PlusInterview

De community als alternatief voor adverteren: ‘Zorg als ondernemer dat je fans hebt’

Maartje Blijleven (40) helpt ondernemers bij het opbouwen van een online community, volgens haar een goed alternatief voor adverteren. Zeker nu veel kleine ondernemers het zwaar hebben. 

Juist nu is er behoefte om ergens bij te horen en je aan te sluiten bij gelijkgestemden.Beeld Yoko Heiligers

Net als iedereen is Maartje Blijleven druk bezig alle ballen in de lucht te houden tijdens de coronacrisis. Ze heeft een opdrachtgever voor wie ze communicatie doet, is af en toe juf voor haar twee kinderen (Tom van 12 jaar zit in de brugklas en Emma Lili is 10 en zit in groep 6) en geeft trainingen aan ondernemers – nu vooral online. Ze leert die ondernemers hoe ze online een community opbouwen, simpeler gezegd: een groepje fans. Net zoals een voetbalclub dat heeft – en dat is zeker nu van levensbelang voor veel zzp’ers en kleine zelfstandigen.

In Nederland zijn volgens de Kamer van Koophandel 72 van de 1000 mensen actief als zzp’er, een aantal dat in ­Amsterdam hoger ligt: daar zijn 127 van de 1000 mensen ondernemer zonder personeel. Dat zijn bijvoorbeeld journalisten, muzikanten of experts op het gebied van ­sociale media. De meeste van deze zzp’ers hebben één, twee of drie klanten van wie ze afhankelijk zijn. Als die wegvallen, zoals nu met de coronacrisis, hebben ze geen inkomsten en daarom is het belangrijk dat het groepje groot genoeg is en dat de leden ervan trouw zijn. Je moet als ondernemer een band met je klanten opbouwen, er echt voor ze zijn. Hoe doe je dat? Door van die klantengroep een hechte club te ­maken.

Gunfactor

Precies daarmee heeft Blijleven veel ervaring. Ze bouwde zulke clubjes sinds 2000 voor bedrijven als Endemol, Heineken en KLM en geeft tegenwoordig les aan ondernemers. Ze schreef onlangs het boek We love communities. Midden in de coronacrisis begon ze online met een groepje van 38 mensen die willen leren hoe je zo’n groep van gelijkgestemden opbouwt om zo wat steviger in de schoenen te staan.

Blijleven vertelt hoe dat werkt. “Hoe kun je er met jouw service online nog uitspringen? Je wil de meest waardevolle speler in de markt zijn, een autoriteit op jouw vakgebied en het principe is dat als je veel kennis weggeeft mensen graag iets terug willen doen. Zo bouw je een gunfactor op.” Ze denkt dat zo’n community opbouwen een goed ­alternatief is voor adverteren. “Online komen daar steeds meer privacyregels voor. Bovendien installeren mensen adblockers en dus werkt het veel beter als je een groepje mensen om je heen verzamelt; jij helpt hen als bedenker van de groep, maar ze helpen elkaar ook.”

Stel dat jij als zzp’er alles weet van sociale media, je bent de koning van Twitter, Instagram en Linkedin en denkt dat jouw advies goud waard is. Die expertise kun je verkopen aan een stuk of vier bedrijven zodat je een aardige ­boterham verdient, maar je kunt ook een clubje beginnen waarvan mensen lid kunnen worden met jou als middelpunt, aldus Blijleven. Mensen kunnen bij jou terecht voor vragen over ­sociale media en elkaar ook verder helpen op dat gebied. Zo’n grotere community werkt dus voor de lange termijn, terwijl een klein groepje klanten je kwetsbaarder maakt; als je voor de coronacrisis alleen twee restaurants en twee hotels in je klantenbestand had, sta je nu misschien zonder inkomsten.

Maar hebben ondernemers nu wel de rust om naar die lange termijn te kijken? Blijleven: “Natuurlijk gaat het óók om de omzet, maar behalve geld verdienen, vinden ondernemers het belangrijk om mensen oprecht verder te helpen, om onderdeel te zijn van een groep en iets terug te ­geven aan die groep.”

Supergelikt

Het principe om een groep gelijkgestemden te beginnen, heeft, zegt ze, alles met vertrouwen te maken. “Ik heb net een webcam gekocht, maar voordat ik mijn keuze maakte, onderzocht ik eerst in mijn netwerk wat mensen van dat product vinden. Wie zou jij vertrouwen? Een leverancier met op zijn site positieve en negatieve ­besprekingen en waardevolle tips voor hoe je zo’n webcam het beste kunt gebruiken, of eentje met een website met supergelikte, ­reclameachtige video’s? Ik ga voor de eerste.”

Maartje Blijleven: ‘Zorg als ondernemer dat je fans hebt.’

Kan iedereen zo’n online community beginnen? “Zeker. Realiseer je dat er 10 miljoen Nederlanders op Facebook zitten van wie er 8 miljoen lid zijn van een actieve Facebookgroep. Het aanmaken van zo’n groep doe je in tien ­minuten. Die groepen variëren in deze tijd van jongeren die willen helpen met boodschappen doen voor ouderen tot ontwerpers die gratis kaartjes maken voor verzorgingshuizen. Juist nu is er behoefte om ergens bij te horen en je aan te sluiten bij een groep gelijkgestemden. Als ­ondernemer kun je zo perfect laten weten dat je open bent, klaarstaat en wilt helpen.”

Een soort daten

Ze vergelijkt het verschil tussen zo’n club opbouwen en keiharde oldskoolsales met daten. “Bij je eerste date vraag je iemand niet direct ten huwelijk, maar je bouwt eerst een band op. Ik begrijp nooit dat ondernemers snel na de eerste ontmoeting direct een harde salesactie doen, ga toch eerst een beetje kennismaken en elkaar helpen. Dan ontdek je vanzelf of je iets voor elkaar kunt betekenen.”

“Natuurlijk moet je in deze tijden ook geld verdienen, maar mijn boodschap is: als je met een hard aanbod komt, hapt misschien 5 procent nu toe, maar het gaat erom dat je die 95 procent van je klanten echt gaat helpen, dat je een relatie ­opbouwt door informatie te delen. Dus je zou nu veel meer moeten meedenken met de mensen in je community die het ongetwijfeld zwaar hebben.”

Wie vindt Blijleven een goed voorbeeld? “Businesscoach ­Veronique Prins heeft een Facebookgroep, want haar doelgroep, vrouwen tussen de 45 en 55, is daar actief. Laatst organiseerde ze een event over hoe je jezelf beter kunt verkopen en dan vragen sommigen in die groep: moet ik daar heen gaan? En een ander zegt dan: ik was er vorige keer en dat werkte heel goed.”

Is het nog wel mogelijk om zonder te adverteren je doelgroep te bereiken via Facebook? Blijleven: “Je kunt nog steeds flink groeien als je zelf aanwezig bent. Ik heb twee communities – ­IncludeNow en WomenTalkTech – en die hebben allebei tussen de 900 en 1000 leden en daar is nog nooit een euro marketingbudget in gestopt. Het gaat erom dat je ­leden hebt die echt de verbinding met je aangaan, die je promoten bij anderen, die fan van je zijn. Daar haal je de meeste waarde uit, je hoeft ze niet allemaal tegelijk te bereiken.”

Maartje Blijleven: We love communities, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, €20,99.

Wat moet er zeker in jouw communityplan?

1. Een missie en visie
2. Wat je wil bereiken met je community
3. Je aanpak
4. De kernboodschap/belofte van de community
5. Wat jouw community uniek, sociaal en relevant maakt
6. Wie de doelgroep is
7. Welke verhalen je gaat delen met je community
8. Wat je wil bereiken en hoe je dat gaat meten
9. Je budget

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden