PlusAchtergrond

De coronacrisis: toch geen aanjager voor de emancipatie?

Sertan Özbudun (52), ­Gulten Bozkurt-Özbudun (41), Eliz (6) en Tibet (4). Beeld Ivo van der Bent
Sertan Özbudun (52), ­Gulten Bozkurt-Özbudun (41), Eliz (6) en Tibet (4).Beeld Ivo van der Bent

Even leek de coronacrisis een aanjager voor de emancipatie. Maar de vaders lijken alweer minder enthousiast over hun zorgtaken thuis. Drie Amsterdamse gezinnen vertellen over nieuwe routines. En de socioloog verbaast zich: ‘Voor sommigen is het juist prettig, even overdag een wasje doen.’

Laatst zat socioloog Mara Yerkes in de taxi onderweg naar de radiostudio van Met het oog op morgen, waar ze over haar onderzoek over de verdeling tussen werk en zorg zou praten. Ze raakte in gesprek met de chauffeur. “Hij vertelde dat hij als zelfstandige aan het begin van de coronacrisis overdag bijna geen werk meer had. Hij werkte toen vooral ’s avonds, voor actualiteitenprogramma’s als Nieuwsuur en Met het oog op morgen. Overdag heb ik ander werk, zei hij: stofzuigen, wasjes doen.”

Toen Yerkes hem vroeg of hij dat niet gewend was, antwoordde hij dat zijn vrouw dat meestal deed, maar dat zij zes maanden voor de crisis was begonnen in een cruciaal beroep. Die klusjes vond hij op zichzelf niet zo erg, maar elke dag? En dat thuiszitten, daar werd ie zo lamlendig van. Hij miste zijn werk, zijn collega’s, zijn klanten. “Hij vertelde precies het verhaal dat wij bij ons onderzoek zien: die verandering aan het begin van de lockdown, en dat mensen nu weer steeds meer hetzelfde gedrag lijken te vertonen als voor corona.”

Werkdruk

Yerkes en haar team doen al jaren onderzoek naar de verschillen tussen mannen en vrouwen in hoe ze werken en zorgen.

In maart presenteerde ze de resultaten van een gezamenlijk onderzoek van drie universiteiten naar gendergelijkheid tijdens de coronacrisis. Aan het begin van de ­crisis, april 2020, was 22 procent van de vaders meer gaan doen in de zorg voor hun kinderen ten opzichte van de tijd voor de crisis – en in juni zelfs 31 procent. Maar na de zomervakantie was dat percentage alweer gedaald. In november was de situatie bij veel ouders vergelijkbaar met die van voor corona. Terug bij af, zou je kunnen zeggen.

Niels van Tent (44), Aletta van Tent (40), Vesper (7), Mette (5) en Stach (2). ‘Ik krijg elke ochtend yoghurt en koffie op bed.’ Beeld Ivo van der Bent
Niels van Tent (44), Aletta van Tent (40), Vesper (7), Mette (5) en Stach (2). ‘Ik krijg elke ochtend yoghurt en koffie op bed.’Beeld Ivo van der Bent

Yerkes wil daar, als wetenschapper, geen oordeel aan verbinden. “Het ligt ­allemaal heel genuanceerd,” vertelt ze in de woonkamer van haar appartement in ­Buitenveldert. Haar vriend is in de zijkamer aan het werk – hij haalt zo hun zoon van school. “Toen ons rapport verscheen, hamerden veel media op de hogere werkdruk die moeders tijdens de coronacrisis ervaren. Dat is voor sommige moeders ook zo, maar voor andere weer helemaal niet. We zien dat de scheidslijn tussen werk en privé al jaren aan het vervagen is. Wanneer ben je klaar met werk, wie doet er nu nooit iets privé onder werktijd? In de corona­crisis werd die grens door het thuiswerken nog vager. Sommige mensen vinden dat lastig, omdat ze hun privéleven nog slechter kunnen afbakenen. Voor anderen is het juist prettig, even overdag een wasje kunnen doen. Die mensen heeft dat thuiswerken dus juist iets gebracht.”

Zelf mist ze het forenzen niet, elke dag van Buitenveldert naar de Universiteit Utrecht. “Maar dat fietstochtje van en naar de trein weer wel. Dat was mijn moment om te bedenken wat ik die dag op mijn bord zou krijgen of, op de terugweg, om even los te komen van mijn werk. Maar het racen, elke dag je kind op tijd naar school krijgen en zelf haasten naar werk – dat hebben we nu niet. Voor mij is dat prettig, maar veel mantelzorgers bijvoorbeeld ­hebben nu niet meer de plek op hun werk waar ze even niet over die zorg hoeven na te denken.”

Socioloog Mara Yerkes deed onderzoek naar gendergelijkheid tijdens de coronacrisis. Beeld Ivo van der Bent
Socioloog Mara Yerkes deed onderzoek naar gendergelijkheid tijdens de coronacrisis.Beeld Ivo van der Bent

Als Amerikaanse kijkt Yerkes met andere ogen naar de Nederlandse samenleving. Werk en zorg zijn hier zoveel beter geregeld dan in de VS. Daar is geen betaald zwangerschapsverlof, geen ouderschapsverlof – alleen de Family and Medical Leave Act, een wet die verlof om gezondheidsredenen toestaat. Onbetaald, dus alleen om te voorkomen dat je wordt ontslagen als je, zeg, moet bevallen. “Ik stond er niet zo bij stil toen ik jong was, maar ik werkte in Amerika jarenlang in een café in de bediening met een meisje dat zwanger raakte op haar zeventiende. Zij werkte door tot de dag van de bevalling, en twee weken later stond ze er weer. Nu ik zelf moeder ben, denk ik: dat kan toch helemaal niet?”

Klassiek

Mara Yerkes werd in 1976 geboren in Park Rapids, een dorp van toen drieduizend inwoners en zeventien kerken in Minnesota, met als claim to fame dat de Mississippi er ontspringt. De drie grootste werkgevers waren het onderwijs, een aardappelverwerkingsfabriek die aan McDonald’s levert en het ziekenhuis, waar Yerkes’ ouders werkten als verpleegkundige.

Sertan Özbudun (52), ­Gulten Bozkurt-Özbudun (41), Eliz (6) en Tibet (4). ‘Hij stofzuigt, ik maak schoon en doe het regelwerk.’ Beeld Ivo van der Bent
Sertan Özbudun (52), ­Gulten Bozkurt-Özbudun (41), Eliz (6) en Tibet (4). ‘Hij stofzuigt, ik maak schoon en doe het regelwerk.’Beeld Ivo van der Bent

De taakverdeling thuis was klassiek: vader had vaak wisseldiensten, moeder deed de meeste zorg. Tot ze ging studeren in Grand Forks, op twee uur rijafstand. Toen moesten Yerkes en haar zussen zorgen dat er ’s avonds eten op tafel kwam, en sprong ook hun vader vaker bij. “We hadden een lotingsysteem voor de klusjes,” zegt Yerkes. “Ik vond de wc schoonmaken en de vaatwasser inruimen verschrikkelijk, maar het ergste was de poep van de hond opruimen. In de strenge Minnesotaanse winter gingen we niet steeds met haar wandelen, dus lieten we haar naar buiten aan een ­ketting. Als ze haar behoefte had gedaan, mocht ze weer naar binnen. Maar als het sneeuwde, kon je de poep niet meteen opruimen. In de lente, als de sneeuw was gesmolten, was dat een afschuwelijke klus.”

De fascinatie voor de taakverdeling in huis kwam niettemin pas later. Als scholier belandde ze op uitwisseling in Assen-Noord, een enorme stad in haar ogen, en later kwam ze nogmaals in Nederland terecht, voor een stage op de Amerikaanse ambassade. Uiteindelijk is ze hier blijven hangen.

Haar Nederlands is inmiddels vrijwel accentloos, maar ze heeft nog steeds de buitenstaandersblik. “Ik verbaas me er vooral over dat mensen het hier zo vanzelf­sprekend vinden om in deeltijd te werken. Er zijn best hevige discussies over ‘deeltijdprinsesjes’, en over de vraag of nou de structuren of de vrouwen zelf het probleem zijn. Maar dat soort vraagstukken is nooit zo zwart-wit. Ik vind het verbazingwekkend dat mensen het enerzijds normaal vinden dat vrouwen in deeltijd werken, en er anderzijds ook zonder meer van uitgaan dat vrouwen het zomaar anders zouden kunnen doen, als ze het zouden willen. Mensen zien vaak niet dat dit soort keuzes wordt ingegeven door de tijd en de cultuur waarin je leeft.”

Schoolreisjes

Zo nemen mensen elkaar in Nederland nogal eens de maat als baby’s vijf dagen in de week naar de crèche worden gebracht, waar dat in de VS doodnormaal is. En verwachten we dat ouders paraat staan om midden op een werkdag de klas van hun kind te begeleiden bij schoolreisjes.

Martin van Engel (41), Marloes Moolenaar (40), Miles (11) en Nina (7). ‘De baby is er echt dankzij corona; we waren ineens vaker thuis.’ Beeld Ivo van der Bent
Martin van Engel (41), Marloes Moolenaar (40), Miles (11) en Nina (7). ‘De baby is er echt dankzij corona; we waren ineens vaker thuis.’Beeld Ivo van der Bent

“Het is maar net vanuit welk referentiepunt je bepaalt wat fair is. In het begin van de coronacrisis werkte mijn neef in Amerika in de horeca. Die raakte zijn baan kwijt en ook zijn appartement, omdat hij de huur niet meer kon betalen. Sommige mensen met wie ik ben opgegroeid, werken nu in de Walmart en proberen de eindjes aan elkaar te knopen. Die kunnen niet tegen hun werkgever zeggen: ik ga even helpen bij mijn kind op school. Als je er vooral voor moet zorgen dat je genoeg geld verdient voor de huur, is dat wel even wat anders dan je afvragen: hé, gaat ons kind deze week naar de brandweerkazerne of het Concertgebouw?”

Ze wil maar zeggen: in de VS zul je niet zo snel met scheve ogen worden aange­keken als je geen ­luizenmoeder bent. “Ik leg ook altijd aan mijn studenten uit dat wat zij normaal vinden erg te maken heeft met hoe, waar en wanneer ze zijn opgegroeid. Voor mij was het heel normaal dat moeders voltijds buitenshuis werkten. Ik vond het fascinerend om bij mezelf te zien dat ik er eigenlijk automatisch ook zo over dacht.”

‘Ik krijg elke ochtend yoghurt en koffie op bed’

Niels van Tent (44), partner bij Ebbinge, Aletta van Tent (40), manager bij Buurtteam ­Amsterdam Noord en Zuid, Vesper (7), Mette (5) en Stach (2). Wonen in een ­dubbel ­benedenhuis in de Hoofddorppleinbuurt.

Aletta van Tent: “Bij ons doet Niels tachtig procent van het huishouden. Ik doe de was.”

Niels van Tent: “Die eerste weken van de crisis, toen we ineens met zijn allen thuiszaten, heb ik echt ervaren als iets wat we samen hebben gedaan.

Ik heb nog nooit zoveel tijd met de kinderen doorgebracht als toen. Maar na een tijdje werd het vrij normaal en moest je ­gewoon weer werken.”

Aletta: “Voor de grote ­dingen hebben we hulp. Niels maakt schoon en kookt, doet op zaterdagochtend boodschappen voor de hele week. Dan staat hij om zes uur, half zeven op, kijkt hij alle kookboeken door en maakt dan voor de hele week lekkere maaltijden. En ik krijg elke ochtend yoghurt en een kopje koffie op bed. En hij doet dan ook de kinderen, want ik ben geen ochtendmens. Ik heb nog nooit een broodtrommel klaargemaakt.”

Niels: “Zo lijkt het net alsof ik 95 procent van de zorg thuis doe. Maar jij hebt bijvoorbeeld alle oppassen geregeld.”

Aletta: “Al doet Niels wel weer de zwemlessen op woensdagmiddag.”

Niels: “Het scheelt nu enorm dat ik nul reistijd heb. Ik ben toezichthouder bij een paar ­organisaties, daar heb ik

’s avonds wel vergaderingen voor, maar niet op locatie. Ik kan zondag niet naar Ajax. Er is gewoon heel veel tijd over.”

Aletta: “Niels wordt om kwart over zes wakker en dan staat hij aan, tot half tien ’s avonds. En alles wat hij bedenkt moet meteen en nu. Dat is af en toe ook wel irritant. Gelukkig heeft hij drie kinderen gekregen die ook best netjes zijn, maar hij vindt dat om elf uur ’s ochtends al de eerste opruimronde kan worden gemaakt. Terwijl ik denk: dat wordt over een uur weer vies. Er is weinig ruimte voor flexibiliteit. Maar: we zitten wel altijd in een schoon en net huis.”

Niels: “Ik denk dat er qua huishouden niet veel gaat ­veranderen als de lockdown voorbij is.”

Aletta: “Ik kijk er niet zo naar uit dat we teruggaan naar ons oude ritme. Voor corona ging ik bijna over de kop. Niet alleen door mijn drukke leven, maar ook door dat van Niels. De avonden dat hij weg is of laat thuis is, moet ik in mijn eentje drie kinderen halen, eten geven en in bed leggen. En dan Ajax op zondag. In de levensfase waarin wij nu zitten, was de lockdown eigenlijk een zegen.”

‘Hij stofzuigt, ik maak schoon en doe het regelwerk’

Sertan Özbudun (52), ­ontwerper van bewegwijzering in hotels, werkt fulltime, Gulten Bozkurt-Özbudun (41), basisschoollerares, werkt vier dagen, Eliz (6) en Tibet (4). Wonen in een rijtjeshuis in Slotervaart.

Gulten: “Toen we nog in Turkije woonden, was Sertan een weekendvader. De werktijden zijn daar zo anders: hij ging ’s ochtends om acht uur de deur uit en kwam soms pas ’s avonds om acht uur weer thuis. Ik ben een echte Hollandse moeder, dus Eliz lag dan al in bed. Er ­gingen dagen voorbij dat hij haar niet zag. Toen ze bijna 4 was, zijn we naar Nederland verhuisd. Sindsdien is Sertan meer met het gezin.”

Sertan: “Het is heel fijn om nu meer tijd voor de kinderen te hebben.”

Gulten: “Sinds corona hebben we de taken thuis gelijker verdeeld. Ik werk vier dagen per week op school, Sertan werkt vanuit huis. Hij doet de boodschappen en stofzuigt, ik kook, maak schoon en doe het regelwerk.”

Sertan: “Ik werk met bedrijfjes in Istanboel. Voor corona ging ik elke maand naar Turkije. Nu kan dat niet, maar dat heeft mijn werk op een goede manier veranderd. Ik heb veel geleerd over online werken en gebruik nu vaak virtual reality om presentaties te maken.”

Gulten: “De eerste lockdown was zwaar. We waren bang om Tibet en Eliz naar de noodopvang te sturen. Ik kon niet vanuit huis lesgeven met twee kinderen, dus ik ging naar school. Sertan bleef thuis met de kinderen en kon dan niet werken. Om half drie kwam ik thuis en kon hij aan de slag. Dat betekende werken tot laat. Het was ook spannend, we wisten niet welke hotels zouden blijven investeren. Maar hij had gelukkig de hele tijd opdrachten. Bij de tweede lockdown hebben we de kinderen wel naar de noodopvang gestuurd. Toen zat ik wel ’s avonds met Eliz haar leerdoelen door te nemen, want je kunt niet verwachten dat ze bij de opvang echt worden onderwezen. Sertan kan haar niet met haar school helpen, want hij spreekt nog geen Nederlands.”

Sertan: “Mijn doel is twee keer per week te koken.”

Gulten: “Maar gisteren…”

Sertan: “Ik had meetings, ik was laat thuis. Toen had Gulten al gekookt.”

Gulten: “Dat was wel teleurstellend. Ik had een mr-vergadering ’s avonds, dan is het fijn om op tijd te kunnen eten en de kinderen naar bed te kunnen doen. Uiteindelijk had ik Turkse ravioli gemaakt. Die stond nog in de ijskast en was zo klaar.”

Sertan: “Koken is helemaal nieuw voor mij. Dat doe ik voor het eerst van mijn leven. Ik kijk op YouTube hoe ik lekker Turks eten kan maken. Soms maak ik twee maaltijden: een voor de kinderen, een voor ons. Het is hoe dan ook experimenteel.”

Gulten: “We zijn er sowieso heel blij mee.”

‘De baby is er echt dankzij corona; we waren ineens vaker thuis’

Martin van Engel (41), programmamanager Van Gogh Verbindt, werkt vier dagen, Marloes Moolenaar (40), eigenaar castingbureau East Indy, werkt meer dan fulltime, Miles (11) en Nina (7). Inmiddels is Oliver geboren. Wonen in een bovenhuis in de Watergraafsmeer, verhuizen deze zomer naar Zuidoost.

Marloes : “Bij de ­eerste lockdown heb ik al het werk gepakt dat ik pakken kon. Toen heeft Martin meer thuis gedaan.”

Martin: “Koken, boodschappen, het schoolwerk van de kinderen. Nou ja, ik zat dan wel thuis te werken. Soms schreeuwden ze ‘help’, dan hielp ik even en ging ik weer verder. Ik pakte het op mijn eigen manier op.”

Marloes: “Is er iemand dood? Nee? Gaat lekker jongens!”

Martin: “Ik hield ze wel in de gaten.”

Marloes: “We hebben het mettertijd meer fiftyfifty verdeeld, ik nam ook af en toe een kind mee naar kantoor om met schoolwerk te helpen. Maar Martin is heel veel blijven doen. Dat komt ook doordat ik zwanger raakte. Koken is niet echt mijn ding nu.”

Martin: “Ik voel me daar ook goed bij.”

Marloes: “Jij eet nu altijd wat jij lekker vindt. Je vraagt ook nooit: wat zal ik halen? En ik eet het dankbaar op, en de kinderen ook. Martin kookt vaak ­Surinaams, dat lust iedereen.”

Martin: “We zijn qua werk veel efficiënter geworden. Je hoeft niet voor alles fysiek af te spreken. Dat vind ik positief.”

Marloes: “Ik mis de sociale contacten. Mijn moeder is de enige die over de vloer is blijven komen. Zij haalt eens in de week de kinderen van school en kookt dan ook. En iedereen zit veel meer op een scherm. ­Normaal ga je er sneller op uit. Dat rondje park komt me echt de strot uit.”

Martin: “We waren al wel een tijd aan het nadenken over verhuizen, maar toen Marloes weer zwanger werd, kwam het in een stroomversnelling. De baby is er echt dankzij corona. We waren opeens veel vaker thuis.”

Marloes: “Een thuiswerk­baby!”

Martin: “Ik heb vorig jaar met een darmontsteking in het ziekenhuis gelegen. Toen kwam bij mij de switch: nu wil ik nog wel een kind. Gek hè?”

Marloes: “Dat gevoel: je leeft maar één keer. Ik zie altijd beren op de weg, Martin is meer van: als iets komt, lossen we het op. Ik ben de piekeraar, hij de fikser.”

Martin: “Na zo’n opname ga je anders kijken naar je leven.”

Marloes: “Mijn hoofd had altijd bedacht dat het niet kon, een derde. Maar de berging stond nog vol met de babyspullen. Als ondernemer dacht ik: dat kan niet, ik moet knallen, maar mijn hart wist allang dat een derde de bedoeling was.”

Martin: “We zijn ook in coronatijd getrouwd, in februari.”

Marloes: “Zonder gasten, je kon niet eens ergens je haar of je make-up laten doen.”

Martin: “Een fantastische dag. Corona is vervelend, maar het is niet zo dat het leven stopt.”

Marloes: “We zien minder mensen, maar met elkaar zijn we meer gaan leven.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden