Plus

De diepgang van Sigur Rós is in Afas Live soms maar een trucje

Het leunen op de hard-zacht dynamiek komt net iets te vaak voorbij bij het concert van Sigur Rós in de Afas Live.

Weinig zangers kunnen zo loepzuiver en lang hoge tonen de zaal inslingeren als JónsiBeeld anp

Het afslanken van het IJslandse Sigur Rós tot een livetrio scheen de grootste uitdaging te zijn voor de band die normaliter zwaar leunt op strijkers, blazers en andere muzikanten.

Waarom de band zijn grootse geluid per se in een kleinere setting wil reproduceren is niet geheel duidelijk, in elk geval wil de band avontuur. Het album Kveikur uit 2013 was een stijlbreuk: zo agressief, donker en lui klonk de band nog nooit.

IJslandse sfeer
Voor de eerste Europese tour in enige tijd richt de band zich echter vooral op het verleden. In een royale, uit twee delen bestaande set is een dwarsdoorsnede van oud werk te horen, en een aantal nieuwe nummers van het nieuwe album dat binnenkort dient te verschijnen.

Wat al snel opvalt, is hoe origineel Sigur Rós is en hoe eigen de muziek achttien jaar na doorbraakalbum Ágætis Byrjun (1999) nog steeds is: die ijle, ontegenzeggelijk IJslandse sfeer, filmisch, broeierig en traag, met dat constante spel tussen hard en zacht en die glasheldere kopstem van zanger Jónsi.

Die stem is iets om langer bij stil te staan. Weinig zangers kunnen zo loepzuiver en lang hoge tonen de zaal inslingeren als Jónsi, die zijn uithalen soms zo lang aan weet te houden dat het publiek slechts in bewonderend gejuich weet uit te barsten.

Engelachtig geluid
Zijn stem is essentieel voor het karakter van de muziek van Sigur Rós: een ­engelachtig geluid te midden van de soms tergend traag voortdrijvende wolk van muzikale atmosfeer.

Euvels zijn er ook met Sigur Rós. Veel werk suggereert peilloze diepten, maar zeker tijdens de eerste set valt het op hoe eenvormig die ook kan zijn. Soms leunt alles op één mooi idee dat zo lang wordt uitgerekt dat enkel de sensatie van stilstand rest.

Ook het leunen op de eerdergenoemde hard-zacht dynamiek komt net iets te vaak voorbij: daardoor lijkt hun muziek, die zoals gezegd zo peilloos diep lijkt, soms wat te leunen op een trucje. Dat gevoel verdwijnt bij een melancholieke pianoafsluiter als Varða: een nieuw nummer, dat veel belooft voor het ­komende album.

De tweede set is spannender: rauwer, dynamischer en schurender. Het twinkelende intro van Sæglópur wordt juichend onthaald, en springt daarna van schurende akkoorden in een cathartische rockexplosie die je kippenvel bezorgt.

Die afwisseling heeft Sigur Rós meer nodig. En waarom ze hun extatische, betoverende single Gobbledigook keihard links laten liggen? Zelfs de meest rabiate fans zullen dat niet begrijpen.

Sigur Rós

Gehoord 2/10, Afas Live
***

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden