PlusKlapstoel

Contrabassist Dominic Seldis: ‘Een contrabassist koopt geen Porsche’

Dominic Seldis (1971) is jurylid bij het tv-programma Maestro en solocontrabassist van het Concertgebouworkest. Vanaf volgende week staat hij met zijn eigen show in het theater.

Dominic Seldis: ‘Ik heb serieus overwogen te gaan goochelen, naast de muziek. Ik hou vooral van verdwijntrucs. Mijn gezin schaamt zich dood.’Beeld Harmen de Jong

Bury St Edmunds

“Dat betekent letterlijk de plek waar Sint Edmund is begraven. Sint Edmund was de beschermheilige van Engeland, tot Sint George die titel overnam. Ik weet niet precies wat daar gebeurd is, dat zou je mijn moeder moeten vragen. Bury St Edmunds heeft prachtige tuinen, mijn moeder geeft leiding aan alle vrijwilligers die voor die tuinen zorgen. Ze heeft altijd minstens een dag per week vrijwilligerswerk ge­daan; nu ze gepensioneerd is, doet ze dat fulltime. Ze is uitgeroepen tot inwoner van het jaar. Hoeveel mensen er wonen? Geen idee. Mijn moeder woont er, dat is het enige wat telt.”

Bingo

“Mijn vader was eigenaar van zes, zeven bingohallen. Hij is zestien jaar geleden overleden. Vlak na zijn dood werd het rookverbod ingevoerd, toen veranderde de sfeer dramatisch.

De bingo is de plek waar de gewone man zijn zuurverdiende geld uitgeeft. Wij waren onvoorstelbaar rijk vergeleken met de mensen die daar kwamen en elke keer als iemand won, waren we door het dolle heen. Je kon er een diepvrieskip winnen of een servies, maar er was ook serieus prijzengeld: er was één kans op meer dan 100.000 pond. Life changing stuff. En vaak genoeg wonnen mensen een paar duizend pond. En dan kwamen ze volgende avond weer hè, want het ging om de gezelligheid.”

“Ik heb daar geleerd wat mensen verwachten als ze een avond uitgaan. Als je naar Het Concertgebouw gaat, koop je twee kaartjes, je gaat nog een hapje eten, neemt misschien een taxi. Je bent zeker 100 euro kwijt. De meeste mensen moeten daar behoorlijk hard voor werken. Als ze jou hun geld toevertrouwen, moet je dat dubbel en dwars waard zijn. Daar ben ik me zeer van bewust.”

Viool

“Dat is waar het allemaal begon. Ik leerde ­vioolspelen toen ik vier was. Mijn broer speelde viool en ik moest nu eenmaal ook wat doen. Sport was niet zo’n optie. We bleken talent te hebben. Onze ouders hebben hun uiterste best gedaan om de beste opleiding voor ons te vinden, alleen was die op vijf uur rijden. Dus gingen we naar kostschool. Ik was er heel gelukkig. Maar of ik mijn eigen dochters naar zo’n school zou sturen? Hell no. Die wilde ik dicht bij me houden.”

“Mijn broer is niet doorgegaan in de muziek, al is hij muzikaler dan ik. Hij wilde serieus geld verdienen, en mijn persoonlijkheid is geschikter voor de highs en de lows die bij dit werk horen. Het ene moment word je toegejuicht op een podium, het volgende moment zit je voor 40 euro in een ijskoude kerk een shit­stuk in te studeren onder begeleiding van een dirigent die denkt dat hij god is. From hero to zero. Het kost enorm veel energie om daar een midden in te vinden.”

Contrabas

“Een pain in the ass. Je kunt geen midlifecrisis krijgen en een Porsche kopen, want daar past ie niet in. Er zijn mensen die fietsen met een contrabas, maar dat vind ik gestoord. Ik heb dus een enorm praktische Volvo. Muzikaal gezien past de contrabas overal bij. Je bent de basis van de muziek, zonder bas ís er geen muziek.”

Vissen

“In Engeland is het een ding hoor, aan het water wonen. Dan heb je wat bereikt. Ik ben helemaal geen goede visser, maar als ik hier op mijn boot zit te vissen, recht tegenover mijn huis, kan ik mijn geluk niet op.”

Maestro

“Dat heeft mijn leven veranderd. Er zijn zo veel deuren voor me opengegaan. Hoe groot is de kans dat een iets te zware contrabassist uit Engeland zou werken met mensen tegen wie de meeste Nederlanders opkijken? Het heeft me niet echt roem gebracht, eerder erkenning. Ik ben maar een klein onderdeel van de show. Het gezicht, oké, maar in elk shot zitten minstens zestig mensen en dan heb je nog de hele machine erachter.”

“Mijn favoriete kandidaat was Leona Philippo. Zij zou zo dirigent kunnen worden. Elke vezel in haar lichaam is muzikaal en ze weet wat ze wil met de muziek. Ik zag meteen hoeveel talent ze had, ik kijk al vanaf mijn vierde tegen dirigenten aan.”

Voetbal

“Ik haat voetbal. Ik haat het racisme: duizenden mensen die denken dat het oké is om racistische teksten te scanderen. Ik kan niet in zo’n stadion zitten. Ik kijk weleens een samenvatting, waar het echt over voetbal gaat, maar voetbal gaat vrijwel nooit over voetbal.”

“Ik houd van boksen. Twee gladiatoren, en de fitste wint. Ik heb zelf gebokst, ik heb zo’n respect voor boksers. Er zal ongetwijfeld ook racisme spelen, maar ik heb nooit meegemaakt dat iemand vanuit het publiek iets riep over de huidskleur van een bokser. Zo iemand zou on­middellijk in elkaar worden getrimd. Terwijl het in voetbal gewoon wordt geaccepteerd.”

#MeToo

“Ik heb de grapjes die ik maak en de dingen die ik zeg radicaal aangepast sinds #MeToo. Mijn gevoel voor humor is altijd op het randje. Vroeger zou ik altijd iets zeggen over wat een vrouw aan had of iets over haar figuur als me dat op­viel, maar dat doe ik niet meer. Onze dirigent Danielle Gatti is vertrokken door een #MeToo­kwestie. Ik weet dat heel veel vrouwen in het orkest precies wilden weten wat er gebeurd was en vonden dat hij niet ontslagen moest worden omdat hij hun niets had misdaan. Mijn standpunt is: als een van mijn vrouwelijke collega’s in het orkest zich ongemakkelijk voelt om iets wat hij heeft gedaan, moet hij gaan. Ik heb drie dochters. Het is schandalig hoe vrouwen soms worden behandeld, alleen omdat ze een vagina hebben.”

Music, Maestro!

“Dit is het resultaat van dertig jaar in de mu­ziekwereld. Ik wist dat ik kon spreken op een podium, ik wist dat ik muziek kon maken en kon dirigeren. En nu, voor het eerst, heb ik een manier gevonden om dat allemaal tegelijk te doen. Het begon met de oude manager van Ilse DeLange. Hij vroeg mij een keer wat ik nou echt wilde. Ik zei: ik wil een speellijst, zo’n hele lijst met data van shows. Dat gebeurt niet in klassieke muziek, daar speelt een concert maximaal twee weken. Toen zei hij: gaan we regelen. Hij is helaas overleden, dus hij zal het niet meer meemaken. Maar het gaat gebeuren!”

“Nederland stikt van de liefhebbers van klassieke muziek, maar er is een groot verschil tussen thuis muziek luisteren en een kaartje kopen voor een klassiek concert. Ik wil die brug slaan. Misschien dat ik iets los kan maken bij mensen, dat ze daardoor vaker naar een concert gaan of het blijft bij die ene keer. Ook goed.”

Goochelen

“Ik ben dol op goochelen. Ik houd van het mysterie, van de show. Ik heb ook allerlei goocheltijdschriften. Totaal nerdy. Ik heb zelfs nog een tijdje overwogen om het serieus te gaan doen, naast de muziek. Ik houd vooral van verdwijntrucs, van die plotselinge sensatie: waar is dát nou gebleven? Mijn gezin schaamt zich er dood voor, trouwens.”

Mariss Jansons

“Wat een enorm verlies. Ik ben ongelofelijk ­gelukkig dat hij mijn naam kende. Hij was ­nederig, intelligent en had een enorm gevoel voor humor. Hij kon ook heel goed om zichzelf lachen. Hij laat een enorme leegte achter. Het is eigenlijk al gênant dat hij op dezelfde pagina staat als andere mensen waar we het nu over hebben.”

De Toppers

“René en Natasja Froger zijn goede vrienden van me geworden. Zij hebben me een keer uitgenodigd voor een show van de Toppers. Ik had me verkleed en zag 65.000 mensen de tijd van hun leven hebben. De kostuums alleen al. Het kan je smaak niet zijn, maar Gerard Joling die met engelenvleugels dwars over het podium vliegt terwijl hij White Christmas zingt... Dat is toch alleen maar heel tof!”

“In mijn beleving zit er geen gat tussen die muziek en wat ik maak. Tweehonderd jaar geleden gingen mensen een avond uit, keken een show en werden dronken bij de muziek die we nu elitair noemen. Goede muziek is goede muziek. Ik zou dolgraag het Concertgebouworkest meenemen naar de Toppers om ze te laten zien wat ze ervan kunnen leren. Want drie, vier mannen die duizenden mensen entertainen, dan kun je wel wat, hoor Maar ze gaan niet. Ach. Ik heb er wel weer lol in dat zij het niet leuk vinden. It’s their loss.”

Hoesten

“Met tweeduizend mensen in de zaal zal er ­altijd iemand moeten hoesten en de timing is altijd slecht. Ik zou alleen willen dat mensen zouden weten hoe ze moeten hoesten. Als je het in je vuist doet, maak je een trompet van je hand! Dat versterkt het geluid! Als je in je mouw hoest, of in een zakdoek, wordt het geluid gedempt. Het is een kwestie van akoestiek.”

“We zouden dat best van tevoren kunnen ­zeggen. Ik zou graag de voice-over doen: dames en heren, dit is hoe je hoest. Als u moet hoesten, doe het nu, en als het tijdens de muziek moet, doe het dan zó. Dank u.”

Rick Pastoor

“Ik heb enorm veel geleerd van boeken zoals hij heeft geschreven. Niet alleen over productiviteit, ook gewone zelfhulpboeken. Mijn leven staat nooit stil. Ik heb één simpele regel: doe vandaag wat je vandaag kunt doen, want je weet nooit wat er morgen gebeurt. Dat betekent dat je soms heel druk bent en soms wat minder.”

Music, Maestro!, vanaf woensdag in verschillende theaters: www.musicmaestro.nl 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden