PlusAchtergrond

Coronaspaarstand: waarom een meisje van 16 ineens ophoudt met eten

Door de pandemie nemen ernstige psychische problemen onder kinderen en jongeren fors toe. Bij zorgorganisatie Levvel en Amsterdam UMC is dat het zichtbaarst bij meisjes met een eetstoornis. ‘De pandemie is een soort mentale hongerwinter.’

null Beeld

Stel je een meisje van 16 jaar voor met wie het goed gaat. Laten we haar Lisa noemen. “Er is niets opzienbarends, er spelen geen grote dingen,” zo schetsen kinderarts Annemarie van Bellegem (Amsterdam UMC) en kinder- en jeugdpsychiater Arne Popma (Levvel/Amsterdam UMC) het type patiënt dat ze sinds de pandemie veel vaker zien.

Lisa zit in de vierde klas van de havo en doet het goed. Ze woont met haar ouders en broertje en zit op hockey en dansles. En dan slaat het virus toe.

Moeder raakt al in de eerste golf geïnfecteerd en blijft lang vermoeidheidsklachten houden. Ze blijft bang voor een herbesmetting. Vader is zzp’er en verliest zijn werk en een deel van zijn inkomen. Lisa neemt de virusvrees van haar moeder over. De frustratie en stress van haar vader hebben ook effect op haar.

Lisa’s ouders maken geregeld ruzie over de ernst van het virus. Haar vader vindt corona voor een veertiger als hijzelf een lachertje, haar even oude moeder ziet het virus als een geniepige sloper. Lisa voelt de onderlinge spanning tussen haar ouders. Haar broertje is zes jaar jonger en krijgt de stress thuis minder mee.

De scholen zijn dicht, het hockey en dansen staan op een laag pitje. Ze ontmoet haar vrienden en vriendinnen niet vaak, omdat ze bang is besmet te raken en het virus door te geven aan haar vader.

Ook buiten de digitale lesuren om brengt Lisa veel tijd online door. In de groepsapp van haar schoolklas maakt een jongen een spottende opmerking over Lisa’s coronavrees om het huis te verlaten. Het raakt haar. Ze verlaat de appgroep.

Nieuwsberichten melden dat mensen met obesitas ­vaker op de ic komen en overlijden. Lisa heeft een gezond gewicht, maar uit vrees voor het virus wil ze overgewicht koste wat kost voorkomen. Online gaat ze op zoek naar ­informatie om af te vallen. Ze komt uit op ‘pro-ana’-sites, waar mensen met eetstoornissen elkaar aanmoedigen zo veel mogelijk af te vallen.

Lisa gaat minder eten. In drie maanden valt ze 8 kilo af. Haar ouders merken het op en zijn bezorgd, maar Lisa wuift dat weg. Ze voelt zich juist beter, niet slechter. Ze voelt zich energieker. De stress van thuis komt ook iets minder hard binnen, maar dat zegt ze niet tegen haar ­ouders. Lisa heeft ook minder last van de sterk veranderde buitenwereld.

Sondevoeding

Uit vrees voor een (her)besmetting heeft Lisa’s moeder een bezoek aan de huisarts lang uitgesteld. Nu Lisa 12 kilo lichter is geworden en nauwelijks nog eet, nemen haar ­ouders haar toch mee. Uit lichamelijk onderzoek blijkt dat ze een sterk vertraagde hartslag en lage bloeddruk heeft. Door het tekort aan voedingstoffen is haar lichaam in de spaarstand gegaan.

Dat is ongezond en gevaarlijk. De huisarts meldt Lisa met spoed aan bij Amsterdam UMC, waar ze wordt opgenomen.

De opname brengt niet meteen verandering. Lisa vermagert verder. Ze wil niet eten en niet meer drinken. Uiteindelijk heeft ze sondevoeding nodig om levensgevaar af te wenden. Dat lukt. Ze komt een paar kilo aan.

Lisa verblijft twee maanden in de eetstoornissenkliniek van Levvel en krijgt therapie. De kliniek ligt pal naast Amsterdam UMC in Zuidoost. Levvel en het ziekenhuis werken nauw samen op het gebied van de kinder- en jeugdpsychiatrie.

Sinds deze maand is Lisa thuis. Ze volgt dagelijks een ­poliklinische behandeling. Hoewel de pandemie al meer dan een jaar aanhoudt, weegt ze 10 kilo minder dan toen het virus de kop opstak.

Waarschijnlijk wacht Lisa nog een jarenlange behandeling. Ongeveer 7 van de 10 patiënten herstellen volledig van anorexia nervosa. Bij zo’n kwart wordt het een chronische aandoening. Zo’n 5 à 10 procent van de patiënten overlijdt. Daarmee is anorexia de psychiatrische aandoening met de hoogste sterfte.

Eigen identiteit

Ernstige psychiatrische ziektebeelden bij jongeren zoals Lisa komen sinds de pandemie vaker voor, zien ze in ­Amsterdam UMC. Voor de pandemie was 4 procent van de Nederlandse jongeren aangewezen op een psycholoog of psychiater, maar dat loopt op naar 6 procent, zegt psychiater Popma. Het ogenschijnlijke einde van de coronapandemie is het begin van een golf aan psychische ziektebeelden onder kinderen en adolescenten.

Daarvoor zijn verschillende oorzaken. Ernstige psychiatrische ziektebeelden manifesteren zich vaak voor het eerst op jonge leeftijd, en de pandemie vergroot dat effect. Zelfmoord is de belangrijkste doodsoorzaak voor mensen onder de 25 jaar. Kanker of hart- en vaatziekten spelen bij deze groep immers veel minder dan bij ouderen.

Jonge levens bevatten transitiemomenten die vormend zijn voor de rest van het leven, zegt psychiater Popma. De overgang van basis- naar middelbare school, de stap naar het beroepsonderwijs of de universiteit, op eigen benen gaan staan. Mensen sluiten in die periode vriendschappen voor het leven, maar in een gesloten samenleving is dat moeilijker.

“Mensen vormen hun eigen identiteit in relatie tot anderen,” zegt Popma. “Pubers vragen zich eigenlijk de hele dag af wat andere pubers van hen vinden, maar dat kan niet als je thuis met je ouders zit opgescheept. Soms leidt dat tot problemen. Via de computer heb ik met kinderen gesproken die het afgelopen jaar geen leeftijdsgenoten in het echt hebben gezien en slechts een enkele keer buiten zijn geweest.”

Gebrek aan perspectief

Ook het signaleringssysteem van de school of de sportclub is op grotere afstand geplaatst, vult kinderarts Van Bellegem aan. De leraar of trainer die informeert en adviseert, valt weg. Het huiselijk geweld lijkt toegenomen, volgens een studie van de Universiteit Leiden naar de inschatting van mensen uit het veld bijna met de factor drie; van 15.000 naar 40.000. Bij de Kindertelefoon werd vaker ­gebeld en gechat over eenzaamheid en suïcide en minder over vriendschappen of verliefdheid.

Jongeren die voor de pandemie al wankelden, vallen ­vaker om. Ogenschijnlijk stabiele jongeren zoals Lisa leggen dat traject soms in korte tijd af.

Buiten de pandemie en de gevolgen die dat heeft gehad, is er ook nog het systeem van de jeugdzorg zelf. Die ging in 2015 over van de rijksoverheid naar gemeenten. Bijna vanuit het niets moesten ambtenaren waken over materie die in oorsprong niet de hunne is. Elke gemeente moest zelf het wiel uitvinden. Het overmoedige project ging gepaard met een bezuiniging van 15 procent. Het al wankele systeem van de jeugdzorg is niet berekend op een land in lockdown.

“De pandemie is een soort mentale hongerwinter,” vat Van Bellegem de vele factoren samen. De kinderarts die is gespecialiseerd in de wisselwerking tussen psyche en ­lichaam benadrukt dat het met de overgrote meerderheid van de Nederlandse kinderen, jongeren en jongvolwassenen over het algemeen goed gaat, maar met een groeiend deel gaat het slecht tot heel slecht. In het ziekenhuis ziet ze de ergste gevallen.

Maar ook over de gezonde meerderheid maken Van Bellegem en Popma zich zorgen. “Het lijkt wel alsof de jeugd niet meer durft te dromen,” zegt Van Bellegem. Het ontbreekt aan perspectief.

Krijgt de jeugd de verloren studietijd gecompenseerd? Kunnen jongeren ooit een betaalbare woning vinden? Worden ze de dupe van de economische crisis die waarschijnlijk volgt?

“Ik hoop dat het nieuwe kabinet dat perspectief aan jong Nederland gaat bieden,” zegt Popma.

Preventiewerk

Om jongeren en jongvolwassenen perspectief te bieden tijdens en na de pandemie heeft het kabinet bijna 60 miljoen euro extra beschikbaar ­gesteld. De gemeente Amsterdam ontving 1,8 miljoen euro. Dat geld zet wethouder Simone Kukenheim (Zorg) in om het welzijn en de mentale weerbaarheid van de ongeveer 140.000 jongeren en jongvolwassenen (16-24 jaar) in Amsterdam te ondersteunen. Dat moet voorkomen dat jongeren ­afglijden en zwaardere zorg nodig hebben.

Op de digitale hulplijn ‘UpTalk-voor als je ff down bent’ (uptalk.nl) kunnen bijvoorbeeld alle Amsterdamse jongeren tot 28 jaar terecht voor gratis en anonieme professionele hulp.

UpTalk komt voort uit thrive­amsterdam.nl, dat mentale gezondheid wil bevorderen. To thrive betekent opbloeien. Ook @ease valt eronder. Daar kunnen jongeren laagdrempelig met vrijwilligers en hulpverleners spreken.

Een andere preventieve website is 99gram.nl. Die beoogt jongeren met zorgen of vragen over eten, uiterlijk, ­lichaamsgewicht of kopzorgen helder te informeren. Professionele hulpverleners zijn bij de site betrokken. Ook stopmetwachten.nl en proud2bme.nl zijn zulke sites.

Voor kinderen en jongeren die op een wachtlijst voor een behandeling staan, wordt tijdens het wachten al eenvoudige hulp geboden. Dat kan voorkomen dat de situatie verder verslechtert.

De Amsterdamse zorgorganisatie Levvel, waarbij hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Arne Popma ook is aangesloten, kreeg dit jaar 1,4 miljoen euro extra van de gemeente Amsterdam voor het bieden van specialistische jeugdhulp.

Denkt u aan zelfmoord of maakt u zich zorgen om ­iemand? ­Iedereen kan 24 uur per dag anoniem bellen met 0800-0113 of chatten via 113.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden