PlusBeeldspraak

Cinema alcoholica: hebben we een aangeboren alcoholtekort?

In de Deense Oscarwinnaar Druk zetten vier docenten het op een zuipen. Het is niet de eerste film over het leven met de fles.

Bart Van der Put
W.C. Fields aan het werk in The Bank Dick.  Beeld Granger/F1online/Alamy
W.C. Fields aan het werk in The Bank Dick.Beeld Granger/F1online/Alamy

In de Deense film Druk onderzoeken vier docenten van een middelbare school of een experimentele toediening van alcohol hun prestaties op de werkvloer kan verbeteren. Het clandestiene experiment is ingegeven door een theorie van de Noorse psychotherapeut Finn Skårderud. De invloedrijke Noor suggereerde dat de mens een aangeboren alcoholtekort van 0,5 promille heeft. Die reden om te drinken kende ik nog niet.

Mijn eerste reactie op de theorie van Skårderud was een hartgrondig: allicht! Ik heb ervaring met de angstaan­jagende drankzucht die mannen met Scandinavisch bloed kan vellen. Het loog er niet om. Natuurlijk is er een hoog­leraar in Noorwegen die een aangeboren alcoholtekort ­bedenkt, terwijl hij in gepeins verzonken vanuit zijn leerstoel over de fjord staart. Zwemt daarginds een narwal? Of was het zinsbegoocheling?

Wanneer de dorst onlesbaar is en je landgenoten je voortdurend tot de orde roepen en met verontrustende statistieken zwaaien, moet je wel van wetenschappelijke huize komen om het onbeschaamd voor de drinker op te nemen. Wie Druk heeft gezien, staat niet langer met een mond vol tanden met een slok op. Het lag niet aan mij, edelachtbare. Het is een aangeboren aandoening. Ik heb een tekort. Sla Skårderud er maar op na, die heeft het allemaal uitgezocht en keurig opgeschreven.

Ontnuchterende schets

De film van Thomas Vinterberg kreeg de Engelse export­titel Another Round (nog een rondje), maar de Deense titel is minder vrijblijvend: ‘druk’ wordt met comazuipen ge­associeerd. Het is geen verrassing dat het lelijk uit de hand loopt wanneer vier Denen van middelbare leeftijd een ­experiment met alcohol ondernemen. Druk is een uitzonderlijk goede drankfilm, omdat Vinterberg er knap in slaagt de voor- en nadelen van alcoholconsumptie inzichtelijk te maken. Er kan gelachen worden, maar ook niet. De regisseur kreeg een Oscar voor de genuanceerde aanpak.

Mads Mikkelsen is niet de eerste docent die dronken voor de klas staat. In 2012 ging Mary Elizabeth Winstead hem voor in Smashed, waarin de Amerikaanse schrijver en ­regisseur James Ponsoldt laat zien hoe een alcoholverslaving een huwelijk en een loopbaan ontwricht. Winstead neemt een paar slokken wodka om een kater weg te spoelen voor ze haar peuterklas betreedt. Daarna gaat het van kwaad tot erger, tot ze zich bij een AA-bijeenkomst vervoegt en leert om niet te drinken. De ene dronken docent is de andere niet. Druk is een provocerende film die beklijft, Smashed een pamflet dat vervliegt terwijl je ernaar kijkt.

De beroemdste film over verwoestende drankzucht is Billy Wilders The Lost Weekend (1945). Het is een ontnuchterende schets van een paar dagen uit het leven van een ontspoorde schrijver, die zichzelf eenkennig van slok naar slok sleept en daarbij zijn broer, zijn verloofde en zijn barman tot wanhoop drijft. Wilder maakt slim gebruik van stijlmiddelen die destijds in films noirs en horrorfilms gangbaar waren om de gruwelen van een alcoholverslaving ­invoelbaar te maken.

Fieldsrevival

Wilders klassieker werd in 1946 met vier Oscars bekroond en won de Grand Prix op de eerste editie van het filmfestival van Cannes, maar tijdens de productie verliep een testvoorstelling rampzalig. Het vet aangezette acteren van hoofdrolspeler Ray Milland oogstte hoongelach. Dat ­gelach verstomde pas toen de muziek van Miklós Rózsa aan de film was toegevoegd. De componist gebruikt de ijle elektronische klanken van de theremin om de roep van de fles weer te geven. Dat werkt aanstekelijk: het spookt in het hoofd van het drankorgel!

Het was niet vreemd dat een Amerikaans testpubliek in de jaren veertig lachstuipen kreeg van een zuipschuit op het scherm. De destijds populaire radioster, scenarioschrijver annex filmmaker W.C. Fields (1880-1946) had de drankzucht tot een essentieel onderdeel van zijn persona gemaakt. Na de roemruchte jaren van de nationale drooglegging verhief Fields het drinken tot een absurde kunstvorm. In zijn komedies worstelde hij nooit met de fles maar altijd met de bemoeizuchtige echtgenotes, schoonmoeders, kinderen, autoriteiten en andere scherpslijpers die hem het drinken proberen te beletten.

Het antiautoritaire karakter en tijdloze absurdisme van de bezopen films leidde tot een Fieldsrevival in de jaren zeventig. Na Nixon en de Vietnamoorlog herkenden jongeren in Fields een geestverwant en werd zijn meesterwerk The Bank Dick (1940) een hit op Amerikaanse universiteiten en in alternatieve filmclubs in Europa. Ik zag de film in mijn Brabantse vlegeljaren bij een Socialistisch Filmkollektief en had er een held bij. Ik werd door drinkers opgevoed, maar had zelf nog geen druppel gedronken. Dat was niet nodig.

Finn Skårderud zat toen ook nog in de schoolbanken.

Druk draait vanaf donderdag in de bioscopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden