PlusInterview

Cultuurhistorica Gunay Uslu: ‘De generatie van mijn kinderen ziet geen huidskleur’

Gunay Uslu (47) is cultuurhistorica en onderzoeker bij de Universiteit van Amsterdam, en sinds de oprichting betrokken bij het familiebedrijf Corendon. Ze probeert nu van The College Hotel een bruisende en creatieve plek in Zuid te maken. ‘Ik wil de herinneringen weer kietelen.’

Gunay UsluBeeld Dingena Mol

Het is druk op het terras van The College Hotel, chique ­dames, een jong stelletje dat selfies maakt, zakenmensen en buurtbewoners genieten onder de grote parasols van een drankje. “Mevrouw Uslu komt er zo aan,” laat iemand van de bediening weten. Mevrouw Uslu is Gunay Uslu, die in 1997 Corendon oprichtte, toen nog een klein reisagentschap. Haar broer Atilay Uslu bouwde het uit tot het grote bedrijf dat het nu is.

Corendon Hotels & Resorts heeft zes hotels in Nederland, Ibiza en Curaçao. Als directeur Development is ­Gunay Uslu verantwoordelijk voor aankoop, ontwikkeling en design van de hotels. Door haar achtergrond als cultuurhistorica, gespecialiseerd in erfgoed en musea, gaat Uslu bij haar werk op zoek naar de verbanden tussen erfgoed, kunst en cultuur. “Gebouwen met een geschiedenis vind ik spannend. Ik kijk naar de kracht van een plek en vervolgens naar hoe we deze kunnen verankeren in de samenleving. Dat doen we door lokale kunstenaars, musea en verschillende maatschappelijke organisaties bij een nieuw hotel te betrekken.”

Actuele kunst

“In Corendon Village bijvoorbeeld, in een voormalig kantoorgebouw van Sony, staan in twaalf vitrines objecten uit de collectie van het Amsterdam Museum tentoongesteld. Het Marble Stella Maris hotel op Ibiza is een voormalig Club Med resort, dat we volledig hebben gerenoveerd, maar waar verschillende details herinneren aan de decadente jaren zestig en zeventig. In het nieuwe Mangrove Resort op Curaçao, dat in juli opent, staan op diverse plekken kunstwerken van lokale kunstenaars die de hotelgasten een idee geven van de actuele kunst van Curaçao. Net buiten het resort kunnen ze in Willemstad een speciale wandeling maken langs het werk van de straatkunstenaars in de wijk Otrobanda.”

“Tijdens corona stonden we als organisatie plotseling stil, iets wat we niet kenden. Toch zie ik de crisis vooral als een kans om ons te richten op de hotels die we hebben en hoe we die nog meer kunnen versterken. In de afgelopen periode ben ik me volledig gaan richten op The College Hotel. Daar had ik, na de renovatie in 2015, geen tijd meer voor gehad. Het is een unieke plek midden in de stad, met heerlijke terrassen en binnentuinen en on-Amsterdamse grote binnenruimtes. Veel bewoners bewaren bijzondere herinneringen aan deze plek, die herinneringen moeten weer gekieteld worden.”

Naar het lbo

Uslu werd in 1972 geboren in Haarlem. Haar ouders komen uit Turkije, uit het Egeïsche gebied. Het ondernemen zit in de familie. Haar vader, een avonturier en bon vivant, kwam in 1963 via Parijs in Amsterdam; hij was meteen verliefd op de stad én op de mooie vrouwen. Hij ging werken voor gelddrukkerij Enschedé in Haarlem en haalde meer jonge mannen uit zijn geboortedorp naar Nederland. Hij begon pensions, restaurants, koffiehuizen en organiseerde optredens met beroemde Turkse artiesten.

“Ik heb mij noch Turks noch Nederlands gevoeld, maar wél Amsterdammer. Op mijn twaalfde ging ik bij mijn tien jaar oudere zus (filmmaker Meral Uslu, red.) wonen, in een appartementje in de Jordaan. Na de basisschool moest ik naar het lbo, volgens de directeur zodat ik een beroep had als we terugkeerden naar ons ‘thuisland’. Ik had geen idee waar hij het over had, mijn zus stak er een stokje voor en liet mij op gesprek gaan bij het Montessori Lyceum ­Amsterdam. De directeur zei jaren later dat hij mij toen heeft toegelaten omdat ik zei dat ik de eerste vrouwelijke premier van Nederland wilde worden, maar dat dit alleen zou lukken als ik rechten of journalistiek kon gaan studeren. En met een lbo-diploma ging dat niet lukken.”

Uiteindelijk promoveerde Uslu in de cultuurgeschiedenis van Europa aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze docent was en nog betrokken is als onderzoeker. Ze zit in de raad van adviseurs van de Vereniging Rembrandt, in de raad van toezicht bij Eye, is adviseur bij het Allard Pierson Museum en is bestuurslid van het Niod Fonds.

Maatschappelijk betrokken zijn vindt ze belangrijk, maar de ambitie premier te worden heeft ze laten varen. Hoewel, het kan nog steeds, zegt ze lachend. Dan serieus: “Het raakt me dat er sinds mijn twaalfde nog altijd geen vrouwelijke premier is geweest. Wat dat betreft zijn we nog niks opgeschoten. We wonen in een diverse stad, die zeker niet perfect is, maar die wel openstaat voor een uiterst noodzakelijke discussie over racisme.”

“Ik vind het heel ­belangrijk dat er ruimte is voor deze ­diverse geluiden. De generatie van mijn kinderen, mijn dochter van negentien en zoon van zestien jaar, ziet geen huidskleur. De vrienden van mijn kinderen zijn van alle culturen, zo stellen ze zich ook voor: ik ben half Indonesisch, half Russisch of een kwart Colombiaans of een zestiende Fries. Als student wilde ik op zoek naar mijn roots, ik ging studeren in Oost-Turkije, een soort Siberië. Ik werd er verliefd op mijn man, maar mijn roots vond ik er niet. Mijn docent en promotor zei toen tegen mij: ‘Gunay, ­bomen hebben wortels, mensen niet. Mensen hebben ­benen waarmee ze lopen en sporen achterlaten.’ Ieder mens laat sporen achter. Het is bijzonder om die sporen te zoeken.”

Muziekclub met ­diner

Uslu sprak voor The College Hotel met galerie-eigenaren, kunstenaars, ontwerpers, politici, acteurs, schrijvers, ­advocaten en muzikanten. “Daaruit is de Creators Society ontstaan, een groep creatieve Amsterdammers die meedenkt over hoe we The College Hotel na corona vorm kunnen geven en hoe we elkaar kunnen versterken.”

“Galerie Jaski exposeert hier nu hun kunstcollectie en verzorgt de kunst op de hotelkamers. Met ondernemer en trouwambtenaar Dirk Zeelenberg denken we na over hoe we trouwerijen kunnen organiseren in lijn met de RIVM-maatregelen. We gaan ook samenwerken met Christie’s, dat lezingen gaat organiseren, met internationale designmerken, modehuizen en musea uit de buurt en met het ROC, van koks in opleiding tot leerlingen van de dans -en muziekopleidingen, die korte optredens gaan geven.”

Met advocaat en voormalig mede-eigenaar van de North Sea Jazz Club, Benno Friedberg, ontstond het idee om elke zaterdagavond in de ballroomzaal een muziekclub met ­diner te organiseren: Live at the College, geïnspireerd op clubs in New York en Londen. “Pianist en componist ­Michiel Borstlap is onze muzikaal adviseur en werkt mee aan de programmering, vanaf augustus gaan onder anderen Hans Dulfer, Benjamin Herman, Berget Lewis, Lavinia Meijer, Edsilia Rombley, Karsu en Bo Saris optreden. Wat Benno en ik ook misten in de stad is een plek waar ondernemende, creatieve, vrije Amsterdamse geesten bij elkaar komen en waar de diversiteit van de stad tot uiting komt. Met twintig founding members komen we binnenkort bij elkaar en gaan we van start met The College Social Club.”

De coronacrisis heeft naast veel schade, ook veel mooie dingen opgeleverd, zegt Uslu. “Niet alles hoeft altijd te draaien om targets halen en meer geld verdienen. Bij The College zijn we nu allemaal onverwachte samenwerkingen aangegaan, ik vind dat heel inspirerend. Nu er minder toeristen naar de stad komen, moet dit nog meer dan ooit een plek voor en door Amsterdammers worden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden