PlusPortretten

Coronaknutselen: ‘Jonge mensen zijn volledig uitgekeken op Netflix’

Wie de laatste tijd geen hobby heeft ontwikkeld, zal er misschien wel nooit een krijgen. Deze Amsterdammers sloegen aan het coronaknutselen.

Alexandra Loembé.Beeld Nosh Neneh

Door de tijd die we overhouden sinds het begin van de pandemie, zijn we massaal aan het knutselen geslagen. Rachel Rikkers (48), eigenaar van knutselwinkel Koud Kunstje in de Jordaan, kan dat beamen. “Het is lastig in te schatten, maar ik denk dat ik er sinds de coronacrisis ­ongeveer 20 procent meer klanten bij heb gekregen.”

Wat haar opvalt is dat er veel jonge mensen zijn gaan knutselen. “Mijn nieuwe klanten bestaan voornamelijk uit meiden tussen de 20 en 35 jaar, die volledig zijn uitgekeken op Netflix. Ook merk ik dat er veel hang is naar nostalgie. Ze kopen vooral spullen waar ze vroeger ook veel mee hebben gespeeld. Het is echt een soort herontdekking.”

Onder deze groep zijn fimoklei en strijkkralen razend ­populair. “Bij klanten boven de 35 zijn breien, haken en borduren favoriet,” zegt Rikkers. “Normaal gesproken zitten mensen in hun vrije tijd op het terras, gaan ze dansen in een club of eten in een restaurant. Als dit allemaal wegvalt, kan ik me goed voorstellen dat je op zoek gaat naar nieuwe manieren om je tijd in te vullen.”

Alexandra Loembé (23), freelance danser, dansdocent en theatermaker, woont in Oud-West. Ze haakt kleding om haar creativiteit te uiten tijdens de pandemie.

“Ik ben altijd al creatief geweest. Als ik kleding of oorbellen zie, denk ik al snel: dat ga ik zelf proberen te maken. Tijdens de eerste lockdown zag ik een stoffen topje dat ik toen ben gaan haken. Toentertijd was ik aan het afstuderen van de opleiding Docent Dans aan de AHK, maar mijn stage stopte en ik kon nergens meer heen om te dansen. Ik had ineens veel meer tijd voor andere dingen, zoals haken. Inmiddels heb ik zo ongeveer een halve garderobe gehaakt: ik heb topjes, een pet, scrunchies en een sjaaltje gemaakt.

Het gaat me niet om het eindproduct, maar om het proces. Het haken werkt heel intuïtief: vaak weet ik voordat ik begin niet precies wat ik ga maken. Ik ben in het dagelijks leven dus veel met dans bezig, maar dit viel nu min of meer weg. Omdat ik best klein woon, is er niet echt ruimte om te dansen. Het haken was een soort acceptatie van de situatie. Zo kon ik op een andere manier mijn creativiteit uiten.

Ik vind het superleuk om mijn zelfgemaakte stukken te dragen. Soms vragen mensen of ik mijn kleding ook verkoop. Ik heb er even over nagedacht om er een side business van te maken, maar ik kwam er vrij snel van terug. Ik doe het liever gewoon voor de lol. Wel raad ik iedereen aan om eens zelf kleding te gaan maken: het geeft veel voldoening en het is ook nog eens goed voor het milieu.”

Roderik Schaepman (47), eigenaar van een maatschappelijk communicatiebureau en directeur van De Buurtcamping, woont in West. Hij is gaan tekenen toen hij tijdens de eerste lockdown afgezonderd in Drenthe zat.

Roderik Schaepman.

“Bij de uitbraak van het coronavirus in maart ben ik twee maanden met mijn gezin naar ons huisje in Drenthe gegaan. Na zo’n dertig jaar herontdekte ik daar het tekenen. Normaal ben ik altijd snel afgeleid. Tekenen is voor mij een manier om nergens anders aan te denken. Ik kan er makkelijk een paar uur achter elkaar mee bezig zijn.

Toen ik op de middelbare school zat, vond ik tekenen een fijne bezigheid. Maar na al die jaren was ik vergeten hoe leuk ik het eigenlijk vind. Omdat ik destijds in mijn schoolpakket geen tekenles kon volgen en daarna bedrijfskunde ben gaan studeren, heb ik mij vervreemd van die bezigheid. De laatste tijd denk ik steeds meer na over de vraag hoe het was geweest als ik voor de Kunstacademie had gekozen.

Ik teken vooral portretten en vind het interessant om nieuwe technieken te leren. Bijvoorbeeld om met wit potlood op een zwart papier te tekenen. Afgelopen jaar heb ik The Artist’s Way-cursus bij Stichting MK24 gedaan, vooral om inspiratie op te doen.

Meerdere mensen vroegen of zij mijn werk konden kopen. Daar klapte ik van dicht. Ik wil ervan genieten; zodra er betaalde opdrachten bij komen kijken, voelt het anders. Het lijkt me fantastisch om kunstenaar te zijn, maar ik zou niet goed tegen een onzekere toekomst kunnen. Tekenen blijf ik sowieso doen – ook ná de coronacrisis.”

Tessa Maria Hansman (26), achtergrond in de televisieproductie, woont in Centrum. Ze is gaan mozaïeken nadat ze met een repatriëringsvlucht was teruggekomen uit Australië.

Tessa Maria Hansman.Beeld Nosh Neneh

“Begin dit jaar ben ik vertrokken naar Australië. Het plan was om daar lang te zijn: een jaar of twee. Ik was erheen gegaan om een gedeelte van de master Creative Arts in Melbourne te doen. Na mijn studie wilde ik nog gaan reizen, en misschien wel een carrière in Australië beginnen.

Ik was heel bewust bezig met het maken van een nieuwe stap, waar ik echt naar heb toegeleefd. Door de pandemie zat ik voor ik het wist weer in Nederland. Na drie maanden kwam ik terug met een repatriëringsvlucht. Het heeft mentaal gezien veel impact op me gehad: ik had geen plan B. Mijn leven lag helemaal overhoop.

Terug in Nederland ben ik aan het mozaïeken geslagen. Dit deed ik vroeger al regelmatig met mijn moeder. We waren vaak met tegels en bloempotten in de weer. Nu doe ik het veel uitgebreider. Momenteel heb ik zelfs een eigen mozaïekkamer, waar ik helemaal losga. Ik mozaïek onderzetters voor glazen, tafels, schalen, spiegels, en nog veel meer. Mijn attributen haal ik bij de kringloop, en ik ga langs het grofvuil om te kijken of daar nog wat bruikbaars bij zit.

Ik vind het heel fijn om te creëren. Het mozaïeken maakt me rustig, het is echt meditatief. Ook vind ik het heel leuk om mensen blij te maken met wat ik maak. In mijn dagelijks leven houd ik er ook van om nieuwe dingen te maken, maar dit is heel duidelijk: je werkt echt toe naar een eindproduct. ­Mozaïeken heeft daardoor een therapeutische werking.”

Michèle Bronius (56), leidster op een voorschool, woont in West. Ze is gaan macrameeën toen ze door de coronacrisis niet naar haar werk kon.

Michèle Bronius.Beeld Nosh Neneh

“Aan het begin van de pandemie werd mijn vader erg ziek, dus dat was voor mij een turbulente tijd. Toen de storm wat ging liggen, liet mijn dochter me leuke poppetjes zien die ik kon knutselen. Ik heb voor haar ons gezin nagemaakt, maar daar was ik al snel mee klaar en het bestellen van materialen duurde lang.

Een paar weken later ontdekte ik macrameeën. Dat kende ik al wel, want ik heb het vroeger op school veel gedaan. Ik weet niet eens meer hoe de plantenhangers die we toen maakten eruitzagen, maar na een beetje onderzoek op Pinterest merkte ik dat de techniek nog in mijn handen gesleten stond.

Al snel werd ik geobsedeerd door mijn nieuwe hobby. Nu moet ik oppassen dat mijn hele huis niet vol komt te staan. Mijn familie en vriendinnen zijn mijn slachtoffers, want ik gebruik elke verjaardag nu als excuus. Soms vragen mijn vriendinnen of ik iets specifieks voor ze wil maken, andere keren krijgen ze het gewoon ongevraagd.

Ik ben me ervan bewust dat macrameeën oubollig klinkt; net zoiets als kantklossen, maar ik vind het zo leuk om te doen, en het is veelzijdig. Ik heb bijvoorbeeld al bladen, plantenhangers en muurkleden gemaakt. Het garen voor een groot kleed is erg duur en bovendien dik, waardoor het knopen zwaar is. Je moet per keer maar een paar knopen leggen en dan al pauzeren, anders kun je je schouders beschadigen. Voor de kleinere projecten kun je rustig zitten, maar zo’n wandkleed geeft meer voldoening als het eenmaal af is.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden