PlusInterview

David Samwel begreep zijn anorexia pas echt toen hij over zijn adoptie schreef

Schrijver David Samwel (27) worstelde lang met anorexia. De ziekte had meer te maken met zijn adoptie uit Thailand dan hij dacht.

 David Samwel. Beeld Nina Schollaardt
David Samwel.Beeld Nina Schollaardt

“Op de ochtend van 14 oktober 1994 werd ik achtergelaten op de trappen van de Zuid-Thaise tempel Wat Phra Mahathat. Wie mijn biologische ouders zijn of waarom ik te vondeling ben gelegd, is onbekend. Dat mijn moeder me bij een belangrijke boeddhistische tempel heeft achtergelaten betekent, denk ik, dat ze me een goed leven gunde.

Ik was ondervoed en werd naar het ziekenhuis gebracht, en vervolgens naar een weeshuis. Daar noemden ze me Singha, Thais voor ‘leeuw’. Na anderhalf jaar werd ik geadopteerd. Ik groeide op in Overasselt, Gelderland. De eerste jaren was ik speels, maar rond mijn zevende werd ook een zwaarte vanbinnen voelbaar. Ik was veel op mezelf en als ik iets écht niet wilde, stopte ik met eten en drinken.

Rond mijn twaalfde begon ik me af te vragen waar ik vandaan kwam. Op school ging het niet goed; ik was te zeer door mijn verleden in beslag genomen om bezig te kunnen zijn met wiskunde of geschiedenis. Ik ontwikkelde een eetstoornis. Hoe minder voeding je tot je neemt, hoe minder emoties je ervaart. Door niet te eten kreeg ik het gevoel dat ik zweefde, het voelde licht en stil.

In de zomer na de brugklas ging ik met mijn ouders op ­vakantie naar Thailand. Maar daar voelde ik me alles­behalve thuis; ik sprak de taal niet en leek ook niet zoveel op de mensen als ik had gedacht. Na afloop voelde ik me alleen nog maar sterker gedesoriënteerd.

Op mijn negentiende vond ik dat ik nog maar eens terug moest naar waar ik vandaan kwam. Het was gek om ’s avonds in het donker in een busje door de straten van mijn geboortedorp te rijden en te beseffen: hier heb ik een tijdje gewoond, hier ben ik achtergelaten.

Het weeshuis bestond uit pastelkleurige barakken met speeltoestellen en palmbomen eromheen. Een verzorgster opende de deur en zei: ‘Singha.’ Ze huilde en pakte me vast. Later bleek zij mijn verzorgster te zijn geweest toen ik daar als ondervoede baby aankwam; terwijl we elkaar achttien jaar niet hadden gezien, had ze me herkend.

Bij de tempel waar ik te vondeling was gelegd, liet ik een brief achter voor mijn onbekende biologische moeder, waarin ik haar vertelde wie ik was geworden, met een pasfoto erbij. Daarmee dacht ik het af te sluiten.

Maar in 2018 kreeg ik opnieuw anorexia. Terwijl mijn vriend Thomas (thrillerschrijver Thomas Olde Heuvelt, red.) ambitieus met zijn schrijfcarrière bezig was, had ik moeite mijn weg in het leven te vinden. Het enige wat me een gevoel van controle gaf, was mezelf afbreken. Mijn streefgewicht was 48 kilo, maar ook toen ik dat had ­bereikt, kon ik niet stoppen. Ik slikte steeds meer laxeerpillen en at bijna niks.

Mijn dierbaren maakte ik wijs dat ik een glutenallergie had. Vanwege vitaminetekort begonnen mijn haren uit te vallen, en ik kreeg enorme kringen onder mijn ogen omdat ik door die laxeermiddelen tig keer per nacht mijn bed uit moest. Op een gegeven moment staken mijn botten zo uit dat het pijn deed als ik lang op een stoel zat. Mannenmaten pasten niet meer; voor een broek of shirt moest ik een vrouwenmaat XS halen.

Overwinnen

De ziekte sneed me af van alle sociale gelegenheden, en daardoor voelde ik me enorm eenzaam. Ik was zó moe, ik kón gewoon niet meer. Maar omdat ik wist dat het niet lang meer zou duren voordat het uit zou komen, moest ik van mezelf nog even doorzetten.

Toen ik tijdens een familie-etentje stiekem een paar laxeerpillen probeerde te slikken, sprak Thomas me daar op aan. Mijn ouders en Thomas bleken wel degelijk in de gaten te hebben wat er aan de hand was en zochten naar een manier om me te benaderen, want op een gegeven moment beschouw je iedereen als je vijand. Ik wilde niet dat anderen de regie over mijn leven zouden overnemen, tegelijk was ik ook blij dat ze ingrepen. Want zelf ben je zo in de greep van de ziekte dat je écht niet naar een dokter gaat.

Therapie en het schrijven van dit boek hebben geholpen mijn eetstoornis te overwinnen: het gaf me een duidelijk doel. Ik ben de dieperliggende oorzaak gaan begrijpen, namelijk mijn ondervoeding op het moment dat ik aan mijn lot werd overgelaten. Dat gevoel van leegte is gekoppeld geraakt aan overleven en tegelijk aan die gelukzalige sensatie van zweven. Dus als het met mij mentaal niet goed gaat, is dat waar ik op teruggrijp: dan stop ik met eten.

Inmiddels weet ik beter hoe ik daarmee kan omgaan, bijvoorbeeld door een duidelijk doel voor ogen te houden. Daarom smaakt het schrijven naar meer. Ondanks de zwaarte van het onderwerp vond ik het heerlijk om zinnen te maken, met woorden te spelen, mijn stijl te vinden.

Sinds vorig jaar heet ik officieel David en is Singha mijn tweede naam, in plaats van andersom. Singha is de naam die me in het weeshuis werd gegeven; David is de naam die mijn Nederlandse ouders me hebben gegeven – die heb ik echt gekrégen. Daarom voel ik me meer thuis bij David als roepnaam. Maar de titel van mijn boek is een eerbetoon aan mijn oorspronkelijke naam. Want ik heb zware jaren gehad. En die heb ik toch maar allemaal overleefd.”

David Samwel, Sterk als een leeuw. Adoptie, anorexia en liefde: mijn zoektocht naar een gelukkig leven, Boekerij, €20.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden