Recensie

Daniël Arends is geen pleaser, gelukkig niet (****)

Thematisch schuurt Daniël Arends dicht aan tegen de nieuwe, bejubelde voorstelling van Micha Wertheim. Bij Arends is het allemaal wat minder poëtisch en verfijnd, maar zijn betoog heeft net zoveel zeggingskracht. 

Beeld MIke Bink, ontwerp Ronald Feith

Daniël Arends noemt Carte Blanche een 'stand-up toneelmonoloog'. Hij brak met Ruut Weissman en liet zich regisseren door psychiater Joerie Tijdink. Opmerkelijk voor iemand die bij velen nog steeds te boek staat als simpele grappenmaker, maar het is dan ook hoog tijd om dat beeld bij te stellen.

Arends heeft het eerder gehad over het verschil tussen wat we zeggen en wat we denken. Achter elke mening schuilt een doorgaans behoorlijk egoïstisch motief. Denk je echt dat schreeuwende mensen vaak onzeker zijn? Of kun je zelf niet zo goed schreeuwen en komt dat standpunt je dus goed uit?

Zwartgallig en geestig
In Carte Blanche trekt hij die gedachte door. Tussen imago en identiteit gaapt een levensgroot gat. Als je je werkelijke identiteit blootlegt, zul je onvermijdelijk gekwetst worden, aldus Arends. En dus verzinnen we uit onzekerheid een imago, dat aansluit bij hoe we willen dat anderen ons zien. Het is een broodnodig, maar gevaarlijk pantser. Als je in je imago gaat geloven, sla je de bodem onder jezelf weg.

Na een zwartgallige, maar ook erg geestige eerste helft begint de werkelijke, wonderschone deconstructie. Arends loopt vast. Alles wat hij wilde vertellen, is al verteld. Dat hele adoptieverhaal tot de laatste druppel uitgemolken. Hij kijkt op zijn horloge en zucht. Nog lang geen tijd voor het slotapplaus. Hij baalt van zijn droge put. 'Net nu ik zoveel geld verdien.'

Schuurt tegen Wertheim aan
Hij is niet alleen. Veel muzikanten maken maar twee echt goede albums, zegt Arends. Daarna herhalen ze zichzelf of komen uit vernieuwingsdrang met ander, veel zwakker materiaal. Hetzelfde kun je natuurlijk over cabaretiers zeggen. Carte Blanche gaat dus ook over lijfsbehoud. Hoe moet je verder als iedereen je trucjes kent?

Thematisch schuurt Carte Blanche daarmee dicht aan tegen de nieuwe, bejubelde voorstelling van Micha Wertheim. Bij Arends is het allemaal wat minder poëtisch en verfijnd, maar zijn betoog heeft net zoveel zeggingskracht. Cabaret draait vaak om standpunten innemen. Dat heeft twee nadelen: op een gegeven moment zijn de standpunten op én je kunt nauwelijks groeien. Als je afwijkt van wat je eerder hebt gezegd, verlies je volgens velen je geloofwaardigheid. Maar Arends is geen pleaser. Gelukkig niet.

Opnieuw een dergelijk lied
Die tweede helft bevalt opzettelijk vele tegenstrijdigheden. Hij begint op een gitaartje te spelen, zingt een paar gevoelige regels en stopt dan. 'Nee joh, grapje.' De zaal lacht opgelucht. Het liedje paste totaal niet bij het beeld van Arends.

Een half uur later begint hij aan de piano echter opnieuw aan een dergelijk lied. Ditmaal maakt hij het helemaal af. Vertwijfeld applaus. Wat gebeurde er nou net? Je moet voorzichtig zijn met antwoorden geven, maar het heeft er alle schijn van dat Arends' imago en identiteit aan elkaar snuffelden. Wat een prachtige ontwikkeling maakt hij door.

Carte Blanche
Ons oordeel: ★★★★☆
Door: Daniël Arends
Gezien: 10/4
Waar: Kleine Komedie
Nog te zien: 13-15/4 aldaar, 8/5 Schouwburg Amstelveen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden