PlusReportage

De alternatieve Tolkresj in De Pijp is eindelijk legaal

De Tolkresj is een ouderparticipatiecrèche middenin de Pijp. Beeld Nosh Neneh
De Tolkresj is een ouderparticipatiecrèche middenin de Pijp.Beeld Nosh Neneh

Tolkresj, een van de twee crèches in Amsterdam waar ouders voor hun eigen en elkaars kinderen zorgen, is sinds kort legaal. ‘Het werkt omdat we zo betrokken zijn.’

Het is even een moeilijk moment voor sommige peuters, ’s ochtends vroeg, als de ouders vertrekken en zij achterblijven op de crèche. Bij het raam zwaait Ravi (3) hevig, Linde (3) kijkt nog wat besluiteloos naar het clubje kinderen dat wordt voorgelezen uit Dikkie Dik en in de deuropening staat de kleine Nikolaj van twee, met een gezicht als een oorwurm, duidelijk nog niet klaar voor de dag.

“Hij is wat bozig wakker geworden,” zegt zijn vader ­Manuel Schmaranzer (39) terwijl hij zijn zoon met een handpop probeert op te vrolijken. “Op een normale crèche kun je ze dan gewoon afgeven, nu moet ik het zelf oplossen.”

Schmaranzer is met Roxanna van Erp (38) vandaag de dienstouder op de Tolkresj in De Pijp, een van de twee ouder­participatie­crèches in Amsterdam. De crèche, verscholen tussen het groen achter Cinetol, viert dit jaar al zijn 51ste verjaardag, toch werd een wetsvoorstel om dit soort crèches officieel te erkennen pas vorige maand door de Eerste Kamer aangenomen. Op de crèches, die tot nu toe werden gedoogd, maken niet de crèchebegeleiders de dienst uit, maar staan de ouders van de peuters van twee tot vier jaar zelf, onbetaald, voor de groep.

Van Erp legt bollen deeg op tafel voor zes peuters. Tijdens een telefonisch overleg de avond ervoor is door de dienstouders besloten dat broodjes bakken het knutselwerk van de dag is. De kinderen komen in elk geval drie ochtenden per week en het ritme is altijd hetzelfde. Na het knutselen eten de kinderen een cracker, dan gaat de hele club de grote tuin in, daarna eten ze wat groenten, fruit en vandaag het zelfgebakken broodje, en rond 13.00 uur worden ze weer opgehaald. “Dat vaste ritme is hier extra ­belangrijk,” zegt Schmaranzer, “omdat de kinderen elke dag andere dienstouders zien.”

Mannelijke begeleiders

Beide ouders hoorden via via van de crèche. Van Erp was vooraf sceptisch. “Ik dacht: zoiets is echt te alternatief voor mij.” Maar een blik op die aantrekkelijke, grote tuin deed haar twijfelen. Toen ze van dichterbij meemaakte hoe de crèche werkt, was ze om. “Dat je alles samen doet. Helemaal geweldig. En als ik zie met hoeveel liefde iedereen hier voor de groep staat, dat kun je toch niet vergelijken met andere crèches.”

Bijkomende voordelen, zegt ze, zijn de lage kosten (de maandelijkse contributie is 151,32 euro per kind) en veel mannelijke begeleiders. “Die zie je op reguliere crèches toch minder. Dit is een iets betere ­afspiegeling van de ­samenleving.”

Schmaranzer en zijn partner hoefden er niet lang over na te denken. “Twee jaar lang volg je de ontwikkelingen van je eigen kind in zo’n groep. Dat is heel waardevol.” Bij een ­reguliere crèche, waar zijn zoon ook een tijdje naartoe ging, miste hij het contact. “Je brengt je kind en vertrekt zo snel mogelijk. Dat kan soms zijn voordelen hebben, toch past dit ons beter; je hebt een netwerk met andere ouders die je honderd procent vertrouwt.”

En daarbij komt, zegt de vader, die als zzp’er houten huizen bouwt: “Je bent opeens ook crèchebegeleider. Een soort deeltijdbaan die ik nooit had verwacht. Hoe leuk is dat?” Overigens dienen alle dienst draaiende ouders in het bezit te zijn van een EHBO-diploma en een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).

De crèche is een soort verlengstuk van de gezinnen, zegt mindfulnesstrainer Van Erp. Op haar buik, in een draagzak, hangt baby Ziggy. Die mag gewoon mee, zoals alle kinderen van de ouder die dienst heeft. Dat scheelt opvang en het werkt in de praktijk prima. Vaak kennen de kinderen de crèche goed, omdat ze er zelf op hebben gezeten. Ze zijn ook bij de maandelijkse klusochtend, waar iedereen meehelpt met het onderhoud van het ­gebouw en de tuin, ­gehuurd van de gemeente.

Dienstouders Manuel Schmaranzer en Roxanna van Erp houden zich in de Tolkresj aan een ritme. Na buitenspelen is het tijd voor een zelfgebakken broodje. Beeld Nosh Neneh
Dienstouders Manuel Schmaranzer en Roxanna van Erp houden zich in de Tolkresj aan een ritme. Na buitenspelen is het tijd voor een zelfgebakken broodje.Beeld Nosh Neneh

Maar ook sommige feestdagen vieren alle gezinnen ­samen. Met elkaar zijn ze een kleine gemeenschap. “Je leert de andere gezinnen goed kennen en daardoor vertrouwen.” En dat is erg belangrijk, en niet alleen omdat het helpt om de zaken op de crèche goed te regelen. “Die band heb je nodig, want je deelt de opvoeding van je kinderen.”

De Tolkresj is lid van de landelijke belangenvereniging die heeft gelobbyd voor de nieuwe wetgeving en de ouders zijn blij dat die er eindelijk is. Het maakt het bijvoorbeeld gemakkelijker om meer van dit soort crèches op te richten en de angst is weg dat elk moment de stekker eruit kan worden getrokken.

Argusogen

Bovendien, zegt Van Erp, het is ook erkenning voor wat je doet. “Vanuit de kinderopvangbranche was altijd kritiek. Er werd met argusogen gekeken naar de ouderparticipatiecrèches, omdat de ouders er geen opleiding voor hebben gehad. Ik geloof juist dat het werkt omdat we heel ­betrokken ouders zijn. Die wet bevestigt dat en laat zien dat er vertrouwen is in wat we doen.”

Het is ook niet zo dat ze maar wat doen, zeggen de ­ouders. Van Erp: “Overal zit een gedachte achter.” Daarover vergaderen ze geregeld, maar er is ook een ‘huisboek’ van al 77 pagina’s. “Dat is een beetje de bijbel van de Tolkresj.” Daarin staan onder meer de visie, gemaakte afspraken en rolverdelingen.

Al sinds de start in september 1970, toen de oprichters een speelruimte zochten voor kinderen in de buurt met een slechte woonsituatie, geven ouders daarin advies en handvatten voor de volgende generatie. Verder worden nieuwe ouders begeleid door de andere en er is een pedagogisch beleid, waarin bijvoorbeeld wordt uitgelegd hoe je het beste kunt omgaan met conflictsituaties.

Tolkresj heeft een coach die je alles kunt vragen en moet tegenwoordig aan dezelfde eisen en administratie voldoen als de klassieke opvang. Een keer per jaar komt de GGD ­langs voor een inspectie.

De kinderproblemen zijn hetzelfde en in de loop der ­jaren is weinig veranderd aan de manier waarop de ouders de opvang invullen, maar andere dingen staan nu ver af van hoe ouders de crèche ooit hebben opgezet, zegt Schmaranzer. “Zij zouden het zelf wel regelen, zonder alle regeltjes. Nu moet bijna alles worden vastgelegd.” Sommige ouders zien nadelen in de erkenning. Het is een voortdurend laveren tussen ‘zelf doen’ en ‘gehoor geven aan het systeem’.

Van Erp: “Houvast is belangrijk, maar helemaal dichtgetimmerd is het beleid gelukkig nog niet. Juist de eigen inbreng van ouders vinden we zo belangrijk.”

Handleiding

In de tuin zijn de kinderen aan het volgende onderdeel ­begonnen: buitenspelen. Onder boomstammen zoeken ze naar beestjes, op grote driewielers spelen ze taxietje en de glijbaan is volop in gebruik. Van Erp houdt een oogje in het zeil. Veel ouders werken als zelfstandige, zegt ze.“Werk je fulltime voor een baas, dan is dit misschien lastiger.” Eén keer per week, soms per twee weken als ouders de diensten kunnen verdelen, hebben ze dienst. “Zo hou je er de energie voor.” Bovendien ben je steeds met een andere ouder. “Dan houd je elkaar scherp.”

Maandelijks komen alle ouders bij elkaar voor een vergadering. Ze bespreken onder meer de kinderen, de taken en elkaar, en ook dat vraagt soms om een handleiding. Van Erp: “Zijn ouders het niet met elkaar eens, dan is het een kwestie van veel praten. Over het algemeen kom je er dan wel uit.”

Binnen doet Schmaranzer een poging de zelfgeknede broodjes te bakken. Echt lastige momenten heeft hij in zijn loopbaan als dienstouder nog niet gehad. “Ja, nu ik de oven niet aan krijg.” Maar moeilijke situaties met de peuters: “Nee. In het begin was ik wel een beetje zenuwachtig, maar je merkt al snel dat je het wel kunt.” Die verantwoordelijkheid voor ook andermans kinderen is spannend, maar daardoor werkt het, zegt hij. “Je moet het wel serieus nemen, overweldigd raken is geen optie. En als je het niet aandurft, begin je er denk ik ook niet aan.”

Maar het kan pittig zijn hoor, zegt Van Erp. “Het is ­natuurlijk niet ons werk, je moet er een beetje in groeien. Het zijn kleine kinderen, die gaan soms alle kanten op. Het is niet altijd zo harmonieus als vandaag.”

Ouderparticipatiecrèches

De Wet kinderopvang kende tot begin februari formeel twee soorten ­opvang: kindercentrum (dagopvang en buitenschoolse opvang) en gastouderopvang. Daar komt, met de goedkeuring van de Tweede en Eerste Kamer vanaf 1 juli de ouderparticipatiecrèche officieel als nieuwe vorm bij. Jaren werden deze crèches, vijf in Utrecht en twee in Amsterdam, slechts gedoogd. Volgens de Belangenvereniging Ouderparticipatie­crèches hoeven deze crèches geen opgeleide beroepskrachten in dienst te nemen, omdat afgelopen jaren is aangetoond dat deze vorm van kinderopvang ook zonder deze krachten goede kwaliteit levert. Het recht op kinderopvangtoeslag blijft behouden voor de ­ouderparticipatiecrèches. De Tolkresj heeft plek voor in totaal twaalf kinderen. Er zijn plekken vrij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden