Plus

Coco-Mateigenaar Paul Efmorfidis: ‘Mijn doel is mensen blij maken’

De Amsterdamse Griek Paul Efmorfidis (60), van miljoenenbedrijf Coco-Mat, trapt zich een slag in de rondte op zijn houten fiets. Zijn slippers repareert hij liever met tape dan dat hij ze weggooit. ‘Mensen die hun geluk uit spullen halen, zijn de armste figuren ter wereld.’

Paul Efmorfidis van Coco-Mat. Beeld Ivo van der Bent

Paul Efmorfidis heeft overal vrienden. En als hij ze niet heeft, maakt hij ze ter plekke. De zakenman is net vanuit de ontbijtzaal van zijn eigen hotel het Atheense ochtendrumoer ingelopen. Het is een tocht van omhelzingen, high fives, vriendelijke stompen in de zij en vette knipogen geworden.

De laatste stop is een koppel naar Australië uitgeweken Griekse vriendinnen. Efmorfidis spreekt ze zelf aan in de hotellobby. “Wisten jullie dat wij de mooiste fietsen van de wereld verhuren? Helemaal van hout! Nee? Wacht, hier heb je mijn ­e-mailadres. Mail me en er staan morgenochtend twee stuks voor jullie klaar. Mijn cadeau aan jullie. Omdat ik het zo leuk vind dat jullie weer terug zijn in Athene.”

Een nieuwe omhelzing volgt en dan stapt Efmorfidis op zijn slippers de al vroeg hete Griekse dinsdag in. Hij draagt exact dezelfde outfit als de avond ervoor: een wit T-shirt van zijn bedrijf Coco-Mat en een vaalroze korte broek waarop aan de achterzijde de vorm van een zadel in zoutafzetting is uitgetekend. Een tweede T-shirt bindt hij om zijn hoofd, om zijn wijkende haargrens tegen de felle zon te beschermen.

Als hij constateert dat de houten rijwielen die hij zojuist aanprees nog op slot staan, volgt een reeks commando’s in luidkeels Grieks richting zijn medewerkers. De sleutels blijken zoek. 

In vloeiend Nederlands tegen zijn twee Hollandse gasten: “Een fietsbedrijf runnen in een stad waar vrijwel niemand weet hoe een fiets werkt, je moet bijna gek zijn.” Hij vertaalt die opmerking meteen in het Frans voor twee jonge twintigers uit Nantes die op zijn kosten in zijn hotel verblijven en ook mee zullen fietsen.

Dat laatste zit zo: Efmorfidis was vorige week uitgenodigd een lezing te geven in Kroatië. Prima plan, dacht hij meteen. Dan kan ik lekker op de fiets. En zo geschiedde. In negen dagen pedaleerde hij naar Dubrovnik. Tijdens een plaspauze raakte hij in gesprek met de Franse jongens die de andere kant uit fietsten. Na een praatje van vijftien minuten volgde de uitnodiging: “Mail me als je in Athene bent. Dan zijn jullie mijn gasten.”

En nu verkeren Valentin en Julien al vijf dagen in zijn kielzog. Ook de journalist en de fotograaf, die na een interviewverzoek vanuit Nederland zijn gesommeerd naar Griekenland te komen, stappen op. “Dit is de beste manier om me te leren kennen,” antwoordt hij op de vraag waarom het interview niet in zijn officiële woonplaats Amsterdam kon plaatsvinden. 

“Je wilde toch weten wat me drijft? Dan moet je zien wat ik doe. Ik nodig mensen hier graag uit. Dan kunnen ze meteen zien hoe mooi Griekenland is.”

Interview op de fiets

Bovendien: hij houdt niet van lang stilzitten. Het vooruitzicht van een uur of zelfs twee uur achter elkaar praten, maakt hem onrustig. “Interview me maar op de fiets,” zegt hij voor hij het drukke Atheense verkeer instuurt.

De slipstream van de ondernemer door de straten rondom de Akropolis blijkt geen gemakkelijk parcours om te volgen. In de stad waar automobilisten meer in het recht van de sterkste dan in de verkeers­regels geloven, is een groepje fietsers een rariteit die vooral met geclaxoneer wordt begroet. 

Daarbij komt dat Efmorfidis er een gewoonte van maakt tegen het verkeer in te fietsen en waar nodig zijn route verlegt naar de stoep, waar hij tussen verbijsterde voetgangers door slalomt.

Efmorfidis staat officieel ingeschreven in Amsterdam. In Oud-Zuid woonde hij enige tijd naast Johan Cruijff. “Een held van mij,” zegt hij. “We waren goede vrienden. Hij is bij mij in Griekenland geweest. We hebben samen op de tafel gedanst. Mijn vrouw begreep niets van onze gesprekken, zei ze: ‘Als hij praat, luister jij niet. En als jij praat, luistert hij niet.’”

Maar zijn eigenlijke woonplaats is ‘de wereld’, doceert hij als we langs het olympisch stadion van 1896 trappen. “Ik ben overal waar ik moet zijn. Ik zie vrijwel elke wedstrijd van James (zijn middelste zoon van 23, spits bij eerstedivisieclub Almere City FC, red.). Ik houd ontzettend van Amsterdam, voel me er meer thuis dan in Athene. Wat ik fijn vind: Amsterdam is zo klein dat je er overal lopend of op de fiets naartoe kunt. Maar het is toch kosmopolitisch. Er is veel meer te doen dan hier.”

In één moeite door: “Waarom blijven jullie eigenlijk niet langer? Anderhalve dag: dat is toch niets! Kom op, bel de krant en zeg dat je paar dagen mee gaat varen langs de eilanden. Dat vindt je baas niet goed? Zeg hem dat hij ook hierheen komt!”

Energieke matrassen

Zijn fortuin bouwde Efmorfidis op matrassen. Die moesten, zo bedacht hij op zijn 29ste, worden gemaakt van uitsluitend natuurlijke producten. Dat zou de slaap bevorderen en de aarde minder belasten. Dus gebruikte hij zeewier, natuurlijk rubber, paardenhaar en schapenwol voor de eerste Coco-Matbedden. 

“Ik kan het wetenschappelijk niet bewijzen, maar ik weet zeker dat onze matrassen energie geven,” betoogt hij. “Al die zonuren die het zeewier heeft verzameld. Die krijg je terug na een nacht op onze bedden.”

Slapend rijk werd hij echter niet. Vanuit Griekenland werkte hij met zijn Nederlandse echtgenote Mirjam vrijwel dag en nacht aan het bedrijf dat duurzaamheid tot handelsmerk verhief en inmiddels 112 vestigingen en een jaaromzet van tientallen miljoenen kent. 

In Amsterdam huist Coco-Mat aan de Overtoom en aan het Haarlemmerplein. Net als in alle winkels, van Bogota tot Seoel, staan er voor de bezoeker gratis ijsthee, water, walnoten en vijgen klaar.

Ze passen bij zijn eigen dieet, vertelt hij. Hij is vegetariër, drinkt geen koffie, rookt niet en consumeerde één keer in zijn leven een glas alcohol. Het beviel hem slecht. Sindsdien bestaat zijn menu uit groente, kaas, fruit, vruchtensap en drie liter water per dag. Een leefwijze waarmee hij begon nadat hij 33 jaar geleden een slachthuis van binnen bekeek. “Wie een beetje nadenkt, snapt hoe raar het is dieren dood te maken omdat wij willen eten. Wij zijn toch geen barbaren?”

Pratend over natuurlijke voeding is de staat van onze planeet nooit ver weg. De kern van zijn betoog: de natuur geeft de mens zo veel, dat die eigenlijk weinig anders meer nodig heeft. Daarbij nooit ver weg: zijn hekel aan plastic (“Recyclen is niet meer dan een leugen om plastic te kunnen blijven gebruiken”) en zijn ambitie de mondiale afvalberg terug te dringen. “Wij mensen zijn de afgelopen generaties dieven geweest. We hebben de aarde minder mooi achtergelaten dan we hem aantroffen.”

Hij stuurt zijn houten fiets (“Hout is onze vriend. Dat zijn we vergeten.”) met kordate pedaalslagen de stad uit. “Paul ís het concept,” heeft zijn echtgenote Mirjam voor het vertrek verteld over de bedrijfsvoering van Coco-Mat. Efmorfidis heeft geen kantoor, geen creditcard en geen mobiele telefoon. “Zijn broer Mike runt het bedrijf. Dat werkt beter. Paul is niet goed in organiseren. Hij is de man van ideeën.”

Uit de crisis

En inderdaad, daar heb je er weer eentje. Als ons pelotonnetje het presidentieel paleis passeert, ontvouwt hij zijn plannen om de Griekse economie uit het slop te trekken. 

Van boven zijn stuur: “De fiets kan ons redden. Kijk naar Nederland. Daar wonen ruim 16 miljoen mensen die per dag gemiddeld 3 kilometer fietsen. Dat is 50 miljoen kilometer per dag. In Griekenland pakken we voor die afstanden altijd de auto. Die kost 50 cent per kilometer. Daar bespaart Nederland dus 25 miljoen euro per dag door te fietsen. Op de fiets is Griekenland binnen een jaar uit de crisis.”

Hij draait een kruispunt diagonaal links op, steekt zijn hand op naar een met piepende banden remmende automobilist en constateert: “Het is nog gezonder ook.”

Eerder op de dag heeft hij aan het ontbijt al zijn eigen blik op de zakenwereld uiteengezet. “Ik houd dingen graag eenvoudig. Heb ik met mijn bedrijf ook altijd gedaan. De economie is zo complex geworden dat niemand meer snapt hoe zo’n crisis ontstaat. De politici al helemaal niet.”

U lijkt hier tot nu toe niet erg druk met economische strategie.

“De bedoeling van mijn leven is niet het bouwen van een serie grote bedrijven. Mijn doel is mensen blij maken. Dat geeft iedereen een goed gevoel. Mijzelf ook. En blijheid kun je niet sparen zoals geld. Dus moet je het weggeven wanneer je kunt.”

U heeft nabij Athene ook een hotel waarin mensen gratis logeren of feestjes mogen geven. Wat is uw businessmodel?

“Als je wil dat mensen ervaren dat wij de beste bedden hebben, moet je zorgen dat ze er op slapen. Heel eenvoudig. En als er mensen zijn die gratis bij ons overnachten en nooit meer terugkomen, is dat ook prima. Ik hoop dat ze zich vermaakt hebben. ”

Wat vinden Nederlanders ervan als u hen iets aanbiedt waarvoor u niets terug wilt?

“Vaak geloven ze dat niet, nee. Ze begrijpen niet waarom iets gratis zou zijn. Maar voor mij is het energie. Die kun je weggeven, maar zij gaat nooit verloren. Zo heb ik altijd geleefd. Ik geef onvoorwaardelijk. Ik zie wel wat er voor terugkomt.”

Is dat nooit misgegaan?

“Een enkele keer. Dan nemen mensen alleen maar.”

Teleurstellend?

“Nee. Als iemand op die manier gelukkig is, gaat hij zijn gang maar. Moet ik mijn karakter gaan veranderen omdat andere mensen er misbruik van maken?”

Paul Efmorfidis en zijn winkelmanager testen de Coco-Mat op z’n Grieks. Beeld Ivo van der Bent

Wat verwacht u van die twee jongens die hier nu vakantie vieren op uw kosten? Ze volgen een opleiding tot kok, spreken nauwelijks Engels.

“Wat ik met hen doe, kun je aan geen manager uitleggen. Het heeft geen economisch nut. Maar wie weet waar het toe leidt? Die twee zijn in elk geval nieuwsgierig. Waar was die man van Apple toen hij 23 was? Of die Teslajongen? Opleiding is niet de sleutel tot iemands toekomst.”

U bent daar zelf het levende voorbeeld van? U begon Coco-Mat op uw 29ste.

“Toen was ik al bakker, ober, croupier in het casino, winkelverkoper, militair en sportjournalist geweest.” Hij veert op bij de laatste herinnering. “Ik woonde toen in Londen, was 24 en schreef over voetbal. Alles bluf hè. Ik had een microfoon bij me om indruk te maken. Ik had dat ding van een vriend gekregen, omdat hij het niet meer deed. Maar het werkte juist wel als ik Franz Beckenbauer of Karl-Heinz Rummenigge aansprak. Aan die laatste vroeg ik op een gegeven moment: ‘Zou je voor Tottenham willen spelen?’ Hij zei: ‘Waarom niet?’ Ik had een scoop! Ik loog niet, maar maakte het verhaal wat mooier. Daar heb ik goed geld mee verdiend: 1600 pond voor één krantenverhaal. Ik kon m’n ogen niet geloven toen ik die cheque in mijn handen had.”

En Rummenigge?

­“Die is nooit naar Tottenham gegaan.”

Uw broer heeft de dagelijkse leiding van het bedrijf overgenomen. Was het moeilijk om niet langer zelf de baas te zijn?

“Baas? Wat betekent dat? Voor mij is de baas de nummer 10 op het veld, die de pass geeft waaruit de ander scoort. Zo zie ik mezelf. Ik geniet als anderen scoren. En baas zijn, betekent ook dat je iemand anders beter kunt maken dan je zelf bent. Dat is gelukt met mijn broer. Hij is beter dan ik en ik ben trots op hem.”

We stoppen bij een hotel aan de rand van het centrum. Wie de schuifdeuren passeert, treedt niet binnen in een lobby of receptie, maar in een showroom. Efficiënt, legt de eigenaar uit. Wie een nacht goede slaap heeft genoten, kan na het ontbijt meteen het bed van die nacht kopen.

Efmorfidis vlijt zich neer op een van de matrassen. Een haastig toegesnelde medewerker serveert water. Efmorfidis wil een filmpje laten zien van zijn zoon James op het voetbalveld. Dat doet hij op zijn iPad die hij meedraagt in een rugzakje. Omdat hij niet wil telefoneren, is het apparaat zijn levenslijn naar de buitenwereld. Hij correspondeert via e-mail. Met vrouw en kinderen onderhoudt hij contact via Skype.

Het gezin woonde de afgelopen jaren afwisselend in Athene, Madrid en Barcelona, maar hij heeft nu gekozen voor een splitsing. De twee oudste kinderen wonen op zichzelf in Athene, de twee jongste in Amsterdam. Zoon Tom (16) samen met moeder Mirjam.

­Is dat niet lastig, zo’n opgedeeld gezin?

­“Het kan niet anders bij zo’n groot bedrijf. Ik wil ook de winkels in Bogota of Panama-Stad bekijken. Maar we zijn heel he­cht.”

­­U vliegt wel? Dat is toch niet erg kli­maatvriendelijk?

­­­“Tja. Niemand is perfect. Maar hoe kom ik anders vanuit hier naar Amsterdam? Het is te ver om te fietsen. Vliegen is echt mijn enige zonde. Ik zeg maar tegen mezelf dat ik voldoende compenseer doordat ik nooit auto rijd en geen vlees eet.”

­­Hoe vaak ziet u uw vrouw in een jaar?

­“Ik denk ongeveer de helft van de tijd. Maar het voelt alsof wij altijd samen zijn. Ook al zijn we niet bij elkaar. Zij is de vrouw van mijn leven. Vanaf de eerste seconde dat ik haar in 1987 zag, wist ik dat. Zonder haar had ik dit bedrijf niet kunnen bouwen.”

“Ik vind het ook zo’n cliché om te zeggen dat je meer tijd aan je familie wil besteden. Mijn vader was gastarbeider in Duitsland. De rest van het gezin woonde in Sparta, Griekenland. Ik zag hem twee weken per jaar. Maar toch was hij mijn held. Het gaat niet om de hoeveelheid tijd, maar om wat je ermee doet. Als je samen bent met je geliefde, praat dan met elkaar en kijk niet op je telefoon.”

Waarom was uw vader uw held?

“Hij was een levenskunstenaar. Had een zwaar leven in Duitsland. Pakte al het werk aan dat hij kon krijgen. Hij heeft zijn hele leven moeten vechten. Hij had bijna niets, maar was tevreden met een zonnige dag. Dat vind ik een heel hoog niveau van denken.”

Beeld Ivo van der Bent

­Hij is jong overleden.

“Hij werd maar 66, ja. Zijn hele leven gezwoegd en dan ineens een hartaanval. Hij had het niet lang voor zijn dood nog gezegd: ‘Als ik ga, doe ik dat op een vrijdag. Dan kun je me in het weekend begraven en maandag weer aan het werk.’ Het is precies zo gebeurd.”

“Toen ik in het ziekenhuis aankwam was hij al overleden. Toen ik zijn kamer betrad, voelde ik me ineens licht en zwaar tegelijk. Ik raakte even van de wereld. Sindsdien praat ik elke dag met mijn vader. Niet op een zware manier, hoor. We lachen juist heel vaak met elkaar. Hij is weg, maar toch ook weer niet.”

Leek u op hem?

“Wel als het gaat om die manier van naar het leven kijken. Het gaat niet om materie. Mijn vader had niets toen hij naar Duitsland ging en is met bijna niets overleden. Na zijn dood ontdekten we dat hij elke maand geldbedragen overmaakte naar gezinnen die het harder nodig hadden. Zo weinig bezitten en dan toch aan anderen denken, dat vind ik echt levenskunst. Mensen die hun geluk uit dure spullen moeten halen, zijn de armste figuren op de wereld.”

Gratis verse groenten

Het is tijd voor de volgende stop: de fabriek waar Efmorfidis zijn houten fietsen laat fabriceren. Onderweg passeren we het hoofdvestiging van zijn firma. Onder de kantoren: een gigantische showroom vol bedden, kussens, bedlinnen, bankstellen en andere meubelstukken. Er omheen: een voetbalveld en grote lap grond die als moestuin in gebruik is. 

“Wie wil mag hier verse groenten komen halen. Gratis natuurlijk. Leuke manier om mensen uit de buurt te ontmoeten. Van dat voetbalveldje wilde mijn vriend Johan een Cruyff Court maken. Maar ja, in de ondergrond daarvan bleek plastic te zitten. Dan heb ik liever gewoon gras.”

Na twee glazen water en een handje vijgen is Efmorfidis klaar voor vertrek. Op het slotdeel van de route komt hij terug op de vraag over zijn leefwijze. “Ik weet zeker dat de mens niet gemaakt is om te roken of alcohol te gebruiken,” zegt hij stellig. “Genieten van een glas wijn? Ga je gang, maar het is niet goed voor je lichaam. Luister, ik pretendeer niet de wijste man op aarde te zijn. Maar ik heb mijn eigen paradijs gevonden. Dat wil ik vertellen! Het is simpelweg enthousiasme, snap je?”

Twijfelt u nooit of u het bij het rechte eind heeft met de manier waarop u uw leven inricht?

“Nee. Het is arrogant om te zeggen, maar mijn principes kloppen gewoon. Ik weet het zeker.”

Aangekomen bij zijn fietsenfabriek (“Voor al het hout planten we uiteraard bomen terug”) heeft Efmorfidis wel een probleem: zijn rechterslipper is gescheurd. Slijtage. Zijn zonnige humeur bewolkt voor het eerst. “Dat stomme plastic.” Hij wenkt een van de monteurs: “Vassilis, wil je alsjeblieft kijken of je hem kunt repareren?”

In de tussentijd begint hij een Skype­gesprek met zoon James. Hij heeft zijn eerste training van het seizoen bij Almere City achter de rug en is niet helemaal tevreden. “Rustig jongen,” maant vader. “Dat gevoel komt wel. Dat weet ik zeker.”

De verbinding valt weg. “Het gaat zijn jaar worden,” zegt Efmorfidis tegen zijn gasten. “Hij voetbalt nu onder zijn niveau. Hij zou graag voor het Griekse elftal gaan spelen. Daar wacht ik op, dat begrijp je.”

Hoopt u dat een van uw kinderen u zal opvolgen?

“Ik laat iedereen doen wat hij wil. Mijn oudste zoon heeft een prachtig koeriers­bedrijf, mijn dochter werkt in de hotelbranche. Is ze de beste in! Maar er zijn genoeg andere apostelen in het bedrijf die zich honderd procent met mijn visie identificeren. Misschien is een Nederlander een goed idee. Soms ben ik te pushy, ik wil altijd te snel. Een bedachtzaam type is misschien beter. Mijn jongste zoon zou het kunnen, denk ik.”

Een zucht. En dan: “Mijn kinderen hoeven echt niet van mij. Ze moeten willen. Dan mag het natuurlijk. Maar de tijden zijn veranderd. Ik had als tiener echt honger. Zij zoeken nu werk om vrienden te maken. Ik zocht vrienden om aan werk te komen. De instelling is anders.”

Heeft u hen verwend?

“Nee, juist het tegenovergestelde. Natuurlijk, ze zijn niet arm. Er staat niets van het bedrijf op mijn naam. Alles is later voor de kinderen. Maar als ze vroeger voetbalschoenen wilden, kocht ik het goedkoopste paar dat ik kon vinden. Ik ben een echte Spartaan. Ik heb hen opgevoed zoals ik zelf leef: Spartaans.”

Daar is Vassilis terug met de slipper. Met drie nietjes uit de assemblagemachine en een stukje tape is de zool weer heel. Efmorfidis’ gezicht klaart op: “Wat een geweldig nieuws! Wat had ik zonder gemoeten?”

Efmorfidis op een door zijn eigen fabriek gefabriceerde houten fiets. Beeld Ivo van der Bent
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden