PlusHet ingrediënt

Daal wat treden op de Albert Cuyp af, op zoek naar Surinaamse spinazie en tropische sfeer

Samuel Levie verwondert zich over een ingrediënt dat in het seizoen is of dat hij is tegengekomen tijdens zijn culinaire speurtochten. Deze week stuit hij op tayer.

Tayerblad. Beeld Emma Levi
Tayerblad.Beeld Emma Levi

Wie achter de viskramen op de Albert Cuyp een paar traptredes afdaalt, belandt in een wereld waar de lucht dik is en naar specerijen ruikt. Daar swingt de muziek en kun je, net als op de markt in Paramaribo, terecht voor zoutvlees, fladder (pens), cassave en andere tropische groenten.

Eens in de zoveel tijd spreek ik af met een vriend bij de tropische winkel Amarjeet Singh. We bestellen een portie gemengde worst met peper en om de fruitige, brandende ma­da­me-jea­net­te in toom te houden, drinken we er Surinaamse rum uit een ­plastic bekertje bij. Als mijn dagen te vol zijn, mijn humeur beneden peil of ik me gewoon los wil maken van de Amsterdamse hectiek, zoek ik deze ­tropische sfeer op.

Hartvormig

In het huis van mijn schoon­ouders in Paramaribo vul ik mijn dagen, net als hier, het liefst met koken voor familie en vrienden. In de tuin staat een grote plant met hartvormige bladeren. Toen ik voor het eerst in Paramaribo was, vertelde nani (oma) me ­tijdens een rondleiding door de tuin dat tayer haar spinazie is. Later die week werd ik er meermalen op uitgestuurd om de tayer te plukken. Als groente voor bij de kip, gestoofd in een soep en later toen ze bara ging maken.

Tayerblad lijkt op spinazie, maar je kunt ook de lange stelen fijnsnijden en opbakken. Tayerblad (xanthosoma brasiliense) is nauw verwant aan pomtayer (xanthosoma sagittifolium), de knol die tot wel twee kilo kan wegen en waar in Suriname de populaire feestmaaltijd pom van wordt gemaakt.

Er wordt gezegd dat je de ­bladeren van de plant die voor deze knollen wordt verbouwd ook kan eten, maar ik heb die nog nooit geproefd. Hoe dan ook ga ik nooit weg uit de toko op de Albert Cuyp zonder een bos ­tayerblad onder de arm.

Bara

Ingrediënten
- 250 gram zelfrijzend bakmeel
- 100 gram meel van zwarte mungbonen (oerdi)
- 3 gram gist
- 1 tl zout
- ½ tl komijnzaad
- 3 tayerbladeren
- 1 teen knoflook
- heel klein stukje ­ma­da­me-jea­net­te
- 200 ml water
- zonnebloemolie om te frituren

Bereiding
Meng zelfrijzend bakmeel met oerdi (te koop bij de toko), gist en zout. Verkruimel komijnzaad door het mengsel en snijd tayerblad fijn. Rasp 1 teen knoflook. Snijd de ma­da­me-jea­net­te fijn en voeg toe naar smaak. Ma­da­me-jea­net­te is heel pittig; je kunt er ook voor ­kiezen dit uit het recept te laten.

Doe alles bij elkaar en meng alle ingrediënten samen met 200 ml water. Kneed tot een soepel deeg. Als het te droog voelt, kun je iets meer water toevoegen. Zet het deeg afgedekt twee uur opzij om het te laten rijzen. Als het deeg klaar is, verhit je in een pan een flinke laag olie tot ongeveer 160 graden. Vorm nu 6-8 wat grotere bolletjes deeg (of 10-12 kleinere). Druk ze stuk voor stuk plat, maak een gat in het midden en laat ze dan heel voorzichtig in de olie zakken. Frituur de bolletjes een voor een rustig aan beide kanten tot de bara ­goudbruin is. Laat uitlekken op een keukenrol. Lekker om te eten met Surinaamse chutney of peper. Ik bak de stelen en de rest van de tayer op met wat knoflook, ui en wat vissaus. Lekker voor erbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden