PlusInterview

Dave Minneboo van Qmusic: ‘Ik was thuis het voorbeeld van hoe het níet moest’

Dave Minneboo, programmadirecteur Qmusic.Beeld Lotte Bronsgeest

Lang voordat programmadirecteur Dave Minneboo (47) van Qmusic het best beluisterde radiostation maakte, werd hij van school gestuurd en hing hij rond in illegale casino’s. Toen zijn beste vriend overleed werd alles anders. ‘Daardoor ben ik heel snel volwassen geworden.’

Hoezeer Dave ­Minneboo ook opgaat in zijn verhaal, zijn oog is nooit lang weg van het beeldscherm boven zijn bureau. Daarop ziet de programmadirecteur van Qmusic ­livebeelden vanuit de radiostudio, een verdieping hoger. Dj Menno Barreveld kondigt de ­platen aan van het Foute Uur, de dagelijkse dosis guilty pleasures op het ­hitstation.

Het uurtje met vrolijk ‘foute’ muziek – denk: 2 Unlimited, Abba of Charly Lownoise & Mental Theo – is een van de bouwstenen van het succes van de zender. Die werd recent voor het eerst marktleider in de commerciële doelgroep. Onder leiding van Minneboo (spijkerhemd, vlotte jeans en sneakers), die de programma’s op zijn plek zet in het schema, de dj-stal uitkiest en de muzikale koers uitzet.

In het uit grijstinten opgetrokken pand in Overamstel zwerft over zijn bureau een briefkaartje met een vriendelijke gelukswens erop gekrabbeld. Afzender: Christian Van Thillo, eigenaar van DPG, het mediaconglomeraat waarvan de radiozender onderdeel is. De felicitatie ging, zo vertelt Minneboo, vergezeld van bloemen en ‘een paar flessen champagne’.

U werkte tot 2018 als radiodirecteur bij Talpa van John de Mol. Dat behaalde met 538 ook vaak de toppositie. Stuurde De Mol ook bubbels en een handgeschreven kaartje bij succes?

“Dat gebeurde niet vaak, nee. Daar is John niet echt het type voor.”

De grootste worden bij luisteraars in de commercieel aantrekkelijkste doelgroep van 20 tot 49 jaar geldt in radioland als de heilige graal. Toch denkt uw werkvriend Erik de Zwart dat het behalen ervan u een dubbel gevoel gaf.

“Dat klopt ook. Ik heb toch achttien jaar bij 538 gezeten, daar werden we in die tijd ook voor het eerst de grootste. Fantastisch om mee te maken. Nu hebben we die positie overgenomen van mijn oud-collega’s. Ze zullen het niet leuk vinden, al heeft bijna iedereen me vriendelijk ­gefeliciteerd.”

Hoe doet u dat? Van een radiostation de grootste maken?

“Toen ik hier twee jaar geleden binnenkwam, trof ik een club leuke, jonge mensen. Een sterke basis met potentie, maar ze geloofden niet op te kunnen tegen de grote budgetten van Talpa. Ik heb meteen gezegd: ‘We willen marktleider worden, we moeten willen winnen.’ Voor mij zit de waarde van een bedrijf in mensen en niet in geld. Mijn taak was het die mensen te vinden en de juiste opstelling te maken.”

“Ons grootste speerpunt werd de ­Ochtendshow, want wie de ochtend wint, wint de dag. Met Mattie & Marieke (Valk en Elsinga, red.) hebben we een ijzersterk duo. We haalden Domien ­Verschuuren van 3FM voor de middag. En de basis is natuurlijk de muziek. We moesten volwassener klinker, dus zijn we meer classics gaan draaien en zenden we de officiële Top 40 uit. Negentig procent van de luisteraars schakelt nog steeds in voor de muziek. Daarna moeten de dj’s zorgen dat ze zo lang mogelijk luisteren.”

Erik de Zwart zei: “Dave begrijpt dat ­succesvolle radio zeer voorspelbaar is. Alleen binnen die voorspelbaarheid kun je soms verrassen.”

“Helemaal eens, ja. Zeker in de ochtend heeft radio vaak de functie van een biologische klok. Als je je tanden nog staat te poetsen als Mattie en Marieke met dat ene dagelijkse item beginnen, kom je te laat op je werk. Edwin Evers was daar bij 538 ook heel sterk in: die had zijn vaste items elke ochtend bijna op de minuut getimed.”

Beeld Lotte Bronsgeest

Zou u Evers, die eind 2018 stopte bij 538, graag bij uw station willen?

“Hij is altijd welkom, ja. Dat weet hij. Ik heb hem laatst nog een appje gestuurd: ‘Als je nog eens bij de marktleider wil ­werken, dit is je kans.’ Moest ie hard om lachen. We spreken elkaar geregeld, hebben een goede band. Volgens mij heeft hij voorlopig helemaal geen trek in een grote terugkeer op de radio.”

Er wordt veel gesproken over het geringe aantal vrouwen op de radio. Van jullie vijftien presentatoren zijn er twee vrouw. Concurrenten 538 en Radio 10 hebben er niet één. Hoe beziet u die discussie?

“Ik vind het lastig. Want het moet bovenal om de beste mensen op de beste plekken gaan, ongeacht van welk geslacht. Vrouwen moeten simpelweg even goed zijn als hun mannelijke concurrent om hier een plek te krijgen. Wat ik niet goed vind, is een vrouw neerzetten ómdat ze een vrouw is, zoals bij sommige stations gebeurt.”

Welke zijn dat?

“Ik wil niet te veel wijzen, maar oké, neem 3FM. Die hadden tot voor kort tijdens de belangrijke office hours een heel blok vrouwen. Dat werkte toch niet goed, dat hoorde je. Niet omdat het vrouwen zijn, maar omdat die dames simpelweg nog niet toe waren aan dat soort prominente uren. Er werd trots geroepen: ‘Wij durven vrouwen te programmeren.’ Maar geef ze dan ook de tijd zich te ontwikkelen. Niet meteen op de belangrijkste uren van je station om maar te laten zien dat je vrouwen neerzet. Want dat is volgens mij de discussie niet. Het gaat erom ervoor te zorgen dat ze het benodigde niveau halen. Dat heeft ook met coaching te maken.”

U zegt eigenlijk: de vrouwen zijn momenteel gewoon niet goed genoeg?

“Radio maken is niet zomaar iets, hè? Kijk naar Marieke Elsinga. Zij is een natuurtalent én door Q uitstekend opgeleid. Ik hoop van harte dat ze een rolmodel wordt voor jonge meiden. Dat zij haar horen en denken: dat wil ik later ook. Die ontwikkeling gaat langzaam, maar is er wel. Toen ik jong was, waren er nauwelijks vrouwen op de radio. Mannen als Jeroen van Inkel, die de luisteraar met zo’n zware, galmende stem toespraken, waren de norm. Daar herkenden vast weinig vrouwen zich in.”

“De generatie van nu, zoals Mattie, heeft daarmee een voorsprong genomen. Die begon vijftien, twintig jaar geleden al op z’n zolderkamertje. Dat deden meisjes toentertijd gewoon nog niet. En nog steeds is de belangstelling minder: van de tien demo’s van aspirant-dj’s die ik op mijn bureau krijg, komen er nog steeds negen van mannen.”

Aan Mattie Valk bent u ook op een opvallende manier verbonden. Als ­Talpadirecteur probeerde u hem als onderdeel van het toenmalige duo ­Mattie & Wietze bij Q los te weken om op Sky Radio een ochtendprogramma te maken.

“Ja, dat is een nogal ironisch verhaal. We waren er eigenlijk al uit, totdat Mattie op het laatste moment begon te twijfelen en besloot toch bij Q te blijven. Een uitkomst waarmee ik nu heel blij ben.”

Het werd in 2017 een grote mediarel. De vriendschap tussen Mattie en Wietze liep stuk. Heeft u zichzelf iets verweten over de gang van zaken?

“Nee. Je moet begrijpen dat zo’n transferproces heel lang duurt. We waren al zowat driekwart jaar in gesprek. Zeker in het begin dacht ik: hen overtuigen wordt een lastige dobber. Maar al snel voelden de gesprekken heel vertrouwd. Ik geloofde er ook heilig in dat die twee een groot succes zouden worden bij Sky, dat voor het eerst z’n non-stop music-format zou loslaten.”

“Natuurlijk begreep ik dat Mattie en Wietze het spannend vonden. Ze waren jong, hadden nog nooit zo’n transfer meegemaakt en hadden geen begeleiding van een goede manager. Daardoor ontstonden misverstanden tussen hen. Uiteindelijk vond ik het sneu voor Mattie hoe hij daarna een vervelend stempel kreeg, terwijl hij gewoon loyaal bleef aan het bedrijf dat hem groot maakte.”

Hoe hoorde u dat het niet doorging?

“Ik was op vakantie in Spanje toen ­Mattie belde. Boos ben ik niet geworden, nee. Ik kon me wel voorstellen wat er zich in zijn hoofd afspeelde. Ik heb hem heel rustig succes gewenst. Natuurlijk baalde ik. Want het was zo goed als rond.”

Beeld Lotte Bronsgeest

Het heeft nooit tussen jullie in gestaan?

“Toen bekend werd dat ik hier kwam werken, stond Mattie dezelfde avond bij mij thuis in Hoorn voor de deur met een sixpack bier én een sixpack ketchup. Ik ben nog nogal een freak op dat laatste gebied. Bij een barbecue hebben we alles nog eens rustig doorgenomen. Al snel hadden het alweer gezellig over de toekomst.”

Uw vriendin Bianca zei: “Ik ken op de hele wereld niemand die een hekel heeft aan Dave.” Zelfs met collega’s die u heeft ontslagen bleef u bevriend. Is dat uw kracht in dit soort situaties?

“Dat weet ik niet, hoor. Maar ik besef goed hoe klein het Nederlandse radio­wereldje is. Het is ook een wereld waarin moeilijke beslissingen soms onvermijdelijk zijn. Dus moet je het eerlijk en netjes doen, als je iemand moet teleurstellen. Dat heb ik ooit met Ruud de Wild gehad. Ik was met hem bevriend geraakt, we kwamen op elkaars verjaardag. Toch moest ik hem vertellen dat Coen en Sander op zijn plaats kwamen bij 538. Daar was Ruud het natuurlijk niet mee eens. We hebben toen een tijdje niet met elkaar gesproken. Maar Ruud zag na verloop van tijd ook wel in dat ik het niet deed om hem te pesten, maar in het belang van de zender. We zijn nu weer prima met elkaar en gaan nog weleens een hapje eten.”

U ontsloeg ook Erik de Zwart als ­programmaleider bij Veronica.

“Met hem vond ik het extra lastig natuurlijk. Hij is mijn radiovader, nam me in 1999 aan bij 538. Ik werd assistent-muzieksamensteller. Mijn eerste baan bij de landelijke radio.”

Jullie waren na dat gesprek anderhalf jaar gebrouilleerd.

“Dat was heftig, ja. Ik weet hoe Erik is. Ik voelde het aankomen dat hij het niet goed zou opnemen.”

Volgens De Zwart was u het niet helemaal eens met de boodschap die u moest brengen.

“Ik stond erachter dat hij moest ­stoppen met zijn managementstaken, maar wilde hem wel behouden voor het station. Dat werd van hogerhand tegen­gehouden. Toch mocht ik het Erik van mijn baas gaan vertellen. Dat was niet leuk. Maar toen ik stopte bij Talpa, was het eigenlijk snel weer goed tussen Erik en mij. ‘Kom op, zaken zijn zaken,’ zei hij.”

Hij noemde die affaire symptomatisch voor uw jaren bij Talpa. Door bemoeienis van John de Mol kon u uw eigen visie niet meer uitvoeren, zei hij.

“Dat speelde vooral op het laatst. De eerste jaren bij Talpa waren leuk en superleerzaam. Met John had ik mooie discussies over de toekomst van de stations. Maar het is waar, John is ook een man van: we gaan het zo doen en jij gaat dat uitvoeren. Hij houdt er niet van als je zijn plannen in de war stuurt. Dat merkte ik voor het eerst toen ik met Rob Stenders overeenstemming had om naar Veronica te komen. Nog voor het officieel was, riep Stenders op de radio nogal dom dat ‘De Mol ons programmaatje wil hebben’. John was heel boos: ‘Ik heb hem niet gesproken. Waarom moet hij mijn naam noemen? Zeg hem maar dat het no deal is!’ Een halfjaar aan gesprekken en plannen maken was in één klap weg, terwijl Stenders met Giel Beelen een ideale combinatie op Veronica had gevormd. Maar ik begreep Johns boosheid natuurlijk wel. Het was heel onhandig van Stenders.”

“De lol ging er steeds verder af toen de radio onderdeel werd van het grote tv-bedrijf Talpa. Toen ik bij 538 begon, waren we met 45 man. Daarna zaten we op 250. Het bedrijf werd groot en log. Tegelijkertijd bemoeide John zich steeds vaker met details. Dan had ik Evers een vrije dag gegeven en belde hij op om te vragen waarom ik dat niet met hem had overlegd. Dat irriteerde me steeds meer. Terwijl we op dat moment het hoogste marktaandeel ooit scoorden.”

U voelde zich niet gewaardeerd.

“Ik hoef echt niet de hele dag complimentjes te krijgen, maar een keertje horen dat je iets goed doet, is wel fijn ja. Ik wilde op de resultaten afgerekend worden. Maar goed, het is zijn goed recht. Al die zenders zijn van hem en zijn passie is bewonderenswaardig. We hebben er vaak over gesproken. Toen ik doorkreeg dat hij eigenlijk iemand wilde die precies deed wat hij zei, vond ik mezelf niet meer geloofwaardig als ik zou blijven. Iedereen verklaarde me voor gek: zo’n topbaan opgeven zonder een nieuwe job te hebben. Maar ik ben ooit uit passie aan dit werk begonnen en die was ik anders ­kwijtgeraakt.”

Wilde u als jongen al bij de radio?

“Zeker, ja. Ik had zo’n dj-setje op mijn slaapkamer en maakte cassettebandjes voor leuke meisjes in de klas. Met de juiste opbouw hè. Na een snelle plaat moest een ballad. Ik was een echte muziekfreak. Vooral hiphop, r&b en soul. En ik vond het proces van het ontstaan van een hit toen al machtig interessant. Dat gevoel dat je een liedje voor het eerst hoort en denkt: dit wordt er één! Toen ik niet langer bij piratenzenders werkte, maar bij City FM, een echt, legaal radiostation in Amsterdam, voelde het alsof ik het helemaal had gemaakt – wow, een eigen programma zonder de kans te worden opgepakt.”

Waarom bent u nooit nationaal doorgebroken als dj?

“Ik denk niet dat ik het talent had om op mooie tijdstippen voor landelijke zenders te werken. Maar voor het samenstellen van playlists had ik wel aanleg. Toen ik eenmaal bij 538 aan de slag ging, ontdekte ik dat ik het achter de schermen veel leuker vind.”

Uw vriendin Bianca zei: “Toen ik Dave ontmoette was hij 22 en werkte in een hifi-winkel. Hij wilde graag bij de radio, maar geloofde er totaal niet in dat dat ooit zou lukken. Dus probeerde hij het ook niet.”

“Hilversum voelde in die tijd heel ver weg. Zou ik nooit tussenkomen, dacht ik. Bij 538 was ik de eerste jaren nog heel onzeker. Ik dacht steeds: straks komen ze erachter dat ik helemaal niet zo goed ben als ze denken.”

Uw vriendin noemt de plotselinge dood van een van uw beste vrienden als omslagpunt bij uw beslissing uw ­carrière wél serieus aan te pakken.

“Dat was in 1996. Ik werkte net bij City FM. Tot dan toe was mijn leven nogal een chaos geweest. Met Khalid had ik in de klas gezeten op de middelbare school. Hij was een paar jaar ouder, ik keek op een bepaalde manier tegen hem op. We gingen samen stappen en deelden de passie voor voetbal, voor Ajax.”

“Ineens was hij weg. Een wake-upcall inderdaad. Je hebt maar één leven en daar moet je wat van maken, besefte ik. Ik zag ook de pijn bij zijn familie. Zoiets wilde ik koste wat het kost vermijden. Ik ben toen heel snel volwassen geworden. Daarin is vooral Bianca heel belangrijk geweest. Ze gaf me vastigheid en het vertrouwen dat het ook anders kan. En eigenlijk is mijn carrière vanaf die tijd in een rechte lijn omhoog gegaan.”

Wat gebeurde er met uw vriend?

“Hij is doodgeschoten. Bij een ordinaire kroegruzie kwam hij met de verkeerde persoon in aanvaring. Uiteraard waren er daarbij ook de nodige middelen in het spel.” Stilte. Met waterige ogen: “Het raakt me nog steeds. Omdat ik het zo jammer vind. Hij was echt talentvol, had de kans iets van zijn leven te maken.”

Waarom lukte dat niet?

“Hij was een kwajongen, had veel ­charisma. Voor dat soort mensen heb ik vaak een zwak. Hij was zeker geen foute gast, toch gleed hij langzaam af richting de criminaliteit en drugs.”

“Na zijn dood nam ik mezelf kwalijk dat ik er niet voor hem was geweest. Ik woonde net samen met Bianca en hij kwam vaak aan de deur. Meestal om geld te bietsen. Ik wist waar dat geld heen ging, dus liet ik hem op een gegeven moment niet meer binnen. Toen hij er niet meer was, worstelde ik met de vraag of ik hem niet had kunnen helpen. Maar ik denk dat hij uiteindelijk zelf het juiste pad weer had moeten leren vinden.”

Had u ook zo kunnen eindigen als u in die jaren ergens een verkeerde afslag had genomen?

“Ik stond wel op een kruispunt, ja. Ik begon in Hoorn op een middelbare school waar iedereen terechtkwam die elders was weggestuurd. Van mijn klasgenoten van toen zit er eentje in de gevangenis vanwege moord. Een ander heeft vastgezeten wegens ontvoering. Ook ik ben in die tijd een boefje geweest – kwajongensstreken hoor, geen ernstige zaken. Ik had een enorme hekel aan autoriteit en presteerde het om in het examenjaar pas na de kerstvakantie voor het eerst te verschijnen. Toen ik daarom van school werd gestuurd, wilde geen andere school me meer hebben. Ik was 16 en ben gaan werken, in Amsterdam op de Dappermarkt bijvoorbeeld. Daar werd ik snel streetwise. Pfoeh, het lijkt wel een compleet ander leven.”

Hoe zag dat leven eruit?

“Dat speelde zich vooral ’s nachts af. Geen officieel werk, maar wel hele nachten in illegale casino’s in Amsterdam rondhangen. Dan kwam ik ’s morgens thuis als mijn vader naar zijn werk ging. Die vond mijn manier van doen natuurlijk helemaal niets. Hij wilde dat ik net als mijn broer een opleiding zou afmaken. Voor hem was ik het voorbeeld van hoe het níet moest.”

Had dat invloed op jullie band?

“Zeker, ja. Ik houd onwijs veel van hem, maar onze relatie is altijd een beetje afstandelijk en kil geweest. We hebben nooit goed kunnen praten. Dat stugge is, zie ik nu, waarschijnlijk normaal voor de generatie van net na de oorlog, maar ik heb daar vroeger wel moeite mee gehad.”

Wat stak u dan?

“Dat ik me afvroeg: waarom kan hij nou nooit een keertje zeggen dat ik iets goed heb gedaan?’ Ik weet zeker dat mijn vader nu hartstikke trots op me is, maar dat zal hij niet snel zeggen. Misschien dat ik dat toch gewoon nodig heb.” Korte stilte. ­“Misschien had ik bij Talpa ook nog wel vleugels gekregen als John de Mol drie keer tegen me had gezegd dat ik het goed deed. Het heeft me bij Q in elk geval met een zekere bewijsdrang laten beginnen: laat mij het maar doen zoals ik denk dat het goed is, dan zul je merken dat het lukt. Van die vrijheid geniet ik enorm.”

U bent zelf vader van een zoon van negen jaar. Heeft uw ervaring uw manier van opvoeden beïnvloed?

“Dat hoop ik wel. Ik wil zoveel mogelijk leuke dingen met Dexter doen en daarvan genieten. Hij kan lekker voetballen en ik vind het prachtig zo vaak mogelijk bij hem te komen kijken. Die aandacht heb ik zelf niet gekregen. Mijn ouders werkten hard en stonden op zaterdag in hun winkel in Amsterdam-Oost. En als mijn vader naar de voetbalclub kwam, ging hij toch eerder naar mijn broer kijken. Waarschijnlijk heb ik dat verschil in mijn hoofd groter gemaakt, maar daardoor denk ik wel: ik zal met Dexter alles meemaken wat ik kan.”

Luistert uw zoon naar uw radiozender?

“Hij is een groot Q-fan, ja. Snapt ook precies wat voor werk zijn vader doet. Hij heeft inmiddels ook een dj-setje en draait bij buurtfeestjes in de straat. Mattie en Marieke en Armin van Buuren volgen zijn Instagramaccount. Ik probeer hem niet te veel te verpesten, maar volgens mij vindt hij het allemaal net zo leuk als ik.”

Dave Minneboo als kind.

Dave Minneboo

12 januari 1973, Amsterdam

1977-1979

Basisschool Martin Luther King, Amsterdam

1979-1985

Basisschool de Pionier, Hoorn

1985-1989

Middelbare school Prisma ­Scholengemeenschap, Hoorn

1996-1999

Radio-dj City FM

2000-2013

Muzieksamensteller Radio 538

2013-2016

Programmadirecteur 538 en Slam FM

2016-2018

Directeur Talpa Radio: 538, ­Veronica, Sky Radio, Radio 10

2018-heden

Programmadirecteur Qmusic

Dave Minneboo woont met vriendin Bianca en hun zoon Dexter in Hoorn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden