Plus Achtergrond

Daar staat Pontsteiger: reus, ‘schijtstoel’, doorn in het oog, niet te missen

Beeld Moni Dekkers

Als de Tasmanpont plaats moet maken voor het Pontsteigergebouw baalt Moni Dekkers. Ze besluit elke week vast te leggen wat daar gebeurt. Haar foto’s leiden tot een expositie.

Moni Dekkers (72) is even van slag als ze in de krant van 13 februari 2015 leest dat de Tasmanpont zal verdwijnen. Dat pontje is een van haar lievelingsplekken. Als ze even ­genoeg heeft van de bakstenen en de drukte in de Jordaan – waar ze dan al ruim veertig jaar woont – vertrekt ze noordwaarts, naar die specifieke pont. Een rustige plek, waar de weidsheid van het IJ haar steeds verwelkomt. Dat die plek verdwijnt, doet wel een beetje pijn.

Maar lang duurt Dekkers’ teleurstelling niet. Ze vermant zich en denkt: ik ga er gewoon elke week heen, om te volgen wat daar gebeurt. Op die manier blijft het toch een beetje mijn plek. Wat er staat te gebeuren, dat is al een tijd bekend: het Pontsteigergebouw zal verrijzen vlak naast het plekje van de Tasmanpont, in het IJ.

Dekkers gaat er ook heen om met haar fotocamera vast te leggen wat er gebeurt. Fotograferen is voor Dekkers, die tot haar pensioen in 2013 in de theaterwereld werkte, hetzelfde als fietsen. Ze doet het al van kinds af aan. Met stedelijke landschapsfotografie heeft ze dan al enige ervaring. Toen IJburg nog in de kinderschoenen stond, was ze er ook al met haar camera bij. Dekkers: “Dat was nog in het analoge tijdperk.”

Beeld Moni Dekkers

Bouwplaats in het water

De eerste keer dat Dekkers met haar camera naar de Tasmanpont vertrekt, is de weg naar de pont nog begaanbaar, en vaart de pont nog. Wel is een aantal woonboten verwijderd en worden er voorbereidingen getroffen voor het plaatsen van de eerste damwanden. “Het was een bouwplaats in het water,” zegt Dekkers. “Toch wilde ik een week later diezelfde plek fotograferen, omdat ik wist dat het er dan weer anders uit zou zien.”

Als in de weken daarna de oude pontsteiger wordt weggehaald en met zand uit het IJ nieuw land wordt gecreëerd, zit Dekkers er met haar camera bovenop. Later, wanneer de bouw van Pontsteiger begint, fotografeert ze vooral vanaf andere plekken, zoals de Silodam, de NDSM-werf en de Haparandadam. Zonder opdracht of idee erbij. “Ik liet me leiden door wat ik aantrof.”

Volgens Dekkers was ze geregeld op het juiste ­moment op de juiste plek. Bijvoorbeeld toen ze Pontsteiger vanaf de Haparandadam vastlegde tijdens zonsondergang, waarbij de lucht prachtig roze kleurde. Of die keer dat ze op de NDSM-werf was, waar een muziekbandje juist een fotoshoot had, met een oldtimer erbij. Dekkers legde die auto vast, met Pontsteiger op de achtergrond.

Een paar keer bedachkt ze de fotomomenten, zoals in ­augustus 2016, omdat ze wist dat de Gaypride vanaf de bouwplaats bij Pontsteiger zou vertrekken. “Ik heb daar heel wat mooie dragqueens vastgelegd.”

In Dekkers’ fotoproject staat het verloop van de bouw van Pontsteiger niet centraal; het gaat erom hoe dat gigantische gebouw zich ­manifesteert in de omgeving. Daar kwam ze overigens pas achter toen ze haar foto’s bekeek met buurtgenoot en fotograaf Els Dekker (67) – heel toevallig met bijna dezelfde achternaam. Dekkers vertelt haar buurtgenoot de voorlopige titel van haar project: Pontsteiger in perspectief. “Ik vond die naam wel leuk, ook vanwege de alliteratie. Maar we zaten nog geen tien minuten mijn foto’s te bekijken, toen Els zei: dat is ­helemaal niet wat je hebt gedaan. Je hebt Pontsteiger in context gefotografeerd.”

Dekkers moest dat beamen: het ging erom hoe ze ­Amsterdam ziet en hoe ze de stad ziet veranderen. Het waren allemaal foto’s, gemaakt vanaf plekken waar Dekkers graag komt. De gemene deler en constante factor in haar foto’s is die reus – Pontsteiger.

Dekkers hamert erop dat je Pontsteiger moet zeggen, zonder dat lidwoord, zoals de meeste Amsterdammers doen. In de Spaarndammerbuurt hebben ze een eigen naam voor het gebouw bedacht: de schijtstoel. Als je het bouwwerk van de west- of van de oostkant bekijkt, heeft het wat weg van een stoel. Wie ’m lelijk vindt, maakt daar schijtstoel van.

Beeld Moni Dekkers

Minder rafelranden

Niet alleen in de Spaarndammerbuurt zijn mensen negatief over het bouwwerk. Dekkers spreekt bewoners van de Silodam die niet blij zijn. Doordat Chinezen en Russen steeds meer appartementen ­kopen, verdwijnt de sociale cohesie in de buurt. Dekkers begrijpt de kritiek wel. “Steeds meer creatieve plekken verdwijnen voor het economisch belang van dit soort projecten. Zo blijven er minder rafelranden over in de stad, terwijl die juist zo ­belangrijk zijn.”

Af en toe is Pontsteiger ook Dekkers een doorn in het oog. “Ik kwam er weleens aan als er geen mooi licht was en dan dacht ik: wat is het toch een lelijk ding. Zouden mensen als ze bovenin wonen daar gelukkig zijn? Als je wat hebt vergeten, moet je weer helemaal naar beneden.”

Op andere momenten denkt ze er anders over: “Onder bepaalde omstandigheden, vanuit een bepaald standpunt en met mooi licht, is het een prachtig gebouw.”

Mooi of lelijk, dat maakt voor Dekkers niet uit. Zij is er om vast te leggen hoe Pontsteiger zich manifesteert in de stad. Dat deed ze van februari 2015 tot en met augustus 2018. Sindsdien fotografeert ze er nog geregeld, maar niet meer ­elke week.

Ze speelde al een tijd met het idee van een expositie, die nu in de Amstelkerk te zien is. Met hulp van Dekker selecteerde ze de foto’s en vroeg ze ook subsidie aan bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Die subsidie is er gekomen, en Dekkers heeft in de aanloop naar haar expositie al een paar werken verkocht, onder andere aan zakenman Won Yip, die de hele bovenste verdieping van Pontsteiger heeft gekocht.

Over het antwoord op de vraag welk werk bij Dekkers thuis boven de bank komt te hangen, hoeft ze niet lang na te denken: dat is de foto van de plek waar de Tasmanpont aankwam en vertrok. Haar lievelingsplek.

Moni Dekkers, Pontsteiger in context, t/m 31 januari in de ­Amstelkerk, Amstelveld 10.

Beeld Moni Dekkers
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden