien samen met ­Peter R. de Vries op social media! Vandaag niet, morgen niet, nooit niet. Plaats gewoon een mooie foto van hem als je iets wil delen, het draait een keer NIET om jou Bekend ­Nederland!’, twitterde auteur en oud-dj Patrick Kicken na de aanslag op de vorige week overleden misdaadverslaggever. Zangeres Glennis Grace kreeg na haar emotionele relaas in een video van drie minuten, waarin ze vertelt hoe kapot ze was van het nieuws dat De Vries was neergeschoten, op Instagram veel kritiek. ‘Het gaat niet om jou,’ was de boodschap meermaals. Ze zou narcistisch zijn en een ‘aandachtshoer’.

Digitale geletterdheid

Een correcte manier om verdriet of heftige gebeurtenissen online een plaats te geven, bestaat vooralsnog niet. ­Geruststellend: een foute manier ook niet. De spel­regels zijn nog volstrekt onduidelijk, verklaart Mark Deuze, hoogleraar mediastudies aan de UvA. “We moeten niet vergeten dat het internet relatief gezien nog heel jong is. En het is in vergelijking met andere media écht interactief. Waar bij tv en radio gasten strak georganiseerd zijn, is de ruimte op het web te betreden door iedereen, zonder voorselectie. Dat is hartstikke mooi, maar kan ook verwarrend zijn: de spelregels zijn volstrekt onduidelijk.”

Aandacht voor digitale geletterdheid moet verplicht worden in het ­basisonderwijs, vindt de overheid. Het kan immers niet zo zijn dat een volwassene de samenleving binnenloopt zonder te weten hoe het internet werkt.

Deuze: “We zien dat er in de wetenschap een groeiend besef is dat digitale geletterdheid een vorm is van emotionele geletterdheid. Het gaat niet meer alleen om de vraag welke knoppen je indrukt of hoe je gegevens beschermt. Het moet ook gaan over hoe we onze emoties op sociale media hanteren. Emotie is het kloppend hart van alle media. De reden waarom we überhaupt media gebruiken is niet om ons te laten informeren, maar om het er daarna met elkaar over te hebben. Op het schoolplein, bij het koffieapparaat, op school, in de kroeg. Alles is emotie. Juist daar moet aandacht aan worden besteed: hoe gaan we met elkaar om?”

In onderhandeling

Ervan uitgaan dat spelregels ontstaan uit goed fatsoen, is te naïef gedacht. Wat voor de een goed fatsoen is, is dat voor een ander niet. Het verschilt per persoon, per cultuur, land en leeftijd. In sommige culturen wordt het ­buitenhangen van de vuile was bijvoorbeeld absoluut niet gewaardeerd, terwijl het elders juist op prijs wordt gesteld als leed wordt gedeeld.

“We zijn nog aan het onderhandelen met elkaar,” zegt Deuze. “Door elkaar te wijzen op wat we wel en niet acceptabel vinden, wisselen we waarden en normen uit. In elke ­situatie bepalen we opnieuw de spelregels met zijn allen. Net zoals in het echte leven informele wetten en regels aan verandering onderhevig zijn, is dat op het web ook zo.”

“Kijk naar de moord op Pim Fortuyn: het was na de aanslag op De Vries ondenkbaar een foto van hem gewond op de grond op de voorpagina van een krant te plaatsen. Terwijl dat tien jaar geleden, bij Pim Fortuyn, wel gebeurde. Het zijn geen wetten die ons voorschrijven dat we dat niet meer doen, maar regels die we samen hebben ­gemaakt op basis van onze waarden en normen die we continu met elkaar aan het uitwisselen zijn. Sommigen voelen zich meer geroepen zich uit te spreken over wat wel en niet kan dan anderen. Dat is in het offline leven ook zo.”

Een van de mensen die een norm probeerde te stellen was Kicken met zijn tweet. Kicken: “Ik vind het echt vies als mensen na het overlijden van iemand, of een heftige ­gebeurtenis, een foto plaatsen van zichzelf en de hoofdpersoon. Ik zag dat bij het overlijden van Bibian Mentel en bij Marc de Hond ook al gebeuren. Dat stoort me: dat mensen de aandacht naar zichzelf trekken.”

Zelf schreef Kicken een dag na de aanslag op De Vries een column op Spreekbuis.nl over hoe hij zich voelde. Een volgens hem wel juiste manier om emoties te verwerken. Of hij er bij het plaatsen van de tweet aan had gedacht dat anderen misschien op een andere manier met hun emoties omgaan, door bijvoorbeeld een foto te plaatsen?

“Nee. Misschien is het mijn negatieve kijk op de mens, maar ik vind dat je je nederig moet opstellen in zo’n geval. Bescheidenheid siert de mens. Doe een kaartje door de bus bij familie, bel vrienden, plaats een ­foto van De Vries alleen, maar trek niet de aandacht naar jou toe. Het is ­alleen maar om likes te scoren, en sensatie. ­Iemand die ­integer is, doet dat niet.”

Oogcontact

De onderhandelingen over wat wel en niet hoort op internet zijn en blijven in volle gang, maar of het uiten van emoties op het internet wel functioneel is, is een tweede. “De reden dat we emoties met elkaar delen, is dat we aandacht willen voor ons gevoel en onze gevoelens valideren bij een ander. We willen begrepen worden, dat is een ­intrinsieke behoefte,” zegt Lisanne Pauw, post-doctoraal onderzoeker emotiereguleringen aan de Universiteit van Münster.

Pauw benadrukt direct dat er een cruciaal verschil zit tussen het digitaal delen van emoties en hetzelfde doen in de offline wereld. “Mensen willen zich gehoord en verbonden voelen. Daar hoort oogcontact bij, net als intonatie en directe reacties en antwoorden. Al deze essentiële dingen vallen weg op het internet.”

Pauw: “Als je negatieve gevoelens hebt na bijvoorbeeld een heftige gebeurtenis die veel indruk heeft gemaakt, wil je dat delen. Enerzijds om je gehoord en begrepen te voelen, maar ook om het te verwerken. Door over gevoelens te praten verwerk je een gebeurtenis, en een ander kan helpen je gevoel in een ander perspectief te plaatsen. Als je vanwege de aanslag bijvoorbeeld bang bent door de Lange Leidsedwarsstraat te ­lopen, kan een ander je steunen en het van een andere kant bekijken: hoe groot is de kans dat daar nog iets gebeurt? En dat jou iets gebeurt?”

De interactie, waarvan we denken dat die vaak plaatsvindt online, ontbreekt juist op het net. Pauw: “Sociale media zijn heel eenzijdig. Je kunt zenden, je kunt zien dat anderen iets meemaken, maar zelden mondt het echt uit op een goed gesprek. Er wordt wel gestrooid met perspectieven, maar dialogen ontstaan er zelden. En die heb je wel nodig om je emoties te verwerken.”

“We weten,” vervolgt Pauw, “ook uit onderzoek dat mensen die alleen digitaal communiceren zich eenzamer, minder gelukkig en minder verbonden voelen. Terwijl het gevoel van verbinding belangrijk is voor een gezond emotioneel welzijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden