Edward Leenders: ‘Veel mensen zijn thuis gaan werken, ik ben op mijn werk gaan wonen.’

PlusInterview

De directeur van De L’Europe leidt het hotel door de crisis: ‘We kunnen nog even watertrappelen’

Edward Leenders: ‘Veel mensen zijn thuis gaan werken, ik ben op mijn werk gaan wonen.’Beeld Wouter Le Duc

Jarenlang werkte Edward Leenders (46) in vijfsterrenhotels over de hele wereld, tot hij directeur van hotel De L’Europe werd. Sinds half maart woont hij met zijn gezin op zijn werk om het hotel door de crisis te leiden. ‘Het is normaal dat mijn team me nog iets vraagt als ik ’s avonds de hond heb uitgelaten.’

Toen Edward Leenders twee jaar geleden terugkwam naar Nederland, betrok hij met zijn Franse vrouw, twee dochters en hun hond, een beagle, een woning aan de P.C. Hooftstraat. Al snel spotte hij Robert ten Brink, die hij nog kende van de televisie van vroeger, en nog steeds een BN’er bleek te zijn – zo veel verandert er dus ook weer niet, als je meer dan twintig jaar bent weggeweest om in vijfsterrenhotels over de hele wereld te werken. Van de Verenigde Staten, Jordanië, Groot-Brittannië, Duitsland, België en Italië tot aan de Seychellen: Leenders en zijn gezin zijn wel gewend om te verkassen.

Een paar weken geleden verhuisde de managing director van hotel De L’Europe opnieuw. Nu naar een van de mooiste plekken van de stad. Een prachtig complex dat nog steeds de halfronde vorm heeft van de toren van de stadsmuur die hier ooit stond, rond het einde van de vijftiende eeuw. Leenders heeft nu uitzicht op de Munt en op wat hij ‘dat Amsteltje’ noemt. Hij kijkt er graag naar de stad vanaf een verscholen terras aan het water, dat vol met lavendelplanten staat. Je komt er via de gym en het zwembad met jet­stream en jacuzzi.

Met zijn familie woont Leenders nu boven een restaurant met een Michelinster en een café waar een pianist fulltime in dienst is. Daarnaast is er nog een brasserie en een gloednieuwe Italiaanse trattoria. De chef, Luigi di Benedetto, werd gevonden via een advertentie in een Italiaanse krant. De begane grond van het complex is recentelijk helemaal vernieuwd, naar een ontwerp van de Amsterdamse design­studio Nicemakers, maar voelt tijdloos en klassiek. Aan het plafond hangen originele kroonluchters en aan de muur museale stadsgezichten, die tonen hoe het hier ooit was. In de bibliotheek met comfortabele fauteuils wordt ’s avonds een champagnekoeler neergezet, en als Leenders thuiskomt wordt hij welkom geheten door een portier.

Er is alleen één maar…

“Veel mensen zijn thuis gaan werken de afgelopen maanden, ik ben juist op mijn werk gaan wonen,” zegt Leenders. Voor hem staan een espresso en een glas water. Het is tien uur ’s ochtends en het is zijn derde koffie van de dag. De eerste dronk hij al rond een uur of zes, vlak voordat hij ging hardlopen. “Het geeft me voor het laatste rondje een extra boost.”

Waarom bent u in uw eigen hotel gaan wonen?

“Halverwege maart ging het hotel dicht en binnen een week zijn we hier ingetrokken. Dat leek me verstandig, want je wil iedereen het gevoel geven dat ze op je ­kunnen terugvallen. Als je door een crisis gaat, moet je er als leider staan.”

Deed u dat de vorige keer ook, toen u een lockdown meemaakte?

“Ja, maar toen verhuisde het gezin niet mee. Dat was in 2016, toen er terroristische aanslagen in Brussel waren. Ik was general manager van Hotel Amigo aan de Grote Markt, dat aan het stadhuis en het hoofdkantoor van de politie grenst. Dat was wel een heel andere situatie. Er stond een pantservoertuig voor de deur en er waren twaalf zwaar bewapende soldaten binnen. Het zal nu ook voor een wat langere periode zijn.”

Op papier ziet het er goed uit, wonen in een vijfsterrenhotel.

“Het is niet zo dat mijn dochters als prinsesjes boven in hun kamer zitten. We hebben een suite met keuken, zodat we zelf kunnen koken. Net zoals we zelf ook schoonmaken. Het is voor mij en mijn gezin best een investering, en het is echt omdat ik mijn werk zo intensief kan uit­oefenen.”

Hoe zwaar is deze crisis voor jullie?

“Het is natuurlijk enorm. Als je dat financieel bekijkt, dan zijn dat echt eh, indrukwekkende bedragen.”

Een miljoenenverlies komend jaar?

“Ja, en we weten dat het volgend jaar ook nog heel lastig wordt. Daar moet je natuurlijk wel iets mee doen.”

Bij De L’Europe werken 250 mensen. Hebben jullie personeel moeten ontslaan?

“Nee, en dat willen we ook niet doen. Het standpunt is dat mensen vanwege de crisis tot zeker het einde van het jaar hun baan niet zullen verliezen. Het is nog niet in te schatten wat er daarna gebeurt.”

Wat doet een hotelpianist als het hotel is gesloten?

“Die speelt muziek bij het afhalen van de takeaways. Dat hebben we heel snel opgezet met Bord’Eau en werd een daverend succes. In zes weken tijd hebben we iets van 1400 maaltijden geserveerd om af te halen. Voorlopig blijven we dat ook doen, ook al is het restaurant weer open. Weet je, er zijn heel veel zaken waar je je zorgen om kunt maken in een crisis, maar ik vind het heel mooi om de verbondenheid te zien die er op zo’n moment is. Met het hele team zijn we fulltime aan de slag gebleven. Dat is wat ik heb geleerd in Brussel: bij zo’n situatie moet je zo snel mogelijk iedereen perspectief bieden, en aan het werk houden.”

‘Zodra ik een auto had en op kamers kon, was ik weg.’Beeld Wouter Le Duc

Het afgelopen jaar is het hotel vernieuwd. Zo’n gigantische investering en de wetenschap dat je het voorlopig niet terug gaat verdienen: veel hotels zouden dat niet redden.

“Wij hebben ook besloten het tweede deel van de verbouwing, de renovatie van de kamers, nu nog niet te doen. We moeten eerst hier doorheen. We kunnen nog even watertrappelen zonder dat het hoofd ondergaat, maar uiteindelijk moet het hotel wel een financieel succes zijn.”

De L’Europe is geen hobby van de eigenaar, de familie Heineken?

“Nee, zeker niet. Dat valt ook helemaal niet binnen de cultuur van Heineken. Je moet gewoon individueel succesvol zijn.”

Heineken had vorig jaar 24 miljard euro omzet, dit hotel 20 miljoen. Wat is het belang van De L’Europe voor Heineken?

“Wat ik denk, en zoals ik dat voel, is het zeker het verhaal dat hierbij hoort. De heer Heineken heeft het destijds zelf gekocht. We nemen dus een speciale plek in. Het is het enige hotel van Heineken. Ze zijn verder niet in hotels actief, er is geen hoteldivisie binnen het bedrijf. Het is echt een sterke verbondenheid met het verleden.”

Zo sterk dat de plannen voor zo’n restyling tot het hoogste niveau bij Heineken worden beoordeeld?

“Dat komt misschien ook wel doordat er geen afdeling hotel is. Met mijn mapje met ideeën voor het hotel moest ik naar de bestuursvoorzitter. Maar het is fijn, juist vanwege de geschiedenis, dat er op dat niveau wordt meegedacht, en dat ze begrijpen met welke insteek we dit hebben willen doen. Ze zijn inmiddels komen kijken, en het was goed om te zien dat ze het mooi vonden.”

En is mevrouw De Carvalho-Heineken er ook blij mee?

“Ik geloof het wel.”

En Cees Dam, de architect die in 2011 de laatste grote restyling heeft gedaan?

“Ik heb natuurlijk met de heer Dam gesproken, en heb enorme waardering voor wat hij heeft gedaan. Ik kan er verder eigenlijk niet zo veel over zeggen. Ik kan niet voor hem spreken.”

De heer Dam zegt dat hij er niets over mag zeggen. Wordt zo’n ontwerp af­gekocht?

“Je moet daar een goed gesprek over hebben. Hij heeft rechten en daar moet je respectvol mee omgaan. Het is niet zo eenvoudig. Zonder daar verder over te willen uitwijden zijn we met elkaar akkoord gegaan dat we voor dit nieuwe design met een andere partij zijn gaan praten.”

De nieuwe slogan die het reclame­bureau voor De L’Europe heeft bedacht is ‘original Amsterdam luxury’.

“Ja, dat is voor ons de juiste vertaling van het het stukje geschiedenis dat dit hotel heeft en de verbondenheid met de stad. Dit is het enige zelfstandige luxe­hotel dat Amsterdam heeft. We zien ­onszelf als beschermheer van de lokale cultuur en meesterschap. Vandaar dat ik ook blij ben dat uitgever en boekenwinkel Mendo en de bloemisten en decorateurs van The Wunderkammer nu een eigen winkel hebben gekregen in dit hotel. Zij zijn echt masters in wat ze doen.”

“Vanuit de Doelenstraat zijn er nu meerdere ingangen naar het hotel. Toen we begin deze maand de deuren weer openden, hoorden we van mensen die via die manier binnenkwamen dat ze verbaasd waren dat dit óók een hotel was. Dat is precies wat we willen, die band met de stad intensiever laten beleven.”

Een overnachting in De L’Europe begint bij 400 euro. Dat zullen de meeste Amsterdammers niet kunnen betalen.

“Ik hoop dat ook mensen die het niet kunnen betalen er misschien wel een bepaald stukje trots voor hebben. Zoals ze misschien dat ook hebben bij het koningshuis. Wij slapen ook niet in het paleis, maar we hebben er wel een bepaald gevoel bij, en een bepaald idee. Dat is absoluut niet te vergelijken natuurlijk, maar ik wil dat mensen zien dat De L’Europe bij de stad hoort. En dat wij er alles aan doen om onze gasten te laten zien dat Amsterdam zo ontzettend veel te bieden heeft, wat ­cultuur, ambacht en kunst betreft. Ik ben 21 jaar uit Nederland weggeweest, en nu compleet verliefd geworden op deze stad.”

Waarom bent u destijds uit Nederland vertrokken?

“Ik kom uit een dorpje net onder Nijmegen, en ben geboren en getogen in het midden van een bos. Mijn broer en mijn ouders wonen er nog met plezier. Eentje is er met wortels geboren, zeiden we altijd, en eentje met vleugels. Zodra ik van mijn hard verdiende centjes op mijn achttiende een auto kon kopen en op kamers kon, was ik weg. Ik ging naar Den Haag, naar de hogere hotelschool.”

Edward Leenders
31 oktober 1973, Overasselt

1994-1998 Hotelschool Den Haag
1997-2004 Functies in de Verenigde Staten, Jordanië, Schotland, Duitsland, Seychellen en Groot-Brittannië
2005-2009 Deputy General Manager, Brown’s Hotel Londen
2009-2011 Brand Support Director, Rocco Forte Hotels, Londen
2011-2015 General Manager Hotel Savoy, Florence
2015-2018 General Manager Hotel Amigo, Brussel
2018–heden Managing Director, De L’Europe Amsterdam

Edward Leenders woont met zijn vrouw en twee dochters in Hotel De L’Europe.

En daarna ging u zo snel mogelijk naar het buitenland?

“Dat was een beetje per toeval, hoor. Ik werd geselecteerd voor een corporate traineeship bij hotelketen Hyatt. Daar dachten ze dat het een goed idee was om mij naar Amerika te sturen. Ik ging weg met het idee van: poeh, achttien maanden, dat is heel wat. Maar ik kwam erachter dat al die verschillende werelden zo interessant zijn, en zo’n verrijking voor mij persoonlijk, dat ik nooit meer ben terug­gekeerd naar een plek.”

Hoe ging dat?

“Ik zat in San Antonio, bij een heel groot hotel. Toen ging de telefoon: Edward, we willen graag dat je naar Jordanië gaat voor de opening van een Grand Hyatt. Daar was ik ook nog nooit geweest, dus prima.”

En daar heeft u uw vrouw leren kennen.

“Ja, ze kwam uit Frankrijk en deed ­revenue management. We werkten zeven dagen per week, veertien uur per dag en woonden in het hotel. Als je mazzel had, kon je soms even snel omkleden en dan mocht je naar buiten. Maar het expat­wereldje, bijna vijfentwintig jaar geleden in het Midden-Oosten, was nogal klein. Dus dan kom je elkaar snel tegen.”

En toen begon het nomadenbestaan?

“Ja, het is nogal een levensstijl hè. Op een gegeven moment zei ze: ik heb de kans om naar Schotland te gaan. Ik heb toen hoteldebotel mijn baan opgezegd en drie maanden later zat ik er ook. Ik heb er een leuk projectje gedaan, maar na driekwart jaar belde Hyatt weer. Toen zijn we naar Hamburg gegaan, zijn we getrouwd en is onze oudste dochter geboren.”

Daarna ging u via een hotel in Windsor naar een functie op de Seychellen en via Londen naar Florence…

“En we kregen intussen nog een dochter. Florence vonden we heel leuk, daar hebben we bijna vijf jaar gezeten. Het is grappig: je denkt dat je de Italiaanse ­cultuur een beetje kent, want je bent er op vakantie geweest of je hebt met Italianen gewerkt. Maar als je er woont, begin je die cultuur pas langzaam maar zeker te observeren en te begrijpen. Die is fantastisch. Wij hebben het altijd over familie, maar daar in Italië betekent het echt iets.”

Hoe was het voor uw gezin om elke paar jaar weer te verhuizen?

“Er zijn altijd wat tranen als je vertrekt, maar je krijgt zo’n enorme waardering voor verschillen. Die worden helaas snel negatief geïnterpreteerd. Want o jee, dat is iets anders, dat ken ik niet, dat zal wel slechter zijn dan wat ik wel ken. Wat je leert, is dat je vooral niet tot die conclusie moet komen.”

‘Door het expatbestaan waardeer ik verschillen.’Beeld Wouter Le Duc

En hoe was het voor jullie kinderen?

“Die zijn inmiddels 18 en 16 jaar. De oudste heeft in acht landen gewoond en spreekt vijf talen vloeiend. Zeker als je klein bent, denk je aan alles wat je bang bent te verliezen als er iets verandert. We hebben het altijd met onze kinderen gedeeld als een enorme kans. Dat je je realiseert hoeveel we om iemand geven als we verdrietig zijn en iemand achterlaten, maar dat het niet betekent dat we mensen niet meer kunnen zien. De kids hebben enorm veel contact met hun vriendinnetjes, zelfs nog uit Engeland. Ik hoop dat ze dit leven zelf ook zien als een enorme verrijking. En hun aanpassingsvermogen is een stuk groter, denk ik.”

Was het een bewuste keuze om terug te keren naar uw moederland nu uw dochters volwassen worden?

“Nee, dat was geen bewuste keuze. Ik was al een paar keer gevraagd om te komen. Dan voel je je gevleid – en jeetje, De L’Europe ken ik natuurlijk van toen ik een klein jongetje was. Toen we in Brussel zaten, gingen we een weekendje naar Amsterdam. Ik was er twintig jaar niet geweest. Maar toen ik hier op het bruggetje stond en naar deze plek keek, zag ik enorm potentieel.”

Hoe vinden jullie het hier?

“We vinden het echt heel leuk. Het gevoel van vrijheid, onafhankelijkheid. Amsterdam is echt een hele open stad, dat is niet overal zo. De oudste wil ook in Nederland blijven om te studeren. Die gaat na de zomer global responsibility & leadership in Groningen doen.”

Dus ze gaat het huis, eh, hotel uit?

“Ja, in september gaat ze daar beginnen.”

Tot wanneer blijven jullie in het hotel wonen?

“Het plan dat ik met dit hotel had, loopt waarschijnlijk zo’n anderhalf jaar vertraging op. Maar ik hoop dat we binnen nu en een aantal maanden in elk geval weer op volle kracht vooruit kunnen. Dan gaan we weer ergens een leuk plekje in Amsterdam zoeken.”

U rende altijd ’s ochtends vroeg van de P.C. Hooftstraat naar het hotel, nam een duik in het zwembad en begon dan aan uw dag. Komt u nu nog tot rust?

“Ik ga een paar keer per week hardlopen, zwemmen of fietsen. Vooral het lopen is voor mij een rustpunt. Ik heb een super­sociale job, ben heel actief overdag, maar ik probeer toch een beetje balans en rust te vinden. Tijdens het lopen luister ik heel bewust naar de vogels die ik hoor. Ik heb tenslotte mijn eerste jaren in het bos gewoond.”

En dan loopt de baas van het hotel opeens in zijn korte broek door het hotel, in plaats van in een pak.

“Ja, dat is ook even wennen voor het team: Edward heeft ook sportschoenen, ook een korte broek. Of ze zien dat ik met mijn kinderen ben. Het is ook heel normaal dat ze nog even iets willen vragen als ik om elf uur ’s avonds terugkom van het uitlaten van de hond. Maar dat is juist de bedoeling. Dat stukje beschikbaarheid telt nu. Dat is nu belangrijk.”

En hoe belangrijk is het voor de gasten dat een general manager van een hotel zichtbaar is?

“Waar ik enorm mijn best voor doe, is dat het niet om mij gaat. Ik wil graag dat mensen naar Bord’Eau komen omdat Wouter Denessen een fantastische maître is en Bas van Kranen een fantastische chef. Ik wil graag dat mensen naar Graziel­la komen vanwege Luigi di Benedetto en het team. Dat zij daar met open armen iedereen ontvangen. Ik wil graag het juiste voorbeeld zijn, maar het moet niet zo zijn dat als ik hier een weekend niet ben, ­mensen zeggen: hé, hoe kan het nou dat Leenders er niet is?”

Want hij woont hier toch?

“Ja, dat proberen we dus een beetje te vermijden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden