PlusInterview

Cheyenne Haatrecht werd op haar 31ste politiecommissaris: ‘Ik ben activistischer geworden’

null Beeld Martin Dijkstra
Beeld Martin Dijkstra

Cheyenne Haatrecht is al op 31-jarige leeftijd plaatsvervangend districtschef in Amsterdam-Oost. De politiecommissaris gaat zich hard maken voor vrouwen in kwetsbare posities. En zal ‘zichtbaar’ zijn. ‘Iedereen mag alles tegen me zeggen en bij me binnenstappen.’

“Wat is Oost toch geweldig,” zegt Cheyenne Haatrecht als ze aankomt bij café-restaurant De Vergulden Eenhoorn. “Kijk naar al die bloemen en het groen. Een geheime oase midden in de stad.”

Haatrecht, plaatsvervangend districts­chef in Amsterdam-Oost, draagt een lange jurk met daaronder een fietsbroekje, dat ze uittrekt en naast zich op de grond laat vallen. “Zo, dat is uit. Wacht, ik heb te veel kleding aan.” Ze frommelt nog een hemdje onder de kleurrijke stof vandaan. Ze ploft neer.

“Toen ik hierheen fietste, had ik een gelukzalig moment. Ik heb zojuist een kennismaking gehad met mensen met wie ik ga samenwerken. Daar krijg ik veel energie van. Ik ben ook weer diensten mee gaan draaien met de basisteams. Van noodhulp en aangiftes tot overleggen ­bijwonen. Zo leer ik mijn nieuwe teams kennen.”

“Ik ben al een tijdje uit de uniformdienst. Ik wil weer weten hoe we op straat werken. De processen zijn veranderd, er zijn nieuwe afkortingen en allerlei mensen die ik niet ken. Start from the bottom, om te weten hoe alles tegenwoordig werkt. Ik wil de drempel zo laag mogelijk houden. Iedereen mag alles tegen me zeggen en bij mij binnenstappen.”

Over toegankelijkheid gesproken: Haatrecht is ook de helft van het dj-duo Ebony & Ivory. Samen met haar geliefde – ‘ontmoet op Tinder, ja, dat kan dus echt’ – draait ze op bruiloften en partijen. Begonnen als een geintje op vakantie met vrienden, en daarna een beetje uit de hand gelopen. “We draaien binnenkort op een bruiloft in Italië. De naam spreekt voor zich: twee verschillende kleuren en karakters. We zijn erg contrasterend, wat goed matcht. Hij brengt de rust in mijn wilde leven en ik breng de wildernis in zijn rust.”

“Ik ben vaak op zoek naar raakvlakken met mensen die mijlenver van me af staan. Er zijn altijd manieren om verbinding te maken. Door open te staan, vind ik met veel verschillende mensen een connectie. Als we goed naar elkaar kijken, komen we erachter dat we veelal hetzelfde willen.”

Haatrecht was de jongste leiding­gevende bij de politie in de geschiedenis toen ze aan de slag ging als hoofdinspecteur van de afdeling Vreemdelingen, Identificatie en Mensenhandel. Na vier jaar voelde ze dat haar taak als teamleider erop zat en besloot ze een jaar te stoppen met werken om samen met haar vriend op de motor door Europa en Noord-Afrika te reizen: “Gewoon gaan en kijken waar de wind ons zou brengen, het leek me geweldig.”

Toen de pandemie anders besloot, ging ze in gesprek over haar toekomst. En ze kreeg een nieuwe functie: ze draagt sinds mei de eindverantwoordelijkheid voor Oost en voor de politiemensen die er werken. “Ik ga alles wat ik heb en ben brengen. Vrolijkheid, veiligheid, kleur, licht.”

U werkt al twaalf jaar voor de politie Amsterdam. In het centrum, maar ook in West en bij de recherche. Heeft u de stad zien veranderen?

“Als ik naar de stad en de bewoners kijk, zie ik segregatie. Ik merk dat de lijnen tussen wijken scherper worden. Wat ik koester zijn de plekken waar we naast en met elkaar leven. Helaas worden deze plekken steeds schaarser. De armoede neemt toe, de huizenprijzen stijgen, en daardoor worden de verschillen zichtbaar groter.”

En bij de politie, is daar veel veranderd?

“We hebben minder politiebureaus waar mensen kunnen binnenstappen. Veel processen zijn gecentraliseerd, waardoor het persoonlijke en het maatwerk zijn ­verdwenen. We hebben ook minder tijd voor het speciale contact met mensen op straat. Er is een capaciteitsprobleem dat niet snel opgelost gaat worden. Tegelijkertijd willen we veel, want we zien dat de stad in beweging is.”

“De problemen worden groter. En veel speelt zich tegenwoordig online af, de ­criminaliteit intensiveert en wordt complexer. We moeten het met minder mensen oplossen, terwijl we juist de drang hebben de verbinding met de buiten­wereld te zoeken. Dat is soms moeilijk.”

“Gelukkig zijn er ook veel positieve ontwikkelingen binnen de organisatie. De posttraumatische stressstoornis, PTSS, is bijvoorbeeld uit de taboesfeer. We hebben een goed systeem met een eenheids­psycholoog en bedrijfsmaatschappelijk werk, die in actie komen wanneer er een ­heftig incident is geweest. Een team collega’s staat klaar om te polsen hoe het met de betrokkenen gaat. Het is erg menselijk en compassievol.”

Was het vroeger anders?

“Kijk naar de feminiene eigenschappen die vrouwelijk leiderschap in een organisatie brengt. Een onderdeel daarvan is kwetsbaarheid tonen, en durven toegeven dat het soms ook wat slechter met je kan gaan. Dit is natuurlijk niet hoe de politieorganisatie en ook het leger ooit zijn opgebouwd. Mannen moesten vooraan staan, hard optreden en sterk zijn. Weinig ruimte om te spreken over wat je voelt. Als je terugkijkt in de geschiedenis is dat hoe we jongemannen een uniform hebben aangetrokken. Daar is veel verandering in gekomen. Zwijgen is niet de oplossing om te voorkomen dat je knakt.”

U heeft over uw werk gezegd: ‘Ik voel dat ik vrouw mag zijn en ik zorg dat ik vrouw ben tijdens mijn werk.’ Wat betekent dat?

“Vroeger was ik one of the guys. Daar ben ik van teruggekomen, omdat dit gaat over bepaald gedrag vertonen om te worden geaccepteerd. Je waarde laten bepalen door hoe een man je ziet is een reden waarom we streng worden voor andere vrouwen. Ik wil dat vrouwen zich prettig voelen in mijn aanwezigheid, dat is mijn focus. Ik wil ook hakken en mooie jurken kunnen dragen. Zoals ik er nu uitzie, zo ga ik ook naar mijn werk. Daarmee probeer ik invloed te hebben op de vrouwelijke collega’s om me heen, zodat ook zij hun ruimte durven in te nemen.”

Haatrecht haalt haar handen door haar lange dreadlocks en maakt een grote knot op haar hoofd. In haar oren hangen gekleurde oorbellen en om iedere vinger draagt ze een ring. “Weet je, dit ben ik.”

Is dit de reden dat u bij de politie bent gegaan?

“Ik ben nooit bij de politie gegaan om een keiharde boevenvanger te worden. Ik wilde iets doen aan de verbinding tussen de politie en de mensen uit de omgeving waar ik toen woonde. Mijn moeder werkte ook bij de politie. Zij kwam thuis met mooie verhalen. Maar ik hoorde ook de weerstand van mijn broer en mijn vader: die werden best vaak aan de kant gezet vanwege hun Surinaam­se uiterlijke kenmerken en de mooie auto waarin ze reden. Ik vond dat deze twee kanten van het verhaal moesten samen­komen. Ik wilde dat beide kanten elkaar gingen zien voor wat ze voor elkaar kunnen zijn. Ik heb een sterk gevoel van rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid. Ik wil dat iedereen gehoord wordt en zich gehoord voelt.”

Heeft u altijd al zo’n groot verantwoordelijkheidsgevoel gehad?

“Mijn ouders zijn gescheiden toen ik drie was. Ik voelde me verantwoordelijk voor de aandacht die ik mijn beide ouders wilde geven. Als kind wil je iedereen gelukkig maken. Een loyaliteitsstrijd die je te allen tijde met je meedraagt. Ik kan me herinneren dat mijn verjaardagen ­lastig waren. Mijn ouders spraken niet met elkaar, dus ik moest organiseren dat ik iedereen zou zien die dag. Dat is eigenlijk helemaal niet leuk. Je bent niet bezig met jarig zijn, maar met iedereen om je heen die jou even moet feliciteren. Anders zou ik iemand wellicht teleurstellen. Met hulp van een psycholoog ben ik losgekomen van dat idee: ik draag niet de verant­woordelijkheid voor het geluk van een ander.”

null Beeld Martin Dijkstra
Beeld Martin Dijkstra

Wat heeft die verantwoordelijkheid u gebracht?

“Ik heb mijn vervelende ervaringen weten om te draaien naar een kwaliteit. Op mijn 26ste kon ik als leidinggevende voor een groep mensen staan. Ik kan ook negatieve gedachten gemakkelijk sturen naar iets waar ik ­po­sitieve energie van krijg. Waar ik on­zeker over ben, kan ik nu omdraaien.”

Haatrecht groeide op in de Bijlmer. Toch ging ze in Amstelveen naar de basisschool, een montessorischool. “Dat had ook een praktische reden: mijn moeder werkte in Amstelveen en mijn oma woonde er. Ik werd in de ochtend vaak bij oma en opa gebracht, zodat mijn moeder vroeg kon gaan werken. Daar waren vaak meer neefjes en nichtjes, wat erg gezellig was. Oma bracht ons dan naar school.”

“De andere reden is dat ik bewust op een witte school ben geplaatst. Mijn ouders vonden dat verstandiger dan een school in de Bijlmer. Ze wilden dat ik accentloos Algemeen Beschaafd Nederlands zou spreken. Het is pijnlijk, maar waar. Kinderen die hoorbaar van zwarte scholen komen worden minder serieus genomen op de arbeidsmarkt en in sollicitaties. Ik heb dat in mijn volwassen leven ook zeker gezien. Zelf zal ik later voor mijn kinderen andere keuzes maken. Vermenging van culturen geeft een verrijking die ik erg belangrijk vind. Ik zou kiezen voor een plek die niet homogeen is.”

Als het over u gaat, wordt de nadruk vaak gelegd op uw afkomst en uw jonge leeftijd. Wat vindt u daarvan?

“De nadruk begrijp ik goed en is helaas nodig. Ik maak me graag hard voor vrouwen in kwetsbare posities en mensen uit gemarginaliseerde groepen, totdat we dat niet meer hoeven te benoemen en los­komen van de stereotiepe beelden in ons hoofd. Bij het woord arts denken we toch nog steeds aan een grijze man in een witte jas. De representatie van de zwarte vrouw, vrouwen van kleur, vrouwen met een hoofddoek, is beperkt, waardoor jonge meisjes nog steeds denken dat ze in bepaalde beroepsgroepen niet thuishoren. Bij de overheid doen we het gelukkig vrij goed. Daar ben ik trots op. Maar dat ­vrouwen over het algemeen nog steeds minder betaald krijgen, bewijst dat we nog niet op het punt zijn dat het geregeld is. Dus kennelijk moeten we het er nog meer over hebben.”

“We moeten diversiteit voor ons zien als we praten over een leider, arts, agent of inspecteur en ga zo maar door. Dat betekent dus ook dat al die praatprogramma’s op de Nederlandse televisie minder grijze en witte mannen aan tafel moeten aan­dragen als de experts. Alsof dat de enige mensen zijn met kennis over bepaalde thema’s.”

Heeft u rolmodellen gehad?

“Ik word veel geïnspireerd. De laatste jaren door mannen en vrouwen die bij mij komen met een coachingsvraag. Door te luisteren naar de verhalen van andere mensen komen er nieuwe ideeën. Zo leer ik via een ander mezelf beter kennen. Er zijn veel vrouwen die regelmatig een grote indruk bij me achterlaten. In mijn eigen omgeving, maar ook in de media en de politiek. Vrouwen die klappen opvangen voor anderen en toch blijven staan. Denk aan Clarice Gargard.”

Ze schudt haar hoofd. De zaak die draait om de anti-racismeactivist en journalist zit haar duidelijk hoog. Gargard werd van diverse kanten bedreigd en deed daar aangifte van. “Ze is slachtoffer van discriminatie en durft hiertegen te vechten. Ik heb me ontzettend boos gemaakt over het verloop van de rechtszaak.”

Vorig jaar kreeg Gargard vlak voor het proces te horen dat de officier van justitie van de zaak was gehaald, omdat die ­banden had met Kick Out Zwarte Piet en te veel in de schijnwerpers zou komen te staan. Gargard had met haar het hele proces voorbereid.

Haatrecht zucht. “Dat was het moment dat ik echt teleurgesteld was in de rechtsstaat en de overheid. Ik begreep niet waarom we ons lieten leiden door iets wat gebeurt in de media zonder te checken wat de impact op het slachtoffer is. Dat maakte me pissig. Ik vind dat wij te allen tijde slachtoffers dienen te ondersteunen, en daar hebben we steken laten vallen. Ik vind het moeilijk dat slachtoffers soms niet vooropstaan.”

Wat doet u met die woede?

“Nou, dat gaat dan rustig op Instagram hoor. Ik vind het waardevol dat we hier­van kennisnemen zodat we ervan leren. Ik ben het afgelopen jaar activistischer geworden.”

Krijgt u daar ruimte voor binnen de politie?

“Ik heb niet het gevoel dat ik gehinderd word. Ze weten inmiddels wie ik ben, namelijk een individu met een stem die ik wil laten horen. Ik wil met iedereen kunnen praten en naar iedereen luisteren. Er zijn geen mensen waar ik het gesprek niet mee aanga. Mijn activisme belemmert mijn werk niet. Integendeel zelfs.”

Wat moet er als eerste drastisch worden veranderd?

“Het klassieke beeld, daar wil ik van loskomen. De wijze waarop vrouwen nog altijd zwaarder worden gestraft. En vrouwen van kleur in het bijzonder.”

Heeft u een voorbeeld?

“Zwemmers met een afrokapsel mogen op de Olympische Spelen geen speciale badmuts dragen. De badmutsen zouden namelijk ‘niet passen bij de natuurlijke vorm van het hoofd’. Oftewel, we accepteren dat er bevolkingsgroepen anders worden behandeld. Wat nou, de natuurlijke vorm van het hoofd? Maakt dat ons hoofd onnatuurlijk? Daar moeten we ons tegen uitspreken. Feministische organisaties waren vroeger overigens ook niet altijd even inclusief. Dat ging voornamelijk over de positie van de witte vrouw. Ik ben blij dat er steeds meer diverse en inclusievere feministische stromingen in opkomst zijn.”

Heeft u zelf ervaring met uitsluiting of ongelijke behandeling?

“Niet dusdanig dat het me getraumatiseerd heeft. Het zijn de kleine dingen en de kleine opmerkingen. We kwamen laatst uit een overleg. Mannen en vrouwen van dezelfde functie. Er werd een opmerking gemaakt in de trant van ‘hanen in een kippenhok’. Dan kun je denken: dit is gewoon een geintje. Maar het is vooral kwetsend en denigrerend. Het zegt iets over hoe er naar vrouwen in groepen wordt gekeken.”

Ligt u weleens ergens wakker van?

“Wat mij wakker heeft gehouden is mijn eigen zelfbeeld. Ik zag geen vrouwen op podia waar ik me mee kon identificeren. Ik wilde altijd actrice worden, maar ik heb ook meegekregen dat, hoe goed ik ook zal worden, de hoofdrol niet voor mij is weggelegd, tenzij het een stereotiepe rol is. In de filmwereld zijn zwarte vrouwen nog altijd niet in de positie dat het om hen mag draaien. Het is een ongelijkheid die me heeft geraakt, want het heeft ertoe geleid dat ik niet voor die droom durfde te gaan.”

“Gebrek aan representatie heeft me beperkt. Ik heb mezelf daardoor nooit als mooi kunnen zien. De structuur van mijn haar, mijn huidskleur. Als klein kind liep ik altijd met een slabbetje of een doekje op mijn hoofd, omdat ik lang haar wilde hebben. Ik was piepjong en ik heb het mijn hele leven gehad. Ik zag nooit iemand met kort kroeshaar. Mijn schoonheidsideaal was de Disneyprinses met lang, glad haar, het liefst blond. Ik weet ook dat er werkplekken met haarrestricties waren. Geen afro, geen cornrows. Nu heb ik lange ­dreadlocks, helemaal van mijzelf. Mijn oma heeft weleens gevraagd: ‘Mag je wel met dreadlocks bij de politie werken?’ Zij was gewend dat dit not done is.”

En kijk nu. Nu bent u zelf een voorbeeld. De vrouwenvereniging Vrouwen van Nu heeft u verkozen tot Verschil­maker 2021.

“Omdat ik thema’s die taboe zijn bespreekbaar maak. Ik wil mensen bewust maken van de bril waardoor ze naar de wereld kijken. Wijzen op de blinde vlekken. Dat gaat ons helpen meer talent te ontdekken en nieuwsgierig te blijven.”

“Wat mij heeft geholpen in mijn loopbaan is dat mensen mij hebben gezien. Mensen die het belangrijk vinden andere mensen te upliften en zichtbaarder te maken. Mijn boodschap kreeg zo meer bereik. Balletjes gaan rollen, je wordt ­uitgenodigd om president Obama te zien spreken bij Young Leaders Town Hall ­Berlin, je wordt genomineerd voor een Young Talent Award.”

Zo zal het niet iedereen vergaan.

“Ik bewandelde een mooi pad – ik kreeg de nodige liefde en aandacht. Maar ik weet ook dat er veel kinderen zijn die wél benadeeld worden op school. Die wél zwaarder gestraft worden en een hardere aanpak voor hun kiezen krijgen. Veel jongeren krijgen wél lagere scores omdat ze een bepaalde achtergrond hebben. Voor die mensen wil ik vechten. Ik strijd niet voor het onrecht dat ik zelf heb meegemaakt, maar het onrecht dat ik nog steeds om me heen zie.”

null Beeld

Cheyenne Haatrecht

18 april 1990, Amsterdam

1997-2002

1e Amstelveense Montessorischool, Amstelveen

2002-2008

St. Nicolaaslyceum (atheneum), Amsterdam

2009-2013

Nederlandse Politieacademie, Apeldoorn

2012-2015

Stages als brigadier in Amsterdam (rechercheur, projectleider asielprocedures)

2016-2017

Inspecteur bij teamleiding afdeling Vreemdelingen, Identificatie en Mensenhandel (AVIM)

2017-2020

Hoofdinspecteur team Hand­having en Toezicht, AVIM

Sinds mei 2021

Commissaris, plaatsvervangend districtschef Amsterdam-Oost

Haatrecht woont met haar vriend (en dj-partner) in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden