PlusBeeldspraak

De boerenhorror van Motel Hell is actueler dan ooit

Wanneer de hectiek van de stad de mens opbreekt, lonkt het rustieke landleven. Maar de filmgeschiedenis wijst uit dat stedelingen het platteland beter kunnen mijden.

Bart van der Put

Kalm aan mensen! Het geraas en getier loopt de spuigaten uit. Haal een keer diep adem en slaak een lange zucht, of ga even liggen met gesloten ogen om helemaal niets te doen. Als de ontspanning bereikt is, kunt u zich alsnog onder uw soortgenoten begeven voor een beheerste deelname aan het verkeer of een bezoek aan de supermarkt. Natuurlijk is het niet eenvoudig om het hoofd koel te houden, want alles is onbevredigend, bedorven en te duur geworden. Maar het helpt niet als we elkaar ook nog voor rotte vis uitmaken of in de haren vliegen.

Behoedzaam laverend tussen schreeuwende heethoofden, verongelijkte betweters en agressieve verkeersdeelnemers wordt de stedeling overmand door een verlangen naar een simpeler leven, een rustiger bestaan. Weg van de drukte, weg van het gekkenhuis. Het landleven lonkt met glooiende akkers, rustieke bomenlaantjes en een weldadige stilte die hooguit door een leeuwerik, een loeiende koe of een rommelende donderwolk wordt doorbroken. Beethovens Pastorale, maar dan echt.

De symfonische plattelandsidylle van Ludwig kan het gemoed nog steeds verheffen, maar de romantiek van weleer is ver te zoeken bij de boerenpraktijk van vandaag. Het regent al jaren alarmerende berichten over de uitstootproblematiek van megastallen, en over de grootschalige ruimingen van de veestapel bij uitbraken van vogelgriep of varkenspest. De klimaatcrisis wordt mede veroorzaakt door de flatulentie van runderen. Duizenden Nederlanders raakten besmet met levensbedreigende Q-koorts die door geiten en schapen werd verspreid. Pelsdierfokkerijen werden gesloten omdat nertsen met covid besmet raakten. Het is niet niks. Het is linke soep en een gebed zonder end. Maar de boer hij ploegde voort.

De boer als ziel van de natie

In de bioscoop waren boeren al eng voordat de gevolgen van de grootschalige industriële veeteelt een apocalyptische dimensie kregen. In de jaren zeventig en tachtig kreeg het spanningsveld tussen de oprukkende stad en het rustieke platteland een weerslag in films met een zeer uiteenlopende kijk op de agrarische praktijk. In België blikten filmmakers gloedvol terug in boekverfilmingen waarin het landleven bedreigd werd door de vooruitgang: met het eerste geronk van het automobiel begon de misère. De Vlaamse Boerenfilm werd een begrip dat de Belgische cinema van die tijd typeerde.

In veel opzichten was de Vlaamse stroming een voortzetting van de nostalgische heimatfilms die na de Tweede Wereldoorlog in Duitsland verschenen. De strekking: toen we nog van het land leefden en de seizoenen ons ritme bepaalden was alles beter. Het weerspiegelde een verlangen naar de verloren onschuld en maakte de boer tot de ziel van de natie. Amerikaanse westerns uit die periode plaatsten de veehouder op een voetstuk: zonder de cowboy (koeienjongen) was het niets geworden met Amerika.

Actuele griezelboeren

Maar in de jaren zeventig werd dat beeld bruut van de sokkel getrokken en kregen de veehouder en de vleesverwerkende industrie een angstaanjagende dimensie. Het was een omkering van het idee dat de stad door moord en doodslag geteisterd wordt terwijl op het platteland alles pais en vree is. Stedelingen die de snelweg verlaten eindigden in de klauwen van onbeschaafde carnivoren die god noch gebod eren. Dat is in de horrormijlpaal The Texas Chainsaw Massacre (1974) niet alleen eng en zenuwslopend maar ook grappig, omdat de verknipte slagersfamilie als een absurde karikatuur van de Amerikaanse vleesindustrie wordt gepresenteerd.

In de malle griezelklucht Motel Hell (1980) wordt dat idee met elementen uit Hitchcocks Psycho (1960) gecombineerd. De film draait om de oude varkensboer Vincent, die dankzij zijn smaakvol gerookte vleeswaren een uitstekende reputatie in de regio heeft en ook nog een klein motel bestierd. Het is geen verrassing dat gasten het risico lopen op de menukaart te eindigen. Wanneer er geen gasten komen, rijdt de boer op zijn tractor naar de hoofdweg om met strategisch geplaatste obstakels ongelukken te veroorzaken. De slachtoffers worden rechtop in zijn akker geplant en met een trechter vetgemest tot ze geoogst en gerookt kunnen worden.

Boer Vincent verklaart dat hij goed werk verricht en twee vliegen in een klap slaat, want er zijn te veel mensen en er is te weinig voedsel. Zijn zuster Ida valt hem bij en stelt dat zij tenminste verantwoordelijkheid nemen voor het voortbestaan van de planeet.

Het is opmerkelijk dat een buitenissige satire uit 1980 vandaag actueler en urgenter overkomt dan ooit tevoren. Het onderstreept dat de huidige problematiek al een halve eeuw op de agenda staat terwijl er weinig vooruitgang is geboekt. Maar de boer hij ploegde voort.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden